Heimwee in Oostenrijk

Het duurde dit jaar langer dan anders voor ik m’n draai gevonden had. Ik sliep niet zo lekker, het bed was hard, de kinderen sliepen ook al niet super. Ik voelde me er ineens schuldig over dat ik mijn gezin meer dan 1000 kilometer over de snelweg had meegesleept. Ik wilde zo graag naar Oostenrijk, nou dan moest ik het ook wel leuk vinden toch? Maar ik miste het Wow!gevoel wat ik vorig jaar meteen had toen we aankwamen. Het uitzicht uit ons huisje toen was zo geweldig, elk uur van de dag was het weer anders en fascinerend. En het was zo rustig overal om ons heen. Hier kijken we naar een veel minder hoge helling. Ook mooi hoor, maar anders. Je ziet elektriciteitsdraden boven de bomen hangen en verderop een kabelbaan. Hier is wel een dorpje op loopafstand met winkels en een mooi zwembad. Ook veel meer Gasthäuse om ons heen, zelfs een Jugendhotel schuin tegenover op de helling met schreeuwende, zingende en voetballende tieners. Allemaal niets mis mee. Waarom loop ik zo te vergelijken, waarom ben ik dan niet zo blij?

Na een poosje wist ik het: ik had heimwee… Heimwee naar wat? Naar mijn geboortestreek, naar het verzorgingshuis waar mijn vader woonde, naar de tijd dat hij nog leefde… Ik herinnerde me hoe hij altijd lachte als je op bezoek kwam. Vaak zat hij in de huiskamer op zijn eigen plekje. Krant op schoot, kop koffie of een glaasje wijn naast hem op een tafeltje, en de ogen dichten voor een hazenslaapje. De andere bewoners, vooral dames, zaten ook altijd op hun vaste plekken. De tv stond vaak aan, ook al keek niemand ernaar. Gemopper van de dames als je te hard praatte, want dan konden ze de tv niet horen. Maar wat had mijn vader het er naar zijn zin! Dat zei hij ook heel vaak tegen ons. En dat terwijl hij absoluut niet naar een verpleeghuis wilde. De laatste weken liggen nog zo vers in mijn geheugen. De plotselinge achteruitgang, het dwalen, vallen, dag en nacht naar de wc lopen, en toen de klap van het herseninfarct.

Foto door Vlad Cheu021ban op Pexels.com

Als je op vakantie bent in een compleet andere omgeving, ben je enerzijds afgeleid door al het nieuwe. Anderzijds neem je alles met je mee wat je aan herinneringen hebt, en dat was nogal wat! Het hielp mij om daarbij stil te staan en het te benoemen. Het mocht er zijn, de mooie herinneringen én het gemis. Vervolgens kreeg ik langzaam wel zin om deze omgeving te verkennen. Het hoefde toch ook niet hetzelfde te zijn als vorig jaar, we hadden toch niet voor niets een andere regio uitgekozen? Dus trok ik de wandelschoenen aan, en ging op verkenning. Ik maakte de anderen warm voor een eerste echte bergwandeling. Dat was meteen een flinke klim omhoog. Maar we hadden mooie vergezichten, en er stond een Berghütte waar we lekker wat ‘konden gebruiken’. Niet dus… die was gesloten, en dat in het hoogseizoen! We konden ook niet met de kabelbaan naar beneden vanaf dat punt, ze verkochten geen kaartjes halverwege de berg. Er zat niks anders op dan dezelfde weg terug te lopen, onder gemopper van deze en gene.

De tweede wandeling was minder steil zijn, alleen begon het na vijf minuten al te spetteren. ‘Ach, zo’n buitje trekt wel weer over,’ zei ik optimistisch. Vergeet het maar, deze bui bleef uren hangen. We liepen dapper door, totdat we honger kregen. We schuilden onder het bladerdak van bomen, totdat ook die alle regen doorliet. Vlakbij was gelukkig een heerlijk naar hooi ruikende boerenschuur, daar konden we in elk geval even schuilen. De regen hield helaas niet op, en de wandelweg liep dood; door een storm de week ervoor waren veel bomen omgevallen/afgeknapt. ‘Nicht betreten. Lebensgefährlich!’ stond er op het bordje. Dus weer terug langs dezelfde weg. Maar het laatste stuk was toch verrassend leuk, een pad langs een bulderend riviertje met grote rotsblokken en watervalletjes.

De dag na de tweede wandeling bezochten we een leuk plaatsje, waar ik met ons gezin vroeger gekampeerd had. Ik was verrast hoeveel ik nog herkende toen we door de straatjes van de stad liepen. De bakker, de slagerij, een winkel met klederdracht (die was er toen ook al!) en natuurlijk de kerk. Nog blijer werd ik toen ik op goed geluk de dichtstbijzijnde camping op zocht. Dat was ‘m! Daar hadden wij dus gekampeerd. Ik zag ons nog zo spelen op de camping met andere kinderen. M’n moeder liep in een trainingsbroek rond en een groeen truitje, en mijn vader zorgde voor de orde in en rondom onze tenten. Dat moest ook wel met vier kinderen. Hij was toen degene die z’n familie 1000 kilometer meesleepte voor die ene plek in Oostenrijk. Met andere woorden; ik heb het van geen vreemde! Mijn vader genoot ook intens van de bergen en alle vergezichten. Mijn moeder trouwens niet; die had hoogtevrees en was altijd erg bang als we langs steile hellingen reden. “Niet zo dicht langs de rand, Ad!” riep ze keer op keer. Zelf werd ik achterin zo misselijk door al die haarspeldbochten, dat ik me voornam later NOOIT met een auto de bergen in te gaan. En afgezien van de lange reis, hou ik me daar ook aardig aan; wandelen en bergbeklimmen is veel leuker. Kijk zelf maar naar de foto’s hoe mooi het hier is.

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

2 gedachten over “Heimwee in Oostenrijk

Geef een reactie op A Reactie annuleren