Lekker wandelen

‘Jongens, gaan jullie mee wandelen?’
‘Nee!’, hoor ik uit twee kamers.
‘Maar het is heerlijk weer, zonde om binnen te blijven!’
‘Dan gaan jullie toch samen?’ roept het ene kind. En van het andere hoor ik nogmaals: ‘Nee!’.
‘Zo moet je het ook niet brengen,’ zegt Gerard vanaf de bank. Hij ligt naar de Ronde van Vlaanderen te kijken. Een herhaling uiteraard, want het is coronatijd.

Ik gooi het maar over een andere boeg.
‘Over een kwartier vertrekken we. Zorg zelf maar voor een flesje drinken en wat lekkers!’.
Dat brengt de jongste in elk geval in beweging. Na tien minuten herhaal ik de mededeling en komt kind 2 ook naar beneden.
‘Waarom gaan we wandelen?’ zucht hij dramatisch, ‘Wandelen is stom!’.
‘Dat leg ik straks wel uit als we buiten zijn. Doe je schoenen nou maar aan’.
De Ronde van Vlaanderen is inmiddels ook klaar, of in elk geval uitgezet.
‘Zal ik nog een andere broek aandoen?’ twijfelt Gerard. Janine kijkt intussen naar mijn blote benen.
‘Je had helemaal niet gezegd dat ik een korte broek aan moest doen!’
‘Dat hoeft ook niet persé. Maar ga je gang, ik wacht nog wel even hoor.’

Uiteindelijk vertrekken we een half uur later, voorzien van petjes, zonnenbril, water, snacks en natuurlijk onze mobieltjes. Ik heb een mooie route in m’n hoofd waar het vast wel rustig is. Het is een stuk van het Klompenpad. Als we lekker doorlopen zijn we over anderhalf uur weer thuis.
‘Nou, waarom moeten we zo nodig wandelen?’ begint Maarten weer.
‘Omdat jullie vorige zomer zo snel moe waren van elke wandeling of fietstochtje. Jullie conditie moet beter worden. Daar hebben we nu mooi de tijd voor, voordat het weer zomer is’, leg ik uit.
Mijn antwoord lokt meteen een discussie uit.
‘Helemaal niet waar,’ moppert Maarten.’We waren helemaal niet moe,’.
‘Het waren ook helemaal geen leuke wandelingen’, zegt Janine.
‘Welke wandelingen bedoel je eigenlijk?’ vraagt Gerard zich af, ‘Ze gingen toch nooit mee?’
‘Nee en toen we persé mee moesten fietsen, ging het heel erg onweren. We werden hartstikke nat!’zegt Janine.
Ja, dat herinner ik me maar al te goed…Dan vraagt Maarten waar we eigenlijk heengaan.
‘We lopen een stuk van het Klompenpad’, zeg ik opgewekt.
‘Wat, daar helemaal heen?’ roept Janine.
‘Dat is helemaal niet zo ver. Met de Avondvierdaagse loop je ook wel zo’n stuk’.
Dom van me om die vergelijking te maken, nu gaan ze weer in discussie.
‘Wie zegt dat ik de Avondvierdaagse leuk vind?’ zeurt Janine.
Maarten wil liefst weer naar huis. Gerard maakt zich druk over heel andere dingen. Bij elke passerende fietser of wandelaar roept hij:
‘Anderhalve meter!’ Ik hoor de kinderen zuchten.

‘Jongens, we gaan hier zo het weiland in. Daar is het een stuk rustiger’, kondig ik aan. We lopen voorzichtig over een wankel bruggetje met maar één leuning. Maar het gaat goed. Dan het weiland in en een heel eind langs een sloot, die zo helder is dat je de bodem kunt zien. Gerard maakt behoorlijk veel foto’s en Janine loopt niet door. Zodoende lopen Maarten en ik ineens met z’n tweëen voorop, mijn snel groeiende puber met z’n lange benen.
‘Wat doen zij allemaal?!’ zegt hij met een ongeduldige blik naar de anderen. Eerlijk gezegd loop ik ook liever wat sneller door. Als Gerard en Janine geen tempo maken, doen we er minstens twee uur over.
‘Gaan we al pauzeren?’ roept Janine een eind achter ons. Nou, vooruit dan maar. Het is best warm, dus wat drinken gaat er wel in.

Het Klompenpad voert ons daarna langs frisse weilanden, heel oude boerderijtjes en mooi opgeknapte nieuwe boerderijen, een herdenkingsplek van de Tweede Wereldoorlog, koeien, paarden, kleine eendjes in de sloot, lammetjes, bomen vol bloesem. Kortom, genoeg te genieten voor wie daar oog voor heeft.
Maar dat hebben onze kinderen niet. Ze zijn het allang zat, vragen om de tien minuten hoe lang het nog duurt voor we thuis zijn en eerlijk gezegd word ik er hartstikke moe van.
Hoe erg is het nou om eens lekker een eind te wandelen? Ze kunnen toch ook wel een keer iets voor mij over hebben in plaats van zo te zeuren?! Alsof ze niet genoeg tijd achter hun schermpjes zitten…
Aan Gerard heb je ook al niets, mopper ik door, die loopt alleen maar foto’s te nemen en ‘afstand’ te roepen. Gezellig hoor, wandelen met ons gezin. Volgende keer ga ik gewoon weer met een vriendin, dat is veel leuker!

Als we uiteindelijk na ruim twee uur thuis zijn, ploffen Gerard en ik op de bank. De kinderen pakken wat lekkers en vertrekken naar boven. Snel naar hun Tiktok account en Fortnite wereldje. En wij, de 50-plussers, vallen uitgeput in slaap…

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie