Laat ik weer eens een blog te schrijven, onderwerpen genoeg. Maar waarover? Over de scholen die voorlopig nog dicht zijn? Over de inauguratie van Joe Biden? Over het aftreden van ons kabinet, de Britse variant van het coronavirus of de avondklok die vandaag ingaat?
Ach nee, daar wordt al genoeg over gezegd en geschreven. Laat ik het maar wat dichter bij huis houden. Wij hebben namelijk een nieuw apparaat in huis staan: een luchtreiniger. Niet zo’n spuitbus die met z’n dennengeur de ozonlaag aantast, maar een echte luchtreiniger. Ik had daar zelf nog nooit van gehoord, maar ineens stond ‘ie er.
Het zit zo: Gerard heeft een neus voor gadgets, nieuwigheidjes zogezegd. Maar dan geen domme hebbedingetjes, zoals sleutelhangers, maar dingen die er echt toe doen. Zo was hij één van de eersten met Waka Waka’s in huis (zien er uit als een zaklamp, zijn dat ook maar slaan zonne-energie op.) Ontzettend handige uitvinding voor mensen in arme landen, waar geen elektriciteit is maar wel veel zon. Niet dat wij zo arm zijn, maar op de camping bleken ze ook reuzehandig om onze mobieltjes mee op te laden. En ’s nachts had je dan een goede zaklamp. Ook van zonne-energie was onze deurbel die Gerard via internet ergens vandaan had. Helaas was die niet handig, want na de zomer deed ‘ie het niet meer. We hebben maanden zonder bel gezeten. Al die tijd was het bij ons net als bij het tv-programma Samson en Gert: ‘Ik moest kloppen, want de bel deed het niet’. Nog een voorbeeldje in dit kader zijn een soort ronddraaiende ventilatortjes, die je onder de verwarming kunt bevestigen. Deze zorgen voor een betere verspreiding van de warmte in de kamer.
Nou, ga zo maar door. Het probleem is soms dat ik er het nut niet van inzie. Maar ja, ik ben zo atechnisch, dat weerhoudt Gerard er niet van om weer iets te kopen. Hoe vaak ik wel pakketjes bij de voordeur aangepakt heb, zonder enig idee wat er in zat!
Dit keer kon ik me niet herinneren dat er een grote doos was bezorgd.
Het was kerstvakantie en er werd geklust in huis. Er stonden al zoveel dozen met gereedschap en spullen, dat ik eerst niet eens door had dat er nog iets stond. Totdat Simon opmerkte: ‘Wat hoor ik toch voor gek geluid?’ Ik keek eens rond en zag in een hoek een wit apparaat staan. Het had een display met getallen erop, en het blies lucht.
‘Gerard, wat is dat?’ vroeg ik.
‘Oh, een luchtverfrisser’, zei hij, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
‘Een wat, een luchtverfrisser? Waar hebben we die voor nodig? En waar heb je die nou weer vandaan?’
Gerard vertelde enthousiast dat dit apparaat heel veel vervuiling uit de lucht opving en voor ons zuiverde. Fijnstof bijvoorbeeld en andere rommel.
Ik keek hem glazig aan. Wat voor luchtvervuiling, vroeg ik me af? Ik ben niet alleen opgegroeid in de Bollenstreek, maar ook onder de rook van Schiphol. Verder heb ik naast de A27 gewoond én aan een drukke verkeersweg in Rotterdam. Wat kon hier in het rustige Wageningen in vredesnaam voor luchtvervuiling zijn?
Nee, zo simpel lag het allemaal niet. Gerard wist feilloos te vertellen dat de lucht ook hier best slecht was. Veel fijnstof bijvoorbeeld door al die mensen met houtkachels, vuurkorven en bbq’s, en wat dacht ik van de zooi in de lucht met oud- en nieuw?!
‘Maar het is coronatijd, er mag niet eens vuurwerk afgestoken worden!’ zei ik. Dat maakte voor hem niets uit. Gerard was duidelijk heel tevreden over zijn aankoop.
Zoals wel vaker, was ik minder enthousiast, wat hem frustreerde. Maar mij frustreerde het dat er ineens een apparaat stond dat herrie maakte. Ik kreeg het er koud van en ik irriteerde me aan het geluid. Alsof er steeds een stofzuiger in de hoek van de kamer stond, okay iets minder dan, maar toch!
In de nacht van Oud- en Nieuw barstte de bom. Gerard was in mijn beleving heel de avond bezig met zijn nieuwste speeltje (erg overdreven, ik geef het toe) en ik liep me er heel de tijd aan te ergeren. ‘Zet dat ding zachter,’ snauwde ik geregeld. Dat ging erg omslachtig. Via zijn mobieltje moest hij iets aantikken en dat lukte niet.
‘Trek de stekker er dan uit!’ Maar net op dat moment had hij de goede knop weer gevonden.
Om 12 uur ’s nachts ging ik met de kinderen naar buiten. Maarten en ik staken wat rotjes af van vorig jaar, en Janine had oude sterretjes. In de buurt werd volop geknald en er was nog behoorlijk veel vuurwerk te zien. Gerard bleef binnen, in de ‘frisse’ lucht. Toen wij ook weer binnen waren, stond de luchtreiniger te blazen als een stoomlocomotief. ‘Zie je nou hoeveel fijnstof er in de lucht hangt!’ zei Gerard. Ik zei niets. Ik was moe en liefst wilde ik meteen naar bed, er was verder toch niet veel te beleven. Ik stuurde de kinderen naar bed en ging zelf ook. Maar toen ik onder de dekens kroop, hoorde ik een inmiddels bekend geluid… de luchtreiniger!
Toen ging het mis. Ik werd boos en verzocht Gerard ‘dat ding weg te halen’. Hij werd ook boos. ‘Hoezo? In de zomer mag de ventilator er toch ook staan?’ ‘Ja dat is iets heel anders, dan is het bloedheet’, zei ik. Gerard vond dat nergens op slaan en werd nog bozer. ‘Je zeurt de hele tijd al over dat ding, ik haal hem wel weg hoor! En dan ga ik wel op de bank slapen beneden!’
Pff, het was 1 januari kwart over één ’s nachts en wij maakten nu al ruzie… gelukkig nieuwjaar!
De volgende dag, eigenlijk dezelfde, hebben we het gauw goed gemaakt. Ik kreeg een knuffel en een kus, en we hadden een goed gesprek op volwassen niveau. Gerard verdiepte zich weer in de gebruiksaanwijzing van zijn apparaat en werd er al gauw handiger in. De luchtreiniger bleek ook te werken zonder herrie. Het staat nu stil in een hoekje en doet wat ‘ie moet doen. Kortom, geen vuiltje meer aan de lucht. Wat zeg ik? Geen vuiltje meer bij ons IN de lucht!
PS Voor technische vragen over de werking van onze luchtreiniger, wil Gerard je graag te woord staan!