Op vakantie en onderweg

Het is vakantie! Na de afgelopen maanden was ik daar wel aan toe. Wie niet eigenlijk, iedereen wil er graag tussenuit na een tijd van hard werken – werken in de ruime zin van het woord. Maar waar ga je naartoe? Die vraag bleef bij ons tot op het laatst een discussiepunt. De één wou naar de bergen, de ander naar de zee, de derde bleef net zo lief thuis, en de vierde (ik) wilde ook naar de bergen. De één wilde naar een appartement met eigen kamer en Wifi, de ander ook, de derde wilde beslist niet kamperen zo ver weg en de vierde wilde juist wel kamperen ver weg. Kom daar maar eens uit!

Normaal hakken we de knoop wel iets eerder door, maar mede door het overlijden van m’n vader had ik zoveel andere dingen aan m’n hoofd. Bovendien stond er eerst een lang weekend naar Londen gepland, samen met mijn zus en twee dochters +Daar volgt nog een aparte blog over+

Na het nodige gestress van inpakken en voorbereiden, stapten we donderdagmorgen met frisse moed de auto in. Niet te vroeg, niet te laat. Slaapplek geboekt onderweg ergens in Duitsland en dan vrijdagmiddag op tijd bij een appartementje in…Oostenrijk! Met Wifi, met slaapkamers apart voor onze lieve tieners, maar geen tent dus. Compromis voor Gerard en mij; wel naar de bergen maar dan gemakkelijk. Nu ondersteunen wij de plaatselijke Oostenrijkse economie, dat is toch ook een goede daad?!

Donderdag legden we twee derde van de afstand af, vrijdag de rest. Dat klinkt relaxter dan het was…man wat een files en drukte allemaal onderweg! Het begon al in Nederland voordat we bij Zevenaar waren. Daarna nog een stuk of vijf keer in Duitsland, met wisselende lengtes en veel oponthoud dus. De meeste stress kwam wel door de routeplanner, van te voren netjes gedownload maar in gebruik zo onhandig! Of ben ik nou zo onhandig? De ene keer veegde ik ‘m weg, dus Wifi opzoeken bij een Rastätte en dan weer laden. De andere keer viel mijn telefoon uit, nog omslachtiger. Eerst telefoon weer op zien te laden en dan voorzichtig openen. Routeplanners slurpen energie, en ze leiden je niet eens altijd op de meest handige route. Dwars door München heen bijvoorbeeld. Qua kilometers vast wel het kortste,maar Gerard ergerde zich groen en geel. Nog erger was de file waar we we na een stresserige rustpauze inschoven. Eerst reden we nog stapvoets, terwijl de ene na de andere wagen van de Rettungsdienst langsscheurde (Feuerwehr, Polizei, Amulanz). En toen kwamen we allemaal stil te staan. Een taxichauffeur voor ons stapte mopperend en scheldend uit, en al gauw volgden er meer. Het was warm en de bergen lokten in de verte, maar ons reisschema kon de prullenbak in.

Uren later bereikten wij veilig en wel onze eindbestemming. Een leuk huisje in een leuk dorpje ergens in het Salzburgerland. Daar ben ik als zes jarig kind al geweest met mijn ouders, broers en zus. Kamperen natuurlijk, niks lux huisje. Later hebben Gerard en ik elkaar ook in deze regio leren kennen, tijdens een kamp van Youth for Christ. Genoeg interessante plekken dus om nog eens op te zoeken. Maar nu eerst uitrusten en bijkomen van alle stress onderweg. Het is al een genot om op het balkon te zitten en naar de bergen te kijken. Zelfs…nu het regent en de temperatuur zakt naar een graad of 13…

Hoe gaat het ermee?

Op een warme zomeravond zit ik met mijn laptop op schoot in de tuin. De ergste hitte is gelukkig voorbij. De tegels zijn nog wel warm; dat komt goed uit want ik heb koude voeten. Koude voeten?? Terwijl het hier overdag 33 graden was? Ja bizar, maar die voeten van mij zijn zelden echt warm. Geërfd van mijn vader, die had dat ook altijd. Een familie kwaaltje zogezegd. En zo kom ik weer bij mijn vader uit.

Het is nu ruim een week geleden dat mijn vader begraven werd, en ruim twee weken geleden dat hij overleden is. Dat zijn nu mijn ijkpunten in de tijd. Bijna zoiets als v.C. en n.C., ofwel voor Christus en na Christus, oneerbiedig gezegd. Natuurlijk is de dood van mijn vader niet zo’n wereldschokkende gebeurtenis als de dood van Christus, maar het speelt wel een grote rol.

“Hoe gaat het nu met je?” vragen mensen aan me. Ik zeg vaak dat ik dat niet zo goed weet. Ik weet het ook echt niet, ik voel me een beetje wazig. Ik ben in de rouw, terwijl het leven intussen gewoon doorgaat met ups en downs. We hebben al twee jarige dochters gehad sinds het overlijden, plus de diploma-uitreiking aan Maarten. Dat was echt feest! De verjaardag van onze oudste dochter werd niet gevierd, omdat ze op een festival was. De verjaardag van onze jongste hebben we wel geprobeerd te vieren, maar dat voelde raar twee dagen na de begrafenis. Morgen gaan we het dunnetjes overnieuw doen, met een Surprise Party. Helemaal surprise is het niet meer, anders loopt de spanning te hoog op. Maar toch leuk om haar nog een keer in het zonnetje te zetten. Hopelijk onweert het dan niet.

Afgelopen week ben ik ook nog bij een gehoorspecialist geweest, omdat mijn linkeroor raar deed. Gesuis en gepiep en het gevoel alsof er water in zat. Met een snelle test kwam er tot mijn schrik uit dat ik het gehoor had van een 71-jarige! Hallo, hoe kon dat nou? De dag erna is kreeg ik een uitgebreidere gehoortest, waar ik niet veel vrolijker van werd. Een flinke achteruitgang, maar het was ook weer niet zo erg dat ik naar een KNO-arts moest. Tja, wat moet je daar nou mee? Ik vat het maar op als iets tijdelijks. Rouw kan rare dingen met je lijf doen. Misschien zegt mijn hoofd: ‘Buitenwereld, ik wil je niet horen. Geef me even rust.’ Dit in het kader van luisteren naar je lijf, waar ik al eerder over heb geschreven. Het zou me niets verbazen als ik over een poosje alles weer hoor.

Rustig aan doen blijft een lastig punt… In plaats daarvan ga ik klusjes doen, achterstallig werk van de afgelopen weken bijvoorbeeld. Verder heb ik bijna alle kleren van m’n vader meegenomen om ze te wassen. Het duurt even voor ik me daar toe kan zetten, want het roept meteen weer herinneringen op. Overal zitten merkjes in van het verpleeghuis, ivm de was-service. Sommige kleren hadden we net nieuw aangeschaft, anderen droeg hij 25 jaar geleden ook al. Gek om ze nu hier in mijn huis te hebben. En wat moet ik ermee, na het wassen en strijken? Bewaren, verdelen, weggeven aan het Leger des Heils? Het grappige is dat ik sommige dingen zelf pas, want we waren ongeveer even groot. Ik kies er een paar dingen uit, maar de rest zal toch echt weg moeten. En dan zijn we nog niet eens begonnen aan het ouderlijk huis, dat wordt nog de ergste klus! Gelukkig hebben we daar de tijd voor, dus dat parkeer ik maar even in mijn gedachten.

9 juli. Als mijn moeder nog geleefd had, was ze nu 90 geworden, ipv 54. Ook alweer een herinnering… Kom, niet zo somber. Ik ga broodjes bakken voor mijn meiden! Samen vieren dat Janine 13 is geworden en dat het zomervakantie is. Als er iets is wat mijn ouders ons bij wilden brengen, was het wel genieten van het goede wat ons gegeven wordt. Geen zorgen voor morgen, ik kan er niet vaak genoeg aan herinnerd worden.

Foto door Rober

Afscheid

Normaal heb ik altijd wel wat te vertellen… over mijn vader, de kinderen, of onze kleinzoon. Normaal vind ik het fijn om dingen van me af te schrijven, woorden te geven aan wat er in me omgaat. Normaal lees ik de krant om het nieuws bij te houden. Normaal vind ik het leuk om boodschappen te doen, en even een praatje te maken met deze en gene.

Maar geen dag is meer normaal, sinds mijn lieve papa is overleden.

‘Hij was oud, hij had pijn, hij kon niets meer en hij was op. Nu heeft hij rust, nu hoeft hij niet meer te lijden,’ zeggen mensen tegen me.

Dat is allemaal waar. Maar er is ook verdriet en gemis. Hij laat een leegte achter en die wordt niet meer opgevuld. Zijn aardse leven is voorbij, komt niet meer terug.

De dag voordat mijn vader overleed, heb ik bij hem gewaakt in het verpleeghuis. Wat was dat een bijzondere dag. Zwoegend haalde hij adem, niet meer echt bij kennis. Mijn broers hadden de dag ervoor al afscheid genomen. Ik zat daar aan m’n vaders bed, maar ik was er niet alleen. Mijn ene zoon was er een poosje, de buurvrouw, en een geestelijk verzorger. Later op de dag kwamen twee van onze dochters afscheid nemen, en tenslotte mijn zus; helemaal uit Frankrijk met de auto. De verzorgenden in het verpleeghuis drukten me op het hart om zelf ook rust te nemen. Na het overlijden zou er zoveel op ons afkomen. Ze hadden gelijk. Alleen weet je op dat moment niet hoe lang hij nog te leven kreeg, dus wanneer ga je rust nemen? En wat staat je daarna dan allemaal te wachten?

Uiteindelijk is mijn vader de volgende ochtend in alle rust stilletjes overleden. Het was 23 juni 2023. Ik kan er nog niet zo goed over vertellen merk ik, alsof het niet helemaal echt is. Dat komt later dan wel. Mijn buik doet pijn en ik ben steeds in de war welke dag het nou is! Voor nu is het een kwestie van aftellen tot het echte afscheid. Met onze familie en iedereen die zal komen, maken we er een gedenkwaardige dienst van, dankbaar voor het lange leven dat mijn vader heeft gehad. Daarna wordt mijn vader dan uiteindelijk begraven. Bijgezet – zoals dat heet- in het graf waar onze moeder 35 jaar geleden al gelegd is. En dan komt het verwerken en het gemis pas echt, zeggen ze. Zou dat echt zo zijn? Het gemis is er nu toch al, het afscheid begint toch niet pas op de dag van de begrafenis?

Mijn vader leeft nu niet meer bij ons, maar wel in ons hart en in onze genen. Rust zacht, lieve papa Ad.

Till we meet again

‘Hoe gaat het nu met je vader?’ Die vraag krijg ik vaak te horen. Het is een vraag die mij ook dagelijks bezighoudt, en het antwoord erop is niet zo makkelijk. Het gaat niet zo goed, maar er zitten ook betere dagen tussen. Af en toe vragen we het aan mijn vader zelf. Hij is moeilijk te verstaan, maar het antwoord is zoiets als ‘best’ of ‘goed’. Ik kan dagelijks lezen wat er in het verpleeghuis gerapporteerd wordt, in de handige app ‘Carenzorgt’. Maar dat is slechts informatie. Het is anders om daadwerkelijk naast zijn bed zitten, en te kijken hoe hij slaapt, slaapt, slaapt, en af en toe even wakker is.

Mijn vader is hoogbejaard en heeft de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt. Hij was een jaar of 9 toen die begon. Vroeger vertelde hij daar wel over. Hij heeft er niet onder geleden, zei hij altijd. Het was een soort grote jongens avontuur, echt bang was hij nooit geweest. En dan vertelde hij over de radio die ze in huis hadden verstopt. Toen er verplicht van hogerhand een Duitser in huis kwam logeren, was dat wel even spannend, maar die man kneep een oogje toe. Spannend was het wel als er vliegtuigen overkwamen. Eén keer was hij met een vriendje aan het roeien in een klein bootje, toen er vliegtuigen laag over hen heen vlogen. Bommenwerpers zelfs. Vroeger vertelde hij dat altijd als spannend verhaal, dat ze heel hard terug roeiden naar de kant en een huis in vluchtten om te schuilen. Maar nu heeft hij het er nog steeds over. Tegen de dominee bijvoorbeeld, of tegen de buurvrouw, dat het echt wel eng was! En toen ik pas vroeg of hij veel droomde, en waarover dan, fluisterde hij: ‘Van vroeger… Zeeland… bommenwerpers ‘. Misschien beseft hij nu pas aan wat voor gevaar ze waren ontsnapt.

Mijn vader is ook van de generatie: niet zeuren. Tot voor kort zei hij altijd dat het prima met hem ging, gezond naar lijf en leden. Zo gezond was hij nou ook weer niet, naar ons idee, je zit niet voor niks in een verpleeghuis! Maar in zijn beleving was hij dat wel. Nu zeurt hij dus ook niet. ‘ U hoeft niet zo hard tegen uzelf te zijn hoor’, zeggen de verzorgenden tegen hem als zijn gezicht vertrekt van de pijn. Hij heeft sinds het herseninfarct duidelijk pijn. Gelukkig krijgt hij pijnstillers en wordt hij liefdevol verzorgd. Hij kan zelf niets en moet overal bij geholpen worden. Zijn linkerkant is te pijnlijk om op te liggen, hij heeft doorligplekken, hij is constant moe, hij kan niet meer zitten dus ook niet naar de wc, je kunt hem moeilijk verstaan, hij kan niet zelfstandig eten of drinken…Je zou er de moed bij verliezen. Maar hij accepteert het, berust erin. We weten eigenlijk niet hoe lang mijn vader nog te leven heeft. Een week, twee weken, een maand? Niemand durft het te voorspellen.

Toch gebeuren er ook mooie dingen in deze moeilijke fase. Elke keer is er wel weer even een blik van herkenning. Hij weet wie wij zijn, en glimlacht soort van, als ik de groeten doe van Gerard en de kinderen. Pas liet ik hem een ingesproken berichtje horen van dochter Hanna die nu op vakantie is in Brazilië. Ogenschijnlijk sliep hij half, maar ineens stak hij zijn duim op. En toen die dochter eindigde met ‘Tot ziens opa!’ toen zwaaide hij naar haar. Hij hoorde het echt en was nog genoeg bij om het te begrijpen, zo bijzonder! Afgelopen zondag waren dochter Willemijn en ik er. Zij vroeg of we een lied voor hem mochten zingen, en hij zei iets van ja. Toen zongen we een psalm, en ineens werd hij klaarwakker. Met grote heldere ogen keek hij rond. Hij fluisterde zelfs een bijbeltekst, die we voor hem opzochten. een ontroerend moment. Toen we weggingen, gaf hij kushandjes en gebaarde dat hij een knuffel wilde. ‘Bye ladies!’ zei hij ‘Love you too. Till we meet again!’

Vandaag zei hij niet veel. Een knik, een blik, ja of nee, veel meer kwam er niet uit. Maar hij herkende ons nog en was blij dat we er waren. Dat maakt ieder bezoek tot een waardevol moment, en een mooie herinnering voor later.

Haalt ‘ie het wel, of haalt ‘ie het niet?

Naast alle zorgen rondom mijn vader, hebben we ook nog een examenkandidaat in huis. En wat voor eentje, eentje die het tot het laatste moment spannend wist te houden! Onze Maarten zit in 4 Mavo en alle examens waren achter de rug. Nu de uitslag nog. Vorig jaar ook rond deze tijd zaten we in spanning of hij wel over zou gaan… Hij ging over met 1 of 2 onvoldoendes maar genoeg compensatiepunten. Welke kant zou het nu op gaan? Voor één vak had hij in elk geval een onvoldoende, dat stond vast.

Maarten is een jongen van stille wateren en diepe gronden. Daardoor werd hij al vroeg voor van alles aangezien: als een peuter met taalachterstand (hij bleek juist een voorsprong te hebben, maar zei gewoon niets), als verlegen jochie, ontzettend slim dan wel hoogbegaafd, lui, mogelijk iets met autisme of ADD, toch niet zo slim enzovoorts. Maarten trok zich er niet zoveel van aan. Hij keek gewoon de kat uit de boom. Als hij ergens interesse in had, dan ging hij ervoor. Zo niet, dan niet. Hij was wel een beetje vergeetachtig soms, en niet zo handig met plannen en organiseren op de middelbare school. Daar heb je dan fantastische instituten als Breinbrekers (huiswerkbegeleiding) voor. “Je betaalt wat, maar dan heb je ook wat” zegt Gerard vaak. Dat ging in dit geval helemaal op. Maarten vond het eerst niks, maar uiteindelijk sleepten zij hem toch maar mooi de nodige jaren door. Want school en uit boeken leren…nee, dat werd nooit zijn ding.

Op de dag dat we de uitslag zouden krijgen – vandaag dus- waren Maarten en ik behoorlijk gestrest. Wij waren alleen thuis. Gerard was er wel, maar die sliep na zijn nachtdienst. Van de zenuwen kon ik niet stil zitten, dus ben ik alle ramen beneden gaan zemen. Dat was een flinke klus en ook geen overbodige luxe. Maarten zelf lag lang in bed, kwam naar beneden, ging naar buiten, naar binnen, naar boven, weer naar buiten, totdat hij van ellende maar op de bank bleef hangen.

EINDELIJK, om kwart over 12 ging zijn telefoon. Wat kan die jongen van ons beleefd praten, dacht ik, keurig met twee woorden. Het was de mentor, en die vroeg hoe het ging. ‘Nou, een beetje zenuwachtig meneer’, antwoordde Maarten. Waar is dat voor nodig, hoorde ik de mentor zeggen. Maarten begon al te lachen en samen hoorden we de verlossende woorden: “Gefeliciteerd jongen, JE BENT GESLAAGD!!!”

Pffff, wat een opluchting! Ik kreeg even tranen in m’n ogen maar was meteen ontzettend blij met die kanjer van ons! Gauw gingen we Gerard wakker maken met het goede nieuws en de vlag opzoeken. Onze dag kon voorlopig niet meer stuk 🙂

Ga maar slapen papa

Zo zit je lekker koffie te drinken in de tuin, nagenietend van een dagje oppassen, zo word je gebeld door het verpleeghuis: “Ik heb helaas geen goed nieuws voor u; het gaat slecht met uw vader…” Ik was er al bang voor. De laatste drie weken was mijn vader flink achteruit gegaan. Onrustig ’s nachts, de weg kwijt, moe overdag, heel erg vaak naar de wc en daar dan weer vallen enzovoorts. ‘We denken aan een herseninfact of een hersenbloeding…gaat u akkoord dat we hem naar het ziekenhuis sturen?’

Natuurlijk ging ik daarmee akkoord, maar iemand van de familie moet daar eerst toestemming voor geven. Vervolgens werd het in gang gezet en regelden ze een ambulance. Of er ook gauw iemand naar mijn vader toe kon komen, was de logische vervolgvraag. Natuurlijk! Het kost op zo’n moment alleen wel even moeite om te bedenken wat je het eerst moet doen. Hoewel ik het ergens wel verwachtte, was ik toch geschrokken. Wat hangt hem boven het hoofd? En mij? Ben ik straks wel op tijd in het ziekenhuis? Waar moet ik eigenlijk parkeren? In allerijl pakte ik wat spullen en vertrok richting Leiden. Hij lag in het LUMC op de Spoedeisende Hulp, was me verteld. Mijn broers en zus waren inmiddels op de hoogte en één broer ging ook die kant op.

Na de nodige zoektochten op het grote terrein van het LUMC, liep een aardige medewerker met mij mee naar de Spoedeisende Hulp. Ik werd naar de kamer van mijn vader gebracht, en schrok me naar… Mijn vader sliep, maar dat zag er heel anders uit dan normaal. Zijn mond hing wat scheef, zijn been lag in een rare houding, en hij leek ver weg. Er zat een slangetje in zijn magere pols waardoor hij vocht kreeg, en ik zag op de monitor hoe zijn hartslag verliep. Wat kun je doen op zo’n moment? Ik pakte zijn hand en begon maar wat te praten. ‘Hallo papa’. Er kwam enige beweging. ‘Ik ben het, Rineke.’ Hij deed zijn ogen een beetje open en probeerde wat te zeggen. Ik kon het nauwelijks verstaan, maar ik zag aan zijn ogen dat hij mij meteen herkende. Gelukkig! ‘Je ligt in het ziekenhuis pap, dat is niet zo mooi” Hij zei weer iets onverstaanbaars. Net op dat moment stapte er een verpleegkundige binnen. ‘Goedemiddag’, zei ze opgewekt, ‘Fijn dat u er bent. We hebben al wat onderzoeken gedaan en waarschijnlijk is het geen herseninfarct. Als het even mee zit, is mag hij straks weer naar huis.’

Huh?? Ik was halsoverkop en doodongerust hierheen gereden om mijn vader bij te staan, en nu zei ze dat hij naar huis mocht? Hoe dan, hij lag er om zacht uit te drukken behoorlijk beroerd bij! Maar goed, ik appte het door naar mijn broers en zus en wachtte op een glas thee die me beloofd was. Dat glas thee is nooit gekomen… Wel kwam er een arts met een assistente de kamer in. Ernstig keek hij mij aan en zei:’ Heeft u het inmiddels al gehoord? Uw vader heeft een herseninfarct gehad. We moesten lang zoeken met de MRI maar we hebben het gevonden. Helaas kunnen we daar nu niets meer aan doen…’ Dat was een heel andere boodschap, nu was ik nog meer in de war. Maar ik geloofde die dokter direct, zoals mijn vader erbij lag was verre van normaal. Hij ging intussen wat testjes doen en stelde m’n vader vragen. Zijn linkerarm was krachteloos en zijn linkerbeen lag steeds opgetrokken. Een rechtszijdig infarct levert linkszijdige verlammingsverschijnselen op, werd me verteld.

Mijn broer kwam ook binnen met zijn zoon, evenals mijn dochter die in de buurt woont. Het werd nog bijna gezellig…ware het niet dat papa/ opa getroffen was door een herseninfarct en flink ziek was. Er bleek ook nog wat mis met zijn nieren, en er werd wel 7 keer door 7 verschillende dokters gesuggereerd dat hij misschien een blaasontsteking had. Dat ze dat gingen testen en dat we dat binnen een half uur of uur te horen zouden krijgen. Ook werd hij onderzocht op een longontsteking, maar dat had hij gelukkig niet. Oh wat duurt wachten in het ziekenhuis toch lang! Net toen wij ons bezorgd afvroegen of mijn vader niet iets moest eten of drinken, aangezien we zelf zowat flauw werden, kwamen er twee dokters een sliktest bij hem doen. De één deed een slangetje met een cameraatje door zijn neus, de ander gaf m’n vader blauwe appelmoes, blauw water en een droog biscuitje. Mijn pa verdroeg het zonder morren. De dokters waren best tevreden en ze vertrokken weer.

Uiteindelijk duurde het nog een uur voor alles onderzocht was en nog weer twee uur voor de ambulance hem kwam halen. Terug naar het verpleeghuis, waar hij dan verder verzorgd zou worden. Uitgeput was hij, en ik trouwens ook… Toen mijn vader eindelijk weer in zijn eigen bed lag, viel me op dat zijn gezichtsuitdrukking een stuk meer ontspannen was dan in het ziekenhuis. Niet zo verkrampt. ‘Kijk papa, je bent weer in je eigen kamer.’ zei ik. Ik wees naar de foto’s aan de muur en het schilderij van de kerk. Hij volgde met zijn blik en leek tevreden. Zijn ogen vielen alweer dicht.

‘Ga maar lekker slapen papa,’ zei ik, alsof ik het tegen één van mijn kinderen had. Met moeite maakte ik me van hem los. Ik moest naar huis. Moeilijk om hem zo achter te laten! Met tranen in m’n ogen liep ik terug naar de auto. Hoe zou het verder gaan? Zou hij wel slapen, zouden ze goed voor hem zorgen? Afwachten maar de komende dagen, en bidden en hopen dat het toch nog beter zou worden.

Moe zijn

Moe, moe en nog eens moe. Zo voel ik me al een hele tijd. Wat veel mensen in de winter hebben, heb ik het sinds het begin van de lente. Eerst kreeg ik toen corona, of beter gezegd Covid. Vervolgens liep ik een flinke griep op, die uitliep in bronchitis, en sindsdien ben ik eindeloos moe. Ik word vaak wakker met spierpijn, alsof ik de dag daarvoor flink gesport heb. Als ik al uit mezelf wakker word, heb ik geen zin om m’n bed uit te komen, terwijl ik er bijna als eerste in lig. ‘Nee…’ kreun ik als Gerard de gordijnen open trekt, ‘ik wil slapen!’ Uit fatsoen en solidair met Janine, kom ik er dan toch maar uit. Maar het komt voor dat als we haar uitgezwaaid hebben, ik dan héél even boven ga liggen en vervolgens weer diep in slaap val. Wat een luie moeder! Wat mankeert me toch?

Zoals dat dan gaat, komen mensen met adviezen en ideeën. Ik moet toegeven dat ik het af en toe lastig vind om daar rustig naar te luisteren. Maar ik snap ook wel dat mensen willen helpen en het goed bedoelen, en dat is fijn. Even een greep uit de ideeën:

– Ga 6 keer per dag vitamine C slikken – Laat je vitamine D-gehalte bepalen, misschien is dat wel te laag – Die en die was allergisch voor koemelk, misschien moet je geen melkproducten meer nemen – Ik zou geen suiker meer nemen – Ben je al bij een natuurkundige arts geweest? – Het is toch niet normaal hoe moe je bent? – Ga eens naar een orthomoleculaire arts – Heb je nou al antibiotica? – Misschien komt het door de overgang- Je hebt waarschijnlijk long covid – Ik zou maar eens… enzovoorts. Allemaal meelevende mensen in elk geval. Wat ik ook fijn vond waren de vriendinnen die langskwamen, om een kopje thee te drinken. Of degenen die mij op de thee vroegen en gewoon even luisterden. ‘Zit je lekker? Wil je een kussentje in je rug?’ Heerlijk, dat soort zorgzaamheid.

Een oude vriend had een oud boek liggen, waar hij wat bladzijden uit kopieerde. Het raakte me, al irriteerde het me ook (de teksten, niet die vriend). De teksten waren wat taai. Inhoudelijk gaat het boek erover dat onze taal psychosomatisch is. Dat alleen al is opmerkelijk. “Bijna alle formuleringen en woorden waarmee we psychische toestanden en processen uitdrukken, zijn ontleend aan lichamelijke ervaringen. De mens kan alleen maar ver-staan en be-grijpen, wat hij ooit met zijn handen kan grijpen en waar hij ooit met zijn voeten kan staan.” “Het lichaam gebruikt als symptoom wat de betrokken mens in zijn psyche nooit wil of durft te bekennen… uiteindelijk zijn de afwijzing en het verzet ertegen, dat een symptoom een ziekte symptoom maakt”.

Zware kost om te verteren?! De taal zegt het al. Is iets om uit je vel te springen? De taal bedoelt eigenlijk dat het niet lukt om gezonde grenzen aan te geven. Er een zwaar hoofd in hebben- niet goed van worden- kromme tenen van krijgen en ga zo maar door. Best bijzonder hoe onze taal in elkaar zit. Maar de onderliggende boodschap van het geheel is dus: wat wil je lichaam vertellen? Wat probeert mijn lijf me duidelijk te maken, waar ik me nog niet helemaal bewust van ben? Waar willen mijn benen me niet brengen? Wat willen mijn ogen niet zien, omdat ik liever blijf slapen?

Nou, inmiddels ben ik moe van het denken en typen, dus ik rond maar af. Volgens m’n huisarts moest ik lief voor mezelf zijn, en het de tijd geven. Dat doe ik dan maar bij deze.

Foto door Ruel Madelo op Pexels.com

Examenstress

Vandaag maakte Maarten zijn laatste examen. Het is het laatste en tevens moeilijkste vak voor hem: namelijk Nask (een combinatie van natuurkunde en scheikunde). Met frisse tegenzin vertrok hij op de fiets richting school. Ik kon het niet laten om hem een lading brood mee te geven, al verzekerde hij me dat hij in een uurtje klaar zou zijn, omdat hij er toch niets van snapte. Ach ja, moeders willen nou eenmaal graag zorgen.

Ik heb me er de afgelopen weken over verbaasd hoe relaxed hij zich in deze examentijd gedroeg. Ogenschijnlijk hè, schijn kan bedriegen. Maar hij liep in elk geval niet als een kip zonder kop en stressig door het huis. Wat dan wel scheelt was dat zijn examens over ruim twee weken gespreid waren, met redelijk veel vrije tijd ertussen dus. Maar dan nog. Examens zijn examens, en er hangt heel wat vanaf. Ik herinner me de tijd nog zo goed dat ik zelf in de examenperiode zat, oh wat was ik zenuwachtig! Examenstress ten top. Ik sliep slecht, ik at slecht, ik maakte me er heel druk over dat het niet ging lukken. Ik was een ijverige, beetje jonge vwo-leerling, veel onzekerder dan nodig. Ik blokte de hele middag en desnoods de hele avond, oefende echt alles wat er te oefenen viel om maar een goed cijfer te halen. Geen wonder dat ik doodmoe was… bedenk ik me nu 40 jaar later. Uiteindelijk slaagde ik met een stel 8-en, een 7, en een 5. Die 5 was voor economie, daar snapte ik niets van, nu nog steeds niet. Desondanks viel de uitslag dus heel heel erg mee.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Bij Maarten merkte ik weinig van examenstress. Hij ging niet vroeger naar bed, at normaal, ging tussendoor lekker voetballen of buiten hangen, hij ging naar vrienden en ook nog naar de kermis. Kortom, eigenlijk alles wat hij normaal ook zou doen. Leren deed hij ook hoor, thuis en bij huiswerkbegeleiding, maar niet zo verbeten als ik vroeger. Hij liep dus niet met kringen onder z’n ogen rond van vermoeidheid, zoals ik. Hooguit werd er stiekem wat gevaped.

Waar hij wel gestresst van werd, was van ons, zijn liefhebbende papa en mama! ‘Maak toch niet zo’n herrie in de badkamer!’ viel hij om kwart over 10 uur ’s ochtends tegen me uit, omdat hij nog zo lekker lag te slapen… En: ‘Jullie maken me juist zenuwachtig met dat gevraag of ik zenuwachtig ben.’ Op de vraag of hij genoeg geleerd had was het antwoord standaard: “Jaaah” en de opdracht om op tijd naar bed te gaan werd met hetzelfde jaaah beantwoord. Dat laatste was natuurlijk ook helemaal geen concrete vraag, want wat is op tijd? Voor mij is dat tussen 10 en half 11, maar zijn bedtijden zijn een stuk later en zeer variabel.

Al met al heb ik weleens ergere examenstress meegemaakt. Bij mezelf, maar ook bij onze dochters (ook vwo-leerlingen, ook een beetje streberiger). Toch zegt dat niks. Het is niet zo dat je betere cijfers haalt als je heel gestrest bent. Of andersom, dat je slechte cijfers haalt als je er rustig onder blijft. De ellende met examens is dat je pas weet hoe je het gedaan hebt, als je de uitslag krijgt. Daar zullen wij hier nog een paar weken geduld voor moeten hebben. Superspannend! Maar één ding is zeker: ik zal Maarten niet zenuwachtig maken met mijn zenuwen, hij heeft echt zijn best gedaan. Meer kon hij niet doen en meer hoeft ook niet. Dus… afwachten maar. Alle schoolboeken blijven voorlopig dicht. Tijd om te relaxen, bij te komen en heel misschien wel een keer z’n kamer opruimen…je weet maar nooit.

Afgestudeerd en dag eetstoornis!

