We waren eindelijk klaar met inpakken, op naar onze vakantiebestemming! Ik was doodmoe van de dagen ervoor, maar nu ging het de goede kant op. Hoe verder naar het zuiden, hoe vriendelijker het weer werd. Het zonnetje scheen en de blauwe lucht was versierd met plukken wolken. Mooi!
We passeerden de Waal en zagen er weinig bijzonders aan, na alle wateroverlast van de week ervoor. Ik werd een beetje slaperig en zakte weg.
Met een schok werd ik wakker, er was me iets vervelends te binnen geschoten… we waren de handleiding van de vouwwagen vergeten! Stom, want zo handig waren we nog steeds niet met het opzetten van dat ding.
Gerard keek niet blij toen ik hem dat vertelde, maar zei: ‘Ze hebben toch Wifi op die camping? Dan zoeken we het wel op op internet’.
Aan het eind van de middag arriveerden we bij onze camping: een boerencamping ergens in Zuid-Limburg. Weinig toeters en bellen maar wel een prachtig uitzicht! De camping-eigenaar gaf ons een rondleiding over het terrein en legde het systeem van de toiletten uit. Als je naar de wc moest of wilde douchen, moest je een geel kaartje vóór bij de wasgelegenheid ophangen. Dit om drukte bij de toiletten te voorkomen in verband met corona. Klonk logisch, maar bleek niet praktisch. Want wat als je met z’n tweeën tegelijk naar de wc moest, met dat ene kaartje? De helft van de campinggasten vergat het kaartje sowieso, bleek later. Of je liep terug naar je tent en ontdekte daar dat je je kaartje had laten hangen, moest je weer terug de heuvel op.
Hoe dan ook, we kregen een plaatsje aangewezen waar we de vouwwagen konden opzetten. Niet boven met dat weidse uitzicht, maar onderaan, waar we tegen perenbomen aankeken. ‘Mmm’, dacht ik, ‘leuk, maar thuis kijk ik ook tegen struiken in de tuin aan’. Maar goed, niet zeuren. We hadden de Wifi-code gekregen en ja hoor, internet! Die deed het het beste bij de wasgelegenheid boven, was ons verteld. Inderdaad, totaal geen ontvangst op onze plek beneden. Ofwel: geen aanwijzingen downloaden hoe we ook alweer die vouwwagen op moesten zetten. Ik had geen idee hoe te beginnen, maar Gerard gelukkig wel. Ondertussen was de lucht dichtgetrokken en begon het te spetteren. Nee he! Zo vlug als we konden probeerden we verder te werken. De buurman achter ons – die een uur eerder aangekomen waren en dus nog wel een plek met uitzicht had – maakte een grapje, ‘Nou, als dat alles is met de regen?!’
Helaas, het was nog niet alles. Tien minuten later barstte er een onweersbui boven ons los en in no time plensde het van de regen. In no time begon onze plek aan één kant onder te lopen, en de voortent stond nog niet eens vast!
De stress bij de van Eijken liep flink op. Gerard deed zijn uiterste best om de tentstokken op de goede plek te krijgen. Maarten en ik deden ons best om de tent niet in de lucht te laten vliegen en Janine keek kauwgum kauwend toe. ‘Ik had toch geen idee wat ik moest doen’, verklaarde ze later. ‘Die #*@vouwwagen!’ riep Gerard intussen kwaad. ‘Dit is de laatste keer dat ik hem opzet, bekijk het maar!’ ‘Ja, volgend jaar kopen we een caravan,’ reageerde Maarten hoopvol. Ik zei niks.
Toen de onweersbui voorbij was, kwam de camping-eigenaar een rondje doen. Bij elke tent maakte hij een praatje. ‘Lukt het hier? ‘vroeg hij met z’n zangerige Limburgse accent, toen hij tenslotte bij ons aangekomen was. ‘Niet echt, ‘zei ik, wijzend op de waterpoeltjes pal naast de voortent. Maar Gerard zei glimlachend: ‘Het was een flinke klus, maar de tent staat!’
Ongelofelijk die man van mij. Hoe snel kan hij van gedachten veranderen? ‘Nou, net praatte je wel anders!’ kon ik niet nalaten te klagen. Ach ja, in de hitte van de strijd zeg je weleens rare dingen, vond Gerard.
De eerste nacht sliep ik ronduit slecht. De onrust zat in m’n lijf, daarbij klonk er een constant geraas in de verte. Wat was dat toch? Het bleek een drukke snelweg te zijn, die je niet hoorde als het flink regende, maar wel als het stil was. Thuis was het nog een stuk stiller. ‘Je hoort hier nog geen vogels,’ zei Gerard de volgende morgen. ‘Alleen maar vliegtuigen’. We bleken niet ver van een vliegveld te zitten, zagen we later op de kaart. Maar gelukkig scheen de zon en stond er een lekker briesje. Zo kon de tent flink doorwapperen en konden wij lekker bijkomen. Maar ik ergerde me toch nog aan het uitzicht dat er niet was.
‘Zeg Gerard’, begon ik. ‘Hoe vind jij de tent staan?’
‘Best’, zei hij.
Ik vond het helemaal niet best. Als we de tent nou een kwartslag zouden draaien, keken we wel mooi de diepte in. Die perenbomen was ik al zat. Nu was alles in de tent toch nog een rommel, en hoe lang kon het nou duren voor we dat gefikst zouden hebben? Ik kreeg er helemaal zin in. Zuchtend gaf Gerard uiteindelijk mijn zin, met de ervaring dat ik er anders toch niet over op zou houden. We waren weer uren bezig die dag, maar uiteindelijk stond de hele mikmak op z’n plek. Ik was superblij!
Inmiddels is het alweer een week verder. Het is hier heerlijk! Ik voelde me vanaf dag 2 al relaxed. Dat uitzicht krijg je sowieso wel mee, aangezien je voor elk flesje water of wasbeurt ‘naar boven’ moet lopen. Het internet doet het het beste in de schuur, hebben we ontdekt, waar boven je hoofd een mama en papa zwaluw hun hongerige jonkies af en aan voer. En verder… dat schrijf ik in de volgende blog.
Ik kan helemaal met je meevoelen.Toch is een vouwwagen ideaal…Veel plezier nog en straks netjes inpakken!
LikeLike
Dank je wel hoor, het is heerlijk als die tent eenmaal staat. Dan genieten we zeker (totdat we weer op moeten breken…)
LikeLike
Doet me denken aan onze eigen kampeervakanties. De eerste en tweede dag was het vaak chaos, daarna wilde ik nooit meer weg. Heerlijke herinneringen. Ik wens je nog een fijne vakantie toe mét zon!
LikeLike
Lees met plezier je blogs, Rineke!
LikeGeliked door 1 persoon
Dank je wel, fijn om te horen! En ik schrijf met plezier 🙂
LikeLike