Hardlopers zijn doodlopers

Subjectief verslag van een deelneemster aan de Februariloop

‘Nog twee minuten!’ schreeuwt iemand door een microfoon. Hardcore muziek met een opzwepend ritme schalt door de boxen. En daar sta ik, zenuwachtig als een kind dat voor het eerst op schoolreisje gaat. Wat doe ik mezelf aan? vraag ik me voor de zoveelste keer af. Waarom loop ik niet gewoon de 5 kilometer, zoals de anderen van mijn hardloopgroep?! Het is zo koud, brrr. Een enkeling waagt zich in korte broek en T-shirt, maar de meesten hebben warme kleding aan. Rillend trek ik de mouwen van mijn shirt over m’n handen. Een paar heren naast me zijn druk met hun smartphone. Wat doen ze toch? De één legt uit dat hij zijn persoonlijke scores bijhoudt, de ander vraagt of ik een bepaalde tijd wil bereiken. ‘Ik weet het niet,’ zeg ik twijfelend. ‘Ik zal blij zijn als ik die van vorig jaar haal.’ De heren wensen me succes.

‘Nog zeven seconden! Zes, vijf, vier, drie, twee, één…Let’s go!!!’ Het startschot klinkt. ‘En ze zijn weg, de 10 kilometer is onderweg! Maak er wat moois van dames en heren!’ Dat ga ik zeker doen hier in het Hoekelumse bos. We zijn met een heleboel tegelijk en de paadjes zijn smal. Al snel ontstaat er een lange sliert van kleurige hardlopers. De beide heren zijn al ver weg. Ik ren niet te snel, anders heb ik zo mijn kruit verschoten. Ik word dan ook geregeld ingehaald. Dat vind ik niet leuk, al zie ik dat de meesten jonger zijn. ‘Laat gaan’, hoor ik mijn trainster in gedachten zeggen, ‘het gaat om de lol, en je verdient er je brood niet mee’. Oh ja, relativeren.

Piep piep! Mijn smartwatch geeft aan dat we een paar kilometer verder zijn. Hij piept ook als mijn hartslag boven de 160 komt. Negeren maar zolang het geen 170 is. We rennen een helling op. ‘Moeten we daar helemaal heen?’ roept iemand achter me. Ik kijk vooruit en zie dat het meevalt. De Amerongse berg, dat was pas een killer! Deze lukt wel. Onze route slingert verder over een pad tussen jonge dennenbomen. ‘Dus hij ging met haar naar dat feestje?’ hoor ik een meisje zeggen. ‘Yep’. ‘Maar wacht’, klinkt het ongelovig, ‘Hebben we het nu over jouw ex???’ ‘Eh ja, en trouwens….’ De dames halen me in, dus de rest van het gesprek ging verloren.

Kijk, daar staan mensen met bekertjes water! Dankbaar pak ik er eentje aan, maar na twee slokken heb ik al genoeg. Veel te koud! Toch ben ik blij, want een waterpost staat meestal halverwege. Dat geeft me moed. We steken een weg over. ‘Hup Eva!’ roepen wat meiden vanaf de kant. Die Eva heeft fans, eerder werd ze ook al aangemoedigd. Wij gaan verder langs een open veld. Prachtig is het daar. De zon komt steeds meer door en de koude wind valt weg. Ik geniet. Maar dan moeten we bos weer in. Daar hoor ik de snelweg weer, dat is jammer. Behalve suizende auto’s hoor ik ook gesnuif en gehijg achter me. Sommige mensen halen wel heel luidruchtig adem!

Het stuk langs de snelweg is saai. Alsmaar rechtdoor en mijn benen worden moe. Waar blijft dat tunneltje toch waar we onderdoor moeten? Dat gesnuif achter me begint me te irriteren… Hoelang moeten we nog? Voel ik me nou misselijk? denk ik tobberig. Stel je voor dat ik een hartstilstand krijg, dat hoor je weleens. In gedachten zie ik mezelf al stervend langs de berm liggen, zonder familie. Hardlopers zijn doodlopers, zegt een spreekwoord toch?!

Stop, spreek ik mezelf toe, jouw hart doet het prima. En kijk daar eens? Het pad buigt af en in de verte is het tunneltje. Eindelijk! ‘Nog vijftienhonderd meter!’ roept een vrijwilliger ons toe. Dat moet lukken. Terwijl ik doorloop, passeer ik een meisje dat de hele tijd voor me uit liep. Ze wandelt langzaam met een hand in haar zij, oei. Ik ga verder en merk tot mijn schrik dat we wéér moeten klimmen. Een klein heuveltje, nog een heuveltje, nog één… De vermoeidheid slaat toe; het lukt niet meer! Strand ik nou nog met het zicht op de haven? Met trillende benen wandel ik de helling op. De snuivende mannen halen me in, anderen ook. Maar ook een lieve vrouw die me rustig aanmoedigt: ‘Kom op!’

Ja, kom op Rineke! Als je 9 kilometer in de benen hebt, lukt de tiende toch ook wel? Ik begin weer zacht te rennen. ‘Nog vijfhonderd meter!’ Het laatste pad gaat langzaam naar beneden, heerlijk is dat. Ik kom naast het meisje dat het ook bijna opgaf, en we maken een praatje. Bijna tegelijk komen we over de finish, yeah!!! Ik val in de armen van twee vrouwen van mijn hardloopgroep, die me stevig knuffelen. ‘Je hebt het super gedaan!’ roepen ze. Ondanks mijn dip op het laatst, blijk ik sneller te zijn dan vorig jaar. Hoe kan dat? Eigenlijk kan het me niet eens meer schelen. Ik ben blij dat ik het gehaald heb, doodmoe, trillerig maar springlevend!

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

2 gedachten over “Hardlopers zijn doodlopers

  1. Wat stoer Rineke! Chapeau! Ik maak even een diepe buiging voor je. Dank voor je uitgebreide verslag, ik liep gewoon met je mee. Beleefde de sfeer en de druk en de blijdschap dat het gelukt is gewoon mee! 🥰

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie