
Het is vakantie! Na de afgelopen maanden was ik daar wel aan toe. Wie niet eigenlijk, iedereen wil er graag tussenuit na een tijd van hard werken – werken in de ruime zin van het woord. Maar waar ga je naartoe? Die vraag bleef bij ons tot op het laatst een discussiepunt. De één wou naar de bergen, de ander naar de zee, de derde bleef net zo lief thuis, en de vierde (ik) wilde ook naar de bergen. De één wilde naar een appartement met eigen kamer en Wifi, de ander ook, de derde wilde beslist niet kamperen zo ver weg en de vierde wilde juist wel kamperen ver weg. Kom daar maar eens uit!
Normaal hakken we de knoop wel iets eerder door, maar mede door het overlijden van m’n vader had ik zoveel andere dingen aan m’n hoofd. Bovendien stond er eerst een lang weekend naar Londen gepland, samen met mijn zus en twee dochters +Daar volgt nog een aparte blog over+
Na het nodige gestress van inpakken en voorbereiden, stapten we donderdagmorgen met frisse moed de auto in. Niet te vroeg, niet te laat. Slaapplek geboekt onderweg ergens in Duitsland en dan vrijdagmiddag op tijd bij een appartementje in…Oostenrijk! Met Wifi, met slaapkamers apart voor onze lieve tieners, maar geen tent dus. Compromis voor Gerard en mij; wel naar de bergen maar dan gemakkelijk. Nu ondersteunen wij de plaatselijke Oostenrijkse economie, dat is toch ook een goede daad?!

Donderdag legden we twee derde van de afstand af, vrijdag de rest. Dat klinkt relaxter dan het was…man wat een files en drukte allemaal onderweg! Het begon al in Nederland voordat we bij Zevenaar waren. Daarna nog een stuk of vijf keer in Duitsland, met wisselende lengtes en veel oponthoud dus. De meeste stress kwam wel door de routeplanner, van te voren netjes gedownload maar in gebruik zo onhandig! Of ben ik nou zo onhandig? De ene keer veegde ik ‘m weg, dus Wifi opzoeken bij een Rastätte en dan weer laden. De andere keer viel mijn telefoon uit, nog omslachtiger. Eerst telefoon weer op zien te laden en dan voorzichtig openen. Routeplanners slurpen energie, en ze leiden je niet eens altijd op de meest handige route. Dwars door München heen bijvoorbeeld. Qua kilometers vast wel het kortste,maar Gerard ergerde zich groen en geel. Nog erger was de file waar we we na een stresserige rustpauze inschoven. Eerst reden we nog stapvoets, terwijl de ene na de andere wagen van de Rettungsdienst langsscheurde (Feuerwehr, Polizei, Amulanz). En toen kwamen we allemaal stil te staan. Een taxichauffeur voor ons stapte mopperend en scheldend uit, en al gauw volgden er meer. Het was warm en de bergen lokten in de verte, maar ons reisschema kon de prullenbak in.

Uren later bereikten wij veilig en wel onze eindbestemming. Een leuk huisje in een leuk dorpje ergens in het Salzburgerland. Daar ben ik als zes jarig kind al geweest met mijn ouders, broers en zus. Kamperen natuurlijk, niks lux huisje. Later hebben Gerard en ik elkaar ook in deze regio leren kennen, tijdens een kamp van Youth for Christ. Genoeg interessante plekken dus om nog eens op te zoeken. Maar nu eerst uitrusten en bijkomen van alle stress onderweg. Het is al een genot om op het balkon te zitten en naar de bergen te kijken. Zelfs…nu het regent en de temperatuur zakt naar een graad of 13…










