Zo moe

Moe, moeier, moeist. Ik ben moe. Ik was moe. Ik zal morgen waarschijnlijk ook moe zijn. Ik ga slapen, ik ben moe…

Afgelopen tijd was ik zo ontzettend moe. Ik had geen zin om op te staan, geen trek ’s morgens, ik viel overdag geregeld in slaap, of anders op de bank ’s avonds terwijl ik nog iets aan het doen was. Er waren avonden dat ik eerder dan mijn dochter van 10 een pyama aan had! Ik had geen zin meer in hardlopen of een eind fietsen. Ik was te moe om een blog te schrijven. Nou, dat zegt wel wat. Schrijven is mijn uitlaatklep, dus als ik dat amper doe, is er iets mis. De grote vraag was echter: wat was er dan mis?

Wist ik het maar. Als er pilletjes bestonden tegen moeheid, was ik grootverbruiker. Want ik irriteer me behoorlijk aan die moeheid. Kom op zeg, ik ben toch nog geen bejaarde? Waar kan ik nou moe van zijn? Ik ben niet zwanger, ik heb geen klein kind meer die me uit de slaap haalt, ik woon in een leuk huis met dito man en kinderen, ik ben gezond voor zover ik weet, ik heb geen corona (gehad), ik ben niet ondervoed, ik heb geen drukke baan. Ons leven is door de corona-maatregelen redelijk voorspelbaar geworden, we hoeven niet meer van hot naar her te rennen enzovoorts. En toch…zelfs terwijl ik dit schrijf zit ik alweer te gapen en zou ik het liefst een dutje gaan doen.


Het weer werkte de laatste tijd natuurlijk ook niet mee. Ik hou geen statistieken bij, maar zo koud en regenachtig schijnt het jaren niet geweest te zijn in mei. Volgens mij was het zelfs afgelopen herfst niet zo nat.
Eén voordeel van al die regen; alles is prachtig groen geworden en de planten in de tuin groeiden als een tierelier. Het onkruid ook. Af en toe trok ik er lamlendig wat uit, tot grote ergernis van Gerard, die onze tuin gewoon een biodivers geheel wil laten zijn. Ik vind dat tot op zekere hoogte prima, maar geef toch de voorkeur aan iets minder distels en brandnetels. ‘Wie bepaalt wat onkruid is, laat toch staan!’. Een eeuwig terugkerende discussie tussen ons. ‘Dat mocht zeker niet vroeger in Sassenheim’, zegt hij er soms hatelijk bij. Waarop ik natuurlijk ook met modder ga gooien, zo gaat dat dan. Heel vermoeiend.

Sinds anderhalf jaar ie gebleken dat drie van mijn gezinsleden een vorm van ASS (autisme) hebben. Eentje daarvan is ook nog eens een luie puber. Geloof me, dat vraagt wat van mij als moeder en vrouw. Zelf ben ik behoorlijk flexibel, zeg maar niet zo gestructureerd. Dat zou ik wel moeten zijn voor hen, maar helaas… Ik houd al 30 jaar ons huis bij zonder schema’s. Ofwel, ik doe bijna alles. Dat is heerlijk voor mijn lieverds hier, maar niet handig aangepakt van mij. Het wordt tijd om die kinderen zelfredzamer te maken, zei onze ASS-coach pas. En Gerard kan toch ook wel boodschappen halen? Jij sjouwt je een breuk!
Wéér iets wat ik moet aanpakken, dacht ik vermoeid. En ik kroop maar weer onder een dekentje op de bank. Laat me met rust, ik ben moe!

‘Lekker zeg dat je zo lang uitslaapt!’ zei een vriendin, ‘Je zult het nodig hebben’. Een ander zei: ‘Wat goed dat je naar je lichaam luistert!’ Maar ik vond ik mezelf ontzettend lui, toen ik voor de derde dag achter elkaar rond tien uur wakker werd. En lui zijn, dat mag niet! Een meester van mij op de basisschool zei vaak plechtig: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’. Dat zei hij tegen kinderen, die om wat voor reden dan ook hun werk niet af hadden. Daar hoorde ik niet bij, want ik was overijverig en zorgde altijd voor goede cijfers. Maar ik nam het wel heel serieus. Ledigheid, ofwel luiheid was iets van de duivel. Wat dat precies inhield wist ik niet, maar het was niet best. Niet lui zijn dus, hup aan het werk!
Een andere zin die geciteerd werd was deze: ‘Ga tot de mier, gij luiaard. Zie haar wegen en word wijs!’ Voor mij nogmaals een aanwijzing om niet stil te zitten en vooral niet lui te zijn. Luiheid maakte je tot een nietsnut. Zelfs die kleine kriebelbeestjes weten dat het nodig is om te werken, nou dan! Van werken is nog niemand dood gegaan. Gebruik je hersenen waarvoor ze zijn, of zit er soms zand in?

Sommige zinnetjes blijven haken in je hoofd tot in eeuwigheid. Terwijl ze, als je ze tegen het licht houdt, eigenlijk niet van toepassing zijn. Of in elk geval niet op dit moment voor mij. Maar wat wil je, als je van nature een beetje rusteloos bent en niet van stilzitten houdt? Dan blijf je lekker rennen en dan de ga je door, tot het niet meer gaat. Dat is wat er keer op keer gebeurt bij mij. En dan hebben we ook nog hoogbejaarde ouders die aandacht nodig hebben, en ik ben geen 25 meer.

Ik moet leren veel eerder aan de bel te trekken en ik moet leren naar de signalen van m’n lichaam te luisteren. Ik moet de anderen hier aansturen en óók klusjes laten doen, want die voelen het ‘van nature’ niet aan als ik op m’n tandvlees loop. Dat doen zij per definitie niet. “En waarom zouden ze?”, zei de coach, ” jij doet alles toch al voor ze en ook nog tien keer sneller?!”

Ingewikkeld hoor, patronen doorbreken. Niemand zit erop te wachten. Maar goed, ik ga het in elk geval proberen. Ofwel taken inzichtelijk maken en de anderen ook klusjes geven. Bruikbare ideeën op dit gebied en simpele huishoudschema’s zijn welkom! Behalve voor de tuin dan, dat is Gerard z’n terrein 🙂

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie