Uitgelicht

Niet binnen de lijntjes

Zeven paar ogen kijken me aan. Wat zeg ik, acht paar zelfs, vanaf zes verschillende schermen. We zitten in een online vergadering, in het kader van de vorderingen op school van onze dochter. Een hele mond vol. Onze dochter mag zelf ook het één en ander zeggen; leuk om je eigen kind vanaf een schermpje te zien! De reden dat het allemaal zo moet is minder leuk. Het ging niet goed met haar op school afgelopen jaar. Nu doet ze een tussentijds traject om op adem te komen. Na dit traject van ongeveer vier maanden, moet ze terug naar school, of naar een andere school. Vandaag gaan we horen wat men adviseert.

Maar eerst is onze dochter aan het woord. Heel moedig van haar om haar zegje te doen tegen al die volwassenen, ik had dat niet gedurfd op 13-jarige leeftijd! Ze mag gelukkig na een kwartier uitloggen. Gerard en ik horen de deskundigen vervolgens één voor één aan, nadat we eerst onze eigen overwegingen hebben genoemd. Ik merk na een poosje dat ik afgeleid raak door de achtergrond die ik zelf had gekozen: een gezellige kamer met een knapperend houtvuurtje. Net toen ik het houtvuurtje wilde vervangen door iets anders, begon de vergadering al. Dat is zo typisch met online vergaderen, dat ik me ga zitten ergeren aan stomme dingen. Aan de achtergrond dus, maar ook aan hoe mijn haar zit, aan alle rimpels in m’n gezicht, aan de weerspiegeling van het scherm enz. Bij normale vergaderingen word je natuurlijk ook wel afgeleid, maar dit is toch anders.

Even een indruk van wie zich allemaal in deze vergadering met ons bezighouden? Dat zijn een orthopedagoog, een stagiaire, een zorgmentor, een vakdocent, een gezinsbegeleidster van een andere instantie, een zorgcoördinator van school, en een afgevaardigde van de gemeente Wageningen. Ik twijfel of ik ze nu allemaal genoemd heb… Want zo gaat dat als je niet precies binnen de lijntjes loopt, dan krijg je met een hoop deskundigen te maken. Wat er ook bij komt is dat je als ouders ongelofelijk veel formulieren moet invullen. Voor dit schooltraject bijvoorbeeld, maar ook voor een andere dingen. Alles moet verantwoord worden en alles moet terug te vinden zijn. Geloof het of niet: één zorgvuldig ingevuld aanmeld formulier raakte kwijt bij de post! Toen moest alles nog een keer… grrr 😡#$:-(😩🥴

Aan het einde van deze vergadering wisten we dat ons kind naar een andere school moest. Het eerste wat ons te doen stond, was weer 25 formulieren invullen, uitprinten en handtekeningen zetten… En dat alles op zeer korte termijn, want de meivakantie stond al voor de deur. Maar alles voor je kind, dus natuurlijk deden wij dat.

Ook al is het allemaal ingewikkeld; veel lof aan alle hulpverleners die ons door deze fase heen loodsen! Op een dag zal ik er op terugkijken, en me afvragen waar ik zo moeilijk over deed. Maar ja, dat is meestal zo als het in je leven anders gaat dan je verwacht had. En wie zegt dat ik zelf tussen de lijntjes pas?!

Uitgelicht

Dingenzoeker

Ik ben nou al drie of vier keer aan een nieuwe blog begonnen, en elke keer strand ik halverwege. Dan vind ik het langdradig of stom, of juist veel te persoonlijk. Wat hebben anderen nou aan al dat gepeins over mezelf of geklaag over drukte? Als ik er nou nog geld mee verdiende…

Geld verdienen, gek iets eigenlijk. Volgens het woordenboek betekent verdienen: geld verkrijgen door prestatie of arbeid. In het algemeen verdien je meer wanneer je daar erg je best voor doet, dat begint al op school. Als je goed kunt leren en je haalt een 9, dan heb je dat wel verdiend. Maar stel dat je niet zo goed kunt leren en je haalt met hard ploeteren een 6, dan heb je dat toch ook dik verdiend? Wanneer je ergens talent voor hebt, gaat het per definitie makkelijker dan bij iemand die dat talent mist. Dat is toch eigenlijk oneerlijk?!

Voordat ik nu verzand in grote thema’s als klassenongelijkheid en oneerlijkheid in ons schoolsysteem, haal ik maar eens diep adem. De wasmachine is klaar, dus de was kan eruit. Tegenwoordig zet ik het wasrek in de huiskamer, omdat het daar het warmst is. Maar vandaag niet, want de zon schijnt en de lucht voelt droog. Naar buiten met die was! Zo maak ik gebruik van natuurlijke hulpbronnen, heel energiezuinig en lekker fris. Ik fris er zelf ook helemaal van op. Heerlijk, ik verdien er niets mee maar het valt me zomaar toe. Gratis.

Mijn volgende klus is de telefoon van zoonlief bij een winkel brengen. De telefoon is op de grond gevallen en dus kapot. Een regelrechte ramp voor een tiener anno 2022… Trouwens, voor wie niet? Op de fiets naar de stad denk ik alweer aan geld. Wat zal de reparatie kosten, moet er misschien een nieuwe komen? Dat komt helemaal niet uit vlak voor Sinterklaas! Maar waarom toch dat getob steeds over geld? Wat mis ik op dit moment wat ik niet kan doen? Ik zou het niet weten. Verre reizen trekken me niet en verlanglijstjes maken wordt ook elk jaar moeilijker. Het gas is duur, maar we hebben heel veel wollen dekentjes. Ik heb in principe alles wat ik nodig heb, waarom dat gevoel alsof ik tekort kom?

Dan valt mijn oog op iets zwarts op de stoep. Ik had het twee uur eerder ook al zien liggen, wat zou het toch zijn?

Ik moet denken aan de Dingenzoeker van Pippi Langkous. Een Dingenzoeker is iemand die dingen zoekt. Zo iemand die vaak naar de grond kijkt. Ik ben ook een Dingenzoeker. Mijn blik is vaak naar beneden gericht. Ik ben niet de meest optimistische mens, maar zo vind ik wel vaak interessante dingen.

Driemaal raden wat ik van de grond opraapte…Nou??? Een zwarte dames onderbroek, maat L! Bijzonder toch? Wie verliest die nou bij een druk kruispunt? Even in de wasmachine en je hebt er weer een kledingstuk bij. En geloof het of niet, op de terugweg vond ik nog iets zwarts. Dit keer was het een wollen muts met onduidelijke viezigheid erin.

Ook maar opgeraapt. Tenslotte raakte ik aan de praat met een jongeman uit Frankrijk, die het geweldig vond dat ik in het Frans een praatje met hem probeerde te maken.

Geluk en tevredenheid zit ‘m in kleine dingen, niet in veel geld. Een lief kaartje, een onverwachts compliment, een knuffel. Als je maar goed kijkt en zoekt, dan vind je ze wel. Zelfs… midden op straat.

Foto door u00d6zgu00fcr op Pexels.com

Uitgelicht

Op vakantie in de bergen

Voor het eerst sinds jaren huren wij een huisje voor de zomervakantie. Nou ja huisje, eigenlijk is het een etage met drie kamers bovenin een groot huis.  Dit huis staat niet zomaar ergens, maar hoog tegen de bergen in Oostenrijk! Het land waar ik als klein meisje al heen ging met mijn familie, en waar ik verliefd werd op de bergen. Het land van Heidi en de romantische  Sound of Music.

  Ik vond het huisje onlangs op internet; hoe verrassend. De huurprijs stond me wel aan, dus de gok gewaagd en het huisje geboekt.  ’s Nachts lag ik ervan wakker. Stel je voor dat het er heel druk was, vol met asociale gezinnen. Met schreeuwende kinderen die alle lekkere stoelen op het terras bezet hielden! Of stel dat het smoorheet was op die bovenste verdieping, en wij daar zaten te smelten als chocolade. Of stel dat…nou ja enzovoorts.

Een mens lijdt het meest door het kwaad dat hij vreest, maar dat niet op komt dagen. Aan die spreuk denk ik de hele week al vanaf dat we hier zitten.  Het is super rustig hier. De enige mensen met kinderen hier zijn wij zelf! De andere gasten hoor je soms praten, maar daar is alles mee gezegd. Ik heb al tig keer koffie zitten drinken in m’n eentje op het zonnige terras, hooguit samen met Gerard. Je ziet hier geen kip! Zelfs amper een koe, en dat op de Oostenrijkse Alpen. Het enige wat je hoort in de verte zijn grasmaaiers, de hele dag door. En de wind door de bomen. Eigenlijk fijn om in elk geval Iets te horen!

Ik haal mijn hart op met wandelen langs steile bergen. Weggetjes op, weggetjes af, genietend van de vergezichten die adembenemend zijn. Elk moment van de dag zijn de bergen weer anders. Het is een genot om naar te kijken. Gisteren viel ik bijna in slaap op de wei naast het huis, vol bloemetjes en rond fladderende vlinders. Zo rustig en relaxed. Het is bijna meditatief om voor je uit te staren in de verte, en ik sla de beelden zoveel mogelijk op in mijn hoofd (en op mijn mobiel).

De enige die het hier niet leuk vindt, is mijn jongste dochter. Ze wil naar huis. Ze is blij met het internet hier, kan ze in elk geval nog wat! Wandelen is niet haar ding. Shoppen wel, maar als je wil shoppen moet je eerst in die hete auto over enge weggetjes de berg af. Niks aan! De dichtsbijzijnde snackbar is ook ver te zoeken, en het is warm buiten. Wat haar betreft pakken we de koffers maar weer in…Haar broer vindt het ‘wel leuk’ hier. Maar erg fanatiek met wandelen is hij niet. Net als thuis hangt hij veel op hun kamer, en komt eruit als hij honger heeft…Gerard vindt het wel leuk hier, oa ook omdat er een tv is hier en hij nu tenminste de Tour de France kan kijken.

Maar ja, pubers! Hoe kunnen ze het hier nou niet mooi vinden?

Dan denk ik aan vroeger. Mijn ouders deden vroeger veel ‘tochtjes’ door de bergen, met de auto wel te verstaan. Hoog door de bergen, soms stopten we even op een parkeerplaats. ‘Kijk toch eens hoe prachtig!’ zeiden ze dan tegen ons. Mijn broers en zus zaten Suske’s en Wiske’s te lezen en keken even op. ‘Ja mooi’, zei mijn oudste broer uit beleefdheid. Mijn andere broer en ik werden vaak misselijk op de achterbank. Ik nam me zelfs heilig voor later nooit zulke uitstapjes te maken!!!

Nou, je ziet wat er van komt. Nu ben ik de genietende ouder met ongeïnteresseerde kinderen. Over 25 of 30 jaar is het misschien wel hetzelfde bij mijn pubers. Dus ik blijf lekker genieten tot de laatste dag!

Uitgelicht

Crisis, what crisis?

Het zal niemand ontgaan zijn, dat er iets aan de hand is de laatste tijd. Iets wat wereldwijd voor veel onrust zorgt.  Dat ‘iets’ is natuurlijk Covid-19,  al gauw Corona genoemd.  Een ziekte waar de meeste mensen een half jaar geleden nog nooit van gehoord hadden. Ik in elk geval niet! Crisis, what crisis? Dit oude liedje van Supertramp zeurt al dagen in mijn hoofd. In wat voor crisis zijn we toch met z’n allen beland? En wat ging daar allemaal aan vooraf?

  • December 2019: Mijn oude vader  wordt voor de tweede keer weduwnaar. Verdrietig laten we hem achter in een stil huis, na de begrafenis van onze stiefmoeder.
  • Kerstfeest 2019: Manlief moet werken, de  uit huis-wonende kinderen willen hier komen, de thuiswonende willen liever gewoon gamen en mijn vader zit alleen… Hoe ga  ik dat allemaal doen?
  • Eind december: Onze puber is gestresst: ‘Veel te weinig vuurwerk!’. Onze katten zijn óók gestresst door al dat geknal.  Misschien wordt het volgend jaar wel verboden, al vinden de kinderen dat belachelijk. Er is trouwens ook iets aan de hand  in China. Eén of ander virus op een markt in Wuhan maakt heel veel mensen ziek. Ze verkochten daar vleermuizen en slangen. Vreemde gewoonte ook…
  • 1 januari 2020: Gelukkig nieuwjaar!  Mijn man moet weer werken en mijn pubers hebben nergens zin in. Het is mistig en koud. Als ik ze toch meeneem naar buiten voor een frisse neus, klagen ze steen en been. En het vriest niet eens, het is een winter van niks!
  • Half januari:  Wuhan komt nu elke dag in het nieuws. Dat corona virus is wel heftig zeg! Honderden mensen overlijden en tienduizenden worden ziek. Gelukkig is China ver weg. Vreemde beelden komen langs op tv: scholen die gesloten zijn, lege straten en mensen met mondkapjes op. Overdreven, zeggen ze hier. Die mondkapjes schijnen niet eens te helpen.
  • Begin februari: Het lijkt wel herfst. De één na de andere zware storm raast over ons land, voorbodes van naderend onheil. Het dak bij onze studerende dochter vliegt eraf, lekkage en een koud huis als gevolg. Intussen duikt het corona virus nu toch in Europa op. 
  • Eind februari: Honderden corona-patiënten in Italië. En niet alleen daar! De lijst met landen waar het virus voorkomt, wordt steeds langer.
  • Wij hebben twee jarige kinderen. Dat vieren we gezellig met de familie, dus taart, veel hugs en handen schudden. Slechts twee dagen later wordt het verboden om elkaar een hand te geven. Iedereen moet meer afstand houden. 
  • Begin maart. Officieel hebben we een pandemie. En de eerste besmettingen in Nederland zijn een feit.  De namen van deze mensen worden natuurlijk niet genoemd, maar iedereen hoort uit welke plaats ze komen. Al hun contacten van de afgelopen weken worden nagegaan. Daar gaat je privacy…
  • Half maart: Gauw even een weekendje naar mijn vader, dat is alweer lang geleden. Mijn zus die in Frankrijk woont, is er ook. In Frankrijk zijn alle scholen en universiteiten al dicht, mensen moeten thuis werken, en in dat weekend gaat het hele land lockdown. Bij ons nog niet, maar twee dagen later sluiten ook hier winkels, kantoren, universiteiten en scholen.. Maar hee, ik ben toch geen juf!

Crisis, what crisis? De wereld staat op z’n kop.  We kunnen letterlijk geen kant meer op, want de grenzen gaan dicht en het vliegverkeer gaat plat.  Daarbij  allemaal regels van bovenaf: blijf binnen, houd afstand, ga niet met de trein, ga niet naar je ouders.. Help, mag ik even onder een deken kruipen? 

Wie er totaal niet waker liggen van de crisis, zijn onze jongste twee.  

‘Yes, we hebben vrij!’, roepen ze.  Ze schuiven hun bedden tegen elkaar, alsof het vakantie is. En ze verschansen zich boven met hun mobieltjes.

‘Mam, wil je even chips brengen?’, roept de één.

‘Huiswerk? Dat doe ik niet hoor’, zegt de ander.

Net als de meeste pubers denken ze eerst aan zichzelf.  Wat misschien niet eens zo gek is in deze toestand. Al moeten ook zij na vier dagen toegeven dat het best héél saai is zonder school.

Pfff…ik wil óók chips. En doe er meteen maar een glaasje  wijn bij. En dan maar hopen dat deze crisis snel voorbij gaat!

Lente in de herfst

Een maand geleden merkte je duidelijk dat de herfst was begonnen. De blaadjes begonnen te vallen, paddenstoelen schoten op, het werd eerder donker ’s avonds en in huis voelde het kil. Tijd om de verwarming aan te zetten. Ook tijd om zomerjassen te verruilen voor winterjassen. Lekker knus op de bank met een dekentje en thee. De zomer was voorbij. Bij de herfst hoort regen, en die viel dan ook overvloedig op de dag dat we het 10-jarig bestaan van onze hardloopgroep vierden. Het plensde zo hard, dat iedereen binnen een kwartier doorweekt was! En dan te bedenken dat die activiteit verzet was vanwege slecht weer… we deden er dus niet flauw over. Maar wat was ik blij met hete koffie achteraf en een warme douche.

En toen…? Toen draaide de wind naar het zuiden!

Weg was de regen en de kilte. Het werd lente in de herfst. Een vriendelijk zonnetje scheen heel de dag, nodigde uit om naar buiten te gaan. Bomen strooiden hun blaadjes tot een prachtig tapijt in de kleuren rood, oranje, geel en bruin. Paddenstoelen in alle soorten en maten. Ik was zeker niet de enige die deze herfstpracht probeerde vast te leggen. ‘Mensen, ga naar buiten’, zei een weerman van de NOS. ‘Geniet van het mooie weer zolang het nog kan.’ Ik dacht: nog even en de buitenzwembaden gaan weer open! Je weet het hier maar nooit.

Aan de ene kant geniet ik ervan. Aan de anderen kant bekruipt me het idee dat het niet helemaal klopt. Klimaatverandering, of zomaar een zachte herfst? Het lastige is dat je niet weet wat je aan moet trekken. M’n winterjas is veel te warm. Zomerjas weer uit de kast gehaald. Trek ik een shirt aan of toch een warme trui? Het is toch niet normaal dat het zestien graden is? Wordt het na deze lente nog winter, of blijft het de komende maanden zo doorgaan?

Hoe zacht het ook is… het klokje van de tijd tikt door. Om 5 uur wordt het schemerig, om 6 uur is het donker. Je kunt niet meer de straat op zonder goede fietsverlichting. En over verlichting gesproken… Een paar weken geleden hingen er al kerstlampjes bij tig huizen hier in de buurt, inclusief rendieren en een kerstman. Vandaag zag ik zelfs al een kerstboom staan. Kom op zeg, het is half november! De jeugd hier holt nóg verder vooruit: elke avond wordt er met vuurwerk geknald. Jongens, wacht toch nog even!

Kan het niet gewoon herfst zijn? Herfst zoals dat vroeger was, met een paar gezellige stormen die gierden rondom het huis? Of de hele week mist, zodat je de overkant van de straat niet kon zien? Koud maar sfeervol en geheimzinnig. Een nachtvorstje hier, een nachtvorstje daar, alle bladeren in één nacht van de bomen. Ach die gouden herinneringen… Je wordt oud als je naar vroeger verlangt, dat moeten we niet hebben. Maar laat de kerstman en het vuurwerk nou nog even wachten tot de bomen echt kaal zijn, okay? Dan genieten we nog even van de laatste herfsttinten. Volgende week gaat het misschien wel vriezen.

18 plus

Juli is de maand waarin drie van onze zes kinderen geboren zijn. Daar is nog een verjaardag bij gekomen van ‘de aanhang’ zoals dat heet, ofwel we hebben dan heel wat feestjes te vieren! Eentje daarvan was afgelopen zaterdag, onze zoon Maarten werd namelijk 18. Aangezien hij bijna altijd in de zomervakantie jarig is, kwam hij het er kwa feestjes bekaaid vanaf. Op de basisschool kon je het nog vooraf vieren, maar op de middelbare school had hij daar geen zin meer in. De helft van zijn vrienden en familie was toch al op vakantie… Maar nu werd hij 18! Tijd voor een Big Party!!!

Al weken van tevoren was hij bezig met hoeveel vrienden er mochten komen, en wanneer en hoe. Hij begon in zijn voorstel met een stuk of 30 man. Dat leek ons geen goed idee. Wie ons huis plus tuintje kent, snapt meteen waarom. Minder dus. Hij bleef hangen bij ‘een stuk of 20 dan’. Dat leek mij nog steeds veel, maar goed. Heel concreet werden de plannen verder niet, waardoor de stress bij mij toe nam. Ik zag de bui al hangen dat er vlak van tevoren een beroep op mij zou worden gedaan. Dus ik begon te zeuren: ‘Maarten, je moet een boodschappenlijst maken. Maarten, heb je de buren al gewaarschuwd? Maarten…wakker worden!’

Maarten was nog druk met zijn verlanglijst, voordat er een boodschappenlijst kwam. Hij had in de tussentijd de familie uitgenodigd. Alles op één en dezelfde dag, pfff… En ja, uiteindelijk deden wij de boodschappen samen pas vlak van tevoren. Maar in goede harmonie, dat moet gezegd worden. Al kon ik er niet bij wat een enorme hoeveelheid bier er ingeslagen werd! Alles onder het mom van: ‘Ja mam, nu ben ik 18!’ Zo moesten er ook een paar flessen sterke drank bij. Trots liet Maarten zijn I.D. kaart zien bij de betreffende winkel, waar de verkoopster natuurlijk niet verblikte of verbloosde. Ze wenste hem veel plezier met zijn feestje, terwijl ik mijn hart vast hield. Daarna sloegen we nog de nog de nodige flessen cola in, sapjes voor de enkeling, wat blikjes nul. nul (‘Mama, dat drinkt niemand!’). En om een bodem te leggen een hoop snacks voor in de airfryer, chips en stokbroden. Het feest kon beginnen.

Nu schrijf ik het allemaal leuk en luchtig, maar in het echt had ik er best wat moeite mee. Toen ik zelf 18 werd, dronk ik nog geen druppel. Het interesseerde me ook niet, ik was veel te bang om dronken te worden! De gevolgen daarvan had ik op diverse schoolfeestjes wel gezien. Ik kan me heel die verjaardag überhaupt niet herinneren. Wel dat ik ging studeren en op kamers ging, iets wat toen nog niet zo ingewikkeld was als nu. Ik leerde pas drinken in mijn studententijd. Maar na anderhalf glaasje wijn was ik al draaierig, en daar had ik helemaal geen zin in. Bescheiden zijn met alcohol was voor mij dus geen opgave. Mijn ouders waren er eigenlijk makkelijker in. Zij dronken graag een wijntje, mijn zus ook na haar zestiende verjaardag. Mijn broers dronken in het weekend bier met vrienden. Er stond ook altijd sterker spul in de kast, een ‘slaapmutsje’ voor mijn vader, en wat sherry voor mijn moeder. ‘Voor de gezelligheid’. Er was één oom die bij familiefeestjes weleens aangeschoten werd, dat vond ik dan eng. Maar verder geen gekke dingen op dit vlak.

(Ik realiseer me dat ik mede door mijn eetstoornis vroeger zo’n aversie tegen alcohol had. Ik was erg streng voor mezelf over wat ik mocht eten en drinken. Genieten hoorde daar niet bij, iets nieuws uitproberen ook niet. Wijn of bier vielen dus meteen af.)

Terug naar het feestje van onze zoon. Het was geslaagd! Eerst met de familie, daarna met zijn vrienden. De meesten kwamen pas nadat wij -op verzoek- het pand hadden verlaten. De buren links en rechts waren uit voorzorg ook vertrokken… Onze oudste zoon bleef wel, die hielp Maarten waar nodig en hield toezicht op het feest. Een prachtig voorbeeld van broederlijke samenwerking! Want als je 18 plus bent en je drinkt net wat teveel, dan is het lastig om het overzicht te houden. Maar alles was nog heel toen wij om 1 uur thuis kwamen, en er was geen politie aan de deur geweest (grapje van onze oudste zoon). Slechts één feestganger was kotsmisselijk naar huis gebracht, de rest was alleen maar luidruchtig en vrolijk. Zin om naar huis te gaan hadden ze niet, het leek wel een schoolklas kinderen buiten op het plein! Maar om kwart voor 2 fietsten ze eindelijk weg, om elders het feestje voort te zetten. Voor ons tijd om heerlijk te gaan slapen.

P.S . Waar ik de discussie nog aanging met Maarten van liever geen sterke drank, werd dit totaal teniet gedaan door zijn vrienden die hem liters kado gaven… Ik kijk al uit naar de dag dat hij 0.0 ook prima vindt.

Ons wel en wee in Wageningen

Van mijn voornemen om weer vaker te gaan bloggen, is nog weinig terechtgekomen. Dat spijt me echt, beste lezer. Gelukkig verdien ik er mijn brood niet mee, anders hadden we hier inmiddels wel een probleem! Het ontbreekt me niet aan onderwerpen; wel aan tijd om ervoor te gaan zitten en rust in m’n hoofd.

Wie met enige regelmaat mijn blogs leest, weet dat er wat dingen spelen. Zoals de gezondheid van Gerard, het zoeken naar een passende school voor onze dochter, mijn moeite zo nu en dan om het hoofd boven water te houden… Maar al die problemen verbleken bij het nieuws van alledag. Al die ellendige oorlogen, meningen daarover, rampen, hittestress, zoveel mensen die veel ergere dingen dan ik moeten doorstaan. Het weerhoudt me ervan om ‘leuk te schrijven’. Terwijl ik dat niet alleen maar leuk vind, maar ook nodig heb om me te uiten. Waarom doe ik het dan niet? Stel dat mijn kind een hobby had, en die niet uit durfde te oefenen omdat er zoveel narigheid is. Zou ik dan zeggen: groot gelijk?! Nee zeker niet, ik zou denken aan het plezier dat zij aan haar hobby heeft. En hoe jammer het is als ze een talent heeft, en het wegstopt. Er is toch al zoveel aandacht voor alles wat er slecht gaat… En ik zou een liedje zingen van Herman van Veen :

Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren“.

Als ik zo mild naar mijn kind kan zijn, waarom dan niet naar mezelf? Dus vooruit, achter de laptop en schrijven maar over ons wel en wee.

Ook al is het geen wereldnieuws, op het schoolfront is er eindelijk toch nieuws. Er was geen plek voor Janine op de school die haar aangeraden was. Dus waren we met een aanmeldprocedure bij een andere school bezig, eentje die voor geen meter opschoot. Net toen ik dacht : ‘Laat allemaal maar zitten!’, kwam er bericht van de eerste school. Er kwam TOCH een plekje vrij! Eén ding, er moest nog wel een Toelaatbaarheidsverklaring opgesteld worden door het zogeheten Samenwerkingsverband. Wie daar nou met wie samenwerkte, is me nog steeds niet helemaal duidelijk. Snel ging het in elk geval… er gingen weer zes weken overheen… en het zou slechts een formaliteit zijn! Alweer gaf ik het bijna op. Maar eindelijk kreeg Janine dan toch groen licht! De toestemming was rond en na de vakantie mag ze beginnen. We zijn erg blij voor haar, we hopen dat ze hier een goede start kan maken na een aantal rommelige jaren.

Gerard doet hard z’n best om fitter te worden. Hij gaat twee keer in de week lopend naar fysiotherapie, om daar allerlei kracht- en balansoefeningen te doen. Hij heeft er plezier in. Op werkgebied is er nog weinig vooruitgang. De moeheid na alle behandelingen houdt lang aan, de concentratie is snel op en de energie ook. Onlangs is zijn laptop weer eens opgestart ivm werk, om er weer in te komen. Ook zijn we op zijn werk geweest voor een gesprek, met als gevolg dat hij weer zwaar verkouden werd… Die vatbaarheid voor infecties is wel een ding. Zelfs met de mooie lente achter de rug en zoveel zomerse dagen, is hij om de haverklap verkouden. Mijn beide opa’s die sigaren en pijp rookten, hoestten ongeveer net zo 😦  terwijl Gerard nooit een sigaret opgestoken heeft.

En ik? Hoe kom ik aan  ontspanning toe naast m’n werk en alle taken thuis? Ik ben een cursus gaan doen voor mantelzorgers. Die cursus was leerzaam, maar ook wel confronterend. Want voor mezelf kiezen, als er op allerlei fronten beroep op me gedaan wordt, vind ik lastig. Al doende leer ik het toe te passen. Verder vind ik wandelen fijn en loop ik graag hard. We passen geregeld op onze kleinzoontjes, ook heel gezellig. Wel vind ik het onbegrijpelijk dat ik 15 jaar geleden nog een baby kreeg, terwijl ik al een peuter had, een schoolkind, 2 middelbare scholieren en een studente! Hoe hield ik dat in vredesnaam vol? Ik ben na een dag oppassen op twee kleintjes al moe.

Het leven kan heel ingewikkeld zijn, maar ook heel simpel. Je pompt een badje op, laat je zoon er een paar emmers water in gooien en tadaa; uren speelplezier voor de jochies! Zolang je maar aan hun basisbehoeften voldoet (eten, drinken, rust, veiligheid ) zijn ze blij en ben ik het ook. Ik ben ook blij met mijn hobby: schrijven. En welke hobby of talent jij ook hebt, kleur de wereld om je heen maar een beetje mooier!

PS. Voor wie het interessant vindt, ik haal ook veel inspiratie uit de bijbel. Een variant op de wereld mooier kleuren, vond ik in het volgende stukje. “Vrienden, houd je bezig met alles wat waar is, alles wat respect verdient, alles wat goed is en zuiver, alles wat het waard is om van te houden en alles wat eer verdient. Dat betekent in het kort gezegd: doe wat goed is en waarvoor je respect krijgt.” ( Filippenzen 4: 8).

Passend onderwijs gezocht

Ik hoor je als lezer al zuchten… weer een verhaal over het Nederlandse onderwijssysteem? Nou, zo breed ga ik het niet trekken, dus dat scheelt weer. Ik ben erg dankbaar voor het grote aanbod onderwijs in ons land, ook voor alle hulp die er bestaat wanneer het minder goed loopt. Maar evengoed toch graag aandacht voor onze zoektocht naar passend onderwijs voor onze dochter. En wat is dat eigenlijk?

Wet passend onderwijs

Op 1 augustus 2014 trad de Wet passend onderwijs in werking. De overheid wilde met deze wet stimuleren dat zoveel mogelijk kinderen naar een school in de buurt zouden gaan. Het voornaamste doel: Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen. Scholen krijgen specifiek zorgplicht voor elke leerling. Er worden samenwerkingsverbanden opgericht zodat scholen elkaars leerlingen kunnen helpen of overnemen. Pas in het uiterste geval komt speciaal onderwijs in beeld, mits je daar een toelaatbaarheidsverklaring voor krijgt.”

Tot zover de feiten. Onze dochter is één van de vele duizenden leerlingen die vastgelopen is op school. Op de basisschool ging het nog goed, heeft ze zelfs een jaar mogen versnellen. Maar op de middelbare school ging het helaas mis. Te lang op d’r tenen gelopen, teveel geïnternaliseerde stress. Daarmee vat ik het heel kort samen. Een zoektocht van: ‘Hoe nu verder?’ werd gestart d.m.v. gesprekken op school. Dat hielp niet. Ons kind kreeg apart les om zo minder prikkels te verkrijgen. Dit leverde haar weer andere stress op. Na een aantal maanden werd ze aangemeld voor een tussentijds traject, op een andere school. Hier werd ze toegelaten, na de nodige gesprekken uiteraard en gevolgd door tussentijdse evaluaties. Dat werd een hele goede tijd voor haar; ze werd echt gezien en geholpen en bloeide helemaal op! Jammer genoeg is het hele idee van dit traject dat het tijdelijk is. Daarna ga je of terug naar je oude school, of naar een andere, beter passende school. In ’t geval van onze dochter was het advies: een andere school, liefst voortgezet speciaal onderwijs.

Om een toelaatbaarheidsverklaring voor haar te verkrijgen, moesten wij tig formulieren invullen. Pas daarna begon de aanmeldprocedure bij een nieuwe school. Dit speelde ongeveer een jaar geleden. We zijn zelfs gesprek geweest bij die school, het zag er prima uit allemaal, alleen… ze hadden geen plaats!!! Erg teleurstellend. Onze dochter werd op een wachtlijst gezet die misschien wel een jaar zou duren 😟. Daarbij mocht ze niet bij meer scholen op een wachtlijst gaan staan.

In de tussentijd moest ze natuurlijk wel les krijgen. Sindsdien doet ze haar schoolwerk bij een huiswerkinstituut. Zo blijft ze in elk geval min of meer bij. Sociaal gezien is het minder prettig, want klasjes zijn daar niet. Elke leerling heeft z’n eigen ruimte. Heel goed voor prikkelgevoelige leerlingen, maar ze mist wel wat contact met anderen leerlingen.

Inmiddels zijn we een jaar verder. Onlangs hoorden we dat er nog steeds geen plek is op de school waar we op hoopten 😟. Dat geloof je toch niet??!! De enige oplossing is toch weer een andere school gaan zoeken.  Weer een intake procedure starten, èn ook nog een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring aanvragen, want die van dit schooljaar telt volgend jaar niet meer 😫. Ik wil niet zeuren hoor, maar hoeveel tijd zijn we hier mee kwijt! De moed over dat passende onderwijs zinkt me af en toe in de schoenen. Ben dus eerst maar eens gaan bloggen over dit lastige thema. Hopelijk krijg ik binnenkort inspiratie om alle gegevens in de bijlagen weer in te gaan vullen. En dan hopelijk groen licht voor een plekje op een nieuwe school…

Dank voor het lezen van deze blog!

De draad weer oppakken

Na maanden radiostilte op deze blog, pak ik de laptop er maar weer eens bij. Vroeger zou je zeggen: klim ik weer eens in de pen. Vreemde uitdrukking eigenlijk; hoe kun je in een pen klimmen?! Maar ja, spreekwoorden en gezegden moet je ook niet te letterlijk nemen. Wat betreft de draad oppakken: over wat voor draad hebben we het dan?

Om jullie (en mijn) geheugen even op te frissen, er waren hier al verschillende draadjes die naast elkaar en soms door elkaar liepen. Ons gezin met twee pubers en vier volwassen kinderen, schoolperikelen, mijn nieuwe baan bij mensen met dementie, oppassen op onze kleinzoon (de tweede was nog op komst). Tot zover nog gewone huis-tuin- en keukendingen. Maar toen kwam de ziekte van Gerard erbij, als donderslag bij heldere hemel. Ons leven werd een behoorlijke kluwen, er kwam ineens zoveel extra’s op ons bord!

Ik was altijd gewend om van me af te schrijven in een schriftje of in m’n blogs. Maar het lukte niet meer. De chaos was te groot. Kanker is ook helemaal niet leuk om over te schrijven. Al die nare bijwerkingen, misselijkheid, lamlendigheid… Het werd er thuis een poos niet gezelliger van. Gerard sliep maandenlang in een bed dichtbij de wc, om maar wat te noemen. De kinderen vroegen alles aan mij, ‘want papa was toch te moe’. De oudere kinderen kwamen weinig op bezoek uit angst voor besmetting van Gerard, omdat zijn weerstand minimaal was. Oppassen op kleinkinderen was er ook niet meer bij. Ik regelde alles voor het gezin en werd Gerard z’n mantelzorger. Voor een tijdje was dat prima, maar geleidelijk begon de vermoeidheid toe te slaan. Ik was zo druk, en toch kan ik me nauwelijks herinneren wat ik dan allemaal deed.

Op een dag in januari waren de kuren voorbij. Eigenlijk zou er nog één kuur plaatsvinden, maar die werd Gerard kwijt gescholden. De chemo’s hadden hun werk al gedaan, en anders zou zijn weerstand nog lager worden. Dus ineens was het klaar… Nou ja, klaar. Het klinkt gek, maar het was wennen om niet meer steeds in het ziekenhuis te zitten. Niet dat het leuk was, maar het gaf enig houvast. Nu moest Gerard vooral herstellen. Dat was hard nodig; alle chemokuren en immunotherapie hadden er behoorlijk ingehakt. Tot op heden is Gerard vaak moe en nog niet in staat om te werken. Toch gaat hij goed vooruit. Zijn bloedwaarden zijn “netjes”, wat een belangrijke indicator is voor deze vorm van leukemie. Om de paar maanden wordt dat gecheckt. Verder gaat hij twee keer in de week naar fysiotherapie om aan zijn conditie te werken. Zodat hij er fysiek in elk geval beter aan toe is, als de ziekte terugkomt.

Hoe puzzelden wij de touwtjes weer aan elkaar? Dat vergde wel enige tijd. Sommige taken die ik van Gerard overgenomen had, kon ik meteen loslaten. Zoals het verzorgen van de duifjes, of de afvalcontainers bij de weg zetten. Naarmate hij aansterkte, lukte er steeds meer. De was ophangen, de afwasmachine leeghalen. Koffie zetten werd ook al gauw weer een favoriete bezigheid. 🙂 Sinds kort doen we weer kleine wandelingen samen en pas zijn we ergens koffie gaan drinken. Dat was leuk! En belangrijk om het weer over andere dingen te hebben, ondertussen genietend van de mooie natuur. En al ben ik nu niet meer zijn mantelzorger, fietsen en autorijden zit er voor Gerard nog niet in. Dus ik fiets en rij heel wat af, overal en nergens naar toe. Dat moet dan maar, zolang als het nodig is. Gelukkig is buiten zijn voor mij geen straf, en al helemaal niet in de lente!

Ik ga mijn best doen om de draad van het bloggen weer op te pakken. En nu maar hopen dat ‘ie niet weer in de knoop raakt… 🙂

Op de SEH

‘Ze willen je weer in het ziekenhuis zien, Gerard’.

Gerard lag op de bank, doodmoe door Covid die al wekenlang zijn lijf teisterde. Hij bleef maar hoesten en had vaak grillige koorts. ‘Huh, wanneer?’ ‘ Vanmiddag al’. Gerard mompelde een paar lelijke woorden, draaide zich om en viel in slaap.

Ik liet hem maar even, dan kon ik alvast zijn tas inpakken en wat spulletjes klaarleggen. Gerard was net vijf dagen geleden uit het ziekenhuis gekomen, nadat hij aan een longontsteking behandeld was. En nu was hij alweer ziek. De kans dat hij opgenomen zou worden was vrij groot, had een verpleegkundige mij aan de telefoon meegedeeld. Inmiddels kenden we de gang van zaken al. Je belt op, je rijdt naar het ziekenhuis, daar meld je je aan bij de Spoed Eisende Hulp (SEH) en dan maar hopen dat ze snel kunnen helpen. Vandaag was het de derde keer in vijf weken tijd.

