Vroeger hadden wij een kalender, waarop niet alleen de maanden stonden, maar ook een bijnaam voor elke maand. Ik weet ze niet allemaal meer precies, maar de eerste drie kan ik me nog wel herinneren. Januari was de louwmaand, februari de sprokkelmaand, en maart -niet zo verrassend- de lentemaand.
Februari sprokkelmaand. Dat vond ik vroeger al zo’n leuk woord. Sprokkelen riep bij mij het beeld op van hout sprokkelen in het bos. Vast niet zo romantisch voor de mensen die echt de kou in moesten, maar toch klonk het gezellig. Ik zag een vader voor me die met de oudste kinderen een flinke bos takken verzamelde, terwijl er een dik pak sneeuw lag. Iedereen klompen aan met stro, kranten onder de kleren om warm te blijven en zoeken maar. En een moeder die met de kleintjes binnen bleef, lekker warm bij de kachel die zacht snorde op de laatste restjes hout. Appelmoes sudderend in een pannetje…je zou er zin in krijgen!
In feite is dat woord sprokkelen afgeleid van een Latijns woord: spurcalia. Ik heb opgezocht wat dat eigenlijk precies betekent, en ik keek ervan op. Netjes omschreven was het een soort reinigingsfeest in februari in de Romeinse tijd, maar letterlijk betekent het ‘smerig’. Want de Germanen, de oorspronkelijke bewoners van hun gebied, vierden ook zo’n feest, maar dan een stuk erger…smerig en onkuis volgens de Romeinen! Mmm, weer wat geleerd vandaag.
Terug naar het heden. Februari staat dit jaar qua weer in het teken van uitersten. Van zacht weer met wateroverlast, naar sneeuw en ijzige kou, gevolgd door nog zachter lenteweer. Saharazand kleurt de luchten prachtig roze. Warm koud warm. Wat een overgangen elke keer, en dan te bedenken dat ik zelf ook nog eens in de overgang zit!
Terwijl het stof uit de Sahara neerdwarrelt op de auto’s in de straat, gaan mijn gedachten terug naar de vrieskou. Anderhalve week geleden nog maar stonden ‘we’ massaal op het ijs. Ik ook. Ik ben echt geen schaatsfanaat hoor, door het jaar heen zie je mij niet op overdekte ijsbanen. Maar van natuurijs word ik echt heel blij! Dan wil ik hoe dan ook schaatsen, zodra het enigszins betrouwbaar is. Dat duurde dit jaar wel eventjes. We werden flink gewaarschuwd door deskundigen om niet het ijs op te gaan na een paar nachtjes vriezen, en al helemaal niet op open water.
Af en toe ging ik kijken hoe het ijs erbij lag in de buurt. Niet heel aantrekkelijk,eerlijk gezegd. Geribbeld door sneeuw en harde wind, overal wakken. Op donderdag stond ik langs de kant bij een grote vijver waar heel wat jongelui schaatsten. Ik keek naar de wakken, en besloot nog maar een dagje te wachten.
Op vrijdag vroeg een vriendin of ik al geschaatst had, zij al wel. Dat schudde me wakker. Als zíj al geschaatst had, dan kon ik dat natuurlijk ook!
Zo ging ik dapper meteen maar naar een plek bij de uiterwaarden. Toen ik daar aan kwam, liepen er al heel wat mensen weer terug. Toen ik naar het ijs keek, snapte ik wel waarom…het zag er heel slecht uit aan de kant. Maar verderop was men toch aan het schaatsen, blijkbaar was het ijs toch dik genoeg. Ik besloot het erop te wagen. Bond mijn schaatsen onder, glibberde op m’n billen de gladde helling af, en zette voorzichtig voet op het ijs. Heel eng om door water te schaatsen, maar ik zakte er niet doorheen. Verderop zag het ijs er beter uit. Als vanzelf duwde de wind me daarheen, en voor ik het wist was ik al een heel eind van de kant. Aarzelend keek ik nog een keer achterom, was het niet te gevaarlijk wat ik deed? Maar ik kon niet meer stoppen, alleen al niet door die harde oostenwind. En voor en achter me zag ik genoeg andere waaghalzen rondjes schaatsen, dus deed ik maar mee. Met knikkende knieën weliswaar, maar het lukte. En ik genoot! Het was prachtig. Een spiegelende ijsvloer, een blauwe hemel met wat plukjes wolken, vrolijke mensen die mij allemaal inhaalden… Het gekraak van ijs, het geschraap van schaatsen en fluitende wind in m’n oren.
