Pubers in de badkamer

Op de dag voordat Oranje door Tsjechië werd verslagen op het EK (snik snik) kreeg Gerard een boek van onze oudste dochter. Het was nog een verlaat kadootje voor Vaderdag, en het kwam met de post.
‘Handboek voor beginnende puberouders’, las Gerard voor. Hij was er blij mee, al leest hij volgens mij gemiddeld meer tweets dan boeken. Zelf was ik verrast over de titel. Schat Irene ons -ervaren ouders- nog in als beginnende puberouders?? Maar het boek zag er leuk uit. Bovendien valt er natuurlijk altijd wat nieuws te leren, ook als je puber nummer 5 en 6 in huis hebt.

Maarten is nu bijna 14 en Janine bijna 11. Ze kunnen goed met elkaar opschieten, dat is heel fijn voor ons als ouders. Maar over één ding in huis hebben ze toch wel vaak ruzie. En dan gaat het over: de badkamer. Om precies te zijn: wie zit er in.

We hebben hier ooit met z’n achten in huis gewoond toen Janine net geboren was. Met een baby, peuter, twee schoolkinderen, één middelbare scholier en een aankomend studente, zou je denken dat de badkamer toen non-stop bezet was. Ik kan me dat echter helemaal niet herinneren. En nu zijn we nog maar met z’n viertjes, en nu is er elke dag discussie over die badkamer!

Ochtendritueel

Zoals de meeste huishoudens, hebben wij zo ons ochtendritueel. Gerard staat meestal als eerste op. Hij dekt de tafel, zet een pot thee en gaat de krant lezen. Ondertussen check ik of Maarten wakker is. Die gaat erg efficiënt met zijn tijd om. Ofwel zo lang mogelijk in bed, zo kort mogelijk aan tafel, gauw naar de badkamer en dan snel naar school. En intussen kijkt hij voetbal op zijn mobieltje… Ik smeer zijn brood dat mee naar school moet en vul zijn fles met water. Belachelijk eigenlijk, daar had ik bij de oudste vier niet eens tijd voor! Dan kreeg Janine net borstvoeding, of moest ik Maarten helpen aankleden.
Maar goed. Op X moment elke ochtend moet Maarten de badkamer in. Om zijn tanden (met beugel) te poetsen, gel in zijn haar te doen en…naar de wc te gaan. Wij vragen de kinderen dat laatste liever beneden te doen, zodat het voor de volgende die in de badkamer komt dan frisser ruikt. Maar Maarten vergeet dat weleens. Dat leidt tot klacht nummer 1 van Janine: ‘Getver, wat stinkt het hier! Maarten zeker weer!’
Andersom ergert Maarten zich groen en geel aan zijn zus die helemaal niet efficiënt met haar tijd om gaat. Althans niet met de tijd in de badkamer. Ze zit daar rustig twintig minuten van alles en niets te doen. Meestal met koptelefoon op, zodat ze ook niet hoort dat Maarten in de badkamer wil.

‘Schiet eens op, ik moet zo naar school!’ roept hij bijna elke morgen in de gang. ‘Wat?’ roept Janine terug, niet erg geïnteresseerd. ‘Schiet eens o-hop, ik moet naar school!’ ‘Dat is jouw probleem’, moppert ze, ‘Moet je maar eerder opstaan!’ Maar als Maarten op de deur gaat bonzen of wij ons ermee gaan bemoeien, doet ze -langzaam- de deur open. Maarten klaagde er pas over tegen mij aan het ontbijt. ‘Kan dat kind nou nooit eens opschieten? Ze zit er altijd net in als ik naar school moet’. Onnadenkend gaf ik hem eerst nog gelijk ook. ‘Ja Janine, hou eens rekening met je broer’. Totdat ik bedacht dat Maarten het zelf ook wel op kon lossen, bijvoorbeeld door zijn tandenborstel alvast uit de badkamer te pakken vóór het ontbijt. Er is tenslotte nog een wastafel in huis. Dat idee werkte een paar dagen, totdat hij het vergat en voor het gemak heel dat tanden poetsen maar oversloeg. Geen tijd!

Ergernissen

Mijn ergernis punt is dat mijn pubers altijd handdoeken op de grond gooien. Fijn op zich dat ze hun handen wassen, maar dan hoeft die doek toch niet steeds op de grond ?! Net als hun kleren trouwens. Die liggen binnenstebuiten overal en nergens in hun kamer, of op de vloer van de badkamer. Hoe moeilijk is het om die vuile kleren in de wasmand te gooien?! Onze badkamer is niet zo groot, dat je de wasmand nergens kunt vinden…
Gerard heeft weer een ander punt van ergernis. De deur van de badkamer klemt, wat op zich niet aan onze kinderen ligt. Maar voor elk wissewasje daar wordt die deur hermetisch afgesloten, met veel gebonk dus. ‘Doe eens wat zachter met die deur!’ roept hij vaak. ‘Eerst de deur naar je toe trekken, dan de klink omlaag en dan pas op slot draaien!’ Helaas, dat advies is aan dovemansoren gericht.

Nou ja, genoeg hierover. Over een paar jaar zijn ze het huis uit, en verlang ik misschien wel terug naar die badkamerperikelen. Voorlopig doen we het er maar mee. Met pubers in huis is het nooit saai, zeker niet met die leuke twee van ons!

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Eén opmerking over 'Pubers in de badkamer'

Geef een reactie op Neeltje Reactie annuleren