Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam was de oudste van drie kinderen, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje was de jongste van vier kinderen, kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten samen wel een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken, en een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht helpen. Alle namen van de deelnemers zouden er later op geborduurd worden, een kleurig geheel. In twee weekjes was kamptrui af.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van de bergen en van de hele groep. De mensen vertrouwden en ze voelde zich thuis. Het was ook heerlijk omniet echt de verantwoordelijkheid te dragen. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze dat goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal naar de groep dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eentje dan…Zou ze hem ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten plus een zwart jasje. Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke Oostenrijk-kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd? De kampleden merkten er niets van. Ze gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik…
Ja ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat Gerard een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. Andersom moest Gerard ook wennen aan een meisje als ik. Dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’. We trouwden op een prachtige lentedag, 22 maart 1991.
Onlangs kwam ik die trui tegen onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem maar eens uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog steeds niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht; hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets nieuws van! Iets wat beter past dan 30 jaar geleden.
Ik ben zo blij dat jij het met mij uithoudt Gerard. En dat geldt andersom ook. Ik ben trots op onze kinderen, voel me soms een beetje klein over zoveel dat ik gekregen heb. Ik ben ook dankbaar mensen om ons heen, zonder hen hadden we het misschien niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
De trui
Héél lang geleden…waren er eens een jongen en een meisje. Ze kenden elkaar niet, en normaal gesproken zouden elkaar ook niet tegengekomen zijn. De jongen kwam van de Veluwe, groeide op tot een slimme jongeman, studeerde in Wageningen en ging in militaire dienst. Het meisje kwam uit het westen van het land en studeerde in Utrecht. Ze was een beetje rusteloos. Zo bezocht ze elk jaar een andere studievereniging of kring, veranderde ze zeker 8 keer van kamer, en had ze ook al een paar vriendjes gehad. Geen van die jongens was echter de ware.
Op een dag zat zij zich in haar kamer te vervelen. Ze had net een geweldige vakantie gehad in Rome, misschien wilde ze daar wel naar terug om een jaar vrijwilligerswerk te doen! Toen belde een vriendin haar op. Ze zaten een uur te kletsen – dat deed je toen nog – totdat de vriendin vroeg of ze misschien zin had om naar Oostenrijk te gaan.
‘Naar Oostenrijk? Hoe bedoel je?’ ‘Nou, zei de vriendin,’ ‘ik ken een paar jongens die een kamp gaan leiden. Die willen er heel graag nog een meisje bij als staflid, en ik dacht dat jij daar vast wel zin in had!’ Het meisje dacht na. ‘Maar ik ken hun niet eens, en ik heb geen idee hoe dat moet! Wanneer begint het eigenlijk?’ Het bleek dat ze over 2 al dagen zouden vertrekken. De vriendin verzekerde haar dat ze niets meer hoefde voor te bereiden, alleen maar meegaan en helpen.
Wow, wat een buitenkans! dacht het meisje. Ze hoefde er geen dag over na te denken, ze ging mee.
En zo kwamen Gerard en zij elkaar voor het eerst tegen, ergens in 1989. Samen met nog zo’n 25 jongeren reisden ze in busjes naar Oostenrijk. Het huis waar de groep logeerde, stond op een prachtige plek. Een uitvalsbasis om bergwandelingen te maken. En een plek om plezier te maken, te zingen, te bidden en creatief te zijn.
Eén zo’n creatieveling begon zelfs spontaan een trui te breien, waar iedere deelnemer aan mee mocht werken. Tenslotte werden alle namen van de deelmeners erop geborduurd, een kleurig geheel. Je moest wel een beetje tempo hebben als je kon breien, want de vakantie duurde nog geen 14 dagen.
Het meisje werd op handen gedragen door de vier jongens die het kamp leidden. Voor haar was het dan ook een heerlijke tijd. Ze genoot van het hele gezelschap, het vertrouwen van de anderen in haar en ook van het feit dat zij niet echt de verantwoordelijkheid droeg. Dat droegen de jongens – en gelukkig deden ze het goed!
Twee dagen eerder dan de rest van de groep, stapte ze echter op de trein naar Nederland. Ze had al eerder afgesproken om naar een muziekfestival te gaan, en dat wilde ze niet missen. De jongens brachten haar naar het station en gooiden confetti over haar rode haar. Ze verzonnen een verhaal dat ze uit het kamp gezet werd…een hele slechte grap! Ze kregen er bijna ruzie door met hun kampgenootjes, die het helemaal niet leuk vonden dat het meisje zomaar wegging.
Het meisje (ik dus) zat met tranen in haar ogen in de trein naar huis. Leuk hoor, dat Flevofestival, maar wat een overgang ineens met de gezelligheid in Oostenrijk! En wat miste ze die leuke jongens toch, vooral eéntje dan…Zou ze hen ooit weer zien?
Al snel kwam ze erachter dat ze haar fototoestel was vergeten en een zwart jasje Dat hadden haar kampgenoten ook al ontdekt. Eén van de jongens ontfermde zich graag over haar spullen, en zou er persoonlijk voor zorgen dat ze die terugkreeg. En zo gebeurde het dat Gerard mijn spulletjes kwam brengen, op de dag van mijn afstuderen N.B. De andere jongens waren er ook, maar mijn hart begon toch echt sneller te kloppen voor hem. En dat was wederzijds! Voorzichtig begonnen we op Nederlandse bodem elkaar wat beter te leren kennen. Half september hadden we officieel verkering.
Een vriendje hebben is leuk, maar ook best wennen. Gerard en ik konden goed met elkaar opschieten en we waren echt verliefd. Maar ik voelde me nog steeds gauw onrustig. Misschien kon ik maar beter alleen zijn, dacht ik. Ik kon nog altijd in Rome gaan werken. Maar eerst hadden we nog een reünie van dat leuke kamp. In meerdere opzichten werd dat een verwarrend weekend. Ik vond het heel gek om ineens ‘de vriendin van’ te zijn, en werd een beetje stug. Gerard begreep daar niets van, wat deed hij verkeerd?De kampleden gaven ons samen de kamptrui, als dank voor het te gekke kamp en omdat wij nu een stel waren. Ze moesten eens weten dat ik het alweer uit wilde maken, dacht ik!
En ja hoor, ik maakte het uit, ik had geen zin meer. Maar dat bleek de oplossing niet eens te zijn. Ik moest echt leren om niet alleen verliefd te zijn, maar ook de ander de ander te laten zijn. Rekening ermee houden dat hij een andere achtergrond had. Ontdekken dat hij reuze slim was, maar dat dat niet betekende dat hij mij dus begreep. Van mijn eilandje afkomen, zo voelde het voor mij. En dat terwijl ik dacht dat ik altijd zo makkelijk was! Andersom moest Gerard wennen aan een meisje dat niet alleen vrolijk en dartel was, maar ook een eigen mening had. En een rugzakje vol bagage uit mijn jeugd, niet te vergeten. En dat had hij ook, maar we dachten allebei dat alles over zou gaan door ‘de liefde’.
Onlangs vond ik die kamptrui onderin een kast. We hebben hem bijna nooit gedragen, omdat het model veel te breed was voor onze smalle schouders. Maar weggooien, dat was zonde! Ik besloot hem uit elkaar te halen, wat hadden we er anders aan? Ik begon met foto’s ervan te maken en toen voorzichtig uit elkaar te halen. Dat was nog een hele klus! Elke dag een klein stukje, maar het ging zo moeizaam dat ik na weken pas op de helft was.
Totdat ik vorige week ontdekte dat ik aan de verkeerde kant was begonnen…Toen ik eenmaal aan de bovenkant begon met uithalen, was het een makkie! Behalve alle namen van de kampdeelnemers dan, dat bleef gepruts. Het is nu nog niet klaar.
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?
Al mijmerend vond ik de trui een mooi beeld van ons huwelijk. Wij trouwden op 22 maart 1991, vol dromen en idealen. Wat kregen we een mooi gezin! Kleurrijk en warm, vier dochters en twee zonen. En wat zat het ons soms tegen…werkloosheid, ziektes, stress. We lieten heel wat steekjes vallen en sommige kleuren vloekten bij elkaar.
Soms moesten we een stuk uithalen om het vervolgens weer recht te breien. Een huwelijk houdt geen stand als je er niet aan werkt. En je hebt niets aan een trui als je die niet draagt. Maar wacht, hier houdt de vergelijking op. We gooien de trui van onze relatie niet weg, we maken er iets anders van. Iets wat beter past dan 30 jaar geleden. Ik ben heel blij dat jij het met mij uithoudt Gerard! En dat geldt andersom ook. Ik ben ook dankbaar voor familie en mensen om ons heen, zonder hen hadden we het niet gered. Een groot feest zit er niet in door corona, maar wie weet, later?