‘Kun jij vanmiddag invallen bij mevrouw de H.? We hebben al een paar anderen gevraagd, maar niemand kon.’ Ik werp een blik in mijn agenda. ‘Ja, ik kan wel,’ zeg ik. Mijn werkgever is heel blij.
Mevr. de H. is een oude bekende van me. ’t Is echt een lieverd, dus naar haar toe gaan is geen zware job. Ik ben benieuwd hoe het met haar gaat! Zoals gewoonlijk ga ik via de achterdeur naar binnen. ‘Dag mevrouw de H.’ roep ik. Mevrouw zit met haar rug naar me toe en reageert totaal niet. Alleen de poes die lui op de vensterbank ligt, spitst haar oren. Ik loop de kamer in en zie dat mevrouw zit te dommelen. ‘Hallo!’ zeg ik nogmaals. Om haar niet te laten schrikken, leg ik mijn hand op haar knie. Verbaasd doet mevrouw haar ogen open en begint dan te lachen. ‘Ben jij hier? Ik zat zeker te slapen. Wacht, mijn oortjes, wil je ze even pakken?’
Terwijl mevrouw bezig is met haar gehoorapparaat, zet ik gauw koffie. Even later zitten we samen met koffie en wat lekkers. ‘Hoe gaat het vandaag met u?’ vraag ik. ‘Nou kind, niet zo goed. Ik vind het leven niet meer zo leuk. Maar nu jij er bent, is alles weer goed.’ Voorheen wilde ik daar dan tegenin gaan, zo geweldig ben ik toch ook weer niet? Maar nu laat ik het voor wat het is. ‘Ze willen me naar zo’n tehuis brengen’, gaat ze treurig verder. ‘Omdat dat beter voor me is. Nou, het lijkt mij niks! Maar ik ben maar een oude vrouw, ik heb niets in te brengen…’
Ik denk aan haar zonen en schoondochters, die enorm druk zijn met alle zorg rondom hun moeder. Ik ben het met ze eens dat een verpleeghuis beter zal zijn. Toch is het natuurlijk niet leuk. ‘Ik zou er ook geen zin in hebben’, zeg ik. ‘Maar de kinderen worden ook een dagje ouder hè!’ Dat beaamt ze. Om haar af te leiden, begin ik over het eten. ‘Zal ik eens kijken wat er voor maaltijden er in de koelkast staan? Ik zie hier spinazie, ei en krielaardappeltjes, of macaroni met bolognesesaus’.
‘Bah nee’, zei mevr de H. ‘Dat lust ik niet. Weet je waar ik wel zin in heb? In een patatje!’
‘Patat?’ zeg ik verbaasd. ‘Ja, patat met mayonaise en een kroket, dat lijkt me heerlijk. Ik ga toch bijna dood.’ zegt mevrouw droog. Ik kijk haar aan. Als twee ondeugende kinderen schieten we in de lach. ‘Goed idee,’ zeg ik, ‘dan loop ik zo even naar de snackbar.’ Waarom ook niet? Mevrouw de H. is de 90 gepasseerd, dan mag je toch best eens ongezond eten. ‘Neem zelf ook wat lekkers. Maar ik blijf binnen hoor,’ zegt mevrouw. ‘Veel te koud buiten!’ De verwarming staat minstens op 23 graden; nogal een verschil met buiten, waar het nog net niet vriest.
Wat een feestmaal die avond, mevrouw smult van elk patatje! Ook de kroket gaat er helemaal in. Mevrouw zucht na afloop, verzadigd en blij. De verhuizing naar het verpleeghuis was -in elk geval een poosje- uit haar gedachten.
Wow, dit verhaal voelt heel bekend….
LikeGeliked door 1 persoon
En het lijkt ook alweer heel lang geleden…
LikeLike