Gamma-stralen

Op een zonnige zaterdag had ik zin om wat klusjes te doen. Eerst reed ik naar het Afval-brengstation. Ik kom daar graag om oude spullen te dumpen. Gelukkig is dat bij ons in de stad gratis; ik hoorde van andere plaatsen dat je er 15 euro per keer voor moet betalen! Als dat hier ook zo was, had het me al aardig wat gekost.
Ik voel me altijd best stoer, als ik daar in m’n eentje kom. Alleen al door de oude Volvo van onze zoon, die alleen start als je de gebruiksaanwijzing precies weet, haha. Maar ook omdat ik het alleen fiks, terwijl de meesten daar met z’n tweëen lopen. Verder geniet ik er enorm van, als ik Gerard zo ver heb gekregen om spullen weg te doen. Hij bewaart liefst alles, want ‘je weet maar nooit waar je het later nog voor kunt gebruiken!’

Maar goed, ik was gearriveerd. Met een paar oude schemerlampjes en tassen vol snoeren en stekkers, liep ik naar een container voor elektrische spullen. Op de deur hing een poster met wat er allemaal wel en niet in mocht. De lampjes mochten wel, de losse snoeren niet. Waar moesten die dan weer heen? Gelukkig lopen er altijd wel een stel medewerkers rond om aanwijzingen te geven.
‘Snoertjes en kabeltjes? Daar in die witte bak. Losse oude spullen? Gooi maar in de grofvuilcontainer. Nee mevrouw, daar geen pannetjes in!!! Die moeten in de ijzer- en metaalbak’.

Blij dat de auto weer leeg was, reed ik naar de uitgang. Nog even kijken bij de gratis plastic zakken voor PMD. Helaas, die waren allemaal op.
Ik stapte in de auto, draaide de sleutel om in het contact, en… er gebeurde niets. Ik deed het nog eens, maar hoorde alleen: krrr.
Oh nee! Ik zag een jonge vrouw al bezorgd mijn kant op kijken en haar partner met een lange staart ook.
Geen paniek, dacht ik, even rustig nadenken. Hoe zat het ook alweer met de startknop? Zat het tape nog wel goed vastgeplakt, dat moet namelijk heel precies. Ik probeerde het nog een keer. De motor kwam op gang maar sloeg weer af.
Voor de laatste keer duwde ik hard op de startknop, draaide de sleutel om, gaf gas… En ja hoor, ons oude Volvootje reed weer. Ik zag de man met de staart geamuseerd kijken. Hij stak zijn duim op en schudde tegelijkertijd zijn hoofd, zo van “Dat klinkt niet best, mevrouwtje!’
Hij kon niet weten dat we dit euvel al eerder hadden gehad, en met succes opgelost.

Ik reed door naar een grote Doe-het-zelfwinkel. Daar was verf in de aanbieding. Gerard had me thuis precies verteld wat ik moest kopen, en ik had het op een briefje geschreven. Maar bij het binnenkomen van die winkel raakte ik al in de war. Dat gebeurt bijna elke keer als ik in die winkel ben, dan weet ik ineens niet wat ik moet doen. Alsof er iets hangt, wat klanten in de war maakt… Zo kon ik het schap van de bewuste verf niet eens vinden, was het nu al op?
Twijfelend liep ik rond. Misschien stond het op een andere plaats?
Ik zag intussen wel een heleboel andere nuttige dingen. Zoals een verfrolhouder met daarbij passende rollertjes, en allesreiniger. Daar kun je er nooit teveel van hebben toch? Achteloos zette ik een fles in m’n wagentje en zocht verder naar de verf.
Aha, die stond toch voorin. Maar er stonden nog maar vier blikjes, en niet eens de kleuren die ik moest hebben! Geërgerd keek ik om me heen. Schuin voor me zag ik een man staan met een winkelkarretje vól verfblikken. En zo te zien precies diegene die Ik nodig had. Ja hoor, door zulke asociale types viste ik weer achter het net!
Maar gelukkig, uiteindelijk vond ik toch een schap met de verf die ik zocht.
Meteen nog maar een spuitfles in dezelfde kleur voor de verwarming beneden, waarom niet. En nu ik er toch was, aan de andere kant van de winkel hadden ze ooit van die handige viltjes voor onder stoelen. Ook dat was wel weer even zoeken. Een jong stel stond net uitgebreid te praten op de plek waar ik moest zijn.
‘Pardon, mag ik even?’, vroeg ik vanachter mijn mondkapje. Snel pakte ik drie verschillende doosjes, zodat het stel verder kon discussiëren. Het viel niet mee, zo te zien. Voor de tweede keer die dag, was ik blij dat ik alles in m’n eentje kon beslissen.

Nadat ik afgerekend had (84 euro voor een paar dingetjes?) liep ik nog gauw even een naastgelegen vintage-winkel binnen. Heerlijk ruim, maar overvol. Waar moest ik beginnen met kijken, en naar wat eigenlijk? Toch een ander bankstel, hoewel we er pas één voor niks hadden gekregen?
Ineens voelde ik me heel moe en besloot naar huis te gaan. Gerard zou blij zijn met de verf en alle andere dingen die ik gedaan had.

Thuis aangekomen zette ik de doos met aankopen op tafel, en plofte op de bank. Gerard keek wat er in de doos zat.
‘Allesreiniger?’ vroeg hij verbaasd. ‘Verkopen ze die daar ook al?’
Vervolgens pakte hij het eerste blik verf. ‘Wit’ las hij voor. ‘Hee, je zou toch gebroken wit halen?’
‘Die heb ik ook, kijk maar,’ zei ik en wees naar het andere blik. ‘Gebroken wit’, las Gerard hardop. ‘Hoogglans. Hoogglans, waarom heb je dat gekozen? We hebben overal zijdeglans, dat weet je toch wel?’
Eh nee, ik had er eerlijk gezegd niet eens op gelet.
‘Je had toch een papiertje bij je? Ik had nog gezegd: maak een lijstje!’
Papiertje? dacht ik. Oh ja… zelfs daar had ik niet aan gedacht in die winkel.
Nu begon ik mezelf te verdedigen. ‘Nou zeg, je hebt het alleen maar over wat er niet goed is. Ga dan zelf, ik ben wel anderhalf uur bezig geweest! Al die soorten wit ook, ik kan me gewoon niet concentreren in die winkel.’
‘Nee, en daar was dus dat briefje voor’, merkte Gerard op.
‘Volgens mij hangt er een bepaald soort straling in die winkel’, zei ik. ‘Stralen die maken dat je van alles koopt, maar niet datgene waar je voor komt’.

Ik vond het wel een leuke theorie. Beter dan toegeven dat ik mijn hoofd er weer eens niet bij had gehouden…
Gerard zuchtte en gaf me koffie met warme melk. Maarten had honger, en Janine wilde juist niet eten. Heerlijk, die zaterdagochtenden. En met de verf zou het ook wel weer goed komen.

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie