Pittige dames

De verhuizing van mijn vader naar een verpleeghuis was een feit. ‘Geen ontkomen meer aan,’ dacht ik, toen we voor het grote gebouw stonden. De ingang hielp ons meteen om uit de stressmodus te komen. Want: je loopt er naar binnen, de deuren achter je schuiven dicht, de deuren vóór je schuiven niet open. Eerst even kalm worden, dan op de juiste afstand voor de tweede deuren gaan staan, en dan pas gaan ze open. Hier wonen mensen die niet meer van hot naar her hollen, dat is duidelijk!

Een vriendelijke dame die ons al op stond te wachten, bracht ons naar de afdeling waar m’n vader zou gaan wonen. Een gesloten afdeling zogezegd. Bewoners komen er wel in, maar niet zomaar eruit. Wij ook niet trouwens, als je weg wil dan moet je een code intikken op een kastje dat naast de deuren hangt. Die deuren zijn mooi beschilderd, alsof het een boekenkast is. Schijn bedriegt, maar wel leuk uitgevoerd.

We werden allemaal hartelijk ontvangen met koffie en thee, en mijn vader werd op zijn gemak gesteld. Hij liet het allemaal maar gebeuren, maakte zelfs hier en daar een grapje tussendoor. Alsof hij wilde laten merken: Ik kom hier wel wonen, maar ik ben nog niet gek hoor! En dat is hij zeker niet. Hij kreeg een leuke verzorgende toegewezen, ons eerste aanspreekpunt. Zij nam hem mee naar zijn nieuwe kamer terwijl wij nog wat dingen met de arts doornamen. Ik keek het tweetal na. Een broze man leunend op een stok, en een jongedame die stevig op haar benen stond, en nog wilde mijn vader de deur voor haar open houden. Want dames gaan voor, of je nou oud bent of niet!

Er werd zoveel gevraagd en verteld, dat de informatie op den duur langs me heen begon te gaan. Maar één ding kwam wel binnen, namelijk dat de meeste mensen in het begin tot rust kwamen in het verpleeghuis, omdat ze nu niet meer op hun tenen hoefden te lopen. Doen ze dat dan? vroeg ik me af. Zo had ik er nog niet naar gekeken, maar ik vond het wel een eye opener. Een hele geruststelling dat er hier nu goed voor hem gezorgd zou gaan worden. ‘Nou…dat hoop je dan maar!’ zei een argwanend stemmetje in mezelf. Dat stemmetje ken ik, die laat zich niet zomaar geruststellen door uitspraken als: Het komt allemaal wel goed. Ik maakte me zorgen over hoe het nou echt zou zijn hier in huis. Over één ding in het bijzonder, namelijk: wat voor mensen zou mijn vader hier tegenkomen? Een medewerkster had bij een telefoongesprek achteloos gezegd dat er een paar ‘pittige dames’ in de groep woonden…

Pittige dames? Wat moest ik me daarbij voorstellen? Dames die de baas gingen spelen over mijn lieve vader? Of typetjes die hem de groep uit zouden pesten? ‘Oh, het zijn soms net kleine kinderen, die kijken tot hoever ze bij een ander kunnen gaan’, had de nieuwe verzorgster ook nog gezegd. Nou, daar kon hij het dan mooi mee doen!

Dezelfde middag toen wij even bij m’n vader in de gezamenlijke huiskamer zaten, gebeurde er al wat. De ene dame deed iets, de ander reageerde daarop, de eerste werd kwaad en ging dreigend voor de ander staan, de ander werd bang en maakte zich klein, totdat de verzorgende rustig ingreep. Ze riep de eerste dame tot de orde en troostte de tweede. Ik kreeg meteen bewondering voor deze verzorgende, die mij een kwartier geleden nog zo ontzettend jong leek! Ze kon het aan. En mijn vader? Die gaf geen commentaar, hij liet het compleet langs zich heen gaan. Hij leek meer bezig met het naderende afscheid, alsof het nu pas echt tot hem door drong.

‘Dit is het dan zeker hè,’ zei hij een beetje vragend tegen mijn broer die naast hem zat. ‘Ja pap, dit is het nu voorlopig. Hier ga je voortaan wonen.’ Mijn vaders ogen glommen verdacht. ‘Wanneer komen jullie weer?’ vroeg hij. ‘Morgen komt Peter’, zeiden we. ‘Nou, bedankt voor alles, en tot de volgende keer dan maar!’ zei hij dapper. Na een kus en een laatste knuffel liepen we weg, lang uitgezwaaid door onze vader. Hij was in goede handen, dat konden we wel merken. Toch was het best even slikken om hem daar achter te laten…

Dag huis (vervolg)

Allemaal waren we op bezoek bij mijn vader; mijn twee oudere broers, m’n zus en ik. Logistiek al een hele organisatie als je in drie à vier verschillende landen woont! Maar het was dus gelukt. Best uitzonderlijk dat we er tegelijk waren. Zou papa daar iets van vinden? Voor zover hij dat deed, liet hij niets merken. Hij dommelde lekker in zijn stoel, net als anders, en liet de drukte maar wat over zich heen komen.

Ondertussen waren wij wel nerveus. IJverig voorzagen we m’n vader van thee en koekjes. We hadden bedacht om eerst lekker samen te eten en dan ondertussen ‘het grote nieuws’ te brengen. Maar wie zou beginnen? Jij? Nee jij. Of toch liever jij?…
Uiteindelijk brachten we het nieuws samen; dat wil zeggen mijn zus begon, en daarna vulden we elkaar om de beurt aan. Toen we alles gezegd hadden, viel er een stilte.

Ik kreeg geen hap door m’n keel, maar m’n vader ging door met eten. ‘Waar is dat huis?’ was zijn eerste reactie. Wij gaven daar antwoord op. Weer was het stil. Toen de volgende vraag: ‘En wanneer gaat dat plaatsvinden??’ ‘Dinsdag, pap, overmorgen dus.’

‘Mmm,’ zei hij. Het maakte duidelijk indruk, maar hij liet het op zich inwerken. Hij at gewoon zijn bord leeg, hoewel hij niet veel trek had in het toetje. Ook niet in Bijbel lezen, wat hij anders nooit overslaat…Na het eten zuchtte hij een keer en zei: ‘Bah, ik heb helemaal geen zin om te verhuizen!’ ‘Dat is heel begrijpelijk pap’, zei mijn oudste broer, die naast hem was gaan zitten. Ze praatten nog even door, en al snel was m’n vader rustig. Wonderbaarlijk, alsof hij het ergens al aan zag komen. Hij vroeg weer een aantal keer achter elkaar: ‘Waar staat dat huis? En wanneer is dat allemaal?’

Het geheel deed me denken aan een verhaal in de Bijbel, de aankondiging dat Jezus geboren zou worden. Maria vroeg aan de engel, die het haar vertelde: ‘En hoe zal dat geschieden?’ Nadat de engel haar antwoord had gegeven, kwam er geen protest of boosheid. ‘Laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Wij zijn weliswaar geen engelen, en onze vader is geen heilige, maar hij reageerde bijna net zo kalm. Geen boosheid, geen verzet, alleen de vraag waar en wanneer. Daarmee accepteerde hij ons nieuws zonder morren. Hij lag er zelfs geen nacht van wakker. Zo’n reactie hadden we echt niet verwacht! Hij snapte toch wel wat er ging gebeuren?

Ja hoor, hij snapte het zeker wel. Op de dag van de verhuizing zat hij zenuwachtig af te wachten in zijn stoel. M’n oudste broer en zus hadden de nacht ervoor bij hem geslapen, en ik zou ’s morgens vanaf huis komen. Uitgerekend die nacht had het heel hard gevroren, dus was ik een kwartier lang bezig om de autoruiten ijsvrij te maken. Desondanks lukte het me om op tijd in Sassenheim te zijn. Snel een slok koffie, en toen de auto’s in met koffers vol kleding, foto’s en een paar schilderijen. Mijn vader reed met mij mee. ‘Dus dit is het afscheid hè’, zei hij plechtig, toen we in de auto stapten. ‘Ja pap’, zei ik, ‘zeg maar dag tegen je huis. Dat deed mama vroeger ook altijd als we op vakantie gingen, weet je nog wel?’

Hij knikte, zwaaide naar zijn huis, en keek voor de laatste keer om naar de garage. Toen zuchtte hij diep en zei: ‘Het zal zeker wel lang duren voordat ik weer terugkom’. Inderdaad pap, dat zou er voorlopig niet meer van komen. Misschien als je gewend bent in het verzorgingshuis, of misschien wel nooit…Wie zou het zeggen?

Dag huis!

Hoe snel kan het gaan… De ene avond zit je nog aan de oliebollen en lekkere hapjes om het nieuwe jaar in te luiden, de andere avond zit je bij je vader en maak je je doodongerust. Wat was er met hem aan de hand?

Het ging natuurlijk al een tijdje niet zo lekker. Dementie is een voortschrijdende ziekte, in het algemeen gezegd. Je ziet er aan de buitenkant niets van, totdat de vergeetachtigheid te bar wordt. Al een tijdje wisten we dat mijn vader niet meer snapte hoe de magnetron werkte. Het gasfornuis en de oven raakte hij al veel langer niet meer aan (gelukkig). Om ons niet lastig te vallen, ging hij dan maar een patatje halen. Soms sjouwde hij wel drie keer per week naar de snackbar in de buurt! Lekker hoor, maar hoogst ongebruikelijk voor een zuinige man als onze pa. Ook andere dingen vielen op. Hij belde ons niet meer op, omdat hij niet meer wist hoe de telefoon werkte. Vergat het licht aan te doen als het donker werd, vergat te eten, wist niet meer of de thuiszorg was geweest enzovoorts.

Op 1 januari – Gelukkig nieuwjaar, pap! – leek er iets goed mis. Hij zat niet alleen in het donker te slapen toen ik aankwam, maar hij had het ook koud en hij liep raar. Mijn oudste broer vond hem al eerder raar praten aan de telefoon, dus ik was gewaarschuwd. Toch schrok ik ervan. In de avond kreeg hij akelige hoestbuien. Ik bleef daar slapen en belde de dokter de volgende dag. Die kwam gelukkig snel kijken. Maar in plaats van een TIA of een ernstige longontsteking, concludeerde de dokter: het is de griep. In theorie zou het dus wel meevallen.

In de praktijk viel het echter helemaal niet mee! Pa had behoorlijk wat moeite om over deze griep heen te komen. Hij kon echt geen dag meer alleen zijn, want hij zorgde niet meer voor zichzelf. Hij vergat zich zelfs te scheren, ook al uitzonderlijk. Hij bleef bijna in z’n eigen hoestbuien, en zei dan later in alle ernst: ‘Heb ik gehoest? Niets van gemerkt, ik ben zeker een beetje verkouden.’ Verder werd hij steeds warriger en slaperiger. Zo kon het niet meer, vonden wij als kinderen. Wij sprongen aan alle kanten bij, regelden hulp via de buren, maar het was geen doen meer. Ik zat meer bij m’n vader dan bij m’n eigen gezin, en die vonden het ook niet meer gezellig. Als ik dan thuis was, maakte ik me nog zorgen over wat m’n vader deed. We moesten eens ernstig praten met z’n vieren.

Als donderslag bij heldere hemel – of was het een geschenk uit de hemel? – mailde de case-manager dat er een plekje vrij kwam in een verpleeghuis. Of we er even wilden gaan kijken, en deze unieke kans ernstig overwegen. De wachttijden voor verpleeghuizen liegen er niet om, dus als we nee zouden zeggen, kon het wel weer maanden duren. Tja, wat konden we anders doen dan gaan kijken? Zodoende reed ik op een stormachtige januaridag alweer naar de Bollenstreek. Mijn tweede broer en ik gingen maar eens poolshoogte nemen. Het huis zag er aan de buitenkant niet eens zo gek uit, zeker niet. Het personeel was erg vriendelijk, maar de kamers wel erg klein. Daarentegen zouden de bewoners vaak in de lichte gezamenlijke huiskamer zitten, met uitzicht op bollenvelden. Dat was wel weer mooi. De sfeer leek ook wel okay, maar ja, dit was wel een momentopname.

Men raadde ons aan het niet met mijn vader te bespreken, totdat we er zelf uit waren. Ik ging de middag na de bezichtiging bij hem langs. Tijd is voor hem ongrijpbaar geworden, dus hij was niet eens verbaasd dat ik alweer kwam. Maar wat voelde ik me ongemakkelijk! Alsof ik iets achterhield, en dat deed ik in feite ook. Als wij akkoord gingen, zou hij vier dagen later al moeten verhuizen. Moet je je eens indenken, dat je kinderen komen en zeggen: ‘Hallo pap, zeg binnenkort maar dag tegen je huis, we hebben wat beters voor je gevonden!’

Het werden een paar moeilijke dagen. Erg veel te kiezen hadden we niet. Als we het niet zouden accepteren, moesten we nog harder gaan rennen. De rek was er zo ongeveer wel uit, dat voelden we alle vier al een poosje. Maar hoe zou die vader van ons op ‘het nieuws’ reageren? Zou hij boos worden, dwarsliggen, of zou hij zich helemaal naar schrikken?

We zouden er vanzelf snel achter komen…

Ruim je rotzooi toch op!

Een vader die ziek is, dat is niet niks. Zeker als die vader ver weg woont, althans voor Nederlandse begrippen. Met het OV doe je er 3 uur over, met de auto 5 kwartier (als alles meezit). Ik ben er afgelopen week twee keer geweest en ook twee keer blijven slapen. Fijn dat dat kan en fijn om wat voor hem te kunnen zorgen! Maar het zorgt wel voor een hoop onrust. Ik slaap er niet zo lekker van, zo ook vannacht niet. Moe en tobberig zat ik op de bank om half 10. Wat zou ik gaan doen? Sloten koffie drinken om me beter te voelen, een pyama-dagje, naar de kerk gaan live of online, of… meehelpen met buurt opschonen?

Ik besloot voor het laatste te kiezen. Ik heb al heel wat keer in m’n eentje blikjes, flesjes en rommel opgeruimd buiten, maar nog nooit met een groep. De opschoonactie zou in onze eigen buurt plaatsvinden, makkelijker kon je het niet krijgen. Gewapend met mijn prikstok liep ik dus naar het punt waarvandaan gewerkt ging worden. Daar stonden al een stuk of tien mensen klaar. Je kreeg een hesje, handschoenen, en een vuilniszak, en je koos een maatje. Na een korte instructie kon je direct beginnen.

Ik ken de buurt na ruim een kwart eeuw wonen op mijn duimpje, dus ik wist precies waar de meeste rotzooi zou liggen. En die lag er… ladingen en ladingen vuurwerk alleen al op het voetbalveldje. Blikjes in de struiken, een zak vol chips, lege flesjes, enzovoorts. Het vuurwerk voerde wel de boventoon dit keer. Iedereen verbaasde zich erover hoeveel er nog lag. Met een heleboel regen eroverheen, was het een papperige zooi geworden. Ruim je rotzooi toch op!

Toen de meeste troep daar weg was, gingen mijn maatje en ik verder weg opruimen. We liepen over een grasveld langs een kerkgebouw, waar vrolijk gezang vandaan klonk, onder begeleiding van een drumstel. ‘Wat zijn ze hier aan het doen?’ vroeg m’n maatje. ‘Aan het zingen’, zei ik. ‘Er zit hier een kerk.’ ‘Oh het lijkt wel een disco!’ zei m’n maatje. ‘Nou ja, beter als ze zo bezig zijn dan dat ze lopen te rotzooien’. En even later: ‘Ben jij kerks?’

Ik dacht even aan over het antwoord. Ja ik ga naar de kerk, en ik ben gelovig, maar wat verstaat een ander onder kerks? Ik besloot maar gewoon ja te zeggen. ‘Maar ik zit niet bij zo’n hele strenge hoor’, voegde ik er snel aan toe. Hij vond het best. Hij was katholiek geweest, maar deed er nu niets meer aan, zei hij. Maar eigenlijk was dat niet waar. Een half uur later vertelde hij namelijk enthousiast dat hij de Camino naar Santiago had gelopen, 900 kilometer in zijn eentje. Wat een prestatie als je bijna 70 bent! Hij had het daar heel goed gehad, en zelfs bijzondere dingen meegemaakt. Verder zette hij zich graag in voor de natuur, en wilde hij net als ik graag het goede voorbeeld geven aan de jeugd, door zwerfvuil op te ruimen. Geen woorden maar daden!

Ik vond het heel gezellig om zo samen de wijk netter te maken, en ook leerzaam. Je komt mensen tegen die je anders nooit tegenkomt zondagochtend, en mijn gepieker verdween als sneeuw voor de zon.

Foto door Annushka Ahuja op Pexels.com

Als dank voor onze inspanningen, mochten we een clinic vechtsport en kickboksen doen, bij een kleine sportschool in de wijk. Ik was eigenlijk best moe, en dacht: ‘Dat is niets voor mij’. Dus ging ik terug naar huis om even bij te komen. Gerard was echter verbaasd dat ik er alweer was. ‘Die clinic leek me nou net iets voor jou!’ zei hij, ‘Lekker even al je agressie eruit gooien!’ Maar ik ben moe…zeurde het in m’n hoofd. Toch had ik dat duwtje nodig – net als Gerards koffie en koek – om erheen te gaan. Ik werd hartelijk welkom geheten door een trainster in felrood trainingspak. ‘Ik kan er niks van hoor!’, begon ik mezelf in te dekken. ‘Niemand kan er wat van’, stelde ze me gerust, en ze gaf me een dik paar bokshandschoenen. ‘Daar is het zaaltje waar de anderen al bezig zijn.’

‘Okay, en nu gaan we schoppen! Links, rechts, kick it out!’ riep een enthousiaste gespierde trainer met rasta haar. ‘Hoger nog. Harder! Ja goed zo!’ Een klein aantal van de vrijwilligers die nog overgebleven waren, was druk bezig tegen boksballen te trappen, zelfs diverse grijsaards deden mee. In no time werd ons dingen aangeleerd die we nooit eerder gedaan hadden, en leuk dat het was! Door al dat trappen, boksen, squads doen en buikspieroefeningen, kreeg ik juist weer energie. En niet alleen ik, aan de lachende gezichten om me heen te zien. Toch maar goed dat ik er alsnog heengegaan was. Misschien moest ik nog maar eens een proefles nemen!

P.S. Al met al een hele geslaagde zondagmorgen. En voor degenen onder jullie die ook ‘kerks’ zijn, en zich afvragen waar ik me allemaal me bezig hou…’s middags zijn er hier ook mooie diensten 🙂

De beste wensen!

‘De beste wensen voor het nieuwe jaar hoor!’ Hoe vaak heb je dit de afgelopen dagen al gehoord? Ik heel wat keren. Als het daarvan af zou hangen, dan zou me echt een supergoed jaar te wachten staan! En wat zou dat dan mogelijk inhouden? Gezondheid, voorspoed, vrede op aarde..? Met die drie ingrediënten zie ik het wel zitten.

Onze vroegere buurman riep altijd heel uitbundig ‘Happy New year!’ als we daar langsgingen met Oud en Nieuw. En dat zei hij niet één keer, maar hij herhaalde het net zolang als we er waren. Normaal was hij een stille man, maar met de nodige drank achter de kiezen, veranderde hij in een veel vrolijker vent. Dat maakte diepe indruk op mij. Ik speelde daar vaak, maar dan zei hij nooit wat, voor zover hij al thuis was.

Goed, we zijn met z’n allen het nieuwe jaar 2023 ingerold. Ik heb geen goede voornemens gemaakt, behalve meer blogs schrijven dan 😉 Onderwerpen genoeg door alles wat ik meemaak! We zijn grootouders van een prachtige kleinzoon geworden, daar alleen is al zoveel over te vertellen. Maar ja, privacy he! Onze eigen kinderen hebben allemaal zo hun dingen. De ene zit in de examenklas en we vragen ons nu al af of hij het gaat redden, de ander zit pas in de tweede, maar daar is ook weleens wat mee. Eén dochter loopt stage en gaat haar studie dit jaar afronden, onze oudere zoon gaat verder weg werken omdat zijn bedrijf gefuseerd is, onze één na oudste dochter heeft een nieuwe baan met leuke uitdagingen, en de oudste die net moeder is, moet uitzoeken hoe haar werk straks te combineren is met hun zoontje. Komt tijd, komt raad, zullen we maar zeggen.

Het jaar is amper begonnen, of we hebben al zorgen om mijn vader. Hij woont nog steeds op zichzelf. De dementie is voor hem zelf geen probleem, maar ons (mijn broers en zus) kost het hoofdbrekens. De laatste tijd is er al veel hulp om hem heen georganiseerd, om hem thuis te kunnen laten wonen. Hij herkent ons echt wel, de kleinkinderen iets moeilijker bij name, en hij heeft een ijzeren geheugen voor bepaalde routines. Maar verder vergeet hij heel veel. Soms vergeet hij zelfs dat je er bent, als je even boven bent geweest en de huiskamer weer binnen loopt. ‘Hee, waar kom jij nou vandaan?’ vraagt hij dan verbaasd.

Hoe lang gaat dat nog goed, wanneer wordt het tijd voor een verpleeghuis? Die vraag hield ons al een tijdje bezig. Op 1 januari werd die vraag urgenter, toen mijn dochter en ik hem aantroffen in een donker huis. Kouwelijk, in de war, maar wel met een gedekte tafel en een fles Glühwein vast voor straks. Geen idee van tijd, waarschijnlijk had hij al uren niets gegeten of gedronken. Hij hoestte naar en liep wankel, het was echt schrikken! De dokter constateerde de dag erna dat hij ‘gewoon’ griep had. Die pa van ons is een taaie, maar griep op deze leeftijd is niet zonder gevaar. Zelf blijft hij er echter kalm onder en houdt vol dat er niets aan de hand is…’Een beetje verkouden misschien’.

Wat houdt ons verder nog bezig? Iets met Bureau Halt, voor een verder niet nader te noemen persoon die een rotje afknalde op het verkeerde moment…Een paar schrikkerige katten, zo panisch voor datzelfde vuurwerk dat ze in de badkamer gingen plassen ipv netjes buiten. Een wc in huis met een stortbak die zo lek is als een mandje, de hele douchecel die hoognodig opgeknapt moet worden maar door wie? De prijzen in de supermarkt die zo achterlijk hoog zijn, ons overschot aan oliebollen en kerstbrood, enzovoorts.

Beste mensen, de beste wensen! Ik ben blij met alle mooie kaartjes die we kregen en alle mooie wensen. En ik hou me vast aan wat onze dominee pas zei: “Kome wat komen gaat, de Ene verandert nooit. Hij zal met ons zijn, dat is Zijn naam.”

IJskoud

Ik zit al sinds jaar en dag op Facebook, ooit begonnen door anderen, die zeiden dat het zo leuk was. Die anderen zijn inmiddels allemaal allang vertrokken, maar ik blijf, als een soort trouwe klant. Waar moet ik mijn blogs anders publiceren? Op Instagram? Daar willen mijn tieners mij niet zien. Op Twitter dan? Nee, saai. LinkedIn kan er nog net mee door. Al vind ik mijn emotionele verhalen en belevenissen eigenlijk niet passen op zo’n professioneel platform. Toch worden mijn blogs er wel gelezen. Dus, zolang niemand er bezwaar tegen heeft, maak ik er dankbaar gebruik van.

Maar goed, waar gaat het vandaag over. Hierover: ik had een paar foto’s op Facebook gezet waar ik met mijn zonen op de schaats stond. Prachtige plaatjes van een bijzondere middag! Wat je echter niet ziet aan zulk soort foto’s, is dat ik het ongelofelijk koud had de week ervoor, en daar doodmoe en somber van werd.

Normaal gesproken vind ik winters wel leuk. Lekker die frisse lucht, mooie foto’s maken van sneeuw en ijspegels aan de dakrand. Close ups van bevroren blaadjes, tintelende vingers als je weer binnen bent. En hopen dat je na een aantal nachten vorst misschien wel kunt schaatsen! Fanatiek ben ik nooit geweest, maar ik kan er altijd wel van genieten. Maar dit jaar lukte me het niet om er vrolijk van te worden, hoe mooi het er ook uit zag buiten. Want ik had het alsmaar koud… Binnen stond de verwarming laag, dus was het daar koud. Op zolder waar wij slapen, was het nog kouder: 12 graden wees de thermometer aan. En buiten was het helemaal ijskoud!

Natuurlijk kon ik de verwarming op 20 zetten of nog hoger, maar ik wilde me niet laten kennen. Kom op, zo erg kon het niet zijn! We zaten niet in schuilkelders, we hadden heel de dag elektriciteit en warme kleren. Niet zeuren, gewoon in beweging te blijven. Ik deed binnen allerlei klusjes om maar actief te zijn. Ik ging expres buiten in de vrieskou blikjes en rotzooi oprapen met mijn prikstok van Wageningen Schoon. Ik zei tegen mezelf dat het niet zo koud was als het leek, gewoon een kwestie van rustig doorademen en aandacht op andere dingen richten. Totdat ik er doodmoe van werd, en alleen nog maar onder ons dubbeldikke dekbed wilde liggen…Ik kon me niet voorstellen waarom ik ooit nog zou willen schaatsen, al mijn energie ging al op aan op temperatuur blijven!

Tot overmaat van ramp moest ik zaterdag rijden voor voetbal. Gerard moest werken en ik had het rijschema zelf gemaakt, dus ik kon er echt niet onderuit. Ik hoopte hard dat de wedstrijd afgelast ging worden vanwege ijzel, maar dat gebeurde niet. Treurig zat ik van tevoren koffie te drinken en te bedenken hoe erg het zou zijn. Dat leverde me in elk geval een dikke knuffel op van dochter Willemijn, die als enige in huis medelijden met me had. Poor me! Maar het begon toch goed; het was een gezellige rit met die 15-jarige jongens achterin. Stuk voor stuk bezig met hun mobiel, maar vrolijk en zin in een potje voetbal. Ik raakte de weg niet eens kwijt. We waren er zelfs eerder dan ploeggenoten, terwijl die ons inhaalden op de snelweg.

De coach vertrok met de jongens naar hun kleedkamer, en wij – de chauffeurs – liepen naar de kantine. Op naar de koffie, zolang de jongens nog niet aangemoedigd hoefden te worden. Eén vader kende ik allang, een ander zag ik voor het eerst, een derde kwam later. De tweede vader bleek ontzettend veel verstand te hebben van voetbal. Hij had ook een duidelijk visie op het beleid van ‘onze’ voetbalvereniging, iets waar ik niet eens over nadenk. Ik werd moe van het gepraat en had erg veel zin om gewoon een boek te lezen. De cappuccino was lauw en waterig, en de wc’s stonken typisch zoals ze bij veel voetbalverenigingen stinken. Bah bah bah. Maar ik ging gauw naar buiten met de anderen, om onze dappere boys aan te moedigen. Je zou maar moeten voetballen, terwijl de sneeuw nog op de takken ligt en de temperatuur rond het vriespunt schommelt.

Het was best een spannende wedstrijd. De jongens hadden dit seizoen alle wedstrijden verloren, op één na. Maar vandaag hadden ze de geest. Ze kwamen zelfs op voorsprong te staan. De emoties liepen over en weer hoog op bij beide partijen. ‘Wat doe je nou?!’ ‘Loop niet te zeiken man!’ ‘Wat een k*tschot…’ ‘Die rotscheids ook’ ‘Het lukt vandaag niet coach, mag ik ergens anders staan?!’ enzovoorts. Bewondering voor de coaches, die de gemoederen steeds wisten te bedaren.

In de tweede helft gebeurde er een hoop. Het werd 1-1, en toen werd het 2-1, met dank aan mijn zoon. ‘Maak een foto, maak een foto!’ stond de vader met verstand van voetbal naar mij te roepen. Maar het lukte niet! Ik was verkleumd en mijn telefoon blijkbaar ook, ik kreeg het niet voor elkaar. Ik heb wel staan juichen, maar een foto van Maartens fantastische schot heb ik helaas niet kunnen maken. ‘Jij bent eigenwijs zeg!’ merkte dezelfde vader op. Terwijl ik even diep adem haalde om mezelf te verweren, nam de andere vader het voor me op. ‘Kijk, het is voor veel mensen onmogelijk om in het moment te zijn en tegelijk met hun mobiel bezig te zijn.’ legde hij uit. ‘Het is het één of het ander’. Ik keek hem dankbaar aan, dat was het precies.

Helaas zakten onze jongens een beetje in. Daar maakten de anderen dankbaar gebruik van. Het werd 2-2. Maarten kreeg nog twee geweldige kansen en de tegenpartij kreeg een penalty, maar alle jongens waren moe want er werd niets meer gescoord. Het zat er weer op! Mijn hele lijf was stijf van de kou, ondanks koffie, thee en gratis erwtensoep. Niets hielp. Pas uren later werd ik weer warm, nadat ik allang weer thuis was en een poos had geslapen.

Kun je je voorstellen dat ik de dag erna dik ingepakt op de schaats stond? Was er een wereldwonder gebeurd ’s nachts? Nee. Onze oudste sportieve zoon belde op wie er mee ging schaatsen, en ineens kreeg ik zin om een beetje lol maken. Ik trok 3 lagen over elkaar plus mijn dikste wollen trui, een wollen maillot onder m’n trainingsbroek, mijn warmste shawl, muts en handschoenen en zowaar kreeg ik het warm die middag!

Inmiddels is het een week verder en is het hier buiten zo zacht als wat. Ondertussen maken ze zich in Amerika op voor de koudste kerst ooit. Overdag min 20 en op sommige plekken min 40…daar stelde ons koude weer van vorige week niets bij voor!

Beste lezer, ik waardeer het enorm als je mijn lange blog tot zover hebt willen lezen. Ook geen punt als je alleen de eerste of laatste alinia leest. Ik word waarschijnlijk nooit beroemd, maar ik geniet zo van schrijven. Dank voor het lezen dus! Mijn problemen stellen weinig voor vergeleken bij veel andere dingen, maar ik ben een gevoelsmens. Het zijn bij mij pieken en dalen, net als de temperatuur buiten. Hollen of stilstaan.

Hele fijne feestdagen gewenst allemaal!!!

Ervaringsdeskundige

Wat kan er veel veranderen in een jaar! Ook al is het nog lang geen Oudejaarsdag, ik ben nu al een beetje melancholisch. Niet zo gek natuurlijk met dat koude weer, en dat vervelende WK…sorry jongens. Een jaar geleden speelde Corona nog een grote rol. We hadden online-kerkdiensten en online-ouderavonden. Bij klachten moest je je laten testen en er was veel gedoe daarover. Mijn vader begon wel erg vergeetachtig te worden, onze jongste dochter zat in de brugklas, onze oudste dochter was al bijna 30.

Zelf wilde ik graag ervaringsdeskundige worden, en zodoende startte ik met vrijwilligerswerk in een inloophuis voor mensen met psychische problemen. Best wel pittig. Op een dag toen ik erheen reed, luisterde ik naar een praatprogramma over de spanningen tussen Rusland en Oekraïne. Diplomatieke maatregelen zouden de boel wel sussen, werd er gezegd. Het was al zo vaak op die manier opgelost, het zou wel loslopen. Tja, die oorlog is er helaas toch gekomen en is nog steeds niet voorbij. Corona teststraten zijn inmiddels wel verleden tijd, en mensen die nu nog met mondkapjes op lopen, vinden we een beetje overdreven. Mijn vrijwilligerswerk was veel zwaarder dan het van tevoren leek, en ik kon dat niet goed bolwerken. Dat was een teleurstelling…wat kon ik dan wel doen naast mijn gezin? Ik wilde zo graag ook wat betekenen voor ‘de maatschappij’!

Hiermee komen we op één van mijn zwakke plekken… ik heb namelijk pedagogiek gestudeerd, maar daar nooit mee gewerkt. Toen ik afstudeerde, was er een overschot aan pedagogen en psychologen. Ik werkte een poosje als groepsleidster, maar dat was tijdelijk. Gerard en ik zijn getrouwd in 1991 en al snel kregen we onze oudste dochter. Anderhalf jaar later kwam de tweede, vervolgens de derde (een zoon) en twee jaar later weer een dochter. Mijn idee van eerst kinderen krijgen en dan weer werk oppakken, kwam helemaal niet van de grond. Ik was compleet uitgeput! Hoe mijn moeder dat vroeger als fulltime juf voor elkaar had gekregen, weet ik niet (zij kreeg ook vier kinderen in zes jaar tijd). Maar mijn lijf trok het niet meer. Ik had erg last van bekkeninstabiliteit, was oververmoeid, en we hadden onze handen samen vol aan ons drukke gezin. Tropenjaren zogezegd.

Gelukkig ben ik na lang sukkelen hersteld van die bekkeninstabiliteit. Maar ja, zie er dan nog maar eens tussen te komen als pedagoog zonder werkervaring. Het is me niet gelukt. Dus regelde ik ons huishouden, zorgde voor de kinderen, deed hand-en-spandiensten voor de school en kerk. En: we kregen nog twee kinderen. Nakomertjes zogezegd of de tweede leg. Aan deze kuikens had ik weer mijn handen vol!

‘Hebben jullie dit bewust zo gepland?’ vragen mensen regelmatig. Best een persoonlijke, zo niet vervelende vraag. Ik geef er meestal geen antwoord op. Wat doet het ertoe? Ik zie het niet als een prestatie om een groot gezin te hebben, wel als een geschenk. Maar het is een hele verantwoordelijkheid, en er komt aardig wat bij kijken. Mijn studie heeft me in elk geval de nodige kennis gegeven over de ontwikkeling van kinderen. Ook had ik meer achtergrondkennis, dat was ook wel een voordeel. Zo wist ik tenminste al iets over autisme vér voordat er hier etiketjes kwamen.

Nu is het december 2022. Ik ben dit jaar ontzettend ervaringsdeskundig geworden! Niet in een inloophuis, maar thuis en met m’n eigen familie. Ik weet nu hoe het is om corona te hebben en lang moe te zijn. Ik doe wat ik kan om onze pubers met ASS door de middelbare school heen te loodsen, of te sleuren. Als mantelzorger voor mijn vader heb ik heel wat lijntjes gelegd. Wat een instanties als je alles vergeet, maar goed genoeg bent om thuis te blijven wonen! Veel geregel dus, maar het levert me ook veel mooie momenten op. En dan ben ik ook nog eens oma geworden van een heel lief jongetje!

Ik heb veel nuttige dingen geleerd bij mijn studie, en ook veel levenservaring opgedaan, maar zo’n slapende baby in m’n armen, dat is toch echt het mooiste wat er is.

Dingenzoeker

Ik ben nou al drie of vier keer aan een nieuwe blog begonnen, en elke keer strand ik halverwege. Dan vind ik het langdradig of stom, of juist veel te persoonlijk. Wat hebben anderen nou aan al dat gepeins over mezelf of geklaag over drukte? Als ik er nou nog geld mee verdiende…

Geld verdienen, gek iets eigenlijk. Volgens het woordenboek betekent verdienen: geld verkrijgen door prestatie of arbeid. In het algemeen verdien je meer wanneer je daar erg je best voor doet, dat begint al op school. Als je goed kunt leren en je haalt een 9, dan heb je dat wel verdiend. Maar stel dat je niet zo goed kunt leren en je haalt met hard ploeteren een 6, dan heb je dat toch ook dik verdiend? Wanneer je ergens talent voor hebt, gaat het per definitie makkelijker dan bij iemand die dat talent mist. Dat is toch eigenlijk oneerlijk?!

Voordat ik nu verzand in grote thema’s als klassenongelijkheid en oneerlijkheid in ons schoolsysteem, haal ik maar eens diep adem. De wasmachine is klaar, dus de was kan eruit. Tegenwoordig zet ik het wasrek in de huiskamer, omdat het daar het warmst is. Maar vandaag niet, want de zon schijnt en de lucht voelt droog. Naar buiten met die was! Zo maak ik gebruik van natuurlijke hulpbronnen, heel energiezuinig en lekker fris. Ik fris er zelf ook helemaal van op. Heerlijk, ik verdien er niets mee maar het valt me zomaar toe. Gratis.

Mijn volgende klus is de telefoon van zoonlief bij een winkel brengen. De telefoon is op de grond gevallen en dus kapot. Een regelrechte ramp voor een tiener anno 2022… Trouwens, voor wie niet? Op de fiets naar de stad denk ik alweer aan geld. Wat zal de reparatie kosten, moet er misschien een nieuwe komen? Dat komt helemaal niet uit vlak voor Sinterklaas! Maar waarom toch dat getob steeds over geld? Wat mis ik op dit moment wat ik niet kan doen? Ik zou het niet weten. Verre reizen trekken me niet en verlanglijstjes maken wordt ook elk jaar moeilijker. Het gas is duur, maar we hebben heel veel wollen dekentjes. Ik heb in principe alles wat ik nodig heb, waarom dat gevoel alsof ik tekort kom?

Dan valt mijn oog op iets zwarts op de stoep. Ik had het twee uur eerder ook al zien liggen, wat zou het toch zijn?

Ik moet denken aan de Dingenzoeker van Pippi Langkous. Een Dingenzoeker is iemand die dingen zoekt. Zo iemand die vaak naar de grond kijkt. Ik ben ook een Dingenzoeker. Mijn blik is vaak naar beneden gericht. Ik ben niet de meest optimistische mens, maar zo vind ik wel vaak interessante dingen.

Driemaal raden wat ik van de grond opraapte…Nou??? Een zwarte dames onderbroek, maat L! Bijzonder toch? Wie verliest die nou bij een druk kruispunt? Even in de wasmachine en je hebt er weer een kledingstuk bij. En geloof het of niet, op de terugweg vond ik nog iets zwarts. Dit keer was het een wollen muts met onduidelijke viezigheid erin.

Ook maar opgeraapt. Tenslotte raakte ik aan de praat met een jongeman uit Frankrijk, die het geweldig vond dat ik in het Frans een praatje met hem probeerde te maken.

Geluk en tevredenheid zit ‘m in kleine dingen, niet in veel geld. Een lief kaartje, een onverwachts compliment, een knuffel. Als je maar goed kijkt en zoekt, dan vind je ze wel. Zelfs… midden op straat.

Foto door u00d6zgu00fcr op Pexels.com

Wanneer komt de baby nou?

Toen ik zelf vroeger in verwachting was, konden die laatste weken mij gestolen worden. Ik vond 8 maanden zwangerschap lang genoeg, ik was die buik zat, ik had last van m’n rug en m’n bekken en zag het nut er niet van in dat ik nog een maand door moest hobbelen. Jammer genoeg voor mij bleven ze allemaal lekker zitten tot en met 40 weken. Heel normaal eigenlijk, maar wat was ik ongeduldig!

Zo niet mijn eigen dochter, die zeurde helemaal niet en klaagde ook niet dat het te lang duurde. Keurig op tijd had ze het kamertje voor de baby klaargemaakt. De laatjes van de commode overzichtelijk ingeruimd, kleertjes in verschillende maten, luiertjes in maat mini. En ze bleef maar rustig, bewonderenswaardig gewoon! Deze oma in spé liep zich maar druk te maken… wanneer kwam die baby nou? Zou ze naar het ziekenhuis moeten net als ik bij de eerste bevallingen, en welk ziekenhuis dan? Ik droomde van alles en nog wat over baby’s en kleine kindjes. Ik schrok wakker omdat ik dacht dat de telefoon ging, maar dan was dat in mijn dromen. Het leek wel of ikzelf hoogzwanger was!

Op de uitgerekende dag gebeurde er niets. Een dag later nog niet, twee dagen later ook niet en drie dagen verder nog steeds niet. Uiteindelijk begonnen de weeën pas toen ze een week over tijd was. Ik zou die dag nog een keertje koffie gaan drinken voor de gezelligheid en afleiding, maar dat werd afgezegd. ‘Blijf maar thuis mam, het is aan het rommelen’.

Met zes kinderen heb ik natuurlijk een hoop meegemaakt op het gebied van bevallingen. Ik zal jullie als lezer er niet mee vermoeien, maar ik vond ze geen van allen leuk. Zeker de eerste verliep totaal anders dan ik me voorgesteld had, en de tweede tot en met zesde eigenlijk ook. Maar de belangrijkste vraag hier was: hoe zou het nou toch met mijn dochter gaan?

We moesten wachten, wachten en nog eens wachten… Ik had hoofdpijn en voelde me onrustig, kon me nergens op concentreren. Het werd middag en het werd avond, maar geen verlossend bericht. Ten einde raad ging ik maar naar bed. Totdat ik wakker werd van een vreemd geluid, een video-oproep? Mijn schoonzoon en dochter belden ons op! Gerard kwam ook al de trap op rennen met zijn telefoon en plofte naast me op bed. We waren één en al oor.

Eindelijk hoorden we daar de mooiste woorden die we maar konden horen, namelijk : ‘Kijk eens wie hier is? We hebben een zoon!’ Een onvergetelijk en ontroerend moment volgde toen we daar een heel klein jongetje zagen liggen bij zijn mama. Hij had net gehuild, zeiden ze, maar nu was hij rustig. Het was allemaal goed gegaan! Niks ziekenhuis, vacuümpomp of keizersnee, die dochter van ons had zomaar haar eerste kindje thuis ter wereld gebracht!

Inmiddels hebben we onze kleinzoon al een paar keer gezien. Het is het mooiste jongetje van de wereld, net zoals we onze eigen kindjes de mooiste baby’s vonden. Hij is ook de liefste natuurlijk en waarschijnlijk ontzettend slim, net als zijn ouders. Met grote ogen kijkt hij de wereld in, hij drinkt al goed, zijn oortjes doen het goed, en zijn stembanden zijn ook helemaal in orde. Ik kan niet anders zeggen dan dat nieuw leven een wonder is, en dat oma en opa worden iets is om enorm dankbaar voor te zijn!

Niet klagen maar dragen

Terwijl de regering vergaderde over de asielwet en minstens 30.000 deskundigen zich in Egypte bogen over de klimaatproblemen, hing ik lusteloos rond in huis. Een teveel aan bacteriën had zich in mijn blaas genesteld, een terugkerend verschijnsel de afgelopen jaren. Soms gaat het vanzelf over, maar deze keer niet. Ik voelde me er ziek van.

Op zulke dagen ben ik meestal niet ontzettend positief. En al helemaal niet als het de hele dag bewolkt is buiten. Maar klagen helpt niet, is mij geleerd: niet klagen, maar dragen. Dus ging ik toch maar wat klusjes doen. Geen bijster interessante bezigheden hoor. Als ik nou een baan had, werd ik tenminste nog betaald als ik ziek was, zuchtte ik. Als ik niet zoveel kinderen had gekregen, was ik er niet altijd zo druk mee geweest. Als ik geen eetstoornis of corona had gehad, was ik veel fitter geweest dan nu. Als, als, als…

Wat schreef koningin Maxima ook alweer in die brief in het AD? Niet elke dag hoeft een 10 te zijn, praat over wat je dwars zit, en volwassenen: luister naar jongeren. Ik wou dat de koningin in mijn jeugd zulke adviezen had gegeven! Er werd heus wel gepraat, maar volwassenen hadden het laatste woord. Mentale problemen? Daar had je het niet over. Hooguit met de huisarts, en als die het niet op kon lossen, dan ging je maar naar een psycholoog. Zo ging het ook bij mij. Ik had anorexia, maar ondertussen ging ik ‘vrolijk’ naar de middelbare school. Ik fietste dagelijks 15 kilometer en haalde voor de meeste vakken hoge cijfers. Waar ik toen de energie vandaan haalde, is me nu nog een raadsel. Maar op den duur was die energie echt op, de bodem was bereikt. In plaats van mezelf uit te putten en alsmaar doorgaan, werd ik in het ziekenhuis opgenomen.

Foto door Erkan Utu op Pexels.com

Regelmatig praatte ik daar met mijn psycholoog, maar het accent lag op eten en aankomen. Geen familie op bezoek, geen gezelligheid, geen vrijheid. Mijn enige uitstapje al die 10 weken was naar de begrafenis van mijn opa, verder niets. Pas op het laatst mocht een vriendin of buurvrouw langskomen, en mocht ik vrij over de gangen wandelen! Een aanpak die nu niet meer wordt toegepast, gelukkig. Deze harde aanpak dwong me wel om weer te gaan eten, maar er miste iets wat ik pas veel later leerde: naar mijn lichaam luisteren. Eerlijk gezegd blijf ik dat moeilijk vinden.

Terug naar 2022. Vriendinnen wensten me beterschap, iemand anders vroeg of ik wel vertroeteld werd door man en kinderen. Vertroeteld? De kinderen wisten niet eens wat ik mankeerde! Ik deed gewoon de boodschappen en de was en af en toe lag ik op de bank. Want ik wilde weer eens niet klagen maar dragen. Bepaald geen voorbeeld van luisteren naar mijn lichaam…

De dag erna besloot ik het maar eens over een andere boeg te gooien. Ik ging op de bank zitten met een dekentje, terwijl Gerard koffiebonen maalde. Toen hij daarmee klaar was, schraapte ik m’n keel.

“Gerard, ik moet je iets heel belangrijks vragen,’ zei ik ernstig. Daarmee had ik direct zijn aandacht. ‘Kan het even wachten, of moet het nu meteen?’ informeerde hij om tijd te winnen. ‘Het kan wachten, maar niet heel lang’, zei ik. Hij maakte zijn koffieklusje af en ging op een afstandje bij de tafel staan. Ik kon zien dat hij geen idee had waar het over ging.

‘Ik vind het heel moeilijk om je dit te vragen,’ zei ik aarzelend,’ want sinds wij getrouwd zijn, heb ik het bijna nooit gevraagd. Maar eh…zou jij alsjeblieft de wc’s voor mij schoon willen maken?’

‘Is dat alles?’ zei Gerard opgelucht. ‘Ja hoor! Voor welk tijdstip moet het klaar zijn? Kan ik nog even een paar YouTube filmpjes kijken om te zien hoe het moet?’

Voor mijn part deed hij er heel de dag over, als ik het maar niet hoefde te doen. Zo eenvoudig kan het dus zijn. Niet klagen, niet doorgaan, maar gewoon om hulp vragen! Had ik dat nou maar eerder ontdekt…

Foto door Andres Ayrton op Pexels.com