Lichtpuntjes zoeken

Het was me het weekje weer wel zeg. Soms zeggen beelden meer dan woorden, vandaar ook meer foto’s dan anders.
Benauwend en vreselijk hoe de oorlog in Oekraïne maar doorgaat. Nog steeds weinig hoop op een diplomatieke ‘oplossing’. Gedreig met kernwapens klinkt zo onwerkelijk, daar kan ik met m’n verstand niet eens bij. En dat mensen in staat zijn om een kraamkliniek te bombarderen! Waanzinnig en ongelofelijk. Tegelijk gaat het leven door en dat is maar goed ook. Op de ene plek gaan mensen dood, op de andere plek worden kindjes geboren.

Hoe blijf je overeind met zoveel onrust om je heen? Bij gevoelige mensen zoals ik, komt alles wat harder binnen. Dus ik pieker wat af… Maar als ik blijf piekeren, word ik er ongelukkig van en daar help ik niemand mee. En wat schreef ik ook weer pas geleden: maak je geen zorgen voor de dag van morgen? Dan voeg ik daar nog maar wat aan toe: lichtpuntjes zoeken. Lichtpuntjes, geluksmomenten, zegeningen… ze zijn er elke dag. Ik moet mezelf alleen wel oefenen er oog voor te hebben, anders mis ik ze.

Zondag ging ik met mijn broer naar het strand. In één woord: heerlijk! Er stond een straffe wind en we kregen natte voeten, maar het was zo mooi! En ook waardevol om als broer en zus samen op te trekken. Dat lichtpuntje had ik al snel te pakken.

Maandag begon met een bezoek aan de tandarts. Niet het leukste uitstapje, maar het hoort erbij. Mijn tandarts is een jonge vrouw die me het gevoel geeft dat we samen voor mijn gebit zorgen. Ik doe het schoonmaakwerk en zij pleegt het onderhoud. Er waren wel weer de nodige aandachtspuntjes. ‘Links boven mesiaal in de gaten houden. Rechtsonder distaal idem.’ Het haakje bleef ergens wat langer haken en bij een andere tand zat ze ook aandachtig te peuteren. Maar tenslotte zei ze dat ik geen gaatjes had. Verbaasd kwam ik overeind; ik heb bijna altijd wel iets. Weer een lichtpuntje!
De rest van de dag vulde zich met huishoudelijke klusjes. Ik werd er moe van, echt weer zo’n maandag. Ik was vooral blij dat ik ’s avonds weer in m’n bed mocht kruipen…

Dinsdag was het alweer stralend. Prima weer om een oude fiets van onze zoon bij de fietsenmaker te brengen. Wat er precies mee was, wist ik niet, maar hij fietste voor geen meter. Terug moest ik dus lopen, maar dat was geen straf. Ik kwam toevallig langs een tweedehands kledingwinkel en scoorde daar 2 lange broeken, een rok en 2 shirtjes voor 22 euro. Alweer een meevaller!
’s Avonds ging ik naar mijn hardloopgroepje. Heerlijk om alle stress eruit te rennen onder de sterrenhemel. Het was niet eens zo koud, doordat de wind was gaan liggen. Lichtpuntjes genoeg die dag.

Woensdag begon het langzaam tegen te zitten. Ik ging naar m’n vrijwilligerswerk in Nijmegen* en had een lastig gesprek met m’n leidinggevende. Na 4 maanden proefdraaien had ze het idee dat dit toch te zwaar voor me was. Geen leuke boodschap. Enigszins down liep ik daarna anderhalf uur rond. ‘Als ik nog niet eens vrijwilligerswerk aan kan, wat dan wel?’, dacht ik somber. Om mezelf af te leiden nam ik foto’s onderweg, onder andere van Joris en de draak op de gevel van een oud pand. Later zag ik pas wat een lelijke rolluiken daaronder zaten.

’s Avonds werd Maarten rillerig en ziek. Hij had pas nog corona gehad, wat had hij nu weer? Donderdag bleef hij dus in bed. Janine moest gewoon naar school. In de loop van de dag moest ik met haar naar een kinderarts. Een vriendelijke vrouw die alle tijd voor haar nam. Maar na afloop was Janine boos; ze had iets heel anders verwacht en ze wilde naar huis.
‘Naar huis? Maar je hebt nog een paar uur school!’ zei ik. Janine hield vol dat ze echt niet lekker was en na een hoop gezeur gaf ik het uiteindelijk op. We fietsten samen terug naar huis, en een tempo dat Janine had! Ik kon haar amper bijhouden.
Toch had Janine het goed aangevoeld, want ’s avonds werd ze rillerig. Ze kreeg zo’n hoofdpijn ’s nachts dat ze er niet van kon slapen. Onrustig en koortsig woelde ze een poos bij mij in bed, totdat ik mompelde dat ze beter naar Gerard kon gaan. Die had nachtdienst en zat toch de hele nacht in de huiskamer op. Wat een vervelende dag alles bij elkaar!

Vrijdag zou ik naar een coach gaan. Eindelijk even me-time, zoals dat heet. Voordat ik vertrok, toch maar even een zelftestje bij Janine gedaan. De zoveelste in twee jaar, tot nu toe altijd negatief. Terwijl ik mijn tanden poetste en me klaarmaakte, zag ik plotseling twee streepjes bij de test. Nee toch, corona?! Dat veranderde de zaken weer. Allebei de kinderen ziek, terwijl Gerard lag te slapen, dat leek me niks. Dus gooide ik mijn planning om en bleef thuis. Dan maar online met de coach. Maar ook dat lukte niet. Ik had zo’n slecht beeld op mijn laptop, waardeloos. Uiteindelijk werd het een ouderwets telefoongesprek en daar knapte ik helemaal van op. Toch weer een lichtpuntje erbij.

Zo ongeveer ging mijn week voorbij. Waar ik halverwege geen lichtpuntje meer kon bedenken, zie ik er achteraf een heleboel. Maar omdat ik ze zo snel vergeet, schrijf ik ze op. ‘Tel je zegeningen één voor één’ zongen we vroeger in de kerk. Ik hoop er deze week ook weer een heleboel te mogen tellen.

* Ik deed vrijwilligerswerk bij een inloophuis voor mensen met allerlei psychische problemen.

Contrasten

Het is een stralende dag. De lucht is strakblauw, geen wolkje te zien. Zelfs de vliegtuigen laten geen spoor achter; het zijn net zilveren streepjes hoog in de lucht. Waar zouden de passagiers naartoe gaan, vraag ik me af. Lekker naar de zon in Spanje of nog even op wintersport? Na twee jaar coronamaatregelen mag het allemaal weer. Precies toen de voorjaarsvakantie begon, keerde onze vrijheid grotendeels weer terug. Wat hadden we daar naar uit gekeken!

Maar wacht even, voor we er goed en wel van konden genieten, trok het Russische leger Oekraïne in. Geen coronanieuws, maar oorlogsnieuws. Weg met het vrije gevoel, wat een contrast! Oekraïne lijkt dan wel ver weg, maar zo ver is het niet. Je bent er in een paar dagen rijden. De kranten staan er vol van en het nieuws gaat er voortdurend over. Wat moeten we doen, hoe kunnen we helpen? Wat als Rusland wint? En als dat onderhandelen geen zin heeft, wat zegt dat voor de toekomst van ons vrije Europa? Het maakt me bang en onrustig en ik ben ongetwijfeld niet de enige.

Tegelijk is het hier voorjaarsvakantie en de scholen zijn dicht. Heerlijk voor onze kinderen en ook voor ons. Niet dat Gerard en ik niets te doen hebben, maar het voelt toch een stuk relaxter. In het eerste weekend hebben we meteen feest. Twee kinderen van ons jarig: de uit huis wonende Johan en Willemijn. Ze willen het graag bij ons vieren, met familie enzo. Zo gezegd, zo gedaan. Een beetje onwennig haast zitten we met een huis vol mensen, maar gezellig dat het is! Wat een verschil met de afgelopen tijd. We vierden onze verjaardagen nog amper, er was bijna geen beginnen aan met alle coronaregels. Maar nu mag het weer, leve de vrijheid…

Onze Maarten en Janine zijn blij dat ze geen school hebben. Wat zouden zíj graag niet meer leerplichtig zijn… dat is pas vrijheid! Het vooruitzicht van nooit meer huiswerk, lonkt hen tegemoet. ‘Ik zie mezelf volgende week echt niet op school zitten hoor,’ zucht Janine. Wat ze dan wel wil? Ze heeft geen idee, gewoon niks. Niks in de zin van: uit bed komen wanneer ze zin heeft, eten wanneer het uitkomt, leuke dingen kopen, muziek luisteren en chillen.
Zo nu en dan zeuren wij lastige ouders aan hun hoofd, zelfs in de vakantie. Ze moeten mee naar het stadhuis voor nieuwe ID-kaarten, ze moeten naar de kapper, ze moeten op tijd eten en ze moeten zelfs hun mobieltjes weleens wegleggen! Echt geen luilekkerland hier in hun ogen. Gelukkig hebben ze hun eigen kamers nog, laptops, goede opladers en een warm gespreid bedje.

En dan zie ik foto’s in de krant. Eentje springt er voor mij uit: een Oekraïens meisje in een metrostation. Ze zal misschien 13 of 14 zijn. Ze hangt wat op een soort bed, haar rug tegen een koude muur. Ze staart voor zich uit. Nagels mooi gelakt in bijna dezelfde kleur als die Janine heeft. Rugtas naast zich en een knuffel op schoot. Geen mobieltje in haar handen. Verderop een heleboel volwassenen die veel met elkaar te bespreken hebben. Zij zit daar somber en alleen, een voorbeeld van een hangerige tiener die daar helemaal niet hoort rond te hangen.

Ik neem aan dat er geen oplaadpunten zijn in de metrostations van Oekraïne. Daar hoeft ze niet over te ruziën met haar broer of zus, als ze die (nog) heeft. Ze zou er een moord voor plegen om gewoon naar school te kunnen! Ze zou wel elke dag uren huiswerk willen maken en op tijd naar bed gaan, als die f#@%$!! oorlog nou maar snel afgelopen was!

Ik word al verdrietig bij het zien van dit ene meisje, laat staan bij de vele andere berichten….Laat deze ellende toch snel voorbij zijn. Laat de Russen beschaamd afdruipen. Geef vrede Heer, geef vrede, dat is het enige gebed wat ik kan bedenken.

Uit quarantaine

Hoe snel kunnen situaties veranderen! Zat ik twee weken geleden nog compleet in de stress over de opgelegde corona-maatregelen, vandaag zit ik in de stress over ‘het nieuws’ uit Oekraine. Was die quarantaine echt nog maar twee weken geleden? En vond ik dat echt zo vreselijk? Ik blader in mijn agenda en zie dat dat zo is. Niet te geloven. Wat staat ons over twee weken dan te wachten?

Gelukkig heb ik al vroeg in mijn leven een belangrijke wijsheid van mijn moeder meegekregen. “Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”. Ze las dat voor uit de bijbel. In een andere vertaling staat: ‘Bewaar je zorgen maar voor morgen, je hebt het al moeilijk genoeg met vandaag.’ Een levenslange les die ik maar niet onder de knie krijg…

Ik maakte me behoorlijk zorgen over hoe het allemaal zou gaan. Dat ik me ineens aan regels moest houden was een ding, maar de vraag of wij aangestoken zouden worden was óók een ding! Want Gerard was niet ingeënt, en Janine ook niet. En hoewel omikron bij de meeste mensen tot milde klachten leidde, was er nog steeds een groep die erdoor in het ziekenhuis belandde. Wie zei dat ons dat niet zou overkomen? Maarten was er in elk geval behoorlijk ziek van. Hij had 39.5 en kon totaal geen licht verdragen…als dat dan milde klachten waren?

De koorts zakte even plotseling als dat ‘ie gekomen was. Even leek Maarten beter, maar vervolgens kreeg hij elke klacht die in het rijtje van corona hoort. Al met al was hij een dag of 12 ziek. Best lang, ook al is er gelukkig geen long-covid op gevolgd.

Wij drietjes zaten als het ware klaar om ziek te worden. Als het dan zo besmettelijk was, dan zouden we NU toch wel de klos zijn. Zeker Janine, die ook nog dag in dag uit naar school moest. Haar klas was al gehalveerd door het aantal zieke leerlingen.

We deden niet aan super strenge isolatie. Dat leek ons weinig zin hebben, omdat Maarten al twee dagen ziek was voor de positieve uitslag kwam. We hielden wel gepaste afstand, en Maarten zat veel op zijn kamer. .Janine had het er een beetje moeilijk mee. Oneerlijk toch dat die luie broer van haar op z’n bed mocht blijven liggen en zij door weer en wind naar school moest! Terwijl zij ook hoofdpijn had en zich niet lekker voelde…Zo stom ook dat zij niet in quarantaine hoefde, dat wilde ze juist en nu had de regering net de regels weer veranderd!

We hebben haar ook maar een dag thuis gehouden, ook al had de hoofdpijn een andere oorzaak. Ze werd steeds handiger met zelftesten, maar die bleven negatief. We gingen samen naar de GGD op dag 5, voor een officiële test. Er stond niet eens een rij wachtenden voor ons, en het testen was zo klaar. Wat een verschil met die allereerste test aan het begin van de pandemie! De medewerker van toen zat minutenlang met zo’n staafje in haar neus, heel pijnlijk. en vervelend. Deze keer was het in een handomdraai gepiept. Een dag later bleken ook die testen negatief.

Het was eigenlijk een beetje vreemd. Zit je te wachten op ziekte en narigheid, en dan gebeurt er niks! Na een week was er nog niemand besmet hier, en na twee weken ook niet. Toen maakte ik me daar weer zorgen over. Ik was er van uit gegaan dat Gerard ziek zou worden, wat in elk geval als voordeel zou hebben dat hij anti-stoffen op zou bouwen. Plus een groen vinkje zonder inenting, best wel handig. Corona was toch zo besmettelijk?

Inmiddels zijn we een paar weken verder en allang weer uit quarantaine. We hebben alweer andere dingen aan ons hoofd, zo gaat dat. Ik ben dankbaar dat we gespaard zijn gebleven, al lijkt het niet logisch. Waarom wordt de één zo ziek en de ander niet? Waarom sterft de ene mens en heeft de ander nauwelijks klachten? Waarom is het oorlog in Oekraïne en maken wij ons druk over de gasprijs en Wie is de mol? Moeilijke vragen…ik kom er niet uit. Ik probeer te genieten van elke dag die ik krijg, elke dag heeft inderdaad genoeg aan zijn eigen kwaad. En niet alleen aan zijn kwaad, ook aan zijn goed! Met die gedachte ga ik zo slapen.

Ik wens je een mooie dag toe vandaag!

In quarantaine

En ja hoor, net als vele anderen zitten ook wij in quarantaine. Eindelijk. Al twee jaar ontsprongen wij de dans, al raasde het corona-virus in verschillende gedaantes door ons land. Best bijzonder als je bedenkt dat Gerard en de kinderen (nog) niet ingeënt zijn, om diverse redenen. Zelf ben ik dan wel ingeënt, maar heb geen booster genomen. Het leek mij niet nodig. Ik ben al 2 jaar niet verkouden, terwijl ik geregeld bij mensen in de buurt was, die later corona bleken te hebben.
Hoe dan ook, we slaagden er allemaal in om niet ziek te worden. Maarten en Janine hadden wel een paar keer vage klachten. Hoe kan het ook anders, met zoveel besmettingen om je heen. (‘Ik voel me niet lekker, misschien heb ik wel corona.’). Het grote voordeel zou natuurlijk zijn dat ze dan niet naar school hoefden! Helaas voor hen testten ze elke keer negatief. Maar toen Maarten afgelopen week uit school kwam, zag ik meteen dat er iets mis was.