Vandaag in mijn blog het verhaal van onze dochter die pas afgestudeerd is. Zij en ik hebben de nodige overeenkomsten: allebei als vierde geboren in een druk gezin, gevoelig, creatief, leergierig, en…allebei gevoelig voor anorexia…Mijn grote angst dat één van onze kinderen ook een eetstoornis zou krijgen, werd waarheid in 2015. Ik kon het hoofd maar net boven water houden in die tijd, maar het moest! We hadden ook nog andere kinderen die aandacht nodig hadden, en ik wilde natuurlijk niets liever dan dat zij weer beter zou worden. Ik wilde mijn vrolijke kind weer terug!

Het waren een paar zware jaren. Tot op vandaag ben ik dankbaar voor de hulp die zij en wij kregen*! Zo anders dan in de tijd dat ik aan hetzelfde leed. Ik ben heel bang en ongerust geweest, maar langzaam ging het beter. Ze begon weer te leven en probeerde te studeren. Op een dag besloot ze -na enige aarzeling- een andere studie te gaan doen, Pedagogiek. Precies dezelfde als ik destijds, maar wel in een andere stad. En ze ging op kamers wonen. Net als toen mijn andere dochters op kamers gingen, was ik heel verdrietig en moest ik huilen toen ze wegging… Maar uiteindelijk pakte het goed uit, was het de beste stap die ze had kunnen maken. En kijk nu, vier jaar later staat daar een prachtige gezonde jongedame haar diploma in ontvangst te nemen! Klaar om haar kennis en levenservaring uit te delen aan anderen, die het soms ook zo zwaar hebben in hun leven.

Dit is haar verhaal, wat ik met enige trots graag wil delen.

“Het leven zit vol contrasten. Donderdag nog rende ik op de vroege ochtend een hardlooprondje om vervolgens mijn masterdiploma in ontvangst te mogen nemen. Twee dagen later lag ik ziek op bed, te moe om op mijn benen te staan. In 2015 bleek eenzelfde buikgriep het begin van een eetstoornis. Tijdens mijn examenjaar namen de onrust, gedachten over eten en vermoeidheid sluimerend toe. Enerzijds was ik ontzettend bang om te zakken en tegelijkertijd had ik geen idee welke studie ik het beste kon gaan doen. Ik maakte mezelf met al mijn gevoelens steeds kleiner, terwijl de negatieve, strenge stem in mijn hoofd groter en groter werd. Onderliggend: onvrede met mezelf en angst om op eigen benen te gaan staan. Ik moest van alles, maar kon steeds minder, tot ik noodgedwongen stil werd gezet.                                                                                 

Terwijl ik amper besefte hoe ik er lichamelijk en geestelijk aan toe was, ervaarde ik rust bij het feit dat ik hulp kreeg vanwege mijn eetstoornis. ‘Voed jezelf met liefde’ schreef ik op mijn placemat ter aanmoediging om goed voor mezelf te zorgen. Ik leerde hoe ik in kleine- en in grote dingen keuzes kon maken gericht op herstel, al deed ik dat ook vaak genoeg niet. Maar er kwam een moment waarop ik – opnieuw verzwakt door een griep- besefte hoe bang ik was om mijn leven te verliezen. Vanaf dat moment wilde ik nooit meer deze zwakte voelen en besloot ik in 2018 het roer om te gooien en in Leiden te starten aan Pedagogische Wetenschappen. Ik wilde me weer levendig voelen, zoals passend bij mijn naam.                                                                                                                

Nu ik ben afgestudeerd besef ik opnieuw wat een wonder het is dat mijn lichaam na al die jaren gezond is geworden. De woorden op mijn placemat zijn inmiddels (letterlijk) mijn lijfspreuk geworden. Ik ben dankbaar voor de rust en ruimte die ontstaan nu ik weer even ben stilgezet door een griep als deze en ben me meer bewust van de kleine (en grote) dingen. En hoewel ik geen idee heb wat de morgen mij zal brengen, brengt juist die onwetendheid nu geen angst meer teweeg, maar een gevoel van berusting. Want ik leef met open armen, waardoor ik in staat ben om te ontvangen en uit te delen. En elke dag, of deze nu regenachtig is of vol zonnestralen, blijf ik geworteld in de Liefde. Ik voel het leven stromen.

Anne Bressers: jij weet wat het is om echt te luisteren!

Rachel Plak: Je bent een sprankelend mens! Dankjewel dat je me aanmoedigt om mijn creativiteit de ruimte te geven!

Rineke van Eijk – de Muijnck: jij durfde het na al die jaren aan om je gevoelens te omarmen en jezelf rust te gunnen. Je bent zo puur en ik geniet enorm van je schrijftalent! https://lnkd.in/ec-e5P4F

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

*Heel veel dank aan alle begeleiders van Rintveld (‘Het Rintveld’ zei ik altijd, waarop mijn dochter altijd zei: Nee mam, het is Rintveld!) en later voor mijzelf aan Human Concern. Beter dan daar had ik het niet kunnen treffen om verder te komen!

Wanneer ben je geslaagd?

Twee dagen geleden zaten Gerard en ik in de auto op weg naar Leiden, want onze dochter Willemijn zou die dag officieel afstuderen. Onderweg luisterden we naar de radio. Eén van de berichten bij het nieuws was deze: “Vandaag beginnen de eindexamens voor de middelbare scholieren. De VWO-ers beginnen met het vak… en de Havisten met het vak…” ‘Waarom zeggen ze niks over de Mavo?’ vroeg Gerard zich geërgerd af. ‘Zeker niet interessant, zeker het afvoerputje van de maatschappij’. Nou, zo negatief wilde ik het niet duiden, maar het viel mij ook op. Onze eigen zoon Maarten zou vandaag toch echt met zijn Mavo-examen beginnen! ‘Misschien omdat een deel van het VMBO al een paar weken geleden is gestart?’, vroeg ik me af. ‘Maar dan nog,’ zei Gerard. Tja, ik was het wel met hem eens dat het erg jammer was, dat de Mavo of zo je wilt het VMBO, er niet bij vermeld werd. Tenslotte is er een schreeuwend tekort aan praktisch opgeleide mensen, dus laten we hen vooral niet vergeten.

Een poosje later liepen we het prachtige Academiegebouw in Leiden in. Onze oudste twee dochters en ons kleinzoontje waren er ook bij. Dat alleen al was gezellig! Ik was ook blij dat het me gelukt was om vroeg uit bed te komen en de reis naar Leiden te maken. Na ruim een week ziek zijn, was de buitenwereld een verademing. Dankzij de vele regenbuien stond natuur er fris bij, zag ik. Alle bomen waren zo prachtig groen en vol geworden.

In het gebouw heerste een opgewonden drukte. Verschillende groepjes jonge mensen, prachtig aangekleed, liepen met hun familie heen en weer, wachtend tot ze aan de beurt waren voor een toespraak en de uitreiking. Zo ook wij, wij dan als enige met baby Bobbie die lekker van zich liet horen. Gelukkig mocht hij gewoon mee de zaal in waar Willemijn plechtig toegesproken werd. De hoogleraren, beiden vrouwen, vertrokken geen spier toen hij huilde, en waarom zouden ze ook?

Wat een prachtig moment om Willemijn daar zo te zien staan! Ze was nerveus, maar ze straalde toen ze toegesproken werd. Alles wat haar scriptiebegeleidster over haar vertelde, herkende ik. Haar gedrevenheid, haar talenten, haar creativiteit en haar doorzettingsvermogen, haar hartelijkheid naar anderen. Maar ook het perfectionisme en het streng zijn voor haarzelf. Oei… als moeder was ik daar minder blij om. En helaas herken ik het ook zelf; zit het in ons DNA of zo? Ik doe zo m’n best om Niet perfectionistisch te zijn, maar onze dochters zijn er alle vier mee behept. Hier hebben we iets niet helemaal goed gedaan in de opvoeding, alhoewel onze jongens er een stuk minder last van hebben.

Maar terug naar Willemijn. In vier jaar tijd heeft ze haar Master of Science titel binnen zien te halen in de orthopedagogiek, geen kleinigheid! Zeker niet als je weet wat voor een moeizame jaren ze daarvoor had. Bij de uitreiking van haar VWO-examen was ze uitgeput, en daarna sloeg de eetstoornis echt toe. Het eerste studiejaar bracht ze vooral door in een eetstoorniskliniek. Maar in het volgende jaar krabbelde ze op, en begon ze te studeren. Na dat jaar gooide ze het over een andere boeg. Een andere studie, een andere stad, zelfstandig op kamers. En het lukte! Wat een wonder was dat, over doorzettingsvermogen en talent gesproken. Ik voelde me heel trots als moeder, toen ik naar haar zat te kijken. Een jonge knappe meid, afgestudeerd met prachtige cijfers, de wereld ligt aan haar voeten (bij wijze van spreken). Maar stel dat ze nou niet was geslaagd… of stel dat ze nog steeds niet lekker in haar vel zou hebben gezeten… dan zou ik toch nog even veel van haar houden? Hetzelfde geldt straks voor Maarten; we zullen dolblij zijn als hij in één keer slaagt! Maar zo niet… dan is hij ons toch nog evenveel waard.

Ondertussen was de ceremonie afgelopen en mochten we naar het zogeheten Zweetkamertje. Zo genoemd omdat studenten of promovenda hier vroeger wachtten op de uitslag van hun examens, en het klamme zweet hen uitbrak. Gelukkig was dat niet meer nodig; wat Willemijn wel mocht doen was een plekje zoeken op de muur om haar handtekening bij de vele anderen te zetten. Alle muren stonden er vol mee, de meesten van onbekenden, maar ook vele hoogheden zoals onze eigen koning Willem Alexander, prinses Beatrix, Nelson Mandela. Zus Irene zocht een poos of ze haar handtekening nog kon traceren, die ze daar 4 jaar geleden had gezet, maar helaas. Uiteindelijk vond Willemijn een mooi plekje, en vol trots schreef ze haar naam op de muur.

Weet je waar ik het Spaans benauwd van kreeg? Van onze eigen Maarten, die precies op dat moment doodleuk een sms-je stuurde: ‘Mam, waar liggen de woordenboeken eigenlijk?’ Hij had die nodig voor zijn examen een uurtje later… Ik raakte er meer van in de stress dan hij! Niet te geloven toch, dat je dat zo laat pas gaat zoeken? dacht ik geschrokken. In gedachten ging ik de kasten in huis langs, en gaf hem opdracht daar te kijken. Met succes 🙂 probleem weer opgelost. Daarna gingen we met z’n allen heerlijk koffie en taart eten in het leuke café van de Hortus Botanicus. Echt een geslaagde dag die ik niet had willen missen. En nu maar duimen voor Maarten, dat we eind juni met hem ook een feestje kunnen vieren. Of in augustus…of volgend jaar.