Dag huis!

Hoe snel kan het gaan… De ene avond zit je nog aan de oliebollen en lekkere hapjes om het nieuwe jaar in te luiden, de andere avond zit je bij je vader en maak je je doodongerust. Wat was er met hem aan de hand?

Het ging natuurlijk al een tijdje niet zo lekker. Dementie is een voortschrijdende ziekte, in het algemeen gezegd. Je ziet er aan de buitenkant niets van, totdat de vergeetachtigheid te bar wordt. Al een tijdje wisten we dat mijn vader niet meer snapte hoe de magnetron werkte. Het gasfornuis en de oven raakte hij al veel langer niet meer aan (gelukkig). Om ons niet lastig te vallen, ging hij dan maar een patatje halen. Soms sjouwde hij wel drie keer per week naar de snackbar in de buurt! Lekker hoor, maar hoogst ongebruikelijk voor een zuinige man als onze pa. Ook andere dingen vielen op. Hij belde ons niet meer op, omdat hij niet meer wist hoe de telefoon werkte. Vergat het licht aan te doen als het donker werd, vergat te eten, wist niet meer of de thuiszorg was geweest enzovoorts.

Op 1 januari – Gelukkig nieuwjaar, pap! – leek er iets goed mis. Hij zat niet alleen in het donker te slapen toen ik aankwam, maar hij had het ook koud en hij liep raar. Mijn oudste broer vond hem al eerder raar praten aan de telefoon, dus ik was gewaarschuwd. Toch schrok ik ervan. In de avond kreeg hij akelige hoestbuien. Ik bleef daar slapen en belde de dokter de volgende dag. Die kwam gelukkig snel kijken. Maar in plaats van een TIA of een ernstige longontsteking, concludeerde de dokter: het is de griep. In theorie zou het dus wel meevallen.

In de praktijk viel het echter helemaal niet mee! Pa had behoorlijk wat moeite om over deze griep heen te komen. Hij kon echt geen dag meer alleen zijn, want hij zorgde niet meer voor zichzelf. Hij vergat zich zelfs te scheren, ook al uitzonderlijk. Hij bleef bijna in z’n eigen hoestbuien, en zei dan later in alle ernst: ‘Heb ik gehoest? Niets van gemerkt, ik ben zeker een beetje verkouden.’ Verder werd hij steeds warriger en slaperiger. Zo kon het niet meer, vonden wij als kinderen. Wij sprongen aan alle kanten bij, regelden hulp via de buren, maar het was geen doen meer. Ik zat meer bij m’n vader dan bij m’n eigen gezin, en die vonden het ook niet meer gezellig. Als ik dan thuis was, maakte ik me nog zorgen over wat m’n vader deed. We moesten eens ernstig praten met z’n vieren.

Als donderslag bij heldere hemel – of was het een geschenk uit de hemel? – mailde de case-manager dat er een plekje vrij kwam in een verpleeghuis. Of we er even wilden gaan kijken, en deze unieke kans ernstig overwegen. De wachttijden voor verpleeghuizen liegen er niet om, dus als we nee zouden zeggen, kon het wel weer maanden duren. Tja, wat konden we anders doen dan gaan kijken? Zodoende reed ik op een stormachtige januaridag alweer naar de Bollenstreek. Mijn tweede broer en ik gingen maar eens poolshoogte nemen. Het huis zag er aan de buitenkant niet eens zo gek uit, zeker niet. Het personeel was erg vriendelijk, maar de kamers wel erg klein. Daarentegen zouden de bewoners vaak in de lichte gezamenlijke huiskamer zitten, met uitzicht op bollenvelden. Dat was wel weer mooi. De sfeer leek ook wel okay, maar ja, dit was wel een momentopname.

Men raadde ons aan het niet met mijn vader te bespreken, totdat we er zelf uit waren. Ik ging de middag na de bezichtiging bij hem langs. Tijd is voor hem ongrijpbaar geworden, dus hij was niet eens verbaasd dat ik alweer kwam. Maar wat voelde ik me ongemakkelijk! Alsof ik iets achterhield, en dat deed ik in feite ook. Als wij akkoord gingen, zou hij vier dagen later al moeten verhuizen. Moet je je eens indenken, dat je kinderen komen en zeggen: ‘Hallo pap, zeg binnenkort maar dag tegen je huis, we hebben wat beters voor je gevonden!’

Het werden een paar moeilijke dagen. Erg veel te kiezen hadden we niet. Als we het niet zouden accepteren, moesten we nog harder gaan rennen. De rek was er zo ongeveer wel uit, dat voelden we alle vier al een poosje. Maar hoe zou die vader van ons op ‘het nieuws’ reageren? Zou hij boos worden, dwarsliggen, of zou hij zich helemaal naar schrikken?

We zouden er vanzelf snel achter komen…

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

6 gedachten over “Dag huis!

  1. Hoi Rineke, Ja lastig hè zo’n keuze. Wij hebben hetzelfde gehad met Frans z’n moeder. Nergens ingeschreven en dan ineens is er een plekje…toch maar gedaan (kwaad dat ze in eerste instantie was). Maar voor alle partijen de juiste keuze geweest. Achteraf heeft ze er maar 9 weken gewoond, toen overleed ze…maar ja, het heeft Frans z’n broer ( die erg aan zijn moeder hing), de tijd gegeven om haar wat meer los te durven laten….. Sterkte! Groetjes, Anneke

    Geliked door 1 persoon

  2. Zeker een moeilijke beslissing. Vooral ook omdat jullie hem zonder overleg met je vader moeten nemen. Maar zo thuis blijven kan ook niet. Dus ik denk dat de beslissing al genomen is.

    Like

Geef een reactie op Anneke Heesters Reactie annuleren