Na een poosje werd Gerard wakker, en begon hij zich klaar te maken. Voor mijn gevoel op z’n elf en dertigst, maar hij had zo weinig energie, dat dit gewoon zijn tempo was. Hij kon er niks aan doen, maar ik raakte lichtelijk gestrest toen hij ook nog rustig z’n tanden ging poetsen. De tijd tikte door en straks waren er tien anderen voor ons! Maar uiteindelijk kwamen we bij het ziekenhuis aan. Gerard was een stuk helderder inmiddels en meldde zich bij de balie van de SEH. De wachtkamer was niet zo vol, maar schijn bedriegt. Het was juist zo druk, dat alle kamertjes bezet waren. Dat hadden we nog niet eerder beleefd.

Gelukkig werd Gerard wel alvast geholpen. Bloeddruk, hartslag, temperatuur. Er moest bloed geprikt worden, wat bij hem een heel gedoe is. Zijn aderen werken niet meer mee sinds hij chemokuren ondergaat. Alsof ze aanvoelen dat er iets loos is, zakken ze steeds dieper weg. De verpleegkundige die deze schone taak op zich kreeg, zette Gerard in een stoel op de gang. Acht buisjes bloed moesten er gevuld worden. We hielden allebei even onze adem in… het lukte… weer niet. Maar kijk, na even zoeken en opnieuw prikken, begon er toch wat bloed te stromen. Deze man had er gelukkig handigheid in.

Terwijl we daar nog op de gang zaten, kwamen er twee verpleegkundigen aan met een bed. Gerard mocht erop gaan zitten en werd naar een onderzoekskamertje gereden. Op de vraag hoe hij heette, gaf hij zingend antwoord: ‘Ik ben Gerrit, en ik steel als de raven…’ Verbaasd keken de verpleegkundigen hem aan, ze kenden het liedje helemaal niet. ‘Jullie zijn nog jong, en ik ben een beetje euforisch omdat het bloedprikken achter de rug is!’ verklaarde Gerard. Ik was blij dat hij dat zelf zei, want ik vroeg me bijna af of het wel goed met hem ging…

Eenmaal op het kamertje aangekomen, kwam er enige vaart in. Er moest nóg een buisje bloed afgenomen worden, er moest een longfoto gemaakt worden, een urinetest, een coronatest, en tussendoor stelden diverse verpleegkundigen en een arts elke keer dezelfde vragen. In de verte hoorde ik een baby huilen. Een wat groter kind lag ook te gillen: ‘Ik ben niet ziek, ik wil naar huis!’ gevolgd door veel gehuil. Arm kind en arme ouders. Wij wilden ook naar huis, maar als volwassene kun je tenminste nog begrijpen wat er gebeurt. Gerard was moe en deed intussen maar weer een dutje. Zelf hing ik wat op de stoel en liep heen en weer om koffie, thee en bouillon te halen. Verder zat ik maar te wachten op alle uitslagen, met de kinderen te appen en me te vervelen. Ik krijg sowieso altijd hoofdpijn op de SEH.

Uiteindelijk kwam er een dokter vertellen wat er ontdekt was: weer een nieuwe longontsteking. 😟 Het coronavirus was ook nog steeds actief en Gerard moest weer opgenomen worden. Gelaten hoorden we het aan. Vervolgens moesten we nog drie kwartier wachten tot er ergens plek was. En waar was dat uiteindelijk? Op de afdeling geriatrie! En dat als jonkie van 60… Geloof het of niet: toen hij daar eindelijk lag, kwam er wéér een verpleegkundige met een lange vragenlijst. Inmiddels was het kwart over negen, vijf uur nadat we daar aangekomen waren. Ik wilde naar huis naar onze dochter, die alleen zat, en Gerard wilde maar één ding: rust aan zijn hoofd.

P.S.

Gerard is inmiddels gelukkig weer thuis na zes dagen ziekenhuis # Hij knapte op door een plasma-transfusie met Covid-antistoffen # Zijn lichaam maakt weinig antistoffen aan, dus blijf uit de buurt als je snotterig bent! # Nu moet hij herstellen (en aankomen) # en nog twee chemo- & immunokuren te gaan 😲

Mist, spinnenwebben en hersenspinsels

img_20241023_1017141260206910872075934

Op een mistige dag afgelopen week, was mijn hoofd ook een beetje wazig. Ik staarde naar buiten en had nergens zin in. Maar mijn rug protesteert tegenwoordig als ik op een stoel zit, dus met enige tegenzin trok ik m’n sportschoenen aan. Vooruit, even een stukje hardlopen. Veel zou er niet te zien zijn met die mist, voorspelde Gerard.

Nou daar had hij zich op verkeken, en ik zelf ook. Het was nog mistiger dan ik gedacht had, waardoor sommige dingen juist opvielen. Spinnenwebben bijvoorbeeld. Normaal zie je die amper, maar door de vochtige mistdruppeltjes juist wel.

Of de takken van bomen, van onderaf gezien met mist ook anders. Fascinerend toch?

Terwijl ik daar zo aan het lopen was, vroeg ik me af waarom ik de laatste tijd zo weinig schrijf. Het antwoord daarop is dat ik het druk heb, en weinig tijd voor reflectie. Het was al druk, en daar is de ziekte van Gerard nog bij gekomen. Zomaar ineens chemokuren en immunotherapie, misselijkheid en moeheid. Zomaar ‘normale’ dingen op een lager pitje. Wel met het perspectief dat dit tijdelijk is, maar toch. Daar kwam nog een corona infectie overheen…voor mij kortstondig, voor Gerard inmiddels al drie weken… Mijn dagen zijn gevuld met werken, eten klaarmaken, zorgen voor de kinderen en natuurlijk voor de patiënt. Met de patiënt naar het ziekenhuis- de huisarts- de oncologisch fysiotherapeut- de eerste hulp- noem maar op. En als vrouw-van doe ik dat natuurlijk met liefde. Maar de tijd dat ik dacht: wat zal ik nu eens gaan doen….? ligt ver achter me.

Ik heb al vaak te horen gekregen dat ik als mantelzorger ook goed voor mezelf moet zorgen. Een waarheid als een koe! Maar wat dat precies inhoudt, dat moet je zelf uitvinden. Bij mij wisselt het per dag. De ene dag is een stukje hardlopen prima, andere dagen is het beter om te wandelen. Soms ga ik met iemand praten, soms is de was ophangen met de radio aan al pure ontspanning. Het is goed om de deur uit te gaan, maar er zijn ook dagen dat ik overdag een paar uur bij moet slapen. Vaak heb ik het gevoel dat ik maar wat doe, maar kennelijk is dat het voor nu.

