De baby is er!

Met een glimlach van oor tot oor loop ik de vergaderruimte weer in. Ik heb een grote envelop in mijn handen, volgeplakt met Kinderpostzegels en roze stickertjes waarop staat: geboortezegels. Mijn vriendinnen kijken me verrast aan. ‘De baby is er!’ roep ik blij. ‘Wat, nu al?’ zegt de ene vriendin. ‘Ze was toch veel later uitgerekend?’ En: ‘Oh wat leuk, gefeliciteerd!’ zegt een ander.

‘Ze’ is in dit geval onze oudste dochter, die ik de dag ervoor nog bezocht heb. Ik begrijp het zelf ook niet helemaal. Ze was hoogzwanger en ze was moe, maar nu al geboortekaartjes? ‘Ik weet het ook niet hoe het precies gegaan is’, zeg ik. Maar wat maakt het mij uit! Blijkbaar is het heel snel gegaan, zo snel dat de geboortekaartjes er eerder zijn dan dat wij hen gesproken hebben. Ik zwaai met de enveloppe en ren enthousiast naar de anderen toe. Van vergaderen komt er voorlopig niets meer, althans niet met mij erbij!

Later zie ik Gerard en ik vertel hem het heugelijke nieuws. ‘Heb je al in die enveloppe gekeken?’ vraagt hij nuchter. Eh nee, daar was ik nog niet aan toe gekomen. ‘Nou, maak ‘m gauw open dan!’ Nieuwsgierig scheur ik de grote enveloppe open, hoe zouden de geboortekaartjes eruit zien? Ik ben zo benieuwd!

Wat gek, er dwarrelt alleen maar een velletje papier uit…Hè, wat is dit nou? Er zit geen enkel geboortekaartje in, alleen een of andere oud opstel van mij van vroeger! Hè? ‘Volgens mij is de baby helemaal nog niet geboren!’ zegt Gerard. ‘Je zit iedereen gewoon voor de gek te houden!’

Pffff….heel langzaam word ik wakker uit mijn warrige droom. Hoe laat is het eigenlijk? ‘We moeten de logeerkamer gauw op orde gaan maken’, mompel ik slaperig tegen Gerard, maar die blijkt helemaal niet naast me te liggen. Het is bijna 9 uur. Gelukkig is het herfstvakantie, anders zou ik meteen in de stress zijn over de tijd.

Ik droom zoveel, echt niet normaal. Vaak word ik dromend wakker en kan ik me het hele verhaal nog herinneren. Ik schrijf het geregeld op in een schriftje, totdat ik dat weer zat ben. Gerard heeft dat helemaal niet. Ieder mens schijnt te dromen, maar hij herinnert ze nooit. Lijkt me lekker rustig, het lijkt wel of mijn hoofd nooit stil staat, zelfs niet in m’n slaap. Sommige dromen komen steeds terug. Dat we ergens heen moeten en dat het maar niet lukt om weg te komen bijvoorbeeld (deels realiteit met vakanties)…of dat ik ergens ben en daar weg wil voordat het te laat is (maar wat is er dan te laat?). Of veel erger; dat ik ergens ben en mijn kind vergeet, die dan nog maar een baby is en hoognodig eten nodig heeft!

Irene, Hanna, Johan, Willemijn, Maarten en Janine: ben ik jullie ooit vergeten om eten te geven, een paar dagen lang?? Heb ik zoiets vreselijks verdrongen en komt het terug in m’n dromen. of zou het een angst zijn dat ik hen zou vergeten? Terwijl ik letterlijk eerder mezelf vergat eten te geven dan één van mijn kinderen.

Hoe dan ook, het is spannend om een kleinkind te verwachten. Het roept een heleboel op van vroeger, toen ik zelf hoogzwanger was en toen de kinderen klein waren. Maar voorlopig moeten we wachten. Baby’s komen wanneer ze het tijd vinden om geboren te worden, niemand weet wanneer dat is. Zelfs onze eigen dochter niet…

Foto door Pixabay op Pexels.com

Popidolen

‘Wie is dat meisje?’

Ik wijs naar een uitgeprinte foto op het bed van Janine. Janine zucht heel diep. ‘Mam! Dat is geen meisje, dat zie je toch wel???’ Ik kijk nog eens niet-begrijpend naar de foto. Geen meisje? Nou ja, een jonge vrouw dan, met de nadruk op heel jong. Ik heb eerlijk gezegd geen idee wie het is. Ik zie rollende ogen bij mijn dochter en nogmaals diep gezucht over zoveel domheid. ‘Zie je het nou echt niet? Kijk dan eens goed!’

Hoe goed ik mijn best ook doe, er gaat geen lampje branden. Ik kijk naar andere plaatjes op haar behang. Toen ik zelf 12 was, plakte ik het behang boven m’n bed ook vol met popidolen. Misschien doen de meeste pubers dat wel. Nu moet ik zomaar ineens denken aan de posters die m’n ene broer ophing, vreselijk! Eentje staat me nog helder voor ogen; die van een half naakte man met zwart omrande, bloeddoorlopen ogen, en een kronkelende slang over zijn lijf… Duidelijk een heerschap dat ervan hield om te shockeren, en ik denk dat dat precies was wat mijn broer daar zo leuk aan vond. “Hello, hurray, let the show begin!” Ik hoor de muziek van Alice Cooper zo nog in m’n hoofd, maar ook het geschreeuw van mijn moeder onderaan de trap: “Peter, zet die herrie nou eens zachter!!!”

Ik was fan van veel rustiger muziek. Abba natuurlijk, de George Baker Selection en de Kelly Family. Maar ik had ook een echt idool en dat was Dave. Een Nederlandse man die in Frankrijk woonde en alleen maar Franse chansons zong. Ik vond hem geweldig! Zo romantisch al die liedjes en hij had ook nog zulke mooie blauwe ogen! Mijn broers lachten me erom uit, maar dat kon me niet schelen. Smaken verschillen nou eenmaal.

Terug naar de kamer van mijn dochter. Daar hangen bijna twintig plaatjes van een knappe jongedame genaamd Taylor Swift. Want die was het natuurlijk! Janine kan er nog niet over uit, dat ik dát niet meteen zag. Maar als ik naar die al die plaatjes kijk, lijk ik wel zeventien keer een andere vrouw te zien. Hoeveel verschijningsvormen heeft zij wel niet? Of hebben de jaren beroemdheid haar zo veranderd?

In elk geval vindt mijn dochter Taylor Swift erg goed. Pas mocht ze met een vriendin en moeder naar de release party van het nieuwste album van mevrouw Swift. Hulde aan die moeder, ik begin er niet eens aan! Ik kreeg wel een andere taak: die foto op het bed moest niet aan de muur, maar op een T- shirt. Janine liet me een Tik-Tok filmpje zien waar iemand in het Engels in anderhalve minuut uitlegde hoe dat moest. Eitje natuurlijk, iedereen kan het. Plastic folie, bakpapier, een strijkijzer… alles wat nodig ervoor was, hadden we in huis.

Benieuwd hoe dit project verliep? Nou, de eerste poging duurde een half uur. Ik vond het resultaat aardig, maar het was wel een beetje kreukelig. De dag erna lieten de zijkantjes los. Janine vond het lelijk, het moest overnieuw. Bij de tweede poging deed ik heel erg mijn best om het plaatje helemaal glad te strijken. Na drie kwartier prutsen leek het best goed. Totdat ik zag dat het de foto niet bovenaan het shirtje zat, maar ongeveer ter hoogte van haar navel… stom, helemaal niet op gelet.

Driemaal is scheepsrecht, dacht ik een paar dagen later. Het was inmiddels de dag vóór de releaseparty, dus het moest nu maar eens klaar zijn. Ik ging weer strijken en persen, legde het T-shirt onder een stapel boeken, en liet het de hele nacht zo liggen. De volgende dag keken we hoopvol naar het resultaat. Helaas, de foto zat toch weer los en krulde aan alle kanten… weer mislukt! Boos pakte ik de plakbandhouder en loste het simpel op met een rol plakband. ‘Klaar, niemand die het opvalt!’, zei ik. Al sloeg dat natuurlijk nergens op.

Popidolen, pubers en hopeloze moeders, volgens mij horen die drie bij elkaar. Ik zal het er voorlopig mee moeten doen. Ik heb nog geluk dat ze vaak een koptelefoon op hebben, of oortjes in hun oren. Als ik al last heb van iemand z’n muziek, dan is het van Gerard! Maar ja, dat is weer een ander verhaal…

Perspectief

In het kader van de herfst een paar foto’s van een overbekende paddenstoel: de vliegenzwam. Volgens Wikipedia is de vliegenzwam “een opvallende paddenstoel, die algemeen voorkomt in de lage landen. Het eten ervan kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen, maar de ernst hiervan valt meestal mee.”

Zelf zou ik zeggen: niet opeten, laat maar lekker staan.

Ik was met een vriendin aan het wandelen. We liepen door het bos en luisterden naar elkaars verhalen. Het was prachtig weer. De strakblauwe lucht deed alle gouden, gele en rode herfstbladeren extra goed uitkomen. Hoewel ik graag foto’s maak, had ik daar vandaag helemaal geen zin in. Op de foto zou het resultaat toch tegenvallen, dacht ik, laat maar zitten. Het is toch elk jaar hetzelfde en iedereen maakt al foto’s. Over perspectief gesproken…

Op een gegeven moment pakte ik mijn mobieltje toch maar uit m’n rugzak. Dan maar genoegen nemen met minder kwaliteit, niet iedereen wint tenslotte een Golden Globe. Vanuit dat perspectief zag ik veel meer om me heen dan daarvoor. Zonnestralen die door hoge dennenbomen de grond bereikten, glinsterende spinnenwebben, eikels, kastanjes en heel veel blaadjes. Maar ook: heel veel paddenstoelen, waaronder dus dit mooie exemplaar. Rood met witte stippen en helemaal gaaf. Hier konden wij niet zomaar langslopen.

We bekeken hem eerst van een afstandje, toen van heel dichtbij en tenslotte van bovenaf. Ik moest nog oppassen dat ik een paar andere paddenstoelen, die niet zo opvallend van kleur waren, niet omver trapte. Later thuis bekeek ik mijn foto’s op een groter scherm. Enigszins kritisch vond ik de kleuren tegenvallen, en de foto waarbij ik geprobeerd had de onderkant van de hoed te fotograferen, was ook anders geworden. Maar juist die ene was toch wel mooi. Het leek net of de paddenstoel een jurkje aan had, of een sierlijke cape. De steel eronder deed me denken aan een berkenboom. Daar zie je toch helemaal niets van als je alleen de bovenkant bekijkt? Het is maar net welk perspectief je kiest.

Bijzonder hoe de natuur mij vandaag een lesje gaf. Kijk ik van een afstandje, kritisch en niet betrokken? Duik ik er bovenop, met het risico andere dingen kapot te maken? Of kan ik met verbazing kijken naar wat er om mij heen is, nieuwe dingen ontdekkend die ik eerst niet eens zag? Ik hoop toch echt dat laatste!

