Luisteren naar je lichaam

Het zou vandaag mijn oppasdag zijn op kleine Bobbie. Ik keek er al naar uit! Een dag op een baby passen is zo’n heerlijke onderbreking van alle sleur hier. Flesjes geven, luiers verschonen en ondertussen een praatje maken, samen naar buiten kijken, het muziekdoosje van de mobiel boven de box tig keer opwinden, speentjes geven en natuurlijk lekker naar buiten met Bobbie in de kinderwagen. Heel wat beter dan in de file staan tussen Ede en Wageningen om je zoon naar school te brengen, om maar wat te noemen. Van de twee doorgaande wegen naar Ede, is er eentje een jaar afgesloten. Een jaar! Heel vervelend als je bedenkt hoeveel verkeer daar dagelijks overheen moet.

Terwijl de kranten en andere media bol staan van de verkiezingen, ben ik geveld door een griepje. Met een duf hoofd kijk ik naar de uitslagen. Ik probeer er een beeld bij te krijgen wat het gaat betekenen. Maar het lukt me niet. Sloom zap ik door naar NPO3: Calimero, Boll en Smik… Nee, dat kan me ook niet boeien. Ik kan maar beter terug naar bed. Voor ik het weet val ik weer een poos in slaap.

Afgelopen maanden had ik nogal last van m’n rug. Niet de eerste keer in m’n leven en waarschijnlijk ook niet de laatste keer. Wat moet je daarmee? Rustig aan doen, even niet hardlopen? Of pijnstillers nemen en juist wel hardlopen? Vroeger naar bed gaan, geen suiker eten, oefeningen doen? Ik vind het mijn hele leven al lastig om de signalen van m’n lichaam te begrijpen. In mijn jeugd bestond het idee van luisteren naar je lichaam nog niet eens. Niet aanstellen, flink zijn, kom op! Of nog erger: van hard werken is er nog niemand doodgegaan. Waar die laatste waarheid op gebaseerd was, is me nog steeds een raadsel… Maar gevoelig als ik was, pikte ik dit soort ideeën wel op. Tijdens m’n eetstoornisperiode gooide ik er zelf nog een paar scheppen bovenop: Kom op, negeer die lege maag, negeer die trillende benen en koude handen. Doorgaan tot je er desnoods bij neervalt.

Als ik het zo opschrijf, klinkt het ongelofelijk hard. Dat was het ook, en dat was ook precies de bedoeling. Negeer de behoeften van je lichaam en dat zal je gelukkig maken… Nee hoor, integendeel! Het heeft me heel wat jaren in m’n leven gekost om te leren dat dat juist nìet nodig was. Dat gevoelens wegduwen niet sterk is, niet helpend, niet gezond. Ik heb mogen ontdekken dat m’n lichaam ertoe doet. Alleen begrijp ik de signalen nog steeds niet (meteen).

De fysiotherapeut waar ik heen ging, legde me uit dat een rug gemaakt is om te bewegen. Ik kon best weer gaan sporten, maar dan niet zo fanatiek. Wat hem betreft hoefde ik niets te laten vanwege lage rugpijn. Dat hoef je mij geen twee keer te zeggen! Ik pakte alles dus weer op. Moe of niet moe, hup naar sport, want dat was goed voor m’n rug. Het ging zo goed dat ik overmoedig werd. Hardlopen, jazzdance, wandelen, nog een keer hardlopen… Ik moest toch zoveel mogelijk bewegen? Vervelend dat ik vervolgens zo moe was, buikpijn kreeg, beetje misselijk zelfs en hoofdpijn. Wilde mijn lichaam me toch iets vertellen wat ik over het hoofd had gezien? Ik snapte ik het pas toen ik koorts kreeg. Oh, m’n lichaam had rust nodig! Dat was ik bijna vergeten… Niet te fanatiek, had de fysiotherapeut gezegd. Voor sommige mensen werkt zo’n advies prima, maar voor mij was dat te vaag. Als je jezelf van nature al opjut, heb je duidelijker richtlijnen nodig.

Weet je naar wie je ook moet luisteren? Ten eerste naar je gezonde verstand: dus niet fanatiek hardlopen als je heel de dag al niet lekker bent. En ten tweede: naar je vriendinnen! Er waren er al een paar die zeiden dat ik rustig aan moest doen. Er waren er ook een paar die opperden of ik toevallig geen corona had. Leek mij zeer onwaarschijnlijk, maar goed, toch maar een testje dan. Binnen een paar minuten kleurde het tweede streepje rood… Nee hè! Vorig jaar was ik er maanden mee zoet om op te krabbelen van dat coronavirus.

Nee, ik ben geen snelle leerling in het leren luisteren naar m’n lichaam. Maar ja, ik probeer het in elk geval. Voor iedereen die dit gedoe herkent: een relaxed en gezond weekend gewenst. Nog even en het is lente!

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie