De dag voor de harde lockdown – gisteren dus- begon net als zoveel andere dagen in december. Grijs en grauw, een beetje miezerig. De hele dag het licht en kerstlampjes aan om het wat gezelliger te maken.
Het was de laatste week voor de kerstvakantie. Normaal is dat best een drukke week; de traditionele kerstviering met de kinderen van de basisschool, oefenen voor een lied of toneelstukje in de kerk, kerstkaarten schrijven of in elk geval een poging daartoe doen. Maar vooral: het huis nog heerlijk een week voor mezelf voordat de kinderen elke dag thuis zouden zitten!
Vanwege corona was het allemaal al anders. Geen kerstviering met school, al helemaal niet met de kerk want die draaide nog niet eens, sombere berichten dat het aantal coronabesmettingen alleen maar toenam. En hoe zouden wij als gezin kerstmis gaan vieren? Zeker niet met z’n allen, zoals vorig jaar. Maar welke kind laat je komen als er maar twee of drie zijn toegestaan, en je hebt er zes?
Terwijl ik de was ophing en dit overdacht, voelde ik me onrustig. Ik ben redelijk gevoelig, ook voor veranderingen die in de lucht hangen. Ik maakte me er zorgen over en ergerde me aan Gerard…die zich op zijn beurt ook aan mij ergerde. We hebben beiden onze eigenaardigheden. Hij kan ontzettend lang doorgaan over eenzelfde onderwerp. Soms begrijp ik niet waar hij het over heeft, en dan haak ik af. Dan vindt hij dat ik niet naar hem luister en een soort tunnelvisie heb…spraakverwarring alom.
Zo had Gerard het er al dagen over dat het voer voor de duiven op was, en dat er dus nieuwe zakken gekocht moesten worden. Liefst zakken met inhoud van 20 kilo. Beetje zwaar achterop de fiets als je geen auto hebt…Hij wilde dus eerst een auto lenen, in combinatie met iets anders nuttigs. Maar ik wilde gewoon naar die winkel fietsen en dan kleinere zakken kopen. Gezellig toch, even samen er op uit?
‘Nee,’ zei Gerard, ‘dat ga ik niet doen. Helemaal niet handig.’
Okay, dan niet. Ik besloot om niet in discussie te gaan, maar mijn eigen plan te trekken. Ik ging gauw naar de bibliotheek, voordat de lockdown een feit zou zijn. En ’s middags dan op zoek naar een kerstboom.
Ik fietste naar een boerderijwinkel twee kilometer verderop. Ze verbouwen daar biologische landbouwproducten en je kunt er ook kerstbomen kopen. Je kunt ze zelfs ter plekke uit de grond halen. Dat had ik een paar jaar geleden gedaan. Aangezien het toen gevroren had, was de grond keihard. Ik was een uur bezig geweest om die boom eruit te krijgen!
Nu ging ik snel kijken naar de bomen die al klaar stonden. Het waren er niet veel meer. Je kon kiezen tussen kleintjes van hooguit 50 cm, of grote die ik lelijk vond en die toch nog 25 euro kostten.
Ik twijfelde. Belde Gerard op om te overleggen, en zag een onbekend nummer dat mij twee keer geprobeerd had te bellen (bleek achteraf van onze zoon te zijn). Ik aarzelde en koos uiteindelijk dan maar voor een kleine. Maar helemaal tevreden was ik niet.
Op dat moment kwam er een man in de winkel met een korte broek aan. Hij vroeg of er nog kerstbomen op het land stonden.
‘Nou, misschien nog een paar’, zei de verkoopster vaag. Op mijn opmerking dat ze bij de winkel zelf ook niet zoveel bomen meer hadden, zei ze:
‘Ja, dan moet u maar eerder komen. Volgend jaar in de agenda: direct na Sinterklaas een kerstboom kopen!’ Ofwel eigen schuld, dikke bult.
