Een boom van een vent

(vervolg op ‘Geen bericht, goed bericht‘)

De dokter wond er geen doekjes om. Meteen de volgende ochtend zou Gerard een beenmergpunctie moeten ondergaan en later op de dag een scan. Maar eerst werd hij naar een afdeling gebracht, op bed gelegd en aan een infuuspaal gekoppeld. Hij kreeg vocht om zijn bloed te spoelen, de ene na de andere zak. Als de zak bijna leeg was, begon het apparaat te piepen. Dat deed ‘ie ook als de accu bijna leeg was. Aangezien hij op een zaaltje lag met nog drie patiënten, was het er alleen al om die reden niet vaak stil.

Intussen hield ik thuis de boel draaiende. De eerste dag deed ik net alsof er niets aan de hand was. Ik ging even naar mijn werk, kookte het eten en ruimde de boel op. Ontkenning heet dat. Pas in de avond was ik zo ver dat ik het slechte nieuws aan de jongste kinderen vertelde. Hun reacties waren heel verschillend. De één nam het kalm en rustig op en de ander ging bijna van z’n stokje 😦 De oudste kinderen belden of appten; allemaal geschrokken en ongerust. Maar gedeelde smart is halve smart, het hielp wel om erover te praten. Toch duurde het een aantal dagen voor ik het aan de buitenwereld kon vertellen.

Gerard kreeg zijn beenmergpunctie. Hij werd wel plaatselijk verdoofd, maar een week later zag zijn rug nog bont en blauw. De scan was gelukkig een stuk minder pijnlijk.  Wat hij allemaal precies meemaakte in het ziekenhuis, ontging mij soms in alle hectiek. Dat vertelde hij me dan als ik bezoek kwam. Dat er weer bloed was geprikt, zelfs ’s nachts, bloeddruk gemeten, infusen verwisseld. En bij elke medische handeling de vraag hoe hij heette en wanneer hij geboren was.

Gerard z’n bed stond mooi dichtbij het raam. Ondanks alles genoot hij van het uitzicht. ‘Kijk, daar gaat de bus waarmee Janine naar school gaat!’ zei hij, wijzend naar een bus in de verte. Ik was meer onder de indruk van alles wat er gebeurde in het zaaltje. De ene patiënt kreeg hele families rondom zijn bed, de ander slechts een zoon of echtgenoot. Verpleegkundigen liepen in en uit, dokters kwamen langs met arts-assistenten en stagiaires in hun gevolg. Erg veel privacy had je niet. Je kon precies horen dat meneer X een maagonderzoek zou krijgen, wat de temperatuur van meneer Y was, hoe zijn stoelgang verliep, hoe het met de zieke vrouw naast Gerard ging enzovoorts. Gerard bleef er vrij rustig onder. Hij voelde zich redelijk. Hij genoot van het feit dat je daar de hele dag lekker eten mocht bestellen; het leek bijna wel een hotel! (zei hij).

Op de derde dag, amper 48 uur nadat we hoorden dat we met chronische leukemie te maken hadden, kwam er een verpleegkundige naar Gerard toe. Ze had een bruine papieren zak bij zich met een leuk groen boompje erop. Het deed me denken aan een zak van de Mac, wat zou erin zitten? ‘Zo meneer, hier zijn uw medicijnen!’ zei ze opgewekt. Alsof dat leuk was! Gerard had al de nodige pillen en infusen gekregen ter voorbereiding, maar nu zou het echte werk beginnen. Chemotherapie in tabletvorm. Gerard liet zich niet kennen en maakte nog wat grapjes over de papieren zak. ‘Precies wat voor mij – een boom van een vent!’ Ik had dit grapje vaker gehoord en kon er niet om lachen.

De verpleegkundige legde van alles uit over de chemokuur. Ik zat erbij en keek ernaar. De woorden gingen het ene oor in en het andere oor uit… het was gewoon teveel. Ze pakte twee doosjes uit de zak en haalde een strip pilletjes tevoorschijn. Wat zei ze nou? Tien pilletjes van de ene, nog zeven anderen, zeventien pillen achter elkaar? En dat drie dagen lang? De tranen sprongen me in de ogen, terwijl Gerard ze dapper één voor één doorslikte. Ik werd er ineens een beetje opstandig van; als ik die ziekte zou hebben, zou ik gewoon weigeren om ze door te slikken! Alsof dat me iets zou opleveren… Gerard zat er anders in. Hij was allang blij dat hij geen acute leukemie had. Chronische leukemie is zeker niet leuk, maar in elk geval beter te behandelen dan acute leukemie. Evengoed was het afwachten hoe zijn lichaam zou reageren op deze eerste aanval tegen de kanker; dat konden de artsen niet voorspellen. Daarom werd hij de dagen erna dan ook goed in de gaten gehouden. Als de chemo te hard zou werken, zou hij schade aan zijn nieren op kunnen lopen, of last van z’n hart krijgen. Dat wilden ze uiteraard niet.

Al met al intensieve en spannende dagen, die eerste week in het ziekenhuis. Ter afsluiting van deze blog daarom nog een gezelliger plaatje.

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

7 gedachten over “Een boom van een vent

  1. En dan staat je wereld ineens op zijn kop. Hopelijk slaat de chemo goed aan en wordt hij er niet al te ziek van. Dat je het gevoel hebt in een soort film te zitten klinkt mij niet onbekend. Het zal allemaal uiteindelijk wel duidelijk worden. Maar deze hektiek gaat niet in de koude kleren zitten. Sterkte en ik hoop met jullie mee. 🍀🍀🍀🍀🍀🍀

    Like

Plaats een reactie