Etiketten

Ik vind het leuk om etiketten te lezen. Er staat heel veel nuttige infomatie op. Ik geef maar meteen toe dat die interesse voortkomt uit m’n eetstoornisachtergrond, maar toch.

Het is interessant om te weten hoeveel koolhydraten ergens in zitten, of hoeveel verzadigde en onverzadigde vetten. Toch heb ik er nooit een gewoonte van gemaakt daar alles van af te laten hangen, ik eet vooral waar ik zin in heb. Maar alle informatie op etiketten is niet alleen leuk voor mensen met een eetstoornis of zo. Het is bij de wet verplicht. Want het is ook belangrijk voor mensen met een allergie. Je zult maar een stuk chocolade eten, en er dan achter komen dat die sporen van noten bevat, waar jij nou net niet tegen kunt!

Waar het mij nu om gaat, is dat er zoveel grappige en nietszeggende zinnen op producten staan. Ik kan daar echt van genieten. Complete proza op een melkpak, of juist alleen wat kernachtige woorden. Als je erop gaat letten staat er op bijna elk pak wel zoiets. Ogenschijnlijk luchtige zinnetjes op de voor, zij- of achterkant, in dikke letters of in een mooi handschrift. Maar schijn bedriegt met die luchtige zinnetjes! Er zitten gewoon heel slimme reclamemakers achter, met de bedoeling ons er veel van te laten kopen. Want hoe leuker het klinkt, des te meer kans dat je het de volgende keer weer in je winkelmandje gooit.

Een graai in onze keukenkast leverde al gauw de volgende informatie op:

  • Witte chocoladeletter, gemaakt van Belgische chocolade. Ook gemaakt van Delicata chocolade (huh?). Er zit zout in, ‘enkel afkomstig uit natuurlijk voorkomend natrium’. Ten minste houdbaar tot 31 maart 2018. Oeps!
  • Biologische verse halfvolle melk. Allergenen: melk. Koeien zijn gemaakt om gras te eten. Gras is moeilijk te verteren, dus er moet hard voor gewerkt worden. Koeien eten wel 80 kilo aan gras, klavers, bloemen en planten per dag, en geven gemiddeld 8000 liter melk per jaar.
  • Halfvolle yoghurt: on the way to Planet Proof!
  • Vanille vla: een bron van calcium, van nature een bron van proteïne. Anno 1871.
  • Limonadesiroop: 75% fruitsap uit concentraat. Rijk aan vitamine B3, B5, B6, C en E.
  • Grenadine; sinds 1948. Onze dynamische combinaties van fruit helpen jou om je water een heerlijke smaak te geven.
  • Margarine: Bron van vitamine A en D, en omega 3. Vol van smaak, vertrouwde kwaliteit.
  • Piccallilly: Anno 1722.
  • Strooikaas: Legendarische strooikaas uit de Zwitserse Alpen, wordt sinds 1463 gemaakt volgens het traditionele recept.

Een kijkje in onze badkamer leverde ook het nodige op. Zo vond ik daar schuurmiddel met 100% natuurlijke schuurmiddelbestanddelen (wat moet ik me daarbij voorstellen?), wasmiddel met natuurlijke enzymen, ossegalzeep, en bodylotion met celvernieuwende pure chiaolie (wat is dat nou weer?).
Het viel in elk geval op dat er nogal wat ‘natuurlijk is’. Maar ja, wat is natuurlijk? Het staat op zoveel dingen, dat het bijna een vaag begrip is geworden.

Nog even terug naar die etiketten. In onze familie als geheel lopen er verschillenden met een etiketje rond. Er zijn er een aantal hoogbegaafd, en paar met autisme, een heleboel hooggevoelig en een paar met een eetstoornis. Een enkeling is structopatisch en sommigen zijn juist nogal ongeorganiseerd.
Ik herken mezelf overal en nergens in. Onlangs kreeg de vraag of ik niet toevallig ADD heb. Nou, als ik de kenmerken daarvan lees, klopt het. Behalve dat ik die niet van jongs af aan heb maar sinds ik moeder ben geworden…

“Welnee,’ zei mijn vriendin die mij al het langste kent. ‘Je zit gewoon in de overgang!’
Ik zocht daar gauw de kenmerken van op. ‘De overgang is geen ziekte’, las ik, ‘maar het verloop van een natuurlijk proces. En afgezien van lichamelijke kenmerken, zijn er ook talloze andere klachten op terug te brengen.’ Zoals chaotischer worden, meer tegen dingen opzien en mood swings, ofwel emotionele schommelingen.

Nou, ik weet weer genoeg. Heel veel informatie is interessant, maar teveel informatie leidt tot verwarring. Of dat nou om een pak melk gaat of over een persoonlijkheidsstoornis. Ik eet bijvoorbeeld het liefst zo gezond en natuurlijk mogelijk, maar elke morgen om 10 uur Moet ik koffie hebben, met een plak koek! Anders weet ik zeker ik chaotisch word. En dat is niet best, want net als die koeien moet er hier hard gewerkt worden…

Tien!

Onlangs was onze jongste dochter jarig en nu is ze alweer 10! Wat vliegt de tijd… voor ons was ze altijd de jongste en de kleinste. Maar toen ik haar pas op het schoolplein zag lopen, zag ik ineens hoe groot ze al was! Wat lijken die andere kinderen dan klein.


Ik herinner me nog goed dat ze voor het eerst naar school ging. Jarig, vier jaar en geen haar op haar hoofd die eraan dacht om een verjaardagsmuts op te zetten. Ze was veel te gespannen om te genieten, ze wilde al die aandacht niet. Traantjes tussen de middag. Ze werd pas weer blij toen ze een Surprise-ei kreeg, véél leuker dan alle andere kado’s.
In die tijd keek ze eindeloos naar filmpjes van Surprise-eggs. Prachtig ingepakte chocolade eieren, heel verhaal erbij in het Engels. De verpakking werd eraf gehaald, het ei gebroken, en dan kwam er een verrassing uit. Meestal stelde die verrassing weinig voor, maar dat maakte haar niet uit. Surprise!

Ik zie mezelf ook nog lopen toen ik hoogzwanger was.
De dag ervoor was onze oudste dochter 18 geworden, en daar zat ik met m’n dikke buik. Ik voelde me fit, ik ging zelfs nog naar het zwembad. Zwangerschapzwemmen, heerlijk dat gedobber in het warme water! Ik kon het nog weken aan, dacht ik. Wanneer zou dit kindje komen?
Toen ik uit het water kwam, voelde ik rare steken in m’n buik. Ineens had ik genoeg van het zwembad, gauw naar huis voor ik weëen zou krijgen op de fiets!
Gelukkig viel dat mee, maar de volgende ochtend was het duidelijk aan het rommelen. En toen wist ik het zeker: ik zou gaan bevallen.

Het werd bloedheet die dag, minstens 30 graden. De airco’s in het ziekenhuis konden het niet meer aan. Dat ik naar het ziekenhuis ging was al afgesproken. Bevallen op je 44e kan risicovol zijn, ook al is het de zesde keer.
We hadden van tevoren wat mensen gevraagd om op onze jongste te passen, en de rest eventueel van eten te voorzien. Maar geen van allen waren de oppassen thuis… Ik werd er gespannen van, maar Gerard zei dat het wel goed zou komen. Lesje loslaten in de praktijk. Wij vertrokken naar het ziekenhuis en het kwam goed met de andere kinderen.

Inmiddels kreeg ik meer weëen, ik was onrustig. En warm dat het in die verloskamer was! In de verte op de gang hoorden we gejuich. ‘Nou’, mopperde ik, ‘zijn ze daar zó blij dat er een baby geboren is?’
Ineens werd het helderder in m’n hoofd. Wacht eens, het was de tijd van het WK, en Nederland speelde tegen Brazilië. Gerard zette de radio aan, en zo hoorden we dat het net 2-1 was geworden! Dit nadat ze eerst achter hadden gestaan. We werden er allebei spontaan een stuk vrolijker van.

Het duurde nog even voor de bevalling doorzette, het voetbalgebeuren was inmiddels voorbij…Maar uiteindelijk was ze daar dan, onze baby Janine! Vernoemd naar mijn overleden moeder Janny, en nog levende stiefmoeder Jeanne.
Wat voelde ik me rijk; nu had ik vier dochters en twee zonen! Na zoveel ervaring met kinderen zou ons dat best lukken.

Het was flink aanpoten met ons grote gezin. Zoveel verschillende leeftijden en behoeften. Eén kind ging studeren en verhuisde naar Amsterdam, twee zaten op de middelbare school, één op het mbo, eén op de peuterspeelzaal en dan nog een baby! Onze kleine meid vroeg de nodige aandacht – logisch- maar haalde ons ook jaren uit onze slaap – niet zo logisch.
Janine was behoorlijk snel. Ze begon al woordjes te lezen toen ze 3 jaar was, ze leerde zichzelf Engels toen ze 4 was. Maar vanuit de buggy lachte ze niet naar cassiéres . In plaats daarvan keek ze naar het plafond, waar spiegels hingen om winkeldieven te betrappen. Dat was mij nog nooit opgevallen.
Janine durfde niet hardop te lezen in de kleuterklas, maar zag het meteen als de kalender verkeerd stond. En ze durfde als enige uit de klas bij kindjes te spelen waar Engels gepraat werd, geen probleem. ‘Dat heb je met zo’n jongste in een groot gezin,’ zeiden de mensen, ‘die zijn altijd sneller’. Ik weet niet of dat waar is. Ik ben zelf ook de jongste van vier, en zeker niet de snelste.

En nu ben je tien. Tussen tafellaken en servet, zei je oma vroeger. Je lijkt veel op je zussen, maar toch ook niet. Je bent uniek. Je was heel bang voor water, maar haalde toch drie diploma’s en medailles. Je bent heel slim, maar tafeldekken vind je lastig Vaak zit je uren op je kamertje. ‘Niet binnenkomen!’ roep je dan, ‘Eerst wat editen voor Tiktok!’ Je wil niet meer op de foto, dat is stom. Je hebt weleens een grote mond, maar ’s nachts kruipt je nog graag bij me in bed…

Lief meisje, hoe zal jouw leven eruit zien over 10 jaar? Ga je studeren, werken, of op wereldreis? En hoe zal die wereld er dan uitzien? Niemand die het kan zeggen…Maar één ding is zeker: je blijft altijd onze jongste. En we zijn allemaal blij met jou, gewoon zoals je bent!

Opruimen in coronatijd – 2

Pas kwamen onze oudste dochters hier om te helpen opruimen. Ontzettend lief van hen, en geen overbodige luxe! Met zes opgroeiende kinderen kwam ik lang niet aan dat soort grote klussen toe. Daar komt nog bij dat ik een echtgenoot heb, die overal wel wat bruikbaars in ziet. Anders geformuleerd: hij gooit bijna nooit iets weg. En als ik dat dan wel deed, was hij dat de dag daarna ineens kwijt.

Zo heb ik jaren geleden een keer enthousiast de trapkast opgeruimd en aardig wat weggedaan. O.a. twintig tassen die volgens mij nergens voor gebruikt werden. Helaas zat daar nou nét eentje bij die Gerard had willen bewaren… Hij boos, ik ook boos. Dat ging ongeveer zo:

G: ‘Wat heb je met die blauwe rugzak van mij gedaan, weggegooid? Hij was nog heel goed!

Ik: ‘Eh… ja. Maar zo goed was hij nou ook weer niet!’

G: ‘Er was niks mis mee, ik gebruikte hem heel vaak’.

Ik: ‘Ja ja, en daarom hing ‘ie onder 19 andere tassen in de kast!’.

G: ‘Dat kan niet, ik heb ‘m pas nog gebruikt. Gooi toch niet alles zomaar weg!’

Ik: ‘Ik gooi helemaal niet alles zomaar weg! En ben je dan niet blij dat ik de kast opruim, nu hebben we veel meer ruimte!’

G: ‘Nee ik word daar niet blij van als jij mijn goede spullen weggooit.’

Ik: ‘Maar ik wist niet dat je die tas nog gebruikte!’

Enzovoorts…

Sindsdien gooi ik toch wat minder makkelijk dingen weg. Eerst maar eens aan Gerard vragen of hij het nog nodig heeft. Negen van de tien keer is het antwoord: ‘Ja. Niet weggooien dus!’ Zodoende is ons huis best vol geworden.

Toch zou het niet eerlijk zijn om hem de schuld te geven van al onze volle kasten. Als je zoveel kinderen hebt, heb je dus ook veel verjaardagen met veel cadeautjes. Verder kochten we nog weleens wat op de rommelmarkt of vonden we bruikbare spullen bij het grof vuil. En dan kregen we ook nog geregeld dingen toegestopt van anderen, onder het motto: ‘Bij jullie komt het altijd wel van pas!.’

Mijn hoop dat er veel zou verdwijnen als er kinderen uit huis gingen, kwam ook niet uit. Natuurlijk namen ze spullen mee, maar drie van de vier kochten een nieuw bed, dus bleef het oude bed hier staan. Kasten idem. Oude schoolspullen kwamen ze niet aan toe om uit te zoeken, oude kinderboeken wilden ze niet mee. O ja en niet te vergeten hun fietsen, die bleven ook achter in onze schuur. Want dat was zo handig als ze hier eens een weekendje kwamen logeren.

Als we nou in een kasteeltje gewoond hadden met een lap grond erbij, en nog wat bijgebouwen, was het allemaal geen probleem geweest. Maar helaas, we wonen in een rijtjeshuis met een kleine tuin en een schuurtje van 2 bij 3 meter.

Genoeg geklaagd. Teveel spullen is een luxe-probleem en de meiden hebben ons fantastisch geholpen! Zelf pak ik de draad ook aardig op. En al gaat dat niet volgens de Marie Kondo-methode, langzaam wordt het hier steeds leger. Dat moet ook wel, want er zit een verbouwing aan te komen deze zomer. Na 23 jaar een nieuwe keuken en andere vloer; ik verheug me er nu al op!

Het enige wat we zelf moeten doen is alle kasten leeghalen. Maar dan ook echt alles! Ontzettend jammer dat er door corona geen rommelmarkten zijn. Wij zouden met gemak twintig kraampjes kunnen vullen met al onze goede boeken, CD’s, DVD’s, speelgoed, spelletjes, kaarsen, tassen, fietsjes, potten, pannen en nog veel meer andere zooi…

Opruimen in coronatijd

Nu de coronatijd bijna voorbij is -althans daar lijkt het wel op, als je ziet hoe druk het overal is! – ben ik eindelijk begonnen met opruimen op zolder. Ik loop daarmee een paar maanden achter op de trend. Veel mensen begonnen er meteen de eerste week van de lockdown al mee. Vandaar dat je nu bij tweedehandswinkels overal bordjes ziet, met: ‘Breng geen spullen in; onze voorraadruimte staat vol!’ Is dat even jammer, wij hebben ook nog wel het één en ander!

Ik ruimde de eerste tijd helemaal niets op. Diverse gezinsleden (ik ook) hadden behoorlijk moeite met wennen aan ‘het nieuwe normaal’. De intelligente lockdown bracht een hoop verwarring met zich mee. Maar na drie weken hadden we onze draai gevonden. Evengoed bleef het intensief. Dus het idee om de zolder eens op te gaan ruimen, kwam vrij laat. Eigenlijk vorige week pas. Maar als ik ergens aan begin, dan gaat het ook grondig!

Ik begon met het grove werk (eindelijk bergen oude kleren in tassen stoppen en naar het Leger des Heils brengen, de nog wat betere kleren naar kennissen). Een deur uit z’n hengsels halen en een leuk gordijntje ervoor in de plaats. Stapels boeken uitzoeken en in dozen stoppen. Veel te kleine regenpakjes wegdoen. Bakken Barbies, poppen, knuffels, verkleedkleren en babykleertjes sorteren. Knikkers in één bak in plaats van overal tussen. Bergen Playmobiel en Lego in ons bad gooien en uitzoeken, kastjes en dozen verschuiven, troepjes in nog later uit te zoeken bakjes stoppen enzovoorts. Dit alles over een paar dagen verspreid.

En toen kwam de klad erin… Elke keer als ik weer naar boven ging voor die onduidelijke bakjes troep, kwam ik er niet doorheen. In plaats daarvan ging ik een puzzel van Sesamstraat maken van 16 stukjes, of een cd luisteren, of met de knikkerbaan spelen. Door mijn stapels dagboeken en papieren werd ik ook behoorlijk afgeleid. Of door felicitatiekaartjes van onze bruiloft, oude ansichtkaarten, mappen met aantekeningen. Steeds vroeg ik me af: waar heb ik dat nou weer voor bewaard??? Maar dan kwam ik weer een nieuwjaarskaartje tegen van een oom en tante die niet meer leven, of een lief briefje van een kind of een mooie tekening. Leuk toch?

Ik kwam zelfs schrijfsels van mezelf tegen uit mijn eigen kindertijd. Ik had een hoop fantasie, en nog weinig gêne om dingen op papier te zetten. Het bewijs daarvan is bovenstaand briefje. Ik zal een jaar of 12, 13 geweest zijn. Op dat moment had ik nog een hoop zelfvertrouwen en lol in onzin verzinnen. Zoals… een fanclub voor mezelf! Waarom ook niet? Maandelijks een fanclubblad, elk half jaar een voorstelling (van wat? Geen idee.) En nog een behoorlijk bedrag ook per jaar, 160 gulden per jaar!

Ik kan me niet herinneren dat ik veel fans heb gekregen… En als ik ze al had, dan betaalden ze geen contributie. Ik was sowieso helemaal geen opvallend kind, geen clown in de klas en geen druktemaker thuis. Misschien wilde ik wel graag aandacht of zo, ik weet het niet meer. Maar ik ben toch heel blij met dit ene papiertje dat ik ruim 40 jaar bewaard heb. Ooit heb ik dan toch een tijd gehad dat ik mezelf erg leuk vond, en niet zo onzeker was.

Soms wou ik dat ik nog wat van die bluf van vroeger had…

Dinsdag doe-dag

‘Hebben jullie ook zo lekker geslapen?’ vraag ik de kinderen aan het ontbijt.
‘Mmm’, mompelen ze instemmend.
Het is dinsdag, de zon straalt en het belooft een prima dag te worden. Zo moe en mat als ik gisteren was, zo energiek voel ik me vandaag. Dat komt goed uit, want ik wil heel veel doen. Ik kan niet eens blijven zitten onder het eten, de was van gisteren moet NU van het wasrek! Dan die boterham al doende maar naar binnen proppen.

De kinderen moeten allebei thuis werken voor school. De één begint al zuchtend achter de laptop, de ander trekt zich tactisch terug op haar slaapkamer. Met een mobieltje wel te verstaan, niet met schoolwerk.
Ondertussen maak ik plannen voor wat ik ga doen. De diepvries ontdooien, de afwasmachine leeghalen, de was, misschien de wc’s nog even een beurtje geven…
Laat ik beginnen met de diepvries, besluit ik. Ik haal de stekker uit het stopcontact en trek de onderst la eruit. Oh wacht, de koelbox staat nog op zolder. Gauw naar boven om die te halen. Daar kan mooi een hoop bevroren spul in. De koelbox is nieuw, de vorige begaf het afgelopen zomervakantie. Waar zit het snoer toch van dit geval?
Na even zoeken vind ik ‘m onder een rond dekseltje. Mooi zo. Snel steek ik de stekker in het stopcontact. Hij ruikt anders dan de oude, valt me al gauw op.
Ik haal de andere lades leeg en zet de deur van de diepvries wijd open. Intussen kook ik water, verdeel dat over 2 pannen en zet die in de diepvries. Zo wordt ontdooien een koud kunstje.
Het werd ook weleens tijd zeg, gezien de dikke lagen ijs. De vorige keer dat ‘ie ontdooid werd, was in de zomer van 2019 tijdens een hittegolf. 38 graden werd het hier toen maar liefst! Prima temperatuur om de diepvries te ontdooien.


Ondertussen zet ik koffie, schenk limonade in voor de kinderen, doe een kwartier mee met het tv-programma Gelderland in Beweging, en hou mijn appjes bij.
Koffietijd. Niet langer dan 10 minuten zitten, want de diepvries wacht. Dikke brokken ijs vallen naar beneden en er ligt al een plas dooiwater op de vloer. Oei, gauw opdweilen.
In de tussentijd zet ik mijn dochter aan haar huiswerk. Ze heeft er geen zin in vandaag, dat is duidelijk. Er wordt meer getekend dan gerekend. Zal ik er een half uurtje naast gaan zitten, om haar op gang te houden? Maar daar heb ik toch helemaal geen tijd voor!

Een poosje later komt Gerard naar beneden. Hij heeft nachtdienst gehad en daarna zo’n vier-en-een half uur geslapen. Toch ziet hij er behoorlijk fris en monter uit. Ongelooflijk, mij zou je bij elkaar kunnen vegen na zo’n actie! Waar haalt hij de energie vandaan, denk ik jaloers.
Ik zorg voor nog een rondje koffie, koek en limonade, en ga verder in de keuken. Het is veel werk, het valt me tegen.
Na een kwartier komt Gerard weer binnen. ‘Gezellig koffie drinken was dat met jou,’ zegt hij een beetje sarcastisch. Ik sta net te bedenken of ik een bevroren kerstbrood nou wel of niet weer in zal vriezen. ‘Ja hè’, antwoord ik vaag. Ik voel me een beetje moe en het tempo zakt af. Als ik voor de vierde keer iets op de grond laat vallen, zucht ik diep.
‘Sjonge, wat doe je toch allemaal?,’ merkt Gerard op. ‘Zou je niet eens even stoppen?’
‘Bijna, ik ben zo klaar,’ roep ik terug. Ik wil de keukenvloer nog even dweilen, maar vóór ik dat gedaan heb, moet ik wel eerst de tafel dekken. Anders lopen de kinderen meteen weer over mijn schone vloer, en dat is zonde van de moeite. Dus boen ik door, totdat ik alweer iets laat omvallen…
‘Kap nou eens!’ roept Gerard ongeduldig vanaf de bank.
Ik voel me betrapt… Eén van mijn therapeuten had hem een jaar geleden al opdracht gegeven om me af te remmen, als ik grenzeloos doorga. Kan ik nou nóg niet zelf voelen wanneer het genoeg is?

Uiteindelijk is de diepvries schoon, de koelbox weer op zolder en de tafel gedekt. En ik weet waar die rare lucht vandaan komt, die we de hele tijd roken. Tegelijk met de koelbox had ik het tosti ijzer aan gezet, en daar zaten nog 2 broodjes in… Die zijn nu helemaal zwart dus, dom dom dom!
Gelukkig verzint Gerard er nog een bestemming voor in de tuin. Mijn man is echt waanzinnig inventief. Hij heeft zoveel oog voor detail, bijna alles wat een ander weg zou gooien, is voor hem nog bruikbaar. Theezakjes, koffieprut, eierdozen, pallets… Zelfs brandnetels mogen van hem in ons tuintje blijven staan om de biodiversiteit te vergroten.

Maar goed, voor mij is het tijd voor pauze en lunch. Al kauwend denk ik aan wat ik die middag zal doen. Waar heb ik zin in? De was strijken, een eindje wandelen, een kast op zolder opruimen?
Wat ben ik toch onrustig vandaag, peins ik. Ik kan bijna niet stoppen; wat is er toch?
Ik weet het antwoord best. Nee, ik heb geen ADHD, ook al lijkt het er soms op. Ik ben aan het herstellen van een eetstoornis, en morgen moet ik weer naar therapie. Bovendien moet ik daar op de weegschaal, daar zie ik nu al tegenop! Want misschien ben ik wel aangekomen… en dat is eng. Al is dat in mijn geval ook juist de bedoeling, mijn hoofd sputtert nog tegen.

Die middag doe ik niet zo veel. Ja, wat schrijven, thee drinken en vervolgens in slaap vallen. Blijkbaar is dat wat ik nodig had. Ben ik toch nog goed bezig op deze dinsdag doe toch eens even niet zo druk-dag!

Maandag mopperdag

Ik ben geen fan van maandagen. Vroeger niet en nu niet. Keer op keer heb ik moeite om de dag door te komen. Hoe komt dat toch?

Even terzijde: als je op dit moment serieuze problemen hebt, kun je deze blog beter snel wegklikken. Maar als je het het herkent, of misschien een persoon in de omgeving hebt die altijd moeilijk doet op maandag, blijf dan even lezen.

Allereerst ben ik een gezonde vrouw, heb mensen om me heen die van me houden en we lijden geen gebrek. Ik hoef niet naar een baas die me opjut, en ik heb een dak boven m’n hoofd. Niets te klagen dus. Ik snap zelf ook niet waarom ik vaak zo somber ben op maandag! Ik sta gewoon op, ontbijt met de kinderen, kies een nuttige activiteit. Niets bijzonders. En toch twijfel ik tegen tien uur al aan de zin van het leven. En als ik niet snel mijn eerste bakje koffie krijg, stort ik in…

Daarna lijkt het meestal iets beter te gaan. Totdat de cafeïne uitgewerkt is en ik opnieuw droevig word… In mijn hoofd ga ik wat mogelijkheden af, om van die sombere stemming af te komen: nog meer koffie, of een stuk chocola? Een flink eind hardlopen, uit de bijbel lezen, een cryptogram maken?

Met tranen in de ogen staar ik naar buiten. Geen optie lijkt aantrekkelijk genoeg om uit te proberen. Bovendien ben ik moe en voelen m’n benen slap. Ik weet het zeker: het wordt gewoon niets met mij vandaag!

Toen ik klein was, had ik ook al van die rare dingen. Ik was bijvoorbeeld altijd misselijk op zondagavond. Of ik nou veel of weinig at, dat maakte niet uit. Mijn ouders snapten er niets van en onze huisarts ook niet. Ik was een gezond kind en er was geen reden om tegen school op te zien. Toch kwam ik elke zondagavond misselijk en zenuwachtig uit bed. Gelukkig is dat overgegaan en voel ik me prima tegenwoordig aan het eind van het weekend. Maar ja, maandag dus niet… Waar zou dat toch aan liggen?

Ik weet zeker dat ik niet de enige ben met dit probleem. Niet dat het een erfelijke ziekte is, maar één van onze kinderen kwam heel vaak met hoofdpijn uit school. Op maandagen dus. En dat lag niet aan zijn alcoholconsumptie in het weekend, want daar was hij nog veel te jong voor. Een ander kind van ons zat vanmorgen nog te klagen dat ze ziek was en beslist niet naar school kon. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om haar toch naar school te sturen, mopperde ze. Ook een gevalletje maandagziekte? En de dame op de foto hierboven dan; die heeft het ook niet best. De kaart kocht ik ooit 37 jaar geleden in Ohio. Blijkbaar hadden mensen in Amerika er toen ook al last van. Waarom zouden ze er anders kaarten van maken? De tekst in de kaart spreekt ook boekdelen:

Halverwege de maandag spreek ik mezelf maar eens toe. Ophouden met zeuren, Rineke! Zet een leuk muziekje aan en ga wat nuttigs doen. Rotzooi opruimen bijvoorbeeld, de wasmachine aanzetten. Desnoods een oude bak speelgoed sorteren op zolder en de Barbies van de meiden leuk aankleden!

En het helpt. Vreemd genoeg kan ik er ineens weer tegen en voor ik het weet is het alweer half 6. Nog even volhouden, nog één nachtje slapen en dan is het weer dinsdag! Nog zes nachtjes slapen en het is dan weer maandag…Maar deze maandag heb ik in elk geval weer overleefd.

Lekker fietsen!

Het was weer een lange dag geweest. Iedereen was moe en hangerig, het regende om de haverklap en ik had nergens zin in. Ik was zelfs midden op de dag in slaap gevallen. Maar tegen etenstijd klaarde het helemaal op.

‘Zullen we na het eten lekker een eindje gaan fietsen met de kinderen?’ vroeg ik Gerard. ‘We zitten al bijna de hele dag binnen.’ Gezien de niet zo positieve ervaringen met wandelen, zou fietsen misschien beter in de smaak vallen. ‘Dat lijkt me een goed plan,’ zei hij.

Even na half acht stonden we zodoende buiten. Maar eerst moesten de duiven nog gevoerd worden. Terwijl Gerard daarmee bezig was, ging mijn telefoon. Het was onze oudste zoon, die mij gezellig tien minuten aan de praat hield. Na afloop liep ik naar de schuur, waar Gerard nog steeds op een ladder stond.
‘Ben je al klaar?’, zei ik. ‘Dat kan ik beter aan jou vragen,’ zei hij. ‘Je stond zo lang te bellen!’
De kinderen klaagden ook al dat het te lang duurde voor we vertrokken. Niet dat zij er zoveel zin in hadden. Er waren zelfs woorden gevallen als ‘kindermishandeling’ en ‘nutteloze tijdverspilling’. Maar ze stapten toch op hun fiets.

Daar gingen we dan. Het was een prachtige avond. Er klonk heel veel vogelgezang vanuit de bomen waar we onderdoor fietsten. Muggetjes dansten in de late zonnestralen.
‘Ik heb bijna een mondkapje nodig!’ lachte ik. Gerard ging er serieus op in. Niet vanwege de muggen, maar vanwege een houtkachel die de hele wijk door te ruiken was. Hij weet heel veel over fijnstof. Hij heeft zelfs een fijnstofmeter in elkaar gezet! Een houtkachel of barbecue ruik je niet alleen, ze verspreiden ook veel schadelijke stofjes. In het ergste geval zelfs de kankerverwekkende stof benzeen. Maar eerlijk gezegd wilde ik op dat moment gewoon even gezellig fietsen en geen discussie over de fijnstof-emissie.
‘Ik had het over die muggen hoor’, zei ik dus gauw.
‘Oh, dan hou je toch gewoon je mond dicht’, zei hij droog.

Intussen fietsten onze kinderen al een flink eind voor ons. Eén van de redenen dat ze mee moesten, was om hun conditie op peil te houden. Maar ondertussen kwam ik steeds achteraan. Waarbij gezegd moet worden dat ik erg genoot van de omgeving en de nodige foto’s maakte. Ik wilde niet ‘zo snel mogelijk weer thuis zijn’; mijn kinderen duidelijk wel.

‘Kijk, een roofvogel achter ons!’ zei een kind ineens. Ik trapte op de rem en schoot in de berm om te kijken.
‘Hé, niet zo plotseling remmen!’ mopperde Gerard. ‘Wil je een kettingbotsing of zo?’
Nee, dat wilde ik niet. Ik was benieuwd wat voor roofvogel het was, maar helaas was die letterlijk al gevlogen. Gelukkig zagen we er later nog één.
Ondertussen klaagde kind 2 vooral over de muggen. Oog voor de omgeving was er verder niet bij. Terwijl het wel heel mooi was, want we fietsen langs een nieuw aangelegd stuk van het Binnenveld. Rietkragen langs het slingerende riviertje de Grift, stukjes moeras en weiden vol pinksterbloemen. Het was heerlijk rustig. Behalve een enkele hardloper of visser, kwamen we niemand tegen.

‘Het lijkt wel alsof we op vakantie zijn, vind je niet?’ zei ik tegen een kind. Ik voelde me even bijna gelukkig! Zo’n mooie avond en dan met mijn gezin op pad, wat bofte ik toch. Je zou bijna vergeten dat er zoiets als corona bestond.
Het kind haalde haar schouders op. ‘Niet echt,’ zei ze. ‘Ik was liever thuis gebleven, maar jullie moesten weer zo nodig fietsen!’
Ze is altijd wel heel eerlijk, die dochter van ons…
Op dat moment vloog er een muggetje in m’n oog. Au!
‘Flink knipperen, dan spoelt ‘ie er vanzelf weer uit,’ raadde Gerard aan. En hij had gelijk, zoals wel vaker. Tien keer knipperen en de mug was weg.

Na een kleine pauze, staken we een grote weg over, richting de dijk. Half achter ons lag de Grebbeberg, met de bekende militaire begraafplaats tussen de bossen. En niet te vergeten: Ouwehands Dierenpark, waar de dag daarvoor een mini panda geboren was! Schuin voor ons de uiterwaarden, oude bunkers, verdwaalde huisjes en de Rijn. Letterlijk de omgeving waar 75 jaar geleden vreselijk gevochten werd. Niet voor te stellen op deze prachtige avond in mei. De opa van Gerard had zelfs nog meegevochten, die eerste meidagen toen in 1940. Gelukkig voor hem – en voor ons – was hij er levend uit gekomen.

Ik maakte weer foto’s terwijl de anderen doorfietsten, en ik raakte verder achterop. Ineens viel mijn oog op iets bijzonders: een of ander plantje langs de rand van de weg. Het leek wel dwars door het asfalt te groeien; hoe kon dat?

Ik stapte af en keek nog eens wat beter. Waren het paardenbloemen? Of distels, of iets anders? Verderop stonden nog een paar polletjes die op dezelfde manier door het wegdek groeiden. Peinzend vroeg ik me af, of dit mij iets te zeggen had. Iets als: tegen de verdrukking in groeien? Een plantje dat van een minimale hoeveelheid grond kon leven, symbolisch voor hoe ik vaak leef? Stond het er al, voor er asfalt overheen gegooid werd? Dan was het oersterk. Kon ik de asfalt en steentjes die het leven over me heen gegooid heeft, ook trotseren? En in het groot: zouden we de ziekte Covid-19 kunnen overwinnen? Zou het voorbijgaan, net zoals de oorlog voorbij ging na veel dood en verdriet?

‘Mama’, hoor ik in de verte ongeduldig roepen, ‘waar blijf je nou? Kijk, een roofvogel daar achter die bosjes!’

Ik stopte met peinzen, en fietste gauw naar mijn man en kinderen. Eentje wees ingespannen naar de plek, waar de roofvogel zou zitten. Yes, we zagen hem nu allemaal! Plus een ooievaar die statig voorbijvloog, paarden die door de wei galoppeerden, dartele lammetjes, de zon die langzaam achter de horizon verdween…

Het werd kouder, we herdenken de Tweede Wereldoorlog vandaag thuis, maar het leven en de lente gaan uitbundig door.

Boodschappen doen in corona tijd

Tot voor kort vond ik het leuk om boodschappen te doen. Makkelijk ook met een supermarkt om de hoek.
Ik vroeg me zelfs weleens af of ik het niet té leuk vond om boodschappen te halen, ik ging er wel heel vaak heen.
Maar ja, met een gezin is er altijd wel wat nodig. En met die ruime openingstijden kun je zelfs om 9 uur ’s avonds nog de winkel in.
‘Wat ga je nou weer doen?’ vroeg Gerard toen ik m’n jas weer eens aan deed.
‘Hagelslag kopen, en misschien nog wat vla’.
‘Kan dat niet wachten tot morgen?’ zei hij vermoeid.
Nee dat kon niet, het moest nú!

Helaas, sinds de corona-crisis is de lol van het winkelen er voor mij wel af.
Eerst ging het nog wel. Je hield wat meer afstand van elkaar, maar voor de rest geen probleem. Totdat de crisis echt menens werd.


Nietsvermoedend ging ik pas voor de verandering naar een andere supermarkt. Ik zette m’n fiets op slot, draaide me om om naar binnen te lopen…en stond voor een dichte deur. Er hing een briefje op, met:
‘Vanwege de corona-crisis zijn wij voortaan alleen via de achteringang te bereiken.’
Okee…zuchtend haalde ik mijn fietssleutel weer tevoorschijn, en fietste naar de andere kant van het gebouw.
Ik wilde alleen maar even een paar boodschapjes halen. Maar dat ging zomaar niet! Er stond een rij mensen op straat bij de winkelkarretjes, en een jongeman met een oranje hesje gaf instructies.
‘In de rij graag, mevrouw. Rustig één voor één naar binnen, en anderhalve meter afstand houden.’
Een beetje timide ging ik in de rij staan en wachtte tot ik eindelijk aan de beurt was.
Toen dat zover was, had ik al bijna geen zin meer… Maar goed, ik ging toch.

Her en der pakte ik wat uit de schappen. De gangpaden waren best smal, dus het was nog een toer om anderhalve meter afstand te houden van iedereen. Los van die anderhalve meter leken veel mensen wel bang om elkaar aan te kijken. Alsof oogcontact je al ziek maakte! Nou ja, je weet ook maar nooit, nog lang niet alles is bekend over het corona virus.

Ik voelde me zenuwachtig en vergat spontaan waarvoor ik gekomen was. Hadden we nou melk nodig of wraps? Onhandig liep ik met mijn karretje tegen de wandelrichting in, wat me weer diverse boze blikken opleverde. Sorry mompelde ik.
Het wc-papier was op, dan maar keukenpapier. En hopen dat de wc daar niet van verstopt zou raken, anders hadden we weer een ander probleem.
Zo sukkelde ik de winkel door, tot ik eindelijk bij de kassa kwam. Strepen op de grond wezen aan waar ik moest wachten. Plastic schermpjes tussen mij en de kassamedewerker, die voorzien was van plastic handschoentjes. Straks moeten wij die ook nog aanschaffen, dacht ik somber.
‘Prettige dag, mevrouw’, werd me toegewenst nadat ik had betaald. Dat was de eerste vriendelijke zin die ik hoorde in die winkel.

Nog één dingetje en dan was ik klaar met deze hordeloop, de kar moest terug naar de ingang buiten. Daar stond alweer een volgende rij mensen te wachten op een gedesinfecteerd karretje. De beveiligingsjongen keek toe of je het wel goed schoon poetste. Dat was nog een uitdaging met een zware rugtas om en twee volle tassen op de grond.
‘Klaar?’ vroeg een meneer hoopvol achter mij. Ik vond van wel.
Een ander vroeg zich hardop af wie die fles met schoonmaakmiddel dan weer desinfecteerde. Interessante vraag!

