Een week later

Aangezien ons huis niet bewoonbaar was, en dat van m’n schoonmoeder ongeveer leeg stond, gingen we daar heen om te logeren.

Ideaal om na een uurtje rijden al op de plek van bestemming te zijn! Geen uren plakken in een auto zonder airco (ja, die bestaan nog) om vervolgens uren bezig te zijn met het opzetten van de vouwwagen. Wat bij ons altijd heel lang duurt, elk jaar weer…
‘Hoe moeten die buizen nou ook alweer in elkaar? Hoe krijg je dit middenstuk er in vredesnaam tussen??’ En ondertussen kregen de kinderen dan honger, moest het keukengedeelte opgezet worden, was de blikopener kwijt, enzovoorts.
Niets van dit alles. Hier was alles wat we nodig hadden: een keuken, een badkamer, schone bedden en…Wi-Fi.

De eerste dagen hadden we geen kind aan onze kinderen. Ze zaten gezellig op hun slaapkamer met hun mobieltjes, en kwamen naar beneden als ze trek hadden. Ze zuchtten over onze grapjes, zoals: ‘Zijn jullie al bij de wasgelegenheid geweest? Niet naar de wc tussen 11 en 12, dan wordt het schoongemaakt!’
Ze wilden nergens heen. Niet wandelen, niet fietsen, nou ja éen keer dan onder protest. Af en toe een ijsje of wat lekkers. Het enige wat ze misten van de camping was de trampoline, en andere kinderen. Maar verder vermaakten ze zich prima.
Gerard en ik waren moe en sliepen lang uit. Het ontbijt werd meteen gevolgd door koffie. Gerard rommelde in de tuin, en ik wandelde veel. We probeerden samen cryptogrammen op te lossen, lekker kneuterig.
Intussen kregen we foto’s doorgestuurd van Irene en Simon, hoe de verbouwing vorderde. Ik kreeg ook appjes van vriendinnen die in de buurt van ons wonen.
‘Zo zo, wat zijn ze bij jullie allemaal aan het doen?! Heel de tuin staat vol spullen!’ Ik was er niet helemaal gerust op, maar volgens Simon ging het prima. Loslaten maar weer.

Aan het eind van de week kwam er een berichtje van Simon en Irene. Of we in het weekend langs wilden komen, zonder de kids. Om dan even de laatste dingen te bespreken, te kijken welk gereedschap Simon kon laten staan, om onze nieuwe keuken te bewonderen natuurlijk en gezellig koffie te drinken.
Nou, daar hadden wij wel oren naar! We waren heel nieuwsgierig. Ondanks de foto’s kon ik me er slecht een voorstelling van maken. Dus stapten wij de volgende dag vroeg de auto in en reden naar ons huis. Hoe zouden we het aantreffen?
Eenmaal aangekomen liepen we snel naar de voordeur. Er stond een oude radiator in ons tuintje. Waar kwam die vandaan?
Simon deed de deur open. Hij zag er een beetje moe uit.
‘Oh hallo’ zei hij, ‘zijn jullie er al. We hebben even niet zo’n beste start. Maar kom binnen!’
Irene zat met een bleek gezicht op de grond. Ze was de laatste kastdeurtjes in elkaar aan het schroeven, en zag er nog vermoeider uit dan Simon.
‘Hallo ‘zei ze, ‘ik heb nogal hoofdpijn. Sorry, maar ik heb nog geen koffie gezet. Volgens mij was die trouwens op, en de koekjes ook.’
‘Zal ik even wat boodschapjes doen?’ bood ik aan. Ja, dat kwam goed uit. Zodoende liep ik even later alweer in onze vertrouwde supermarkt. Ook leuk, maar nu wilde ik toch echt de keuken zien!
Weer terug in huis bewonderden we eerst de nieuwe vloer. Die was net gelegd en moest nog geolied worden. Ik vond ‘m prachtig!
Simon was iets in de keuken aan het doen.
‘Waar hebben jullie het koffiezetapparaat gelaten?’ vroeg ik.
‘O ja, die hebben we weggegooid,’ zei Irene. ‘Dat ding was toch niets meer’.
‘Wat?’ dacht ik. ‘Hij zette toch koffie?’
Gelukkig hadden ze wel voor een nieuwe gezorgd. Er stond ook een nieuwe waterkoker, want de oude was ook niet veel soeps meer in hun ogen. Gelukkig hadden ze die niet weggegooid! Maar het nieuwe spul zag er mooi uit, dat moest ik toegeven.
‘En, wat vinden jullie nou van de nieuwe keuken?’ vroeg Simon.
‘Oh, wat mooi!’ riepen Gerard en ik bewonderend. ‘Wow, wat hebben jullie dat snel gedaan! Ongelofelijk!’
Ik had de keuken zelf uitgezocht, maar dat kon ik me nog amper herinneren. Het was toen zo druk geweest allemaal.

Gerard liep de keuken in. Vrijmoedig trok hij laatjes en kastjes open. Ik had enige moeite met het idee dat dit allemaal voor ons was. Ik voelde me bijna overdonderd door zoveel moois.
‘Volgens mij zie je de helft niet!’ merkte Simon op. ‘Kijk, zo doe je het licht aan. Hier is de afstandbediening daarvan met een dimmer erbij.’
Ik keek omhoog naar de lampjes. Die zagen er goed uit! Heel wat beter dan de vorige plastic lamp die ik ooit voor 10 euro had gekocht.
‘Nou mam, hier kan je je voorraden voortaan in doen,’ liet Irene zien. Ze trok weer een andere kast open. Het leek allemaal superhandig.
‘Hallo mensen, is hier al koffie?’ klonk de stem van Toon ineens. Hij was op de fiets en kwam even langs. Niet alleen maar voor de gezelligheid bleek al snel. Hij had de avond ervoor een personeelsfeestje gehad dat tot in de vroege uurtjes duurde. Zodoende was het niet verstandig geweest om naar huis te rijden, en nu stond zijn busje nog in Veenendaal.
‘Als jij me daar nou even brengt, ‘ stelde hij voor, ‘dan help ik je wel met een aanhangwagen huren’.
O ja, dat was moest ook nog. De achtertuin stond vol met tafels en stoelen en bouwafval. Dat moest allemaal weg.
Ik was vervolgens uren bezig met een aanhanger huren, Toon naar z’n bedrijf brengen en daar snel een rondleiding krijgen, en weer naar huis. Vervolgens de aanhanger tot de nok toe vullen met zooi en samen met Gerard twee keer op en neer rijden naar het afvalstation. O ja, en ook nog even naar de Gamma…pfff.
‘Wanneer komen jullie weer naar ons??’ appten Maarten en Janine ongerust. ‘Jullie zijn al zóóó lang weg!’
Dat waren we zeker, het was al bijna zes uur! We keken nog een keer naar onze nieuwe vloer, die Simon aan het lakken was. Geweldig, wat een verschil met de week ervoor toen we vertrokken. Wat een topprestatie hadden ze geleverd!

Simon had ook nog een schema voor ons gemaakt. Want binnenkort waren wij aan de beurt om te werken. We moesten een heleboel sauzen, schuren, verven, nog een keer verven, enzovoorts. Maar ja, stap voor stap. Bovendien….nou ja dat komt dan wel in een volgende blog 🙂

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie