Duiven kuren

Vandaag heb ik geen grootse thema’s. Integendeel, je kunt deze blog in een paar minuten lezen. Misschien val je er wel bij in slaap! Mijn eigen man in elk geval wel, al ligt dat meer aan het feit dat hij om vijf uur op moest voor zijn werk.

Ik had vanmorgen weinig energie. Iedereen was de deur uit en ik kon doen en laten wat ik wilde. Toch wist ik niet waarmee ik moest beginnen. De afwasmachine leegruimen? Nee. Glas bij de glasbak brengen en dan meteen een lekker ommetje maken? Nee. De was aanzetten? Okay, dat kon ik nog wel opbrengen, maar daarna liep ik alweer gapend door het huis. Nou kom op, zei ik tegen mezelf, oud papier naar de bak bij de schuur brengen dan maar. Toen ik dat gedaan had, keek ik omhoog. De lucht was prachtig; heel blauw maar ook heel veel schapenwolkjes. Terwijl ik zo stond te kijken, keek een verdwaalde postduif mij nieuwsgierig aan. Het beestje zat op de rand van onze schuur. Hij of zij was afgelopen vrijdag zomaar aan komen vliegen, misschien wel door de hitte bevangen. Aangezien Gerard een stel duiven heeft, valt er op de schuur altijd wel wat voer te pikken. Er staat ook altijd een bakje water.

Normaal verzorgt Gerard de duiven, maar vanmorgen was hij te vroeg weg om dat te doen. Dus besloot ik het trapje uit de schuur te pakken en de hokjes te openen. De duiven gaan dan eerst lekker wat rondjes vliegen en daarna pas eten. Al ben ik geen fan van duiven, het was eigenlijk best een grappig klusje. Bij het eerste hok zat een witte duif met vooruitgestoken borst mij gebiedend aan te kijken, zo van: ‘Ik dacht dat ik er nooit uitgelaten werd vandaag!’ In het tweede hok zat een duivinnetje op haar nest, met de rug naar mij toe. Ze draaide haar kop even om en keek vervolgens snel weer de andere kant uit. Ze deed me denken aan mijn dochter… die kijkt ook altijd verstoord op als ik – zelfs na een paar keer netjes kloppen- in haar kamer kom… Het bijbehorende mannetje hipte onrustig heen en weer, niet wetend wat hij moest doen. ‘Ik doe jullie niks hoor!’ probeerde ik hen gerust te stellen, maar het leek weinig indruk te maken.

In het derde hokje zaten nog twee duiven. Een mooie lichtbruine die nog maar een paar maandjes oud was, en zijn witte moeder. De jonge duif zat ongeduldig te wachten, en vloog meteen weg zodra ik het hokje opende. De moeder keek mij argwanend aan, en verliet het hok pas toen ik uit beeld was.

Nadat ik het trapje in de schuur gezet had, keek ik nog eens omhoog. De vreemde postduif zat bescheiden tussen twee hokjes in. De dikke duif die me als eerste wat hooghartig aangekeken had, tripte heen en weer over de dakrand. Hij pronkte met z’n veren alsof er een heel publiek naar hem stond te kijken. Ineens stond ‘ie stil. Hij draaide wat met zijn achterkant… en liet poep vallen. Wat een onbeleefd beest, dacht ik, die heeft er letterlijk schijt aan ! De duif in kwestie wandelde weer even statig als daarvoor naar het drinkbakje toe. Maar niet om te drinken, nee hij sprong er middenin! Er moest gebadderd worden blijkbaar. Twee andere duiven keken van een afstandje toe. ‘Wanneer is die uitslover nou eens klaar?!’ koerde de ene duif. De postduif zweeg, allang blij dat hij water had gedronken voor die dikzak er in sprong.

En ik maar denken dat duiven zulke lieve beestjes waren! Eerlijk gezegd leken het net kleine kinderen of een stel volwassenen die elkaar de ruimte niet gunnen. Alhoewel kippen nog erger zijn. Kippen hebben letterlijk een pikorde; dat weet ik toevallig omdat we jaren kippen in de achtertuin hebben gehad. Eén kip was de baas, een aantal daaronder werd getolereerd, maar de kleinste of zwakste kip was altijd de pineut. Regelmatig schrokken we van gekrijs en gekakel, als die zwakste weer eens gepikt werd door ‘het baasje’. Soms tot bloedens toe, als wij er niet op tijd bij waren! Nee kippen zijn ook niet zo schattig, als ze geen donzige kuikentjes meer zijn.

Hoe dan ook, mijn taak bij de duiven zat erop. Ik had koffie verdiend, en ik voelde me alweer een stuk vrolijker. Om met een uitspraak van Gerard te eindigen: ‘Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!’

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

2 gedachten over “Duiven kuren

Plaats een reactie