De boekenkast

Een jaar geleden stonden we voor een groot project: de benedenverdieping moest leeg. Dit vanwege een nieuwe vloer plus keuken. Dat was een enorm karwei (zie ook eerdere blogs, zoals “Weggooien is zonde“, en “Opruimen in coronatijd“).

Inmiddels zijn we een jaar verder. Beneden is het picobello, maar boven zijn we nog steeds niet klaar! Er is al veel weggedaan, maar sommige dozen blijven maar staan. En wat zit daar allemaal in? Boeken, cd’s en foto’s. En dan heb ik het niet over een paar, nee honderden boeken, honderden cd’s en nog een paar duizend losse foto’s. Plus dertig fotoalbums.

De oplossing van Gerard is eenvoudig: gewoon in dozen laten staan. Maar dat vind ik heel ongezellig. Ik moest maar eens achter een boekenkast aan, dacht ik, en misschien ook wat cd-rekken zoeken. En eigenlijk ook nog een bureau, want die hadden we ook hard nodig. Ik ben niet zo van Marktplaats, dus ik stapte op de fiets naar een tweedehandswinkel in de buurt. Wie weet wat ik daar aan zou treffen.

Bij de eerste winkel verdwaalde ik bijna, zo’n grote zaak. Boekenkastjes zag ik er niet, helaas ook maar één bureau. En heet dat het daar was! Ik viel zowat flauw van de hitte, hoe hielden die mensen het hier uit met alleen een plafondventilator? Gerard zou er onmiddellijk een groen dak van maken…

Bij de tweede winkel zag ik welgeteld ook maar één bureautje, en die was niks. Er stonden gigantisch veel hoge boekenkasten, allemaal tot de nok vol met boeken. Dat schoot ook niet op. Ik besloot naar huis te gaan, het was die dag veel te warm om verder te zoeken naar meubilair.

Een dag later was het een stuk aangenamer, dus pakte ik m’n fiets weer en ging naar tweedehands winkel nummer 3. De keuze was hier reuze; nou ja, er stonden in elk geval ontzettend veel kasten. Een gammel uitziend boekenkastje voor 5 euro trok mijn aandacht. Vijf euro, dat was goedkoop! Maar het ding zag er wel erg gebruikt uit. Ik twijfelde. Voor het geld hoefde ik het niet te laten, maar het oog wil ook wat. Tja, eerst nog maar even koffie drinken thuis.

’s Middags ging ik nog eens kijken. Dit keer met meetlint (tip van Gerard). Het kastje van 5 euro was al verkocht. ‘Wat dacht u dan mevrouw?’, zei de verkoper. ‘Zulke dingen zijn zo weg! Maar ik heb nog wel een paar andere mooie houten kasten voor u staan.’ Hij liet me die ‘mooie kasten’ zien. Best aardig, vrij groot en praktisch, maar veel butsen en verkleuringen. ‘Ik doe hem weg voor 75 euro’, zei de verkoper alsof het niks was. ‘Ik denk er nog even over na’, antwoordde ik diplomatiek.

Buiten had ik binnen een paar minuten mijn beslissing al genomen: nee, die kast werd het niet. Op naar kringloopwinkel nummer 4. En geloof het of niet, ik kwam daar binnen en zag meteen een kast staan die me beviel! De prijs beviel me ook, dus ik kocht hem. Er stond ook nog een grappig cd-rek voor een paar euro, hup die er ook maar bij. De enige uitdaging was nu nog de spullen thuis te krijgen. Vrolijk fietste ik naar huis en vertelde Gerard wat ik gekocht had. Ik was helemaal enthousiast. Of hij meteen maar even mee wilde met de auto naar die winkel, samen was het vast zo gedaan…

‘NU?’ zei Gerard, ‘daar heb ik helemaal geen zin in. En hoe groot is die kast precies?’

Eh nou… helemaal vergeten daarop te letten. ‘Wat, heb je niet eens gemeten hoe hoog en breed dat ding is?? Hoe weet je dan of die in de auto past?!’ ‘Dat past heus wel’, zei ik met enige bluf. We kunnen de achterklep toch open laten en de boel goed vastbinden?’ Gerard keek moeilijk. ‘Ga jij eerst maar eens in de auto meten hoe hoog die van binnen is.’ Dat ging ik dus maar doen, ondertussen mopperend op Gerard waarom hij altijd zo moeilijk deed. En ook een beetje op mezelf, dat ik vergeten was de maten op te nemen… Maar ik was vastbesloten om die kast die dag in huis te hebben, dus klapte ik alle stoelen naar beneden (behalve de voorste), zocht even in de schuur naar touwen of elastiek, vond een tas met bruikbare touwen en ging Gerard halen. ‘Ga je mee?’

Doodse stilte in de huiskamer… hij was in slaap gevallen (nachtdienst). ‘Nou,’ dacht ik, ‘laat ook maar. Ik los het net zo makkelijk zelf op.’ En zo reed ik naar de tweedehandswinkel in de stad en parkeerde de auto op de stoep. Toevallig zag ik een kennis lopen die bij die winkel bleek te werken. Kwam dat even goed uit! Ik had geen idee hoe zwaar die kast was, maar hij wilde wel helpen om de kast in onze auto te krijgen. Ik hoefde niet eens te sjouwen, dat deden twee mannen voor me. Ideaal.

‘Nu moet ‘ie nog vastgebonden worden,’ zei de ene man. ‘Heb je touwen of fietsbanden bij je?’ Ik had genoeg touwen, dat dacht ik althans. ‘Nee dit is een trekkabel’ zei mijn kennis droog. Maar daaronder zaten ook nog wat touwen die wel bruikbaar waren. Ik had ook bedacht twee dekens mee te nemen tegen het schuiven en stoten. Anders kreeg ik daar weer ruzie over met Gerard, dat er krasjes op de lak zaten of zo. Ik was trots op mezelf, het leek er echt op dat mijn spontane actie ging slagen!

‘Zo kun je niet rijden hoor, de deken hangt voor de nummerplaat”, waarschuwde de man van de winkel gelukkig. O ja. Ik propte de deken goed vast en bond de kast nog extra vast in de auto. Volgens beide heren moest het prima lukken. Maar toen pas kreeg ik de zenuwen…

Stel dat die kast ging schuiven en er een auto tegenaan botste? Dan werd het een hoop ellende. Of stel dat er net een fietser achter me zou rijden en dat die bedolven zou worden onder mijn kast? Helemaal doffe ellende! Of stel dat… ik durfde ineens niet meer te rijden. Twijfelend keek ik nog eens naar het geheel. Zou ik Gerard opbellen? Nee dat had weinig zin, die zou de telefoon waarschijnlijk niet eens horen. ‘Nou kom op’, sprak ik mezelf toe, ‘gewoon maar proberen!’

Ik deed een schietgebedje en reed heel zacht het straatje uit. Nog steeds niet helemaal overtuigd stopte ik even en vroeg aan een stelletje of de kast echt nog vast zat tussen de achterklep. ‘Volgens mij zit ie zo vast als een huis,’ zei de man. Nou, doorrijden dan maar, maande ik mezelf aan. In slakkengangetje reed ik door de binnenstad, ondertussen angstig in de spiegels kijkend of de kast echt niet ging schuiven. Er zat wel wat speling bij de achterklep, merkte ik toen ik over verkeersdrempels moest. Toch niet zo vast als een huis. Auto’s achter me bleven op veilige afstand gelukkig, maar voor de zekerheid hield ik de kast toch met één hand vast. Oef…

Met kramp in m’n armen en bibberende benen kwam ik zonder brokken thuis. Yes, het was gelukt! Snel de auto uit en Gerard halen. Die had niet eens gemerkt dat ik weg was… ‘Waar kom jij vandaan?’ vroeg hij slaperig. ‘Nou, ik ging toch een boekenkast halen!’ zei ik. ‘Kom maar mee, hij moet de auto uit.’

Met grote ogen van verbazing liep Gerard mee naar buiten. ‘Hoe krijg je het voor elkaar?!’ zei hij. Gelukkig kon hij mijn actie toch wel waarderen. Maar niet zonder plagend te zeggen: ‘Heb je wel gemeten of die kast door het trapgat kan? Ik denk het niet hoor…’

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Eén opmerking over 'De boekenkast'

Plaats een reactie