Naar de huisarts #coronatijd

Ik moest even voor iets naar de huisarts. Vier minuten te laat stond ik hijgend voor de balie. ‘Ik heb een afspraak bij de assistente van die en die’, zei ik.
‘O ja, ik zie het’, zei de mevrouw achter de balie. ‘Gaat u nog maar rustig zitten hoor’.
In deze praktijk zitten wel 4 of 5 huisartsen, dus normaal zit de wachtkamer flink vol. Vandaag zat er maar een handjevol mensen. Dat kon ook niet anders, want op de meeste stoelen lag een papiertje met “Verboden te zitten“. Erg uitnodigend, dacht ik.
Verderop zaten een vader en een kind. Ik kon hen niet zien, omdat de banken nogal hoog waren. Maar ik kon hen wel goed verstaan.

‘Waar is de dokter?’, vroeg het kind aan z’n vader.
‘Die is hier ergens,’ antwoordde de vader.
‘Maar wáár is de dokter dan?’, vroeg het jochie nog een keer.
‘Die zit hier ergens in dit gebouw,’ zei de vader.
‘Moet ik daar zo heen?’, vroeg het kind door.
‘Ja, daar moet jij zo heen,’ zei de vader. ‘De dokter komt je zo wel roepen.’
‘Moet ik daar dan alleen heen?’, vroeg het kind bezorgd.
‘Nee hoor, dat hoeft niet’, stelde de vader hem gerust.
‘Ga jij dan mee?’, vroeg het jochie door, ‘ik hoef toch niet alleen, papa?’
”Nee, je hoeft niet alleen,’ zei de vader. ‘We gaan samen’.
‘We gaan samen,’ herhaalde het kind, ‘We gaan samen naar de dokter’.

Het jongetje was even stil. Ik vond het gesprekje heel aandoenlijk. Zo’n kind van 3-4 jaar, die het spannend vond om naar de dokter te gaan. Waar zat die dokter dan en wat moest je daar doen? En dan zo’n vader die geduldig antwoord gaf, net zolang tot zijn kind gerustgesteld was. Hoe vaak was ik zelf wel niet bang in m’n leven? Hoe vaak wil ik wel gerustgesteld worden als een kind? Heerlijk, zo’n vader.

‘Papa, daar hangt een speentje!’ riep het jochie ineens.
Waar?’ vroeg de vader.
‘Daar! Een speentje!’.
Het was even stil. Het kind wees blijkbaar naar iets wat hij zag.
‘Oh dat! Dat is geen speentje, dat is een spuit.’
‘Een spuit?’ vroeg het kind.
‘Ja een spuitje, die hebben ze hier’, legde de vader uit. Ik zag nu dat het om een poster ging, waarop een groot afgebeelde vaccinatie-spuit. Het ging nu eens niet over corona, maar over ‘normale’ inentingen. Maar het jochie keek blijkbaar alweer een andere kant op.
‘Kijk pap, vieze vlekken’.
‘Ja, ik zie het’.
Nieuwsgierig als ik was waar ze het nu weer over hadden, keek ik om me heen. Het enige wat ik zag waren bruine kringen op het plafond.
‘Ik denk dat iemand koffie gemorst heeft,’ zei het kind.
‘Nou, die heeft dan aardig hoog gegooid’ lachte de vader. En hier eindigde het gesprek, want de dokter kwam eraan om het jongetje te halen. Vanuit de spreekkamer kon ik hem bijna nóg horen praten.

Met een klein beetje weemoed dacht ik terug aan de tijd dat ik hier met onze kleine kinderen zat. Dat was al even geleden. En zoveel praatjes hadden die van mij hier nooit. Of ze waren te ziek om een woord te zeggen, of ze maakten lawaai met het speelgoed.

Intussen kwam er een meneer tegenover me zitten. Hij zag dat ik een foto maakte van de papieren op de stoelen met het verbod om te zitten.
‘Tja, corona hé’, zei hij tegen mij. ‘Wat doe je eraan? Maar ze willen de regels binnenkort gaan versoepelen’.
‘Gelukkig wel’, zei een mevrouw naast mij. Ik beaamde het.
‘Maar die terrassen mogen van mij nog wel even dicht blijven! Het is veel te koud buiten. Ik heb hartstikke koude handen,’ ging de man door. En zo kom je in Nederland altijd vanzelf weer op het weer.

En toen was ik aan de beurt, dus het gesprek over het weer en de versoepelingen van coronamaatregelen kon niet verder gaan. Zo gaat dat als je bij de dokter zit te wachten.
Ik was in 10 minuutjes alweer klaar. Snel liep ik de deur uit en rommelde wat in mijn tas.
‘Mevrouw’, hoorde ik in de verte iemand roepen. En nogmaals nu vlakbij: ‘Mevrouw, u vergeet uw sjaal!’
Daar stond de assistente weer. Ze had mijn sjaal in haar handen. Stom, helemaal vergeten. Ik bedankte haar en liep verder door de gang.
‘O ja mevrouw,’ zei de assistente nogmaals. ‘U zou mij nog een brief geven, die ene voor de huisarts.’
Pfff, ook al vergeten! ‘Lekker bezig’, zei ik tegen mezelf. En dat zei ik ook hardop, terwijl er een oud dametje tussen ons door schuifelde met een rollator. Die vergat de anderhalve meter afstand, maar ik vroeg me af wie van ons eigenlijk het meest vergeetachtig was…
‘Heb ik nu echt alles afgehandeld?’
‘Ja hoor,’ lachte de assistente. Opgelucht liep ik weg, en deed mijn mondkapje af halverwege de trap, te vroeg…

Beneden bij de ingang stond een groot bord met allerlei aanwijzingen ivm corona. Ik las eens door wat ik bij het naar binnen gaan al had moeten lezen, maar niet gezien had omdat ik te laat was. Het meeste kwam me bekend voor. Maar vooral de laatste zin viel me op: “Samen komen we er wel doorheen”.

Wat een cliché… dacht ik. Maar er zit wel wat in! Even los van corona, we hebben elkaar nodig in het leven. Om te weten dat je er niet alleen voor staat, om je sjaal terug te krijgen die je vergeten was of nog iets véél belangrijkers. En ik dacht ook weer aan dat jongetje en zijn vader.

Je hoeft niet alleen hoor, we gaan samen“.

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie