Wachten tot je een ons weegt

Mijn dochter voelde zich deze zomer een poosje niet lekker en daarom gingen we naar de huisarts. Die gaf ons een verwijzing voor de kinderarts in het ziekenhuis. Ik belde op voor een afspraak; half oktober konden we terecht. Half oktober?! Het was toen net augustus!
‘U kunt ook naar een ander ziekenhuis gaan, als het u te lang duurt’, adviseerde de dame aan de telefoon. Janine wilde überhaupt niet naar een dokter in wat voor ziekenhuis dan ook, dus ik heb het maar op half oktober laten staan. Zelf had ik ook niet zo’n zin om naar een andere stad te gaan.

Toen Janine eindelijk aan de beurt was, had ze inmiddels al andere klachten… maar goed. De kinderarts nam de tijd, luisterde aandachtig en deed diverse tests. Ze stelde voor om bloed te laten prikken en een hartfilmpje te laten maken. Ze had een licht ruisje bij het hart gehoord, waarschijnlijk onschuldig, maar toch goed om even te checken. Uiteraard kon dat allemaal niet diezelfde week, maar een week later. Dat viel me nog mee. Onze dochter vond het maar niks, maar wij vonden het wel geruststellend dat ze haar eens onderzochten. Ze zag zo vaak witjes en ze had vaak hoofdpijn.
Drie weken na de onderzoeken zou de uitslag besproken worden, via een telefonisch consult. Als er echt iets bijzonders was, zouden ze wel eerder bellen. Geen bericht, goed bericht. Dat zei mijn vader vroeger ook altijd als wij – elders in het land op kamers – lange tijd niet belden. Mijn moeder maakte zich sneller ongerust dan hij, maar mijn vader wuifde haar zorgen dan weg. En meestal klopte dat ook.

Vijf dagen van tevoren kreeg ik een herinneringsmail van het ziekenhuis over het telefonische consult. Wij zouden gebeld worden; dringend verzoek om zelf niet te gaan bellen. Drie dagen daarna kregen we nog een herinnering. Als we het nú nog zouden vergeten, onmogelijk!

Gerard en ik hadden het erover welk telefoonnummer ze eigenlijk zouden bellen. We hebben allebei een 06-nummer en we hebben ons ouderwetse vaste nummer nog.
‘Wat heb jij doorgegeven?’ vroeg ik, aangezien hij de eerste keer mee geweest met Janine. ‘Oh, daar is toen niet om gevraagd; vermoedelijk wat bij onze gegevens staat’ zei hij, ‘maar anders bel je even op, om dat te checken.’
Daar had ik op dat moment niet zo’n zin in en later kwam ik er niet aan toe. Ik ging er voor het gemak vanuit dat mijn nummer in het systeem staat, aangezien ik het meest bereikbaar ben. Hij heeft een enorme hekel heeft aan telefoneren. Als er een telefoon gaat, neemt hij die 9 van de 10 keer niet eens op! Bovendien is zijn mobieltje aan z’n eind. Die ligt de hele dag aan een oplader en dan nog valt ‘ie elke keer uit, ook al staat de batterij op 100%. Niet erg handig.( De vervanger laat nog even op zich wachten.)

Op de bewuste dag zat ik op het juiste tijdstip klaar met 3 telefoons. Gerard had nachtdienst gehad en lag te slapen. Het was stil in huis en het bleef stil… Na een kwartier nog geen telefoontje, na een half uur ook niet en na drie kwartier nog steeds niet. Tja, wat nu? Ondanks dat er in de mail stond dat je NIET naar het ziekenhuis moest bellen, belde ik het algemene nummer, moest een kwartier in de wacht hangen en kreeg toen eindelijk iemand te pakken.
‘Hé, wat raar’, zei die mevrouw. ‘Ja, ik zie dat de afspraak nog niet afgehandeld is. Dus de arts zou in principe nog kunnen bellen’. Ik vond het ook raar. Ik kon toch niet de hele ochtend thuis gaan zitten wachten?
Een uur later werd ik gebeld door een assistente van de kinderarts op ons vaste nummer. ‘Dag mevrouw, de arts heeft geprobeerd u te bellen, maar u nam niet op!’
‘Hoe kan dat nou?’, zei ik verbaasd, ‘ik zit hier met 3 telefoons naast me en ik ben de kamer niet uit geweest!’
Dat vond zij ook vreemd. Ik informeerde welk nummer er gebeld was. Dat was die van mijn man. Nee hè! Niets van gemerkt – trouwens in de belhistorie stond geen gemiste oproep. Ik gaf haar mijn 06-nummer en ze zou kijken wat ze voor me kon doen. Ze zou me later terugbellen.

Een tijdje later kwam Gerard uit bed. ‘En, wat zei de kinderarts?’ vroeg hij. Ik vertelde hem dat die ons niet kon bereiken met zijn telefoon. ‘Waarom belt ze dan ons vaste nummer niet?’ zei hij verbaasd. ‘Heb je gevraagd waarom ze dat niet gedaan had?’
Eerlijk gezegd was dat nog niet in me opgekomen. Ik hoopte maar dat de assistente snel zou terugbellen! Maar helaas, twee uur later nog steeds geen telefoon.

Ik was intussen behoorlijk geïrriteerd door dat wachten en binnen zitten en besloot een ommetje te gaan maken. Met mijn prikstok en vuilniszak natuurlijk, altijd nuttig bezig zijn is mijn verslaving. Het was een mistige herfstdag, heerlijk om buiten te zijn. Ik wandelde, prikte blikjes uit de struiken en keek af en toe op mijn telefoon. Totdat ik zag dat ik een oproep had gemist! Hoe dan? Hij zat gewoon in mijn jaszak met het geluid aan! Wat was er aan de hand vandaag?
Anderhalf uur later, toen ik allang weer thuis was, ging de telefoon weer. Nu was dat zeker weten die kinderarts, dacht ik. Ik griste mijn mobiel van de tafel, begon vrolijk te praten… en zag tot mijn schrik dat de verbinding verbroken was. Wat was er nu weer mis gegaan?! Terugbellen leverde ook niets op: het centrale nummer.

Het eindigde ermee dat een licht geïrriteerde assistente later belde met het verwijt dat de arts tijd voor ons neemt, dus dat we dan wel bereikbaar moeten zijn. Detail: de assistente belde steeds met ons vaste nummer en dat werkt dus prima. Waarom deed die arts dat dan niet?

Vandaag was er een nieuwe afspraak voor ons ingepland. Inmiddels is er een uur verstreken en hebben we – allebei thuis- nog steeds geen telefoon gehad van het ziekenhuis. Nou, ik weet het nu niet meer, dit is wachten tot je een ons weegt (en dat is, zie eerdere blogs, geen gezonde ontwikkeling). Dan maar weer gewoon terug naar de huisarts met onze dochter? Want daar ging het uiteindelijk om!

PS De aanhouder wint 🙂 Nog weer drie kwartier later belde de kinderarts op. Het valt allemaal wel mee gelukkig, maar ze wil onze dochter toch even volgen. Okay!

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Eén opmerking over 'Wachten tot je een ons weegt'

Geef een reactie op Neeltje Reactie annuleren