Nu wij eindelijk door de kleine kinderen heen zijn, zou je denken dat mijn nachtrust weer goed is. In ons grote gezin was er altijd wel een baby die ’s nachts huilde, een kind dat ziek werd, eng gedroomd had of niet meer konden slapen. Later werden dat de meiden die schoolfeestjes hadden en laat thuiskwamen, onze zoon die uitging tot weet-ik-hoe-laat-’s nachts.
Eigenlijk ben ik zo gewend geraakt aan wakker worden ’s nachts, dat ik hoofdpijn krijg als ik eens een hele nacht doorslaap!
Gelukkig zorgt mijn gezin er wel voor dat dat niet vaak gebeurt… Onze jongste heeft volgens mij nog nooit één nacht fatsoenlijk doorgeslapen in haar 10-jarige leventje. Iets met licht slapen en een vol hoofd. Verder heeft Gerard onregelmatige diensten, ook nachtdiensten dus. Sinds corona in ons land is, werkt hij meestal thuis, ook ’s nachts dus. Maar ook daar ben ik aan gewend.
Onlangs werd ik ’s nachts wakker van iets heel anders. Iets wat ik meer in het voorjaar zou verwachten dan in november.
Eigenlijk werd ik allereerst wakker omdat ik het ontzettend warm had. Ik bleek zo ongeveer klem te liggen tussen Gerard en mijn jongste dochter. Zij kruipt nog altijd graag bij ons in bed, maar nu ze alsmaar groeit en groeit, neemt ze steeds meer plek in.
‘Kom’, zei ik, ‘we gaan gewoon weer naar je eigen bed’. Met ‘we’ bedoelde ik natuurlijk dat zij naar haar eigen bed moest. Janine mompelde wat en kwam slaperig overeind. Zonder protest liep ze mee richting de trap, naar haar eigen kamertje.
ZeIf was ik inmiddels klaarwakker, en ik hoorde een vreemd geluid. Toevallig was Maarten ook wakker geworden.
‘Wat hoor ik nou?’ vroeg ik hardop.
‘Kattengejank’, bromde Maarten. ‘Jaag jij ze even weg mam, ik wil slapen!’ En hij draaide zich lekker om, onder zijn warme dekens.
Janine begon ook al te klagen over de katten, of ik ze misschien stil kon krijgen.
‘Ja ja’, zei ik, ‘ik ga wel even kijken.’
Ik liep naar beneden en zocht in de donkere huiskamer naar sleutels, mopperend in mezelf dat Gerard ook nooit eens wakker wordt van dit soort dingen.
Maar ja. Met een ruk opende ik de achterdeur en speurde de tuin af. Wij hebben zelf twee poezen, en ik wilde niet op m’n geweten hebben dat die de buurt wakker hielden met nachtelijk gejank.
In eerste instantie zag ik niets, maar even later hoorde ik soort van gegrom. Wacht eens, het klonk verderop bij de brug. Door het licht van de straatlantarens kon ik in elk geval één boosdoener zien. Aha, die dikke kat van de familie X. Een brutaal beestje dat overdag ook geregeld door onze achtertuin sluipt.
Omdat ik onze poezen niet zag, deed ik de achterdeur dicht en liep naar de voordeur. Twee doodsbange katten stoven onmiddellijk langs mijn benen naar binnen, toen ik de deur opende.
‘Gelukkig’, dacht ik, ‘zij hebben tenminste geen lawaai gemaakt.’ Die conclusie kon ik eigenlijk niet 100 % bevestigen. Maar in elk geval waren onze poezen braaf binnen. Toch hoorde ik nog steeds gejank op de brug.
‘Erop af’, dacht ik, ook al was het midden in de nacht en was ik alleen. Ik trok gauw een jas aan over mijn pyama en ging naar buiten, gewapend met een gietertje water.
Toen ik even later bij de brug kwam, was daar geen kat te bekennen. Hoe kon dat nou, hadden ze me al geroken of zo?
Ik liep een paar keer heen en weer maar nee, ik zag niets. Dus ging ik terug naar huis met m’n gieter nog vol water. Nog één keer keek ik achterom. En wie zat daar op een afstandje naar me te loeren?
Precies, de brutale kat die onze arme poezen altijd bang maakt. Snel liep ik terug naar de brug en rende richting kat. Die rende op zijn beurt heel hard weg voor mij, de straat in. Met een grote zwaai gooide ik heel de gieter leeg, om hem nog duidelijker te maken die ‘ie op moest hoepelen. En dat deed ‘ie, hij bleef rennen tot ik hem bijna niet meer zag.
Pfff, operatie kat was ten einde. Ik liep gauw weer naar huis, waar het stil en donker was. Iedereen sliep. Zachtjes ging ik de trap op en kroop weer in bed. Het was kwart over 4. Het duurde nog wel voor ik weer in slaap viel, maar ik heb geen kat meer gehoord.
De volgende ochtend bleek Gerard totaal niets gemerkt te hebben. Verbaasd hoorde hij mijn verslag van de nacht aan. Zijn dochter had hij niet gehoord en ook geen kattengejank. Heerlijk als je zó vast kunt slapen! Maar ja, hij draait nachtdiensten en dat zou ik echt niet trekken. En zo verdelen wij de lasten nog aardig, toch?