Hij had er zo’n zin in, na de lange winterstop. De laatste voetbalwedstrijd had in december plaats gevonden. Twee maanden geen trainingen en geen wedstrijden, supersaai voor die jongens. Gelukkig werd de draad nu weer opgepakt. Meteen een echte wedstrijd, dus er was publiek nodig om het team van Maarten aan te moedigen. Ik had net een weekendje opruimen bij mijn vader gepland, dus ik kon niet, maar Gerard had wel tijd.
Ik was die middag druk bezig oude vazen uit kastjes te halen, en bedenken wat we ermee gingen doen. Er waren boodschappen nodig, mijn zus zou komen logeren en we zouden natuurlijk bij vader langs gaan. Genoeg te doen in elk geval. Pas in de avond vroeg ik me af hoe de wedstrijd eigenlijk gegaan was. Maarten gaf geen antwoord op mijn appjes. Gerard wel: ‘Hij is door z’n enkel gegaan en ligt nu met hoofdpijn op bed.’ Hè, dat was nou niet direct het antwoord wat ik had gehoopt!
De dag erna was ik pas eind van de middag thuis. Ik was benieuwd hoe het ging met de anderen en vooral met de enkel van Maarten. Hoofdpijn had hij niet meer, maar ik schrok ervan toen ik zijn onderbeen zag. Bont en blauw en behoorlijk dik. ‘Moeten we niet naar de dokter?’ vroeg ik aan Gerard. Die dacht van niet. ‘Hij heeft weleens vaker zoiets gehad, en dan zeggen ze toch dat het met rust moet genezen.’ Dat was waar. Ik zocht wat websites op over verzwikkingen en verstuikingen, en wat je eraan moest doen. Been omhoog leggen, stevig verband eromheen en weinig belasten. Daar was Maarten al mee begonnen en dat werkte redelijk. Overal stond nadrukkelijk bij dat als het gebroken was, je er geen stap op kon zetten.
We brachten hem met de auto naar school, de eerste dagen. Op een gegeven moment wilde Maarten wel weer fietsen, hij had minder pijn en hij durfde het weer aan. Het leek mee te vallen al met al, hoewel hij nog maar niet mee deed met gym of voetballen. In het weekend keken we nog eens goed naar zijn been. Het zag er een stuk beter uit, maar nog steeds een rare zwelling rondom de enkel. Ik vertrouwde het niet. ‘Maandag bel ik de dokter’, besloot ik. We konden zowaar dezelfde dag terecht. Daarvoor ging het nog even helemaal mis met Maarten op school. ‘Ik heb vlekken voor m’n ogen… ‘appte hij me. Door ervaring weten we dat hij dan maar beter zo snel mogelijk naar huis kan komen, voor de migraine toeslaat. En inderdaad… lijkbleek kwam hij thuis en hij verdween direct naar bed. Nog een reden om de huisarts te raadplegen, dit was ook niet echt de eerste keer.
Onze huisarts nam rustig de tijd die middag. Hij was vooral verbaasd dat Maarten zo ontzettend lang was geworden! Hij vermoedde dat de enkelbanden gescheurd waren, dat kost altijd tijd om te herstellen. Maar voor de zekerheid stuurde hij ons toch naar het ziekenhuis om een foto te laten maken. Om het een en ander uit te sluiten, zei hij. We konden daar de volgende ochtend onder schooltijd terecht. Het was druk die dag in het ziekenhuis. Voor we aan de beurt waren, was het een half uurtje verder. De foto’s zelf waren snel genoeg gemaakt. ‘We hebben zo eerst lunchpauze’, zei een verpleegkundig medewerkster. ‘Even geduld dus aub’. We zochten weer een plek in de wachtkamer. Maar tot mijn verbazing stond de verpleegkundige na vijf minuten alweer voor ons. ‘Eh ja’, zei ze, ‘Ik kom het meteen maar even melden, ik heb gezien dat die enkel is gebroken!’
Gebroken??? ‘Ik stuur je door naar de Traumapoli, maar die hebben nu net een uur lunchpauze. Om 13.00 uur kun je je melden daar. Sterkte ermee hoor!’ zei ze. Maarten en ik bleven verbijsterd achter… een gebroken enkel? En daar liep hij dus al ruim een week mee door, hoe kon dat nou? En waarom hadden ze een uur lunchpauze trouwens op die poli, dat kon toch wel korter? We besloten eerst zelf maar wat te lunchen. Ik verwende onze zielepoot met cola en een lekker broodje hamburger. Ondertussen was ik kwaad op mezelf. Waarom hadden we niet eerder aan de bel getrokken bij de huisarts, het zag er toch ook vreselijk uit? Welke ouder laat zijn kind nou een week met een gebroken enkel naar school gaan, enzovoorts enzovoorts. Ik ben heel goed in zelfverwijten op de juiste momenten…

Om een lang verhaal kort te maken: het duurde en duurde voordat we geholpen werden. Wachten in de wachtkamer, vervolgens drie kwartier wachten in een spreekkamer totdat de dokter kwam. Weer een half uur wachten, omdat ze moest overleggen met collega’s. Maar tenslotte gingen we naar de gipskamer en werd Maarten z’n voet stevig in het gips gezet. Twee weken niet belasten; niet lopen en dus zeker niet op de fiets naar huis! Oh wat baalde Maarten ervan. Ineens was hij gehandicapt! Gerard moest opgetrommeld worden om hem met de auto te halen. Hulp van je ouders… daar zit je als 15-jarige jongen natuurlijk niet op te wachten! Wij moesten verder achter van alles aan: krukken, een douche-hoes, een douche-krukje.
Inmiddels zijn we alweer even verder. Maarten heeft weinig school gevolgd afgelopen weken. Hij zat echt even in de lappenmand met zijn zere pootje. Dat krijg je ervan als je ouders je niet eens naar de dokter sturen als je geblesseerd bent! Hopelijk mag het gips er gauw af, en kan hij weer op eigen benen gaan en staan. Maar voetballen? Ik vrees dat dat er voorlopig niet in zit.