En als je dit allemaal maar gezwam vindt? Dan heb ik hier nog wat feitjes voor je. Het grootste deel van de paddenstoel, zwamvlok geheten, bevindt zich onder de grond. Wat je ziet, is dus maar een klein stukje paddenstoel. Daar ruimen ze heel veel organisch materiaal op. Het zijn dus het eigenlijk een soort schimmelige stofzuigers (heb ik echt niet zelf verzonnen, googel maar eens op het nut van paddenstoelen).

Ik wens jou en mij een mooie herfstvakantie toe.

ADD-DD

Nu ik toch begonnen ben met onthullingen uit de privé sfeer, kan ik maar beter even doorgaan met de volgende. Ik heb ernstig het vermoeden dat ik lijd aan een vorm van ADD-DD. Niet te verwarren met ADHD of ADD, alhoewel er wel raakvlakken zijn. Het is een heel vervelende aandoening waar ik vaak tegenaan loop. Mijn man irriteert zich er vreselijk aan, maar ik kan er niets aan doen! Laat me met een paar voorbeelden vertellen wat het betekent in de dagelijkse praktijk, en hoe onhandig het is als je deze stoornis hebt.

Laatst ging ik melk halen van een biologische boerderij. Er is een gebouwtje waar al hun producten staan, waar je zelf met een sleutel in kan. Aangezien het er heel koud is, probeer ik altijd zo snel mogelijk uit die koelruimte te zijn. Zo ook deze keer. Ik pakte vlug twee flessen melk, een fles appelsap, een pakje boter en een stuk brandnetelkaas. Ik stopte het in mijn tas en liep ermee naar m’n fiets. Maar voordat ik de spullen in m’n fietstassen had gestopt, zag ik een heel melkspoor lopen. Huh? De melk droop regelrecht uit mijn tas op de tegels…nee!!! Ik keek in m’n tas en zag dat één fles inmiddels half leeg was. Hoe kon dat nou? Het antwoord was simpel: de dop zat er niet goed op. Hoe kon ik dat nou weten?

Een ander voorbeeld. Pas moest ik op tijd weg, naar een begrafenis. Het was een flink eind rijden, dus ik had proviand klaar gemaakt. Een paar boterhammen, een appel, en een thermosbeker koffie. Goed voor het milieu dat laatste, beter dan halverwege koffie halen in zo’n wegwerpbeker. Ik stopte alles in m’n rugzakje en slingerde die over m’n schouder. Terwijl ik de autosleutel, cd’s en nog een stuk banaan van de tafel pakte, voelde ik wat warms op m’n rug…Wat was dat nou weer? Je raadt het misschien al, dat was de koffie. M’n mooie vestje zat eronder en de vloer ook, want de koffie liep regelrecht door de bodem van m’n rugzak. Ik had de dop niet goed dichtgedraaid blijkbaar, ongelofelijk. Had ik een half uur voor de spiegel staan twijfelen of ik nou dat ene vestje of dat andere aan zou trekken, kon ik nu degene die ik het best erbij vond staan meteen in de wasmand gooien! Typisch het gevolg van ADD-DD. En ik had het kunnen weten, want dit was me al een paar keer eerder overkomen. Zoals op de terugreis uit Oostenrijk, toen ging de halve beker koffie over de vloer voor ik één slok op had. De hele mat nat, ik durfde het niet eens aan Gerard te vertellen.

Nog een voorbeeld, echt de vervelendste die je maar kunt bedenken. Ik was een weekendje weg met wat dames van mijn hardloopgroepje, niet prinsheerlijk in een hotel maar eenvoudig in een groot vakantiehuis. We gingen daar wandelen in de Limburgse heuvels, en het was prachtig. We sliepen in slaapkamers met stapelbedden, maar er waren ook gewone bedden en in één daarvan sliep ik. Op de laatste morgen was ik bezig m’n spullen in te pakken. Ik zou met nog twee vrouwen eerder weggaan dan de rest. Detail: ik was behoorlijk moe. Ik zag tegen de reis op omdat ik de chauffeur was, een chauffeur met slaapgebrek dus . ‘Koffie kan me redden!’ bedacht ik. Snel een heerlijke beker koffie met warme melk in m’n meeneembeker en daarmee in de hand liep ik nog eens door de slaapkamer. Had ik nou echt alles ingepakt? Wacht, nog even zoeken naar m’n extra schoenen, maar had ik m’n tandenborstel wel mee en mijn kussen? En waar waren de andere dames eigenlijk? Ik liep naar buiten en toen weer naar binnen, pakte de grootste tas op van m’n bed en schrok me toen te pletter. Want…ik had die thermosbeker op het matras gezet, de dop niet dichtgedraaid en die was dus omgevallen…nee!!! Wie zet er nou een beker koffie op een bed neer?! hoorde ik Gerard al mopperen. Hoe kon ik nou zo dom doen?!

Allemaal typisch voorbeelden van ADD-DD. Is het inmiddels al duidelijk waar de afkorting voor staat? Het gaat hier over de Attention Deficit Disorder- Doppen Dichtdraaien. Een heel lastige aandachtstoornis zogezegd. De aandoening staat nog niet in de DSM-5, maar dat zal niet lang meer duren. Ik word er af en toe gek van dat ik dit heb. Voor een normaal mens is het simpel om op te letten of doppen goed dichtgedraaid zijn, maar als je aan ADD-DD lijdt is dat bijna een onmogelijke opgave. Ik hoop al jaren dat ik er vanaf kom, maar tot op heden heb ik niemand gevonden die me hierbij kan helpen.

Commentaar van Gerard na het lezen van dit hele verhaal?

‘Je moet gewoon beter uit je doppen kijken!’

??

ASS-best

Op een miezerige maandag zat ik met een kop thee op een rustige kamer. Lekker even alleen. Buiten hoorde ik de regen ruisen op het bladerdak van de bomen. Af en toe schrok ik van een knal, dan viel er weer een kastanje op het dak van een auto. Het pleintje voor ons huis ligt inmiddels bezaaid met glimmende kastanjes en stekelige bolsters, je kunt er amper fatsoenlijk lopen! Waarom zoeken de kinderen van tegenwoordig geen kastanjes meer? Toen onze kinderen klein waren, werd erom gevochten. Niet dat dat zo leuk was, maar het was wel handig dat er niet zoveel op de grond bleef liggen.

Het was weer druk de laatste tijd. ‘Slecht excuus om daarom minder blogs te schrijven,’ mopper ik tegen mezelf. ‘Iedereen heeft het toch druk? Ik ben mijn eigen werkgever, dus ik kan toch makkelijk zelf bepalen wat ik doe?’ Het antwoord daarop is duidelijk: nee. Al heb ik dan geen lastige baas, ik heb wel een paar lastige situaties. Lastig in de brede zin van het woord, ze vragen veel aandacht. Zoals 1. de situatie met mijn vader die zorg nodig heeft vanwege zijn dementie. 2: Onze jongste kinderen die ASS hebben (autistisme spectrum stoornis), evenals hun papa/manlief. 3: Ik ben zelf niet altijd de fitste of de vrolijkste… Genoeg uitdagingen hier dus.

Vandaag eens de focus op ASS in ons gezin. Want wat is het eigenlijk, is iedereen niet een beetje autistisch? Wat zijn kenmerken van mensen met ASS? Is het niet verkeerd om labels te plakken?

Kenmerken van ASS (met dank aan de Hersenstichting)

-Je hebt moeite met het omgaan met andere mensen.

-Je bent voor sommige prikkels heel gevoelig, voor andere juist niet.

-Je gaat helemaal op in dingen die je interessant vindt.

-Je kunt je niet makkelijk in anderen verplaatsen.

-Je houdt niet van onverwachte veranderingen.

-Je herhaalt sommige dingen vaak.

-Je herkent snel patronen.

Heel algemeen uitgelegd hebben mensen met ASS een andere manier van informatie verwerking in hun brein; ‘de bedrading loopt anders’. Prikkels komen anders binnen en roepen andere reacties op dan bij mensen zonder ASS. Maar mensen met ASS zijn onderling heel verschillend. Daarbij, het is een breed spectrum. Je kunt dus heel erg last hebben van één van de kenmerken/beperkingen of een klein beetje van meer. Gerard is bijvoorbeeld enorm gevoelig voor geuren, Janine is erg gevoelig voor geluiden, Maarten heeft nogal moeite met plannen. Gerard kan erg enthousiast praten over vliegtuigen of treinen, maar voelt niet zo goed aan wanneer een ander daar genoeg van heeft. Maarten is juist wel gevoelig voor andermans stemmingen, maar ook voor veranderingen. Hij en Janine vonden het vroeger heel vervelend als ik een andere route fietste na school, dat leidde tot hevig protest. En wat mijn gezinnetje betreft gingen we altijd naar dezelfde camping in Zeeland. Desnoods bleven we ’s zomers thuis. Lekker vertrouwd toch, waarom zou je ver weg gaan als je hier ook alles hebt?

Mensen met ASS hebben veel baat bij voorspelbaarheid. Als ik zeg dat ik naar boven ga, verwacht Gerard dat ik naar boven ga. Als ik dan eerst nog ga rommelen in de keuken, of toch nog even iets op m’n telefoon ga doen, ergert hij zich daaraan. ‘Je zou toch naar boven gaan?’ hoor ik dan steevast. Eerst begreep ik niet wat hem dat nou uitmaakte, maar blijkbaar ben ik dan onduidelijk. Ook dingen als ‘We gaan zo eten!’ zijn voor hem vaag. Want ‘zo’ is een rekbaar begrip, dat kan over twee minuten zijn of over een kwartier.

Overzicht

Met dit alles in het achterhoofd, zou mijn gezin het beste uit zijn met een moeder die goed overzicht heeft; strakke schema’s, een ordelijk huishouden en bakken vol energie. Maar helaas, zo’n moeder ben ik niet… ‘Kunnen ze dan niets zelf verzinnen?’ dacht ik vaak boos als ik een dagje weg geweest was. ‘Het is toch logisch dat de afwasmachine leeg moet, dat je de wasmachine aan zet en dat er boodschappen gehaald worden als ik weg ben?’ Nee, dat was voor hen totaal niet logisch. Het meest logische was dat IK thuis bleef en al die dingen deed! De enige manier om ze dat soort dingen zelf te leren, was door een planning te maken. En die dan op een duidelijke plek leggen of hangen, zodat er later niet gezegd werd dat ze die nergens gezien hadden. Dat hielp na verloop van tijd, en het helpt mij zelf ook. Maar wat ook helpt is af en toe weg gaan, en juist níet alles voor ze te organiseren. Dan eten ze maar tosti’s, of dan blijft was maar liggen. Er komt vanzelf een moment dat ze hun favoriete sokken missen.

Ons huishouden loopt nog steeds niet op rolletjes. Maar tegenwoordig is de tafel gedekt en de afwasmachine al leeg voor ik aan het ontbijt zit, heerlijk! Zo leer ik mooi dat ik niet overal verantwoordelijk voor ben.

Tenslotte. Er valt nog veel meer over ASS te vertellen. Mensen met ASS zijn net zo uniek als ieder ander en hebben ook hele mooie eigenschappen. Ze zijn eerlijk, trouw en hebben ongelofelijk veel oog voor detail. Ze hebben vaak veel kennis van bepaalde onderwerpen, dankzij hun vaardigheid zich zo goed te kunnen focussen. Daar zou ik wel wat meer van willen hebben! En zo vullen wij elkaar hier eigenlijk heel mooi aan. ‘ ASS is best cool!’ zei de autisme-coach van school tegen onze dochter. Tja, dat vond zij dan weer onzin…

PS Dankzij de labels hebben wij goede hulp gekregen, en die was hier erg welkom!

Daar komen de Filistijnen

Veel te lang geleden kreeg ons huis de laatste schilderbeurt. Toen we nog geen huizenbezitter waren, regelde de Woningstichting dat. Zo makkelijk achteraf gezien! Nadat we hetzelfde huis van de Woningstichting gekocht hadden, was dat meteen afgelopen. We konden nog net profiteren van een project dubbele ramen, en dat was al heel prettig. Maar het onderhoud was verder voor ons, logisch natuurlijk. We hielden het zoveel mogelijk netjes bij. Na de nodige jaren zagen we dat er een grote beurt nodig was. De verf op de kozijnen was verbleekt of zelfs gebarsten, er zat houtrot in diverse drempels, en onze ooit witte dakkapel was bijna groen van de aanslag.

Tsja, op dat moment kwam het financieel nou net niet uit. We lieten wat aan de houtrot doen en stelden de rest een jaar uit. Maar toen begon het corona tijdperk, en lagen de prioriteiten anders. Weer een jaar voorbij. Daarna wilde Gerard de meest milieuvriendelijke verf die er bestond, maar schilders die daarmee werkten waren nauwelijks te vinden. En toen we besloten dat er dan maar ‘gewone’ schilders moesten komen, waren wij niet bepaald de enigen! Weer een half jaar wachtlijst. Maar goed, we hadden in elk geval een datum staan.

De week ervoor kreeg ik plotseling telefoon van een man die ik bijna niet kon verstaan. Na enig doorvragen bleek het de schilder te zijn. Of hij meteen de dag daarna kon komen. Okay?! Hij begon wel graag vroeg, om 7 uur. Pfff, dacht ik, ik ben echt geen ochtendmens. Gerard vond het echter geen probleem, dus de volgende dag om 7 uur stond hij op de stoep. Hij dronk een kop thee, al vond hij dat achteraf gezien maar niks zonder suiker. Hij babbelde vrolijk over de poezen van zijn dochter en allerlei andere dingen, en daarna begon hij te werken. Om half 10 wilde hij graag koffie, mèt suiker.

Onder het werk door moesten wij emmers water aandragen, werd er herrie gemaakt met schuurmachines en werden er stellages opgebouwd om bij de dakramen te kunnen. Het enige wat meeviel, was dat ze niet de hele dag een radio lieten schallen…

De schilder was een man van de klok. Zijn maatje kon weleens iets later zijn. Op sommige dagen was er ook nog een timmerman, die kwam gewoon wanneer het hem uitkwam, niet op de afgesproken tijd dus… Hij was wel erg vakkundig, en dat waren ze alle drie gelukkig. Maar praten dat ze deden! Ik vind Gerard soms al druk, maar die kan ik nog vragen om een poosje stil te zijn. Met schilders èn een timmerman was het onmogelijk om aan herrie te ontsnappen. Het was Gerard in het kwadraat! De één praatte druk met een Veluws accent, de ander praatte nog drukker in onvervalst Achterhoeks dialect, de derde kwam uit Roemenië. Die was vrij rustig maar praatte alleen Engels. En dat kon de eerste schilder weer niet, dus dan ging die harder praten in het Nederlands. Interessant om met zo’n gezelschap koffie te drinken, maar ook zeer vermoeiend. En waar praatten ze over? Over andere klanten van wie ze soep kregen tussen de middag, maar die met een vergrootglas over de vloer kropen als zij weg waren. Stelletje #$*&@! Of over andere huizen die ontzettend slecht onderhouden waren. ‘Wat zouden ze later over ons te melden hebben naar anderen???’ dacht ik bezorgd.

Ik werd er stapeldol van. Ik kon me niet afsluiten voor de chaos, ik wist gewoon niet wat ik moest doen. Het lukte me niet eens om te ontspannen in m’n eigen huis! En dan te bedenken dat Gerard zich nergens wat van aan trok. Hij babbelde mee, deed verder gewoon z’n eigen ding, en kon er zelfs bij in slaap vallen nadat hij nachtdienst had gehad.

‘Mag ik alsjeblieft weg?’ zei ik tegen hem. ‘Ik ga nog liever naar mijn vader!’ *

Toen ik klein was, gingen wij vaak naar m’n opa. Wij waren met z’n zessen, dus dat was al een invasie. Mijn tante kwam dan ook graag langs met haar gezin. Zij waren met z’n vijven. Altijd als zij kwamen, zei m’n opa: ‘Daar komen de Filistijnen!’ Ofwel, chaos. Want met vijf volwassenen en zes kinderen bij elkaar, was er een hoop lawaai. Arme opa, hij was dol op ons, maar ook blij als iedereen weer vertrokken was! Arme ik in dit geval…Voor mij waren de werklui de Filistijnen. Ik was blij dat ze ons huis opknapten, maar nog blijer toen ze vertrokken. Na een week was dat namelijk zo. Alle stellages werden afgebroken, de laatste likjes verf werden gezet, en weg reden ze.

De rust is weergekeerd, ons huis is tiptop geverfd, dus we kunnen er voorlopig weer tegen hier!

* M’n vader woont in de buurt van Schiphol, veel herrie van vliegtuigen dus.

Zomerblues

’t Is weer voorbij die mooie zomer…’

Dit weemoedig klinkende liedje van Gerard Cox uit 1973 zeurt de hele dag al in m’n hoofd. Belachelijk, de zomer is nog helemaal niet voorbij! Het is een beetje bewolkt, en het regent eindelijk weer eens. Toch voelt het voor mij vandaag wel zo. De zomervakantie is in elk geval bijna voorbij.

Gerard werkt allang weer, en ik heb mijn dagelijkse bezigheden en mantelzorg ook alweer opgepakt. Maar de kinderen hangen nog veel rond. Om de beurt hebben ze een week kamp achter de rug, allebei zijn ze dus een week het enige kind geweest thuis. Het was stil die weken. Janine mist Maarten toen hij op kamp was. ‘Nu kan ik jou niet irriteren’, schreef ze op een kaartje…was dat nou even jammer! Maar was sicht liebt, das neckt sich, leerde ik vroeger van mijn lerares Duits. Ze was zelf ook Duits en ik vond haar erg aardig, maar dat terzijde.

De eerste schooldag hebben ze alletwee vrij, dus dat begint al relaxed. De dag erna gaan ze kennis maken met de mentor en de klas, en woensdag begint het volgens mij dan echt. De één gaat naar de tweede, en de ander naar de vierde. Zo nieuw en spannend zou het niet moeten zijn, maar ze hikken er toch tegenaan. Zeven weken vakantie is een hele tijd, best lastig om dan weer in het gareel te komen. Ineens moeten ze deze week op tijd opstaan, brood smeren, naar school, huiswerk maken, naar voetbaltraining (Maarten dan) en natuurlijk een beetje chillen. Maarten gaat naar Mavo 4, dus die moet examen doen dit jaar. De klassen zijn door elkaar gemixt, daar is hij niet blij mee want nu zit hij niet eens bij zijn vrienden. Saai, zuchtte hij. Wie weet zitten er toch een paar leuke mensen in je klas, opperde ik. Daar had hij weinig vertrouwen in. Gelukkig ziet hij zijn vrienden nog wel in de pauze. Verder begint hij aan een baantje bij de supermarkt, ook al nieuw en een beetje spannend.

Janine komt ook in een andere klas dan vorig jaar. De helft van de leerlingen kent ze al, de andere helft niet. ‘Oh nee, zitten díe weer bij mij in de klas!’ jammerde ze vorige week al dramatisch. Niet dat ze gepest wordt hoor, maar alles aan school is niet leuk. Veel te veel boeken, een stom rooster en nog stommere docenten. Ze is op en top puber ook al is ze nog geen 13, en dat laat ze merken ook. Ik probeer er doorheen te laveren, met wisselend succes. Meisjes in de puberteit gedragen zich anders dan jongens. Maar één ding is hetzelfde; dat afwisselend afstoten en aantrekken. Ik blijf me erover verbazen. Hetzelfde kind dat je bij de deur afsnauwt waarom je hem of haar NU weer stoort, geeft je even later een dikke knuffel, of kruipt ’s nachts stiekem bij je in je bed!

Toen onze kinderen klein waren, was ik dolblij als de zomervakantie voorbij was. Eindelijk weer school, eindelijk weer rust in huis! Sommige moeders zeiden zelfs dat hun vakantie dan pas begon. Zo heb ik dat niet ervaren, want met de school begonnen ook weer de clubjes, zwemlessen, korfbal en gym. Zolang ze te jong waren om daar zelf heen te fietsen, moesten we altijd brengen en halen. Ik heb toch wat afgefietst al die jaren!
Die tijd is inmiddels allang voorbij. Waarom dan toch die zomerblues, dat melancholische gevoel? Het wordt deze week nog een keer 30 graden, het kan niet op deze zomer. Maar toch…het is een onbestemd gevoel, de tijd door je vingers glipt. Ineens is het al donker om half 10, moeten de lichten aan. Er liggen eikels op de stoep, blaadjes van de bomen zijn verdroogd en vallen af. In de tuin hangen een paar grote spinnenwebben met dikke spinnen erin. Eerste voorboden van de naderende herfst, waar ik als september kind eigenlijk óók erg van houd.

Voor alles is er een tijd, eeuwen geleden al opgeschreven door Prediker. En zo is het. Er is een tijd van vakantie, en een tijd van aan de slag gaan. Laten we dat nu maar snel gaan doen!

Hoogteziekte

De eerste wandeling met z’n vieren was niet zo’n succes. Ik had de route die middag zelf al gelopen, het was niet heel moeilijk. Een stukje langs de doorgaande weg, een stuk langs slinger weggetjes die steil omhoog liepen, en een bankje tussendoor om uit te rusten. Dat moest lukken met onze beginnende wandelaars. We vertrokken vroeg in de avond toen de ergste warmte voorbij was. Stevige schoenen aan, flesjes water mee. Maarten en Janine liepen in lekker tempo voorop, en wij er achteraan.

Twintig minuten later hadden we al een leuk uitzichtpunt bereikt, maar de weg liep nog verder omhoog. Gerard en ik wilden graag nòg een stukje lopen, maar de kinderen hadden geen zin meer. We spraken af dat wij iets verder zouden gaan en dat zij op ons zouden wachten. Ze hadden hun mobieltjes bij zich, dus ze zouden zich wel even vermaken. Gerard en ik genoten van de vergezichten. Het was prachtig zo met dat avondlicht, en het was zo rustig! Er viel een heleboel te fotograferen. Jammer dat de kinderen het zo snel zat waren.

Niet veel later belde Janine ons op. ‘Komen jullie al, het duurt zo lang!’ ‘Nou, dat viel in mijn ogen best mee. Zij hadden mooi op adem kunnen komen in de tussentijd en wij niet. Maar goed, we zouden een andere keer wel verder lopen. Dus gingen we terug en begonnen samen de afdaling. En toen ineens werd Maarten niet goed. ‘Ik heb buikpijn’, klaagde hij. Dat gebeurt wel vaker maar deze keer ging het niet over. ‘Ik voel me niet lekker…’ steunde hij even later, en toen keken we pas goed. Wat zag hij er beroerd uit! Lijkwit alsof hij wagenziek was, hij kon amper nog op zijn benen staan. Wat had hij nou ineens?

Gerard is op zulke momenten altijd een rots in de branding. Hij zocht een rustig plekje in de berm, waar Maarten even kon liggen. Janine en ik liepen een klein eindje verder, om af te wachten. Ik was niet blij, zacht uitgedrukt. Mijn gedachten gingen alle kanten op. Moesten we de auto halen om Maarten naar ons huisje te brengen? Nee, dan zou hij nog misselijker worden met al die haarspeldbochten. Moesten we een dokter bellen? Nee, zo erg was het nou ook weer niet. Konden zijn niet zo sterke longen niet tegen de frisse berglucht? Ik zuchtte diep, hadden we daar dan 800 kilometer voor gereden? Of had hij spontaan last van hoogteziekte? Daar worden mensen ook ziek van, had ik weleens gehoord. Dat zou ook niet best zijn, wat kon je daaraan doen?

Net toen ik hopeloos door mijn eigen gepieker een schietgebedje begon, kwamen Gerard en Maarten eraan. Maarten hing half op Gerard, maar hij liep in elk geval weer. Hij zag nog steeds bleek, maar het ergste was kennelijk voorbij. We hebben met z’n vieren nog een poos op een bank gezeten, totdat Maarten weer in staat om rustig terug te lopen. Pfff… Eenmaal terug bij ons huisje had hij weer praatjes en de verdere avond was er niets meer aan de hand. Heel apart.

De volgende ochtend voelde hij zich nog steeds prima. Ik stelde de kinderen voor om naar het dorpje te lopen om boodschappen te halen. ‘Okay”, zeiden ze. Hoe ver het precies was, dat wist ik niet. Maar het leek me goed om hun benen te laten wennen aan de bergweggetjes. Gerard bleef thuis om even rust te hebben.

Na nog geen tien minuten begon Janine te klagen… ze had buikpijn en was een beetje misselijk…wat nu weer? Weer een gevalletje hoogteziekte??? Ik dacht na. Ze zag er niet heel ziek uit, en ik had geen zin om weer een half uur langs de kant van de weg te zitten. Dus toen zij vol bleef houden dat het echt niet ging, belde ik Gerard op. Als hij haar tegemoet liep vanuit het huisje, dan konden Maarten en ik weer verder. Janine knapte meteen op van het idee dat ze niet mee boodschappen hoefde te doen. Het dorpje bleek overigens helemaal niet ver weg te liggen, dus dat viel ook weer mee. De enige die niet zo blij was die morgen, was Gerard. Hij had nu maar amper tijd voor zichzelf gehad…

Pas op de vierde dag lukte het om echt een flink eind te wandelen met z’n vieren. Niemand had nog last van hoogteziekte. Wel van dorst en moeie voeten, maar dat is weer een ander verhaal.

Vakantieschaamte

We zijn alweer een week thuis. De dagen in Oostenrijk vlogen voorbij! Op zich is dat een goed teken, maar ik vond het jammer. Ik had het zo naar mijn zin daar, ik had er wel een maand willen blijven! Alleen het internet was er niet best. Het is bijna een wonder dat ik één blog heb kunnen publiceren, want dat was de enige middag dat de Wlan* het aankon.

Dan nog wat. Ik heb dan wel geen vliegschaamte, want wij vliegen bijna nooit, maar wel een beetje ‘Kijk ons eens leuk op vakantie zijn’- schaamte. Vroeger had ik dat niet. Wij gingen met ons gezin drie weken naar het buitenland, en dat vond ik heel normaal. Toen ik twee was, ging ik al naar een camping in Italië. Andere jaren kampeerden we in Oostenrijk, Zwitserland, de Ardèche (Zuid-Frankrijk) en zelfs een keer in Ierland. Ik dacht dat iedereen dat deed, behalve onze buren… Inmiddels ben ik wel wat wijzer en weet dat veel mensen niet op vakantie gaan. Of in elk geval niet zo lang. Mijn eigen Gerard ging vroeger een dagje naar de dierentuin of zo, of een weekje logeren bij familie in Friesland. Pas op zijn vijftiende gingen ze voor het eerst samen naar ‘het buitenland’!

Ook in 2022 is het niet voor iedereen vanzelfsprekend om op vakantie te gaan. Ik ken mensen voor wie reizen te duur is, of waar het niet gaat vanwege hun gezondheid. Om nog maar te zwijgen over al die vluchtelingen over de hele wereld… Eigenlijk hoor ik bij the lucky few met al die mooie vakanties vroeger! Mijn vakantieschaamte is iets van de laatste jaren. Ik wil er niet mee te koop lopen dat wij ver weg gaan, ook al zijn er mensen die nog veel verder weg op vakantie gaan. Ik wil ook geen mensen jaloers maken, ook al ben ik niet verantwoordelijk voor de gevoelens van een ander. Wat wil ik dan wel? Na de eerste blog, waar ik overigens leuke reacties op kreeg, wist ik er even geen raad mee.

Ik heb er een poosje over na lopen denken. Uiteindelijk kwam ik hier op uit. Dat ‘Kijk ons eens leuk op vakantie zijn!’, is iets heel anders dan genieten van het mooie wat je gegeven wordt. Ik kon genieten van de weidsheid van de bergen, maar ik kan ook genieten van ons eigen achtertuintje. Het is allebei goed. Er is niets mis mee om blij te worden van je vakantie, waar die ook is. En wie geen zin heeft in mijn vakantiefoto’s en verhalen, die hoeft ze niet te lezen. Klik gerust iets anders aan.

Ik eindig hier met een paar foto’s, volgende keer een verslag van één van de wandelingen met onze tieners. Of van een excursie naar een bergmeertje. Of van mijn ontmoetingen met Oostenrijkse winkelhouders die helemaal geen Oostenrijkers bleken te zijn….ach, ik zal wel zien. Wordt in elk geval vervolgd.

*Wlan is het duitse woord voor Wifi.

Op vakantie in de bergen

Voor het eerst sinds jaren huren wij een huisje voor de zomervakantie. Nou ja huisje, eigenlijk is het een etage met drie kamers bovenin een groot huis.  Dit huis staat niet zomaar ergens, maar hoog tegen de bergen in Oostenrijk! Het land waar ik als klein meisje al heen ging met mijn familie, en waar ik verliefd werd op de bergen. Het land van Heidi en de romantische  Sound of Music.

  Ik vond het huisje onlangs op internet; hoe verrassend. De huurprijs stond me wel aan, dus de gok gewaagd en het huisje geboekt.  ’s Nachts lag ik ervan wakker. Stel je voor dat het er heel druk was, vol met asociale gezinnen. Met schreeuwende kinderen die alle lekkere stoelen op het terras bezet hielden! Of stel dat het smoorheet was op die bovenste verdieping, en wij daar zaten te smelten als chocolade. Of stel dat…nou ja enzovoorts.

Een mens lijdt het meest door het kwaad dat hij vreest, maar dat niet op komt dagen. Aan die spreuk denk ik de hele week al vanaf dat we hier zitten.  Het is super rustig hier. De enige mensen met kinderen hier zijn wij zelf! De andere gasten hoor je soms praten, maar daar is alles mee gezegd. Ik heb al tig keer koffie zitten drinken in m’n eentje op het zonnige terras, hooguit samen met Gerard. Je ziet hier geen kip! Zelfs amper een koe, en dat op de Oostenrijkse Alpen. Het enige wat je hoort in de verte zijn grasmaaiers, de hele dag door. En de wind door de bomen. Eigenlijk fijn om in elk geval Iets te horen!

Ik haal mijn hart op met wandelen langs steile bergen. Weggetjes op, weggetjes af, genietend van de vergezichten die adembenemend zijn. Elk moment van de dag zijn de bergen weer anders. Het is een genot om naar te kijken. Gisteren viel ik bijna in slaap op de wei naast het huis, vol bloemetjes en rond fladderende vlinders. Zo rustig en relaxed. Het is bijna meditatief om voor je uit te staren in de verte, en ik sla de beelden zoveel mogelijk op in mijn hoofd (en op mijn mobiel).

De enige die het hier niet leuk vindt, is mijn jongste dochter. Ze wil naar huis. Ze is blij met het internet hier, kan ze in elk geval nog wat! Wandelen is niet haar ding. Shoppen wel, maar als je wil shoppen moet je eerst in die hete auto over enge weggetjes de berg af. Niks aan! De dichtsbijzijnde snackbar is ook ver te zoeken, en het is warm buiten. Wat haar betreft pakken we de koffers maar weer in…Haar broer vindt het ‘wel leuk’ hier. Maar erg fanatiek met wandelen is hij niet. Net als thuis hangt hij veel op hun kamer, en komt eruit als hij honger heeft…Gerard vindt het wel leuk hier, oa ook omdat er een tv is hier en hij nu tenminste de Tour de France kan kijken.

Maar ja, pubers! Hoe kunnen ze het hier nou niet mooi vinden?

Dan denk ik aan vroeger. Mijn ouders deden vroeger veel ‘tochtjes’ door de bergen, met de auto wel te verstaan. Hoog door de bergen, soms stopten we even op een parkeerplaats. ‘Kijk toch eens hoe prachtig!’ zeiden ze dan tegen ons. Mijn broers en zus zaten Suske’s en Wiske’s te lezen en keken even op. ‘Ja mooi’, zei mijn oudste broer uit beleefdheid. Mijn andere broer en ik werden vaak misselijk op de achterbank. Ik nam me zelfs heilig voor later nooit zulke uitstapjes te maken!!!

Nou, je ziet wat er van komt. Nu ben ik de genietende ouder met ongeïnteresseerde kinderen. Over 25 of 30 jaar is het misschien wel hetzelfde bij mijn pubers. Dus ik blijf lekker genieten tot de laatste dag!