Pech onderweg – 2-

Sjonge, wat een ellende overal. Ik kijk geen nieuws meer. We hebben ooit een abonnement op de krant genomen om bij te blijven, maar de laatste tijd vraag ik me af of ik wel bij wìl blijven. Al dat gedoe over corona, Sinterklaasintochten die niet doorgaan, mensen die elkaar om de gekste reden afmaken… En dan is het ook nog eens december. Mijn opa zaliger maakte vroeger indruk op mij, door zuchtend te praten over ‘die donkere dagen voor kerst’. Als alleenstaand weduwnaar had hij daar behoorlijk moeite mee.
Als kind snapte ik niet waar hij het over had. Gezellig toch, december?! Ik was al sinds oktober bezig voor iedereen sinterklaascadeautjes te kopen en gedichtjes te schrijven. En na alle cadeaus en snoep van 5 december was het advent. Heerlijk toeleven naar kerst en de kerstvakantie! Hopen dat het ging sneeuwen en vriezen; die kans zat er toen nog best in.
Tegenwoordig werk ik me net zo zuchtend als mijn opa door die donkere dagen heen. Ik vind er niks aan. Het liefst zou ik in bed blijven om een winterslaap te beginnen, want ik sta elke dag moe op en val overdag zomaar in slaap. Leuk winkelen voor Sinterklaas is er niet meer bij door corona, en samen met alle kinderen Sinterklaas vieren mag niet van de regering.
En dan hebben we ook nog eens een kapotte auto!!!
Ja ik weet het… op wereldniveau stelt dat totaal niets voor, maar in het klein hier is het toch wel lastig.

Ik was dus ergens onderweg gestrand en de ANWB zou komen helpen. De ANWB werd vertegenwoordigd door een man van 40, die enige haast leek te hebben.
‘Mag ik de sleutel?’, was zijn eerste vraag. Dit nadat hij verteld had, dat hij mij niet kon bereiken op mijn mobiel. Vreemd, die stond gewoon aan. ‘Maar toen bleek ik een verkeerd nummer te hebben. Intussen heb ik uw zoon wel aan de telefoon gehad.’
Nee hè, dacht ik, dan wist hij ook al dat de auto kapot was!
‘Ehm… de sleutel?’, herhaalde meneer zijn vraag.
Ik voelde in mijn zakken en keek in m’n rugzak. Weg sleutel; nou dat weer! Ik gooide jas en tas op de grond en liep terug naar m’n coach, die net de voordeur op slot stond te doen.
‘Ben je wat kwijt?’, vroeg ze.
‘Ja, de autosleutel’.
‘Nou binnen ligt er niets meer, dat weet ik zeker.’
Als zij dat zo zeker wist, dan zou dat wel zo zijn. Maar waar had ik dat stomme ding toch gelaten?
Ik rommelde nog eens in mijn rugzak, en ja…gelukkig! Gerard noemt mijn tas altijd een grabbelton. Volgens hem zitten er zoveel onnodige dingen in, dat ik nooit kan vinden wat ik nodig heb. Aan de andere kant, hij is ook heel vaak wat kwijt en dan vind ik het altijd weer terug.
‘Geef die sleutel maar hier,’ zei de ANWB-meneer.
‘Ik denk niet dat je hem zelf aan de praat krijgt hoor,’ zei ik, ‘het slot heeft ook nog een gebruiksaanwijzing’.
‘Nou, start hem dan zelf maar!’, zei meneer ietwat ongeduldig.
En dat deed ik. Een vreselijk ratelend geluid was het gevolg, al startte de motor wel.
‘Laat de koppeling eens los,’ was de volgende opdracht.
De ANWB-meneer wist genoeg.
‘Ik denk dat je de versnelling helemaal naar z’n grootje hebt gebracht. Vertel nog eens wat er onderweg gebeurde?’
Hoofdschuddend hoorde hij mijn verhaal aan. ‘En dan ook nog gewoon doorrijden, oh oh oh. Dat gaat je een hoop geld kosten hoor, ik schat zo’n 1500 euro’.
1500 euro?? Crisis!!! Dat gingen we er echt niet meer aan uitgeven.
Eindelijk kreeg hij een beetje medelijden met me, geloof ik. In elk geval begon hij wat vriendelijker van toon tegen me te praten.
‘Je kunt hier niet meer mee naar huis hoor’, zei hij vaderlijk. ‘De auto moet hier in de buurt even een nachtje logeren, en dan wordt ie morgen in jullie woonplaats gebracht.’
Een nachtje logeren? Het leek wel of hij het tegen een kleuter had die naar het ziekenhuis moest of zo.
Maar het kon me allemaal niet veel meer schelen. Als hij maar wat ging regelen, ook dat ik weer eens naar huis kon bijvoorbeeld. En dat deed ie voor me. Hij was amper weg, of ik voelde tranen omhoog komen. Van schrik na alles en van zelfverwijt. ‘Stom gedoe met die auto, ik kon ook niks! Ik had toch zelf wel kunnen bedenken dat ik moest stoppen? En aan die mannen had je ook al niks!’

Gelukkig had ik wel wat aan mijn eigen mannen. ‘Kan gebeuren. Jij kon er toch niets aan doen?’ zei onze zoon. ‘Blij dat het jou overkwam en niet mij…’, zei manlief. Ach ja, hij bedoelt het goed.

Gisteren is ons bakbeestje opgehaald door een sloopbedrijf. Ik stond in m’n eentje drie kwartier in de regen te wachten, totdat er iemand aan kwam rijden. Een vrolijke man die niet moeilijk deed . Vakkundig reed hij de auto op zijn sleepwagen. We kregen nog een zakcentje mee, en toen waren we weer autoloos.

Er zijn ergere dingen, veel ergere. Maar misschien heb je nog een tip voor een goede en betrouwbare tweedehands auto? Eentje die niet steeds gerepareerd moet worden graag.

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie