1 april

Net toen ik dacht dat ik nooit meer beter zou worden, begon ik me een beetje beter te voelen. Dat was ongeveer drie weken nadat ik besmet was met het coronavirus. Nu hoor ik mensen met een chronische ziekte al zeggen: Wat is nou drie weken op een mensenleven?!
Tja, niet veel misschien, maar wel lang als je erin zit. Vroeger heb ik wel vaker periodes gehad waarin ik zo moe was, en ik was bang dat het weer die kant op zou gaan. Ik voelde me bijna net zo uitgeput als na een zware bevalling.

Maar toen werd het 1 april. Ik trok de gordijnen open en zag dat er sneeuw lag! Voor de tweede dag achter elkaar, ongelofelijk. Nu moest ik toch maar eens naar buiten om wat foto’s te maken.
Na het ontbijt kleedde ik me warm aan, en ging op stap. Het was echt koud, wat een verschil met de week ervoor! Toen zaten we achterin de tuin in het zonnetje, genietend van de eerste voorjaarsbloemen. Diezelfde voorjaarsbloemen waren nu bedekt met een witte muts van sneeuw. De paar hyacinten die we in de voortuin hebben, bezweken bijna onder hun last. Ze lagen plat op de grond en zagen er zielig uit. Verderop was een deel van een struik geknakt, en dat door die paar sneeuwvlokken?!


Ik liep verder met mijn bibberige benen. Ik leek wel een oud omaatje, maar ik genoot ervan dat het weer lukte. Er was heel wat te zien en te fotograferen, hoewel de sneeuwlaag niet eens zo dik was. Voorbij ons blok huizen liep ik over een grasveldje naar beneden, naar een vijver. Een groep ganzen zat luid te snateren op een eilandje, middenin de vijver. Maar hoe dichter ik bij het water kwam, hoe stiller ze werden. ‘Ik doe niks hoor!’ zei ik. Maar dat leek geen indruk te maken, want vijf van de zes plonsden in het water en zwommen hard weg. Eentje hield de wacht en bleef mij aankijken. Zijn (of haar) nek gestrekt en de kop schuin omhoog, zo van ‘Ik hou je in de gaten!’ Net op dat moment kwam er vanaf de andere kant een ander groepje ganzen aanvliegen. Met een hoop getetter en lawaai landden ze in het water, eentje maakte er een hele show van. Alle ganzen leken elkaar van een veilige afstand in te schatten, dreigde er gevaar of was het vertrouwd? Het leken wel mensen…


Ik liet de ganzen voor wat ze waren, en liep verder. Sneeuw op de auto’s, sneeuw op de bomen. Eigenlijk vooral tegen te bomen, want aan één kant waren ze wit en aan de andere kant waren ze groen. Blijkbaar had het hard gewaaid ’s nacht tijdens de sneeuwbui. Nu dwarrelden er alleen nog maar wat vlokjes door de lucht, heel rustig. Ik haalde diep adem en genoot nogmaals van mijn ‘tochtje’. Ook al kreeg ik koude vingers en koude voeten, ik liep door. Pas toen ik last van m’n rug begon te krijgen, ging ik weer naar huis. Blijkbaar vonden m’n spieren het weer genoeg.

Luisteren naar je lichaam is een hele kunst. Ik vind het vervelend om moe te zijn, ik ben liever bezig. Vroeger mochten we niet lui zijn. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen!’ zei een oude meester in onze klas. Je kreeg zelfs een rapportcijfer voor ijver en vlijt. In die tijd werd je bepaald niet opgevoed met het idee dat je lichaam signalen geeft. ‘Kom op, even doorzetten. Flink zijn, je bent toch geen watje! Niet huilen, stel je niet aan.’
Allemaal goedbedoelde adviezen om niet in de put te blijven zitten. Hier en daar heb ik ze iets te letterlijk opgevat, want ik vind het nog steeds lastig om moe te zijn. Maar tegenwoordig krijg ik van alle kanten te horen dat ik NIET flink moet doorzetten, dat m’n lichaam bepaalt wat het aan kan. Trouwens, sinds corona hoeven anderen me daar niet eens meer van te overtuigen. Ik voel zelf ook wel dat m’n spieren trillen, en dat ik meer slaap nodig heb. Zal ik ooit weer drie keer in de week kunnen sporten, waar haalde ik de energie toch vandaan? ‘Jullie hebben toch geen long-covid!’ vragen onze tieners af en toe bezorgd. Gerard is namelijk ook nog niet superfit.

De tijd zal het leren, ook een oud gezegde. Intussen doen we rustig aan en gaat het iedere dag wat beter. Ik geniet van ‘normale’ dingen, ik heb zelfs met plezier weer eens gestoft en gedweild! Dat was dan ook wel hard nodig. Vanmiddag hang ik weer op de bank met een moe lijf. Spierpijn in m’n armen, spierpijn in m’n benen. De regen klettert tegen de ramen, en ik heb het koud…Gelukkig hebben we de foto’s nog van 1 april, en dat is geen grap!

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

Eén opmerking over '1 april'

Geef een reactie op Neeltje Reactie annuleren