Ineens kreeg ik ook zin om naar dat stuk grond te lopen, waar ik destijds zo had staan ploeteren. Ik had geen schep, maar die ene man in de winkel pakte een riek of hooivork uit zijn auto. Wie weet zou hij me helpen.
Er stond een hele rij kleine boompjes, een aantal middenmaatjes, en een paar vrij volle bomen. De man plantte zijn hooivork bij zo’n volle boom, en begon te spitten. Het leek vrij makkelijk te gaan. ‘Als we toch 5 weken thuis moeten zitten, dan maar een leuke kerstboom,’ zei hij.
Ik was het helemaal met hem eens, dus keek ik nog eens goed rond. Hee, daar stond echt een mooi boompje! Precies het formaat dat ik wilde hebben, en stukken mooier dan die bomen bij de winkel. Ik hoopte dat de man met zijn riek even wilde helpen, en draaide me om. Maar hij liep al weg, met boom en al! Hij ging me helemaal niet helpen…
Tja, daar had ik niet op gerekend. Maar wacht, als hij die boom zo makkelijk uit de grond kreeg, dan kon ik dat vast ook wel. Ik ging gewoon met blote handen proberen te graven, op m’n knieën.
Het was heel anders dan de vorige keer, want ik kwam makkelijk de grond in. Vrij snel zat ik al bij de wortelkluit en ik groef lekker door. Probeerde de kerstboom eruit te trekken, nee dat lukte niet. Eerst wat draaien aan de stam en nog verder graven. Nog een paar keer trekken en draaien, ik kreeg er plezier in. En ja hoor, ineens was ‘ie los.
Trots sjouwde ik mijn uitgegraven boom naar de winkel.
‘Nou, ik heb een andere gevonden,’ zei ik. ‘Ik heb hem uitgegraven, en ik wil hem ruilen voor die kleine dat ik net had gekocht.’
De vrouw keek me ongelovig aan, al zag ze wel dat ik erg vieze handen had.
‘Waar staat ‘ie dan?’ vroeg ze.
Ik wees hem buiten aan, waar ik ‘m had neergezet.
‘Oh, nou zeg. Enne… wat had u voor die kleine betaald?’ vroeg ze. Ze leek niet vaak klanten te hebben die een boom met blote handen uitgroeven.
‘Nou, het is wel goed zo’, zei ze. ‘Neem maar mee’.
Blij als een kind liep ik terug naar huis. De kerstboom had ik zo’n beetje in mijn fietstas gezet, waardoor ik niet op het zadel kon zitten. Nou ja, wat kon mij het schelen, mijn dag was al goed!
Thuis aangekomen, was het meteen gedaan met de vreugde. Gerard deed de deur open. ‘Waar is Janine?’ zei hij. ‘De begeleidster voor Janine is er al, maar ze is weg!’ Oh boy, ik was totaal vergeten dat de begeleidster zou komen.
‘Ik ga haar wel even zoeken,’ zei ik gehaast. Ze zat vast in het speeltuintje vlakbij. Terwijl Gerard net de kerstboom van mijn fiets had gesjord en ik weg wou lopen, draaide er een auto ons plein op. Een onbekende meneer met een jongen én onze zoon van 13 stapten uit. Hij zag spierwit.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik geschrokken. ‘Ben je ziek of zo, of ben je gevallen?
Hij bleek te zijn gevallen met zijn fiets, en niet zo zachtjes ook. Er zat een flinke slag in zijn wiel, en afgezien daarvan kon hij nauwelijks lopen van de pijn…Vandaar dat hij gepoogd had mij te bellen. Wat een pech!
Diezelfde avond sprak onze premier ons ernstig toe dat Nederland op slot ging. Geen intelligente lockdown dit keer, maar een harde. Een hele lijst veranderingen, die we gelaten aanhoorden. Maar in elk geval hadden wij een leuke kerstboom in huis. En een kind dat mank liep, en zes cupcakes die Joelle en de begeleidster hadden gemaakt. Een bijzonder begin van de kerstvakantie, 2020.