Lekker fietsen!

Het was weer een lange dag geweest. Iedereen was moe en hangerig, het regende om de haverklap en ik had nergens zin in. Ik was zelfs midden op de dag in slaap gevallen. Maar tegen etenstijd klaarde het helemaal op.

‘Zullen we na het eten lekker een eindje gaan fietsen met de kinderen?’ vroeg ik Gerard. ‘We zitten al bijna de hele dag binnen.’ Gezien de niet zo positieve ervaringen met wandelen, zou fietsen misschien beter in de smaak vallen. ‘Dat lijkt me een goed plan,’ zei hij.

Even na half acht stonden we zodoende buiten. Maar eerst moesten de duiven nog gevoerd worden. Terwijl Gerard daarmee bezig was, ging mijn telefoon. Het was onze oudste zoon, die mij gezellig tien minuten aan de praat hield. Na afloop liep ik naar de schuur, waar Gerard nog steeds op een ladder stond.
‘Ben je al klaar?’, zei ik. ‘Dat kan ik beter aan jou vragen,’ zei hij. ‘Je stond zo lang te bellen!’
De kinderen klaagden ook al dat het te lang duurde voor we vertrokken. Niet dat zij er zoveel zin in hadden. Er waren zelfs woorden gevallen als ‘kindermishandeling’ en ‘nutteloze tijdverspilling’. Maar ze stapten toch op hun fiets.

Daar gingen we dan. Het was een prachtige avond. Er klonk heel veel vogelgezang vanuit de bomen waar we onderdoor fietsten. Muggetjes dansten in de late zonnestralen.
‘Ik heb bijna een mondkapje nodig!’ lachte ik. Gerard ging er serieus op in. Niet vanwege de muggen, maar vanwege een houtkachel die de hele wijk door te ruiken was. Hij weet heel veel over fijnstof. Hij heeft zelfs een fijnstofmeter in elkaar gezet! Een houtkachel of barbecue ruik je niet alleen, ze verspreiden ook veel schadelijke stofjes. In het ergste geval zelfs de kankerverwekkende stof benzeen. Maar eerlijk gezegd wilde ik op dat moment gewoon even gezellig fietsen en geen discussie over de fijnstof-emissie.
‘Ik had het over die muggen hoor’, zei ik dus gauw.
‘Oh, dan hou je toch gewoon je mond dicht’, zei hij droog.

Intussen fietsten onze kinderen al een flink eind voor ons. Eén van de redenen dat ze mee moesten, was om hun conditie op peil te houden. Maar ondertussen kwam ik steeds achteraan. Waarbij gezegd moet worden dat ik erg genoot van de omgeving en de nodige foto’s maakte. Ik wilde niet ‘zo snel mogelijk weer thuis zijn’; mijn kinderen duidelijk wel.

‘Kijk, een roofvogel achter ons!’ zei een kind ineens. Ik trapte op de rem en schoot in de berm om te kijken.
‘Hé, niet zo plotseling remmen!’ mopperde Gerard. ‘Wil je een kettingbotsing of zo?’
Nee, dat wilde ik niet. Ik was benieuwd wat voor roofvogel het was, maar helaas was die letterlijk al gevlogen. Gelukkig zagen we er later nog één.
Ondertussen klaagde kind 2 vooral over de muggen. Oog voor de omgeving was er verder niet bij. Terwijl het wel heel mooi was, want we fietsen langs een nieuw aangelegd stuk van het Binnenveld. Rietkragen langs het slingerende riviertje de Grift, stukjes moeras en weiden vol pinksterbloemen. Het was heerlijk rustig. Behalve een enkele hardloper of visser, kwamen we niemand tegen.

‘Het lijkt wel alsof we op vakantie zijn, vind je niet?’ zei ik tegen een kind. Ik voelde me even bijna gelukkig! Zo’n mooie avond en dan met mijn gezin op pad, wat bofte ik toch. Je zou bijna vergeten dat er zoiets als corona bestond.
Het kind haalde haar schouders op. ‘Niet echt,’ zei ze. ‘Ik was liever thuis gebleven, maar jullie moesten weer zo nodig fietsen!’
Ze is altijd wel heel eerlijk, die dochter van ons…
Op dat moment vloog er een muggetje in m’n oog. Au!
‘Flink knipperen, dan spoelt ‘ie er vanzelf weer uit,’ raadde Gerard aan. En hij had gelijk, zoals wel vaker. Tien keer knipperen en de mug was weg.

Na een kleine pauze, staken we een grote weg over, richting de dijk. Half achter ons lag de Grebbeberg, met de bekende militaire begraafplaats tussen de bossen. En niet te vergeten: Ouwehands Dierenpark, waar de dag daarvoor een mini panda geboren was! Schuin voor ons de uiterwaarden, oude bunkers, verdwaalde huisjes en de Rijn. Letterlijk de omgeving waar 75 jaar geleden vreselijk gevochten werd. Niet voor te stellen op deze prachtige avond in mei. De opa van Gerard had zelfs nog meegevochten, die eerste meidagen toen in 1940. Gelukkig voor hem – en voor ons – was hij er levend uit gekomen.

Ik maakte weer foto’s terwijl de anderen doorfietsten, en ik raakte verder achterop. Ineens viel mijn oog op iets bijzonders: een of ander plantje langs de rand van de weg. Het leek wel dwars door het asfalt te groeien; hoe kon dat?

Ik stapte af en keek nog eens wat beter. Waren het paardenbloemen? Of distels, of iets anders? Verderop stonden nog een paar polletjes die op dezelfde manier door het wegdek groeiden. Peinzend vroeg ik me af, of dit mij iets te zeggen had. Iets als: tegen de verdrukking in groeien? Een plantje dat van een minimale hoeveelheid grond kon leven, symbolisch voor hoe ik vaak leef? Stond het er al, voor er asfalt overheen gegooid werd? Dan was het oersterk. Kon ik de asfalt en steentjes die het leven over me heen gegooid heeft, ook trotseren? En in het groot: zouden we de ziekte Covid-19 kunnen overwinnen? Zou het voorbijgaan, net zoals de oorlog voorbij ging na veel dood en verdriet?

‘Mama’, hoor ik in de verte ongeduldig roepen, ‘waar blijf je nou? Kijk, een roofvogel daar achter die bosjes!’

Ik stopte met peinzen, en fietste gauw naar mijn man en kinderen. Eentje wees ingespannen naar de plek, waar de roofvogel zou zitten. Yes, we zagen hem nu allemaal! Plus een ooievaar die statig voorbijvloog, paarden die door de wei galoppeerden, dartele lammetjes, de zon die langzaam achter de horizon verdween…

Het werd kouder, we herdenken de Tweede Wereldoorlog vandaag thuis, maar het leven en de lente gaan uitbundig door.

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie