Hoewel ik het woord corona bijna niet meer kan horen, toch maar een verhaaltje erover vanuit de familie van E.
Zes weken geleden gingen onze jongste kinderen eindelijk weer naar school! Onze dochter op de basisschool ging al min of meer een poosje, maar onze middelbare scholier had grotendeels thuis gezeten vanaf maart. Met de nadruk op zitten… Maar nu was de zomervakantie voorbij, en mochten de middelbare scholen ook weer open, hoera!!! Voor mij dan, want zo enthousiast waren de kinderen nu ook weer niet. Maar ik vond het heerlijk om de kinderkamers eens flink te luchten en het huis weer voor mezelf en Gerard te hebben. Gezellig samen koffie drinken, weer eens een verfklus oppakken als hij aan het werk was etc.
De vreugde was van korte duur, want na anderhalve week werd Janine een beetje verkouden. Eerst mocht het nog geen naam hebben, ze klonk een beetje nasaal. Maar de dagen daarna kwam er toch regelmatig genies en gesnotter bij. Oei, corona-achtige klachten?
‘Ik ga me niet laten testen hoor! ‘ zei ze stellig. ‘Ik heb hooikoorts’.
Niet zo waarschijnlijk zo plotseling in september, maar ik gunde haar het voordeel van de twijfel. Ze had geen verhoging of andere klachten. In juni was ze als eerste van de familie al de klos geweest voor een corona-test. De jongeman die bij Janine een neusmonster nam, was wel érg lang bezig om een snotje te pakken te krijgen! Ze was behoorlijk van slag geweest, al was de uitslag later negatief.
Ik twijfelde of ik haar wel met goed fatsoen naar school kon laten gaan. Ze klonk echt verkouden. Toevallig waren er een hoop studenten in Wageningen positief getest op corona, en je kon nooit weten. Maar Janine deed of er niets aan de hand was. ‘Ik ben niet ziek hoor, ik ben allergisch!’ riep ze en snel vertrok ze naar school.
Na afloop kwam ze met een papier thuis. ‘De beslisboom, wat te doen bij corona-achtige klachten’. Hierop een plaatje van een boom met takken, en een uitleg wat je wel en niet moest doen met je verkouden kind. In haar geval was het advies duidelijk: niet naar school!
De dag erna zat ze dus thuis. Maar niet alleen zij, ook haar broer was inmiddels verkouden geworden. Pips en snotterig lag hij op bed, met een beetje verhoging. Dat was tenminste duidelijk. Als echte puber had hij er geen enkel bezwaar tegen om thuis van school te blijven!
Net als in de zomervakantie hingen de kinderen maar wat rond. Telefoon in de hand, koptelefoon op of oortjes in. ‘Wij zijn moe’, straalden ze uit.
Janine knapte dat weekend gelukkig snel op, en maandag kon ze weer naar school. Maar met Maarten was het een ander verhaal. Dagenlang was hij snotterig en helemaal niet fit. Behalve niet naar school, kon hij dus ook niet naar voetbaltraining. Dat vond hij erg jammer, en wij ook…Moeders van teamgenoten appten ongerust of hij zaterdag wel weer beter zou zijn voor de wedstrijd, en of we hem gingen laten testen. Goed idee.
Ik deed dus een poging om de corona-testlijn te bellen. Eerst hoorde je wat algemene informatie, zoals: ‘Wilt u dit in het Nederlands of in het Engels luisteren? Kies dan een 1 of een 2.’
Had je dat gekozen, kreeg je nog meer algemene informatie, plus de opdracht om je BSN-nummer bij de hand te houden. Had je dat opgezocht, dan bleef het even stil. Gevolgd door weer een andere stem die zei: ‘Op dit moment zijn er te veel medewerkers in gesprek. Probeert u het over een half uur nog eens’.
Een half uur later probeerde ik het weer, zoals me gevraagd was. Maar helaas, hetzelfde bandje zei dat ik het over een half uur nog eens moest proberen. Ja zeg, ik had nog meer te doen!
Het kwam er die dag niet meer van, dus probeerde ik het de volgende dag maar weer. Zonder resultaat, elke keer kreeg ik hetzelfde bandje. Best irritant. Pas op de derde dag kreeg ik een medewerker van de coronatest aan de telefoon, na drie kwartier jengelige deuntjes aangehoord te hebben. Yes, eindelijk!
Erg goed nieuws had ze niet voor me. Maarten zou pas in het weekend getest kunnen worden, ergens in Amersfoort.
Amersfoort? Zaterdag? Nou daar ging ik echt niet heen. Tegen die tijd was hij misschien al beter, en ik vond het ook te ver weg.
Vriendelijk werd mij gevraagd of ik er bezwaar tegen had om zo’n eind te rijden, en dat had ik. ‘Geen probleem,’ zei de mevrouw, ‘maar wij zijn verplicht dat te vragen. U bent niet verplicht er op te antwoorden’. Oh. Ze gaf me nog wel de tip om met het RIVM te bellen, voor advies.
Zo gezegd, zo gedaan. Weer 40 minuten in de wachtstand tot ik een medewerker aan de lijn kreeg. Die vond de wachttijd nog zeer acceptabel, ze kende mensen die drie-en een half uur aan de lijn hadden gehangen! Wat een tijdverspilling, dacht ik.
Overigens was het een nuttig gesprekje. We besloten dat ik Maarten thuis zou houden en het gewoon nog een paar dagen aan zou kijken. Werd hij zieker, dan maar weer bellen voor een test.
Gelukkig werd hij niet zieker. Hij leek net als zijn zusje na 6 dagen beter te zijn, en op zaterdag ging hij lekker naar buiten. Het was heerlijk nazomerweer, 25 graden!
En toen werd het zondag. Maarten liep weer flink te hoesten en te snotteren…Dat betekende: alweer niet naar school, voor de tweede week inmiddels. Zucht.
Ik werd het zat en probeerde de corona-testlijn te bellen. Net zolang gewacht tot ik beet had, en een afspraak gemaakt. Woensdagmiddag om kwart voor 5 in Veenendaal. Kon het echt niet eerder? Nee mevrouw, echt niet. Tenzij u naar Helmond wilt rijden, trouwens daar zit het ook vol.
Er zat niets anders op dan onze verkouden knul thuis te houden. Zo ziek was hij helemaal niet, mopperde ik in mezelf. Als er geen corona had geheerst, was hij allang weer naar school gegaan! Maar ja, dit waren nu de regels, en daar hadden we het mee te doen.
Uiteindelijk ben ik drie dagen later met hem naar Veenendaal gereden. Crime om daar te komen in de spits en in de drukte. Zoeken naar de betreffende straat, fout gereden, nog een keer fout gereden, toch goed en ineens waren we er. Een oude fabriekshal, waar vroeger sigaren werden gemaakt.
Ik verwachtte veel drukte, maar er stond slechts 1 auto, en die was van een medewerker. We konden dus meteen doorrijden naar binnen. We hoefden de auto zelfs niet uit. Maarten werd een paar keer om zijn geboortedatum gevraagd en moest toen zijn hoofd buitenboord houden voor de test. Ik had medelijden met hem, het zag er niet echt relaxed uit. Maar in tegenstelling tot het testen bij Janine, was dit in een handomdraai klaar!
De volgende dag probeerden we de uitslag op een website te vinden. Speciaal voor de gelegenheid hadden we Maarten een eigen DigiD aan laten vragen, tip van familieleden die hetzelfde gedoe mee hadden gemaakt. Dat zou sneller gaan dan wachten op een telefoontje. Het enige probleem was dat zoonlief plotseling zijn wachtwoord niet meer wist…ook nergens opgeschreven…Heel verstandig jongen, maar nu konden we nog niks opzoeken!
Zowaar werd er een uur later al gebeld. Goed nieuws; Maarten had geen corona! Ik dacht het wel. Hij was wel lang verkouden, maar zijn eetlust was de hele tijd prima geweest. Toch waren we allemaal opgelucht. Na twee weken thuis hangen, mocht hij eindelijk weer naar school. Zelfs hij had er zin in!
Maar wie had de volgende dag een droge keel? En wie liepen de dagen er na te niesen en te snotteren? Juist ja, Gerard en ik…
Ik ben bang dat de kinderen vaak thuis zullen zitten deze herfst en winter. Is het niet dat zij verkouden zijn, dan wel hun leerkracht die niet vervangen kan worden. Begrijp me goed: ik ben helemaal voor de corona-regels, zolang er geen geen medicijn tegen is! Maar het is een vreemde en onvoorspelbare tijd. Laat ik elke dag maar weer dankbaar zijn als we allemaal gezond blijven. En ééns zal dat virus toch wel op z’n retour gaan?