Uiteindelijk kwam ik weer in mijn veilige huis, waar ik gelukkig van niemand anderhalve meter afstand hoefde te houden. Ik zette alle boodschappentassen neer en plofte ontmoedigd op de bank.
‘Was het zo erg?’ vroeg Gerard. ‘Ja’, zuchtte ik bijna in tranen, ‘Wat een gedoe, ik ga nooit meer boodschappen doen!’

Aan die uitspraak heb ik me niet gehouden. Want een studerende dochter belde een uur later op met de vraag: ‘Mam, heb je naanbrood in huis? Nee? Als jij dat nou haalt, zal ik voor jullie koken vanavond’.

Met dat vooruitzicht heb ik me toch maar weer richting winkel gewaagd. En langzaam ging ik eraan wennen. Tegenwoordig hou ik rustig anderhalve meter afstand, en ben zelfs dankbaar met een schoongemaakt karretje of mandje. Nog even… en ik wil een mondkapje!

Crisis, what crisis?

Het zal niemand ontgaan zijn, dat er iets aan de hand is de laatste tijd. Iets wat wereldwijd voor veel onrust zorgt.  Dat ‘iets’ is natuurlijk Covid-19,  al gauw Corona genoemd.  Een ziekte waar de meeste mensen een half jaar geleden nog nooit van gehoord hadden. Ik in elk geval niet! Crisis, what crisis? Dit oude liedje van Supertramp zeurt al dagen in mijn hoofd. In wat voor crisis zijn we toch met z’n allen beland? En wat ging daar allemaal aan vooraf?

  • December 2019: Mijn oude vader  wordt voor de tweede keer weduwnaar. Verdrietig laten we hem achter in een stil huis, na de begrafenis van onze stiefmoeder.
  • Kerstfeest 2019: Manlief moet werken, de  uit huis-wonende kinderen willen hier komen, de thuiswonende willen liever gewoon gamen en mijn vader zit alleen… Hoe ga  ik dat allemaal doen?
  • Eind december: Onze puber is gestresst: ‘Veel te weinig vuurwerk!’. Onze katten zijn óók gestresst door al dat geknal.  Misschien wordt het volgend jaar wel verboden, al vinden de kinderen dat belachelijk. Er is trouwens ook iets aan de hand  in China. Eén of ander virus op een markt in Wuhan maakt heel veel mensen ziek. Ze verkochten daar vleermuizen en slangen. Vreemde gewoonte ook…
  • 1 januari 2020: Gelukkig nieuwjaar!  Mijn man moet weer werken en mijn pubers hebben nergens zin in. Het is mistig en koud. Als ik ze toch meeneem naar buiten voor een frisse neus, klagen ze steen en been. En het vriest niet eens, het is een winter van niks!
  • Half januari:  Wuhan komt nu elke dag in het nieuws. Dat corona virus is wel heftig zeg! Honderden mensen overlijden en tienduizenden worden ziek. Gelukkig is China ver weg. Vreemde beelden komen langs op tv: scholen die gesloten zijn, lege straten en mensen met mondkapjes op. Overdreven, zeggen ze hier. Die mondkapjes schijnen niet eens te helpen.
  • Begin februari: Het lijkt wel herfst. De één na de andere zware storm raast over ons land, voorbodes van naderend onheil. Het dak bij onze studerende dochter vliegt eraf, lekkage en een koud huis als gevolg. Intussen duikt het corona virus nu toch in Europa op. 
  • Eind februari: Honderden corona-patiënten in Italië. En niet alleen daar! De lijst met landen waar het virus voorkomt, wordt steeds langer.
  • Wij hebben twee jarige kinderen. Dat vieren we gezellig met de familie, dus taart, veel hugs en handen schudden. Slechts twee dagen later wordt het verboden om elkaar een hand te geven. Iedereen moet meer afstand houden. 
  • Begin maart. Officieel hebben we een pandemie. En de eerste besmettingen in Nederland zijn een feit.  De namen van deze mensen worden natuurlijk niet genoemd, maar iedereen hoort uit welke plaats ze komen. Al hun contacten van de afgelopen weken worden nagegaan. Daar gaat je privacy…
  • Half maart: Gauw even een weekendje naar mijn vader, dat is alweer lang geleden. Mijn zus die in Frankrijk woont, is er ook. In Frankrijk zijn alle scholen en universiteiten al dicht, mensen moeten thuis werken, en in dat weekend gaat het hele land lockdown. Bij ons nog niet, maar twee dagen later sluiten ook hier winkels, kantoren, universiteiten en scholen.. Maar hee, ik ben toch geen juf!

Crisis, what crisis? De wereld staat op z’n kop.  We kunnen letterlijk geen kant meer op, want de grenzen gaan dicht en het vliegverkeer gaat plat.  Daarbij  allemaal regels van bovenaf: blijf binnen, houd afstand, ga niet met de trein, ga niet naar je ouders.. Help, mag ik even onder een deken kruipen? 

Wie er totaal niet waker liggen van de crisis, zijn onze jongste twee.  

‘Yes, we hebben vrij!’, roepen ze.  Ze schuiven hun bedden tegen elkaar, alsof het vakantie is. En ze verschansen zich boven met hun mobieltjes.

‘Mam, wil je even chips brengen?’, roept de één.

‘Huiswerk? Dat doe ik niet hoor’, zegt de ander.

Net als de meeste pubers denken ze eerst aan zichzelf.  Wat misschien niet eens zo gek is in deze toestand. Al moeten ook zij na vier dagen toegeven dat het best héél saai is zonder school.

Pfff…ik wil óók chips. En doe er meteen maar een glaasje  wijn bij. En dan maar hopen dat deze crisis snel voorbij gaat!