Geen bericht, goed bericht

Mijn ouders hielden van reizen, wat net als onze opvoeding behoorlijk gestructureerd verliep. Ze namen echter wel afstand van alles in Nederland. Ze belden opa en oma alleen voor het hoognodige op, dat we goed aangekomen waren bijvoorbeeld. Wat zou je tussendoor nog meer te vertellen hebben? Bellen vanuit het buitenland in een telefooncel was toen nog een heel gedoe. En niet onbelangrijk: het kostte veel geld! Geen bericht, goed bericht dus. Later, toen ik al getrouwd was met Gerard en hoogzwanger de eerste bevalling afwachtte, hielden zij hetzelfde motto aan. Meestal mopperen ouders dat ze te weinig van hun kinderen horen, maar nu mopperden wíí dat pa en ma zo weinig belden. En dat terwijl er een kleinkind op komst was!

Tijden veranderen. Telefoneren is nu een makkie geworden en als je daar geen zin in hebt, stuur je gewoon een appje. Geen bericht betekent meestal wel goed bericht. Net zoals bij bloed prikken of zo. Hoor je niks, dan zit het wel goed.

Over bloed prikken gesproken… Gerard, mijn man, was al een tijdje moeier dan eerst. Ik had het idee dat hij oververmoeid was door de nachtdiensten die hij voor zijn werk moest doen. Hij vond van niet, maar als partner kijk je er soms anders tegenaan. Later kwam daar nog duizeligheid bij. Nu werd het toch weleens tijd om een huisarts te bezoeken. Gerard gaat  nooit naar de dokter, dus dit was al een hele stap. De dokter stelde een paar onderzoekjes voor: een bloeddruktest, een longfoto, en wat buisjes bloed prikken. Ze wilde het ter plekke afspreken met het ziekenhuis, maar de website lag er toevallig uit 😦 Zodoende gingen er een paar dagen overheen voor het eerste onderzoek plaatsvond. Het tweede onderzoek gebeurde een week later; het bloedprikken zelfs nog een week later. Gerard z’n klachten werden er niet beter op, maar we hoorden eerst niks. Het zou wel loslopen allemaal, dachten we.

Een paar uur nadat er bloed geprikt was, belde de huisarts hoogstpersoonlijk op. ‘Meneer, er is iets niet goed aan uw bloed’, was de eerste mededeling. Dat ‘iets’ was een erg laag HB en een zeer hoog aantal witte bloedlichaampjes, wat zou kunnen duiden op een ontsteking. Huh? Wat betekende dat? De huisarts had overleg gehad met een internist en verzocht Gerard om zich dezelfde middag nog te melden bij de Spoedeisende Hulp. Hè? Hij moest zelfs een tas klaarmaken, want de kans was groot dat hij een nachtje in het ziekenhuis zou moeten blijven. Geschrokken pakte Gerard wat spullen bij elkaar, en even later reed ik hem naar het ziekenhuis. We hadden geen idee wat er aan de hand was. Ik herinnerde hem eraan dat hij mij precies 32 jaar geleden ook naar het ziekenhuis bracht. Onze oudste dochter werd daar toen geboren; 1 juli 1992.

We meldden ons bij de Spoedeisende Hulp, waar het rustig was. Er was slechts één vrouw voor ons met een ziek jongetje. We moesten heel even wachten in de wachtkamer, maar daar kwam een verpleegkundige hem al ophalen. Gerard moest in een apart kamertje zijn bloeddruk laten meten en weer wat bloed afstaan. Voor de zekerheid, werd er gezegd, toen hij vroeg waarom er alweer geprikt werd. Voor de zekerheid deden ze ook iets aan zijn pols, voor het geval er een infuus nodig was… De twee verpleegkundigen keken samen naar het computerscherm. Mij was het duidelijk dat zij iets zagen, wat niet in de haak was. ‘Voelt u zich wel goed, meneer?’ vroegen ze. ‘Niet benauwd of zo of ergens pijn?’ ‘Nee hoor’, zei Gerard. ‘Nou ja wel vrij moe en duizelig, daarom kom ik ook hier’.

