Een koude 31 januari

Wat leven we toch in een bijzondere tijd. Klimaatveranderingen, kinderen die al weken niet naar school mogen, avondklok, rellen – die nu gelukkig alweer gestopt zijn – en ga zo maar door. Het is lang niet allemaal leuk, maar je kunt niet zeggen dat er niets gebeurt.

Afgelopen weekend gebeurde er nóg iets bijzonders: het had in het hele land gevroren! Van Groningen tot en met Zeeland, overal nachtvorst. Dat was al 2 jaar niet voorgekomen, las ik op de NOS-site: 740 dagen om precies te zijn. Nou, als dat geen nieuws is? In elk geval weer een record erbij. Beter dan een record aantal regenachtige dagen in januari en zeer weinig zon. Want dat las ik dan later weer ergens anders.

Gerard en ik gingen een eindje wandelen. Maarten en Janine hadden geen zin, en wij hadden geen zin om daar veel energie in te steken. Het zou weleens veranderen, want onze dochter van 22 was al aan de wandel voor wij onze koffie op hadden. Buiten waren we duidelijk niet de enigen die op dat idee waren gekomen. Logisch, want het was stralend winterweer.

Niet ver van ons huis ontdekten we een mini-natuurgebiedje. Of natuurgebiedje… het was eigenlijk meer een aangelegd stukje groen tussen een aantal flats. Een paar paadjes tussen bomen en struiken door, rommelig neergelegde takken die uitnodigden om verstoppertje te spelen of een boomhut te bouwen, en een bevroren vijver met een bruggetje eroverheen. Leuk om te spelen voor kinderen! Met een beetje fantasie kon je er een heel avontuur van maken daar. Dat je verdwaald was in het bos, maar een verlaten hutje had ontdekt. Of dat je ingesloten was door water, maar kon vluchten omdat het gevroren had… Ik voelde me net weer 10, toen ik ook vaak met vriendinnetjes naar ‘het landje’ ging. Een stukje niemandsland in ons dorp, waar nog niets mee gedaan werd. Waar je heerlijk kon rennen en fietsen over hobbelige paadjes. Of waar je oude stenen pijpenkoppen vond, of mooie scherven van een oud servies. Ik was dol op zulke plekken. Er werd nog niet zoveel gezeurd -door ouders- dat het gevaarlijk was. Buiten spelen en rondzwerven hoorde erbij. Je had hooguit last van vervelende jongens, die de baas speelden en riepen dat het hún landje was.

Op dit stukje groen was geen kind te bekennen. ‘Die zitten natuurlijk allemaal weer binnen achter de laptop’, mopperde ik. Net als die van ons trouwens… geen zin om hutten te bouwen of te voelen of het ijs al dik genoeg was. Nou, dan deed ik dat toch? Ik hurkte aan de rand van de vijver en zette een voet op het ijs. Conclusie: het ijslaagje was heus wel meer dan een vliesje, maar je kon er duidelijk niet op gaan staan. Gerard struinde intussen rond om foto’s te maken. En zo waren we lekker bezig.

Later, thuis in de warme huiskamer, gingen mijn gedachten terug naar een ander jaar dat het 31 januari was: 1988. De avond daarvoor was mijn moeder overleden… Het was een hele zachte winter. Veel regen, veel wind en zeker geen nachtvorst. Mijn arme moeder leed aan kanker en in die tijd was de aanpak daarvan nog niet zo ver gevorderd als nu. Anderhalf jaar na de diagnose overleed ze. Zij was 54 en ik 22. Ik kon het verlies van mijn moeder helemaal niet aan, ben er nu nóg mee bezig om het een plekje te geven. ..

De dag na onze wandeling was het grijs en grauw. Heel erg toepasselijk om aan het gemis van m’n moeder te denken. Ik wist even niet hoe ik de dag door moest komen. De beste remedie daarvoor is voor mij om dan maar klusjes gaan doen in plaats van piekeren. Dat heb ik dan ook de hele dag gedaan. Zo heb ik eindelijk de kerstboom teruggebracht bij de zorgboerderij, waar ik ‘m gekocht had, en nog andere nuttige dingen gedaan. Evengoed heb ik gepiekerd, want ik ben nu ouder dan mijn moeder is geworden en hoe zal mijn leven verder gaan?

Het ijs op de vijver is alweer gesmolten en het aantal coronabesmettingen neemt af. Als het meezit gaat Janine volgende week weer naar school. ‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad’. Een tekst uit de bijbel die mijn moeder vaak citeerde . Ik doe mijn best mama, echt! Maar er zijn van die dagen, dat ik dat even kwijt ben…

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Plaats een reactie