Twee grote rondjes hield ik het vol. Om op de kant te komen, moest ik weer de nodige toeren uithalen. Maar het was een geweldige ervaring.
De dag erna ging ik ergens anders schaatsen, met drie van onze kinderen. Maarten, Janine en Johan van bijna 25 die later zou komen. De tieners sputterden zoals gewoonlijk eerst tegen. Ik moest nog aardig wat overredingskracht gebruiken om ze mee te krijgen. ‘Schaatsen is toch leuk! En over een dag gaat het misschien alweer dooien!’, zei ik. Mopperend fietsten ze achter me aan. ‘Moet het echt? Waarom nou?’ hoorde ik verschillende keren achter me. Maar ik zei niks terug. ‘Als we er eenmaal zijn, dan vinden ze het vast wel leuk’, dacht ik. We stalden onze fietsen en zochten een plekje aan de kant waar we de schaatsen aan konden doen. Het had flink gevroren en het ijs op die sloot zag er veelbelovend uit. Ik schaatste zo alweer weg.
Even later merkte ik dat ik niet gevolgd werd. Maarten, die inmiddels niet meer boos was, paste zijn schaatsen niet. En Janine stond treurig op mijn oude kunstschaatsen te wiebelen. ‘Ik kan het niet!’ klaagde ze, ‘Het is veel te moeilijk met deze schaatsen’. Het huilen stond haar nader dan het lachen, en op den duur trok ze ze uit. Wat ik ook zei over vallen en opstaan, het hielp niks. Gelukkig vond ze een vriendinnetje met wie ze gezellig rond ging lopen. Maarten stampte intussen uit verveling een gat in het ijs, hij moest toch wat. Maar opeens zakte hij er met een voet doorheen…koud!!! Goeie reden voor hem om snel weer naar huis te kunnen.
Johan was die dag de reddende engel. Hij toonde zowel begrip voor mij als voor zijn zeurende broer en zusje. ‘Koop volgend jaar gewoon fatsoenlijke schaatsen voor die kinderen, zul je zien dat zij het dan ook leuk vinden’, raadde hij me aan. En verder schaatste hij vrolijk met mij mee. En ik genoot ervan, hoewel ik minstens vijf keer viel omdat ik de verkeerde maat schaatsen aan bleek te hebben. Ik had die van Maarten en mij per ongeluk verwisseld…
Zondag was de topdag op schaatsgebied. Samen met Johan en nu met de goede maat schaatsen, fietste ik weer naar de uiterwaarden. Wel een andere plek dan vrijdag, maar daar zou het het volgens Johan ook heel mooi zijn.
Nou, hij had niets overdreven. Het was niet gewoon mooi, het was sprookjesachtig! Goed ijs, veel ruimte, grote vlaktes en beschutte plekken. Je kon zelfs tussen de bomen van een bevroren bosje heen schaatsen, heel bijzonder. Er hingen ijsplaten in de takken, restanten van hoe hoog het water had gestaan. Af en toe een knalde er een brok ijs naar beneden, maar dat mocht de pret niet drukken. De snijdende oostenwind van de dagen ervoor was gaan liggen, dus het was ook nog eens minder koud. En dat samen met mijn stoere zoon, die het niet eens gek vond om met zijn moedertje te schaatsen! Genieten was het, in de overtreffende trap.
Maar goed, genoeg over het ijs. Het is warm vandaag buiten, terwijl de lente officieel pas over een maand begint. Februari sprokkelmaand, ach…voor mij en veel anderen was het een bijzonder mooie maand!