‘Hoe gaat het nu met je vader?’ Die vraag krijg ik vaak te horen. Het is een vraag die mij ook dagelijks bezighoudt, en het antwoord erop is niet zo makkelijk. Het gaat niet zo goed, maar er zitten ook betere dagen tussen. Af en toe vragen we het aan mijn vader zelf. Hij is moeilijk te verstaan, maar het antwoord is zoiets als ‘best’ of ‘goed’. Ik kan dagelijks lezen wat er in het verpleeghuis gerapporteerd wordt, in de handige app ‘Carenzorgt’. Maar dat is slechts informatie. Het is anders om daadwerkelijk naast zijn bed zitten, en te kijken hoe hij slaapt, slaapt, slaapt, en af en toe even wakker is.
Mijn vader is hoogbejaard en heeft de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt. Hij was een jaar of 9 toen die begon. Vroeger vertelde hij daar wel over. Hij heeft er niet onder geleden, zei hij altijd. Het was een soort grote jongens avontuur, echt bang was hij nooit geweest. En dan vertelde hij over de radio die ze in huis hadden verstopt. Toen er verplicht van hogerhand een Duitser in huis kwam logeren, was dat wel even spannend, maar die man kneep een oogje toe. Spannend was het wel als er vliegtuigen overkwamen. Eén keer was hij met een vriendje aan het roeien in een klein bootje, toen er vliegtuigen laag over hen heen vlogen. Bommenwerpers zelfs. Vroeger vertelde hij dat altijd als spannend verhaal, dat ze heel hard terug roeiden naar de kant en een huis in vluchtten om te schuilen. Maar nu heeft hij het er nog steeds over. Tegen de dominee bijvoorbeeld, of tegen de buurvrouw, dat het echt wel eng was! En toen ik pas vroeg of hij veel droomde, en waarover dan, fluisterde hij: ‘Van vroeger… Zeeland… bommenwerpers ‘. Misschien beseft hij nu pas aan wat voor gevaar ze waren ontsnapt.
Mijn vader is ook van de generatie: niet zeuren. Tot voor kort zei hij altijd dat het prima met hem ging, gezond naar lijf en leden. Zo gezond was hij nou ook weer niet, naar ons idee, je zit niet voor niks in een verpleeghuis! Maar in zijn beleving was hij dat wel. Nu zeurt hij dus ook niet. ‘ U hoeft niet zo hard tegen uzelf te zijn hoor’, zeggen de verzorgenden tegen hem als zijn gezicht vertrekt van de pijn. Hij heeft sinds het herseninfarct duidelijk pijn. Gelukkig krijgt hij pijnstillers en wordt hij liefdevol verzorgd. Hij kan zelf niets en moet overal bij geholpen worden. Zijn linkerkant is te pijnlijk om op te liggen, hij heeft doorligplekken, hij is constant moe, hij kan niet meer zitten dus ook niet naar de wc, je kunt hem moeilijk verstaan, hij kan niet zelfstandig eten of drinken…Je zou er de moed bij verliezen. Maar hij accepteert het, berust erin. We weten eigenlijk niet hoe lang mijn vader nog te leven heeft. Een week, twee weken, een maand? Niemand durft het te voorspellen.
Toch gebeuren er ook mooie dingen in deze moeilijke fase. Elke keer is er wel weer even een blik van herkenning. Hij weet wie wij zijn, en glimlacht soort van, als ik de groeten doe van Gerard en de kinderen. Pas liet ik hem een ingesproken berichtje horen van dochter Hanna die nu op vakantie is in Brazilië. Ogenschijnlijk sliep hij half, maar ineens stak hij zijn duim op. En toen die dochter eindigde met ‘Tot ziens opa!’ toen zwaaide hij naar haar. Hij hoorde het echt en was nog genoeg bij om het te begrijpen, zo bijzonder! Afgelopen zondag waren dochter Willemijn en ik er. Zij vroeg of we een lied voor hem mochten zingen, en hij zei iets van ja. Toen zongen we een psalm, en ineens werd hij klaarwakker. Met grote heldere ogen keek hij rond. Hij fluisterde zelfs een bijbeltekst, die we voor hem opzochten. een ontroerend moment. Toen we weggingen, gaf hij kushandjes en gebaarde dat hij een knuffel wilde. ‘Bye ladies!’ zei hij ‘Love you too. Till we meet again!’
Vandaag zei hij niet veel. Een knik, een blik, ja of nee, veel meer kwam er niet uit. Maar hij herkende ons nog en was blij dat we er waren. Dat maakt ieder bezoek tot een waardevol moment, en een mooie herinnering voor later.

Wat een prachtig blog. Sterkte de aankomende tijd.
LikeLike