Wat ik in elk geval ontzettend leuk vind, is foto’s maken! Dit jaargetijde is af en toe een feest. Want behalve die ene mistige dag, werden we deze week toch echt verwend met een stel prachtige herfstdagen. Ik laat er graag nog wat plaatjes van zien.

——–++++++——–++++++——-++++++——–++++++——–++++++——–++++++——–

En op een dag zoals vandaag dat de tandarts me pijn doet, de kat op de vloer kotst, mijn man nog steeds ziek is en ik de spinazie aan laat branden… pak ik de foto’s er maar weer bij, en komt er vanzelf weer een lach op mijn gezicht.

Te laat!

Van mantelzorgen naar de zorg. Schakelen is gelukkig één van mijn kwaliteiten ;-). Pas werd me gevraagd of ik na de ene cliënt ook nog bij een andere in wilde vallen. Het was een beetje krap allemaal, maar ik dacht dat het wel kon. Na m’n eerste mevrouw fietste ik snel naar huis, propte brood naar binnen, checkte of alles goed was met manlief en beantwoordde tien appjes van een kind. Daarna pakte ik de auto en reed vlug naar mevrouw twee. Pfff, precies op tijd reed ik het parkeerterrein op. Ik kende deze mevrouw nog niet, dus ik was benieuwd.

Terwijl ik de auto uitstapte, zag ik een mevrouw met een rollator klaar staan, naast een begeleider. Ze zwaaide niet terug toen ik naar haar zwaaide. Integendeel, ze keek me woedend aan.

Je bent te laat!

‘Te laat? Ik ben toch precies op tijd?’ zei ik verbaasd. Maar nee. ‘U had hier al een half uur geleden moeten zijn’, snauwde ze me toe. ‘Nu kom ik veel te laat op mijn afspraak!’ Ik besloot het kalm op te pakken en liep met haar naar de auto. Haar begeleider trok een gezicht naar me, succes!

Mevrouw was duidelijk niet in de stemming voor grapjes. Ze stampte nog net niet, maar het scheelde niet veel. Per ongeluk liet ze haar telefoon op de grond vallen, wat gevolgd werd door een hoop scheldwoorden. Ze wilde geen hulp bij het instappen, ze kon het zelf wel. Als ik maar opschoot. Mij was van tevoren verteld om niet teveel te verwachten van een gesprek in de auto, omdat ze nogal doof was. Dat was jammer, want zodoende kon ik ook niet vragen wat er mis was gegaan met onze afspraak. Als ik opzij keek, leek haar mond een rechte streep. Ze zat intussen driftig te typen op haar telefoon. Zo nu en dan begon ze weer te mopperen. ‘Waarom rijdt u niet wat harder? U kon best die ene auto inhalen!’ Ik haalde even diep adem. ‘Omdat ik al 80 rijd en niet harder mag’, zei ik. Ik liet me niet gek maken. Dat we iets later aankwamen bij de fysiotherapeut, daar ging ik ons leven niet op wagen. Maar gezellig was anders.

Na een poosje reden we een naburig dorp binnen. ‘Daar is het’, zei mevrouw kortaf, wijzend naar een gebouwtje. Ze stapte de auto uit en had geen tijd voor de rollator die ik haar aan wilde geven. Ongeduldig bleef ze voor de balie staan, waar de receptioniste net in gesprek was. ‘Loop maar door,’ gebaarde die. Mevrouw liep naar de kamer waar ze altijd werd behandeld, en voor het eerst bleef ze twijfelend stilstaan. Er was namelijk niemand.

Niet veel later kwam er een meneer aan, de fysiotherapeut. ‘ Zo zo, jullie zijn vlot!’ begroette hij ons vrolijk. ‘Mijn vergadering liep uit, dus ik ben eigenlijk ook iets te laat…’ Ons hele probleem was daarmee opgelost! Hij nam mevrouw mee en ik kon een uur wachten. Eindelijk tijd om uit te zoeken wat er mis was gegaan. En even frisse lucht, want ik had het er behoorlijk warm gekregen. Ik belde m’n werkgever om te vertellen wat er gebeurd was. Er bleek inderdaad een misverstand over de tijd, helaas… Maar ik had het goed opgepakt en zij zouden de familie er nog over opbellen.

Na een uur liep ik terug naar het wijkgebouw. Mevrouw had niet alleen fysiotherapie, maar deed ook nog een gymclubje. En dat terwijl ze al een eind in de 90 is! De deelnemers kwamen naar buiten, hoorde ik. Ook ‘mijn’ mevrouw. Er werd gevraagd of ze nog koffie wilde, maar dat hoefde ze niet. Ik liep naar haar toe. Aarzelend keek ze me aan. ‘U was mijn chauffeur toch?’ Ik bevestigde dat, en vroeg waarom ze geen koffie wilde drinken. ‘Ik versta er toch niks van,’ zei ze. ‘Maar wilt u met mij ergens koffie drinken?’ Verbaasd keek ik haar aan, ze was toch kwaad op mij? Maar ik besloot er op in te gaan. ‘Oh ja hoor, lekker!’ zei ik. ‘Goed, ik weet wel een leuke gelegenheid,’ zei mevrouw. Voor het eerst die middag brak er een glimlach door op haar gezicht. Ik werd er helemaal blij van.

Foto door Elina Sazonova op Pexels.com

Een stuk rustiger dan een uur daarvoor wandelde ze naar mijn auto. Nu mocht ik wél helpen met instappen, de gordel vastklikken en de leuning verstellen. Ze vertelde me dat ze heel vaak met haar man destijds ergens wat ging drinken, en daar zouden we heengaan. En ja hoor, ze wist de weg nog precies. Ik parkeerde de auto en hielp haar eruit. Vastberaden liep ze alle tafeltjes op het zonnige terras voorbij, naar binnen. Ze zocht een plekje in een vrijwel lege ruimte, zo ver mogelijk van iedereen af. ‘Anders versta ik u toch niet,’ lichtte ze toe. Vervolgens legde ze een soort geluidsversterker tussen ons in, en vanaf dat moment konden we prima praten. Mijn boze mevrouw ontpopte zich tot een vriendelijke, intelligente en belangstellende vrouw. Ze stelde me vragen die nog geen andere cliënt ooit had gesteld. Wat een verschil met de start van ons contact! Zo hadden wij een mooi gesprek, terwijl we lekker thee dronken en koekjes knabbelden. De tijd vloog om.

Tenslotte reden we kalm en tevreden weer naar huis. Bij het afscheid maakte ze mijn dag nog mooier, toen ze zei:

Wilt u me de volgende week weer op komen halen?