Weer moesten we even wachten in de wachtkamer, maar alweer vrij vlot werden we opgehaald. We liepen naar een kamertje waar Gerard op een bed kon gaan liggen. Een andere verpleegkundige deed nog een paar dingetjes. ‘Ik denk dat de dokter zo komt’, zei ze. Ik verbaasde me erover hoe snel alles ging. Mijn ervaring met onze kinderen op de Spoedeisende Hulp was dat je een uur moest wachten voor je een verpleegkundige te zien kreeg, en dan nog een uur voordat er een dokter kwam. Dit ging verdacht snel. Wat was er toch aan de hand met Gerard? Daar kwam een dokter met een verpleegkundige binnen. Ze stelde zich voor – geen idee meer hoe haar naam was – wel dat ze een kleurige legging onder haar witte doktersjas aan had. Ze vroeg even hoe het ging, en stelde toen de vraag: ‘Zal ik maar gelijk met de deur in huis vallen, of…?’

Wij wilden graag weten wat er aan de hand was, dus we zeiden ja.  ‘Meneer, wij denken dat u een vorm van leukemie heeft. Alle bloeduitslagen wijzen daarop. Zeer waarschijnlijk is het chronische lymfatische leukemie, maar we moeten nog wel uitsluiten dat het geen acute leukemie is. In dat geval is uw levensverwachting een stuk korter, maar met CLL kunt u nog jaren leven. Vijf of tien of twintig jaar, dat kunnen we niet voorspellen.’

Gerard en ik staarden haar ongelovig aan. Leukemie??? We waren met stomheid geslagen, wisten even ook geen vragen te bedenken. ‘U vat het wel rustig op’, zei de dokter voorzichtig. Nou, rustig? Ik kon het bijna niet geloven en ik begreep er ook niets van. Gerard moest het ook even op zich in laten werken; wat hing hem nou plotseling boven het hoofd? De dokter begon op te sommen wat het plan nu was en welke onderzoeken er nog meer plaats zouden vinden. Een scan, een beenmergpunctie… Hij zou sowieso meteen opgenomen worden in het ziekenhuis, dat stond vast. In mijn herinnering reageerde ik een beetje raar. ‘Ik moet zo naar mijn werk’, zei ik. ‘Hoe moet ik dat nou regelen? En Janine d’r school is afgelopen, ik moet haar zo ophalen bij de bushalte’. Dat doet stress met je als je een schok te verwerken krijgt, al stelde ik vast ook wel zinnige vragen. In elk geval was ik even helemaal de kluts kwijt, hoe kon dit nou toch? Was Gerard nu maar eerder naar de dokter gegaan! Dit was helemaal geen goed bericht… Het zag er naar uit dat we nog vaak op en neer naar het ziekenhuis zouden moeten, de komende tijd.

Gepubliceerd door Rineke van Eijk - de Muijnck

Hallo, mijn naam is Rineke. Vierendertig jaar getrouwd met Gerard (pseudoniem) en moeder van zes kinderen. Vier van deze kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf. De jongste twee, allebei pubers, wonen nog thuis. Mijn leven is nooit saai, daar schrijf ik dan ook graag over. Als ervaren moeder twijfel ik regelmatig aan mijn kwaliteiten als opvoeder, maar kan mijn hart ophalen aan twee lieve kleinkinderen. Zoals in elke relatie, hebben wij ups en downs. Ook daar valt het nodige over te schrijven, zeker als eén van de twee te maken krijgt met ernstige ziekte. Last but not least; deze blog ben ik gestart ten tijde van we de corona-crisis. Crisissen gooien het normale leven overhoop, maar bieden ook nieuwe mogelijkheden. Gelukkig ligt die tijd al achter ons. Veel leesplezier gewenst!

10 gedachten over “Geen bericht, goed bericht

  1. Lieve Rineke en Gerard,

    Wij vinden dat heel erg om te horen voor jullie en jullie gezin. Wat moet er door jullie heengegaan zijn toen jullie dit hoorden. We bidden jullie veel kracht en zegen toe om hier samen en als gezin goed mee om te gaan.

    Een zegen groet, Gijsbert en Oda

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Anneke Heesters Reactie annuleren