Kampeerlief en -leed 2

Mijn plan om een paar blogs vanaf de camping te sturen is mislukt… we zijn alweer thuis! Zestien mooie vakantiedagen in Limburg zijn voorbij gevlogen. Ik kwam er niet eens aan toe om te bloggen. Niet omdat onze agenda daar zo vol was; meer omdat ik m’n tijd heel anders besteedde. En zo hoort het ook in de vakantie, even geen verplichtingen! Leuk om nu terug te blikken, vanuit ons achtertuintje.

Limburg is een prachtige provincie. Het is echt net of je in het buitenland zit. Ik ga de plek van onze camping niet verklappen, maar wat heb ik genoten van die glooiende heuvels, de eindeloze wandelpaden en het zangerige Limburgs. Totaal anders dan onze vakanties in Zeeuws- Vlaanderen, waar ik het overigens ook prima heb gehad.

Ik kan natuurlijk uitgebreid gaan beschrijven hoe mooi de heuvels eruit zagen of hoeveel kilometer ik gelopen heb. Hoe druk Maastricht was, hoe schattig het centrum van Sittard, hoe saai dat van Heerlen en hoe triest de aanblik van Valkenburg, met het puin nog in de straten. Maar dan kan je beter een toeristische brochure lezen, à la ‘Limburg in een notendop’. Boeiender vind ik om te vertellen hoe het nou eigenlijk op de camping was. Want daar brachten we uiteindelijk de meeste tijd door.

We waren nog nooit op deze camping geweest, dus we kenden er niemand. Dat is in het begin altijd even spannend. Zouden er leuke mensen zijn? Zouden de kinderen aansluiting vinden? En ook heel belangrijk: zouden de wc’s wel schoon zijn?
Er waren 5 wc’s, maar in de praktijk kon ik er maar van drie gebruik maken. Eén was namelijk een pisbak voor mannen en één was een kinder-wc. Dan waren er twee gewone wc’s en de laatste was voor senioren. Voor het gemak heb ik mezelf daar ook maar onder gerekend; er stond toch geen leeftijdsgrens bij.
Vijf wc’s voor 120 tot 180 mensen, dat is niet overdreven veel. Maar er was een dame die meerder keren per dag de wc’s liep te boenen, dus meestal waren ze schoon. Heerlijk, ik wou dat ik thuis zo iemand had!

In de folder stond dat er op de camping gratis Wifi was. Bij aankomst kregen we onmiddellijk de Wifi-code mee, tegenwoordig bijna van levensbelang. ‘Het beste doet ‘ie het bij het toiletgebouw’, zei de eigenaar. Daar was geen woord van gelogen, anders gezegd: bij de tent had je nauwelijks tot geen bereik. Gerard baalde ervan. ‘Daar betalen we toch ook voor!’ merkte hij op. De kinderen moesten ook wennen dat ze niet non-stop internet hadden. Zelf vond ik het eerst wel lekker rustig, maar na een week miste ik het ook. Zodoende ging de telefoon vaak mee naar het toilet of douche, ‘om verbinding te krijgen’. Er stonden ook stoeltjes buiten op het terras naast de afwasbakken; daar zaten vooral vaak tieners met hun mobieltjes. Zo ook die van ons. Capuchon en/of koptelefoon op, lekker in hun eigen wereldje. En anders hingen ze in de grote schuur rond. Behalve goed internet en een droog plekje, had je daar van alles. Een tafel met stoelen, een wasmachine plus droger, twee koelkasten, ontzettend veel fietsen die daar gestald werden (ik denk wel 100), een pingpongtafel, een tv, boeken om te lenen en Donald Duckjes. Ons gezin bracht daar de nodige uurtjes door.

Als je op vakantie gaat, is het niet elke dag leuk en relaxed. Je neemt namelijk jezelf mee…en je gezin (als je dat hebt). Het was heerlijk om de sleur van thuis te doorbreken en een nieuwe omgeving te verkennen. En toch kwam daar het moment dat ik onrustig werd. Ik voelde me stom en saai en overbodig. Wat was dat nou, had ik heimwee? Ondernamen we niet genoeg? Verveelde ik me zonder goed internet en beschikbare vriendinnen? Ik kon het niet goed plaatsen, maar het was er.
‘Ga toch eens zitten’ zei Gerard dan. ‘Pak een boek of ga puzzelen. Jut ons toch niet zo op dat wij wat moeten doen!’ Ik weet niet of ik hen opjutte; ik wil er in het algemeen gewoon vaker op uit. Maar goed, dat kreeg ik niet elke dag voor elkaar. Dan maar weer wandelen met deze of gene, of de afwas gaan doen en een praatje maken. Zodoende kwam ik het nodige te weten van andere kampeerders. Over lief en leed gesproken…

Ik sprak onder de afwas met een vrouw die haar moeder vorig jaar had verloren aan corona, terwijl ze zelf ziek op haar slaapkamertje zat. Nu, een jaar later kon ze nog steeds niet ontspannen, zo rusteloos was ze geworden! Dan was er een moeder met 3 tieners, die al tien jaar weduwe was. Toch kampeerde ze met een vouwwagen en bleef ze de gezelligheid opzoeken. Knap! Ook heel knap vond ik een dame van 61 die het hele Pieter-pad liep in haar eentje. Rugzak om, tentje mee, en niet zeuren. Ze was al 5 weken onderweg en had het nu bijna gehaald, petje af! Er was een man, gescheiden en met 2 tieners, die bijna geruïneerd was door z’n ex. En toch was hij de vrolijkste man van de hele camping! Er was ook een man die vertelde dat hij 10 weken op de camping stond. ‘Tien weken?’ herhaalde ik jaloers. Ja, tien weken; dit omdat hij een aandoening had waar hij al jaren last van had. Hier in de buurt kreeg hij therapie en voor het eerst sinds jaren merkte hij verlichting van zijn klachten… oef! Geen reden om jaloers te zijn.
Er was ook een gezin waarvan de kinderen elkaar bijna de tent uitvochten. Diverse keren per dag veel geschreeuw en gedoe, en zo te horen ging het nergens over. Hun moeder nam het nog luchtig op (‘Ach, zo gaat het altijd bij ons…’), maar ik kreeg medelijden met ze. Onze kinderen moesten er soms om lachen, ‘Oh daar beginnen ze weer’ zeiden ze. Tja, ik ken nog wel een paar goede gezinstherapeuten, dacht ik. Daar hebben we zelf ook veel baat bij gehad. Maar het ging me te ver om hen dat te vertellen, stel je voor dat er iemand bij ons kwam met zo’n advies!

Een camping is net een stad in het klein. Je hebt er ouderen en jongeren, rustzoekers en sportievelingen. Gezinnen met kleine kinderen, en opa’s en oma’s die genieten van de rust. Super-de-luxe campers en caravans, oude vouwwagens en kleine tentjes. En mensen zoals ik, die intens genieten, maar ook altijd wat te piekeren hebben.

Tenslotte: raad eens wat ik het eerste gedaan heb toen ik thuis kwam? (okay, na het uitstappen en wat tassen uit de auto halen). Wie het weet, die heeft deze blog goed gelezen! 🙂

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

4 gedachten over “Kampeerlief en -leed 2

Plaats een reactie