Dertig jaar geleden, zo’n beetje dezelfde tijd als nu, gingen Gerard en ik op huwelijksreis. We hadden maanden naar onze bruiloft uitgekeken, heel veel voorbereidingen gehad, en toen was het dan zover. We boften op onze trouwdag met mooi weer – leuk voor de foto’s! – en genoten van alle mensen die voor ons gekomen waren. Maar het was ook best vermoeiend. Een honeymoon leek ons wel wat. We planden een reis met de trein naar Oostenrijk, leuk!!! Daar hadden we elkaar leren kennen; toepasselijk om naar terug te gaan, toch?
Eh… was het echt zo leuk? Als ik kijk naar de foto’s die Gerard van me maakte, zag ik er moe en sacherijnig uit. De gereserveerde slaapcoupé van de nachttrein was niet zo rustig als beloofd, ofwel ik deed geen oog dicht. En die Gerard bleef maar praten.
“Kan die jongen nou eindelijk eens zijn mond houden?‘, dacht ik geïrriteerd. Maar ja, we waren net getrouwd, dat soort dingen mag je dan toch niet denken? In Oostenrijk aangekomen reisden we door naar het dorpje, waar ook het kamp was geweest. Het was er koud en nog best kaal. In Nederland stonden de struiken en bomen al in bloei, maar hier leek het nog volop winter. Aan het eind van de week verwachtten ze zelfs een dik pak sneeuw! Wij hadden daar helemaal niet op gelet thuis, zo druk waren we geweest met onze bruiloft.
Gelukkig was onze kamer gezellig en was er een ligbad bij. Het eten was ook prima, dus dat zat allemaal wel goed. Alleen het aspect van op elkaar afstemmen, dat had nog wat voeten in de aarde. Ik had toen nog geen idee waar dat aan lag.
Gerard en ik hadden niet samengewoond, uit principe. We kenden elkaar dan wel anderhalf jaar, maar een heleboel wisten we nog niet. Om maar wat te noemen: seks en zo… Hartstikke leuk hoor, maar hoe moest dat allemaal? Ik moest ook wennen aan het feit dat ik de hele dag iemand om me heen had. Dat vond ik raar van mezelf. Als je echt van elkaar houdt, vind je alles toch leuk? Maar ik vond niet alles leuk! En dat was wederzijds. Gerard ergerde zich aan dingen die hem voorheen niet opgevallen waren. Regelmatig kreeg ik te horen dat ik niet meewerkte aan een mooie foto. Hij had dan iets in z’n hoofd, dat ik naar een dorpje moest wijzen of op een bepaalde manier kijken. Dan moest ik heel lang stilstaan, vond ik, en daar had ik geen zin in. Met als gevolg: allebei boos.
Had iemand me toen maar verteld dat het niet gek was wat ik voelde… Dat trouwen en een relatie hebben heel mooi is, maar niet betekent dat je constant dolgelukkig bent. Dat je je leven lang samen de tijd hebt om elkaar beter te leren kennen… hoe mooi en waardevol is dat! Maar het duurde jaren voor ik dat begreep. Het was verder fijn om te wandelen in de Oostenrijkse bergen, al was het behoorlijk koud. We kwamen zelfs een keer bijna vast te zitten met een busje in de sneeuw, de zogeheten Taxi Maxi. Herr Maxi stapte uit en ging ter plekke sneeuwkettingen om de banden doen. Zodoende kwamen we toch veilig hogerop de berg.
Op de laatste dag brak er eindelijk een voorjaarszonnetje door, toen we in Salzburg waren. Een heel mooi en romantisch stadje; leuk om te bekijken. En op de terugreis in de trein kon ik gelukkig wel slapen. Dus uiteindelijk kwam ik tevreden thuis.
Terug in Nederland vertelden we natuurlijk aan iedereen hoe geweldig het was. Trots lieten we – na een week, want ontwikkelen en afdrukken – onze foto’s zien, en die waren ook echt mooi. De foto’s van onze bruiloft waren helemaal super. Toch weer -letterlijk- dat romantische plaatje. Wat het niet steeds was, maar ja. Daar praatte ik maar niet over.
Ondertussen hadden we allebei nog geen baan. Zodoende zaten we veel thuis. Het leek wel coronatijd, achteraf gezien. We hadden alleen nog geen internet en geen mobieltjes. We woonden in een tweekamerappartement,. Veel ruimte om terug te trekken was er dus niet. Maar Gerard maakte een hoekje voor mij in de slaapkamer. Daar kon ik lekker aan mijn bureautje schrijven of wat naar buiten staren. Heerlijk vond ik dat en zo lief bedacht!
Héél lang heeft dat bureautje daar overigens niet gestaan, want het moest plaats maken voor een wieg. We werden papa en mama! En al klinkt het misschien cliché; een kindje krijgen is echt wel het mooiste wat er is. En dan heb ik het dus niet over de bevalling; wat een toestand was dat.
Omdat we nu 30 jaar getrouwd zijn, hebben we onze honeymoon nog eens dunnetjes overgedaan. Niet naar Oostenrijk (mag niet eens, vanwege corona) maar gewoon in Nederland. Geen pension in de bergen, maar een hotelletje aan het strand!

Gelukkig geen sneeuw. Wel zon, zee, wind en wolken. Niet gezellig eten of drinken in een sfeervolle zaal, maar simpel met een dienblad op onze kamer (alweer vanwege corona). Mondkapjes op in de gang en niet met z’n tweeën het eten ophalen aub. Maar wat gaf het? Zelfs terwijl de regen ’s nachts tegen het raam kletterde en de wind om het gebouw huilde, waren we gelukkig! We hadden elkaar en we hadden onze kinderen. We kennen elkaar intussen beter dan in het begin, we herkennen onze eigen zwakheden en leren daarvan. Ik maak me niet meer druk over Gerard z’n ge-fotografeer, ik maak er zelf minstens zoveel! En verder? Ach, dat schrijf ik wel weer eens in een andere blog…