‘Ik ben ziek,’ zei hij met een treurig gezicht. Hij ging direct naar boven en kroop in bed. Dit keer was het raak. Hoofdpijn, keelpijn, hoge koorts…maar een negatieve zelftest! Hoe kon dat nou? Ik vertrouwde die zelftesten al niet, maar toen al helemaal niet meer. Maarten was zo ziek als wat, het leek op een ouderwetse griep. Toen de koorts zakte na 48 uur, kreeg hij weer wat praatjes. Juist toen kwam de uitslag van de GGD, dat hij toch echt corona had! Hij moest dus in isolatie en wij moesten in quarantaine.

Het volgende uur was ik bezig om informatie daarover te lezen van het RIVM. Informatie voor degene die Corona-positief getest was, informatie voor naasten van degene die positief getest was, met weer een verschil of die naaste een familielid is of gewoon huisgenoot, al dan niet onder de 18, enzovoorts. Het is heel wat hoor! Je mag ineens een heleboel niet als je in quarantaine moet. “Blijf thuis, houd afstand, geen bezoek, laat je testen op dag 1, laat je testen op dag 5, niet knuffelen, zoenen of seks…”
Vriendinnen van me die het nieuws van me vernamen, boden meteen aan om boodschappen te halen. Heel lief, maar dat had ik met een vooruitziende blik zelf al gedaan. We zouden het wel even redden Nu moesten we eindelijk ondergaan wat talloze anderen al ondergaan hadden. Zo moeilijk kon dat niet zijn, toch?

Als ik heel eerlijk was, vond ik het stomvervelend. Ik werd er sacherijnig van en onrustig. Normaal als ik me zo voel, ga ik een eind wandelen of hardlopen. Maar dat mocht niet, want ik moest thuisblijven. Tenminste, zo kon je het opvatten. Maar ik had geen klachten en de zelftest was negatief. Ik zou een prettiger moeder zijn als ik even frisse lucht ging halen, dacht ik opstandig. En waar ik heen ging, was het toch rustig. Zogezegd, zo gedaan, en het was heerlijk buiten.
De dag erna voelde ik me toch nog steeds onrustig. ‘Stel je toch niet zo aan!’ sprak ik mezelf streng toe. ‘Wat is er nou zo erg aan die regels voor een paar dagen?’ Maar ik voelde me toch depressief. Waarom toch? Niet omdat Maarten zo ernstig ziek was, die zat alweer te gamen. Niet omdat ik bang was voor corona, dat was het ook niet. Waarom dan wel? Ik ging serieus hard nadenken waarom ik me zo naar voelde. En ineens wist ik het!

In een flits zag ik mezelf weer in het ziekenhuis liggen, veertig jaar geleden. Ik was zestien en had anorexia nervosa. Ik lag daar omdat ik zoveel afgevallen was, dat het niet meer verantwoord was. Ik lag alleen op een kamertje op de kinderafdeling, maar mocht de deur niet eens uit. Ik mocht geen bezoek van familie, geen telefoon, geen wandelingetjes over de gang, behalve naar de wc. En dan moest er een zuster mee die voor de deur bleef staan, waarschijnlijk om te luisteren of ik niet ging braken (wat ik nooit deed). Het was verschrikkelijk, het leek wel een gevangenis! Tien weken lang heb ik geen familie gezien, met uitzondering dan bij de begrafenis van mijn opa, het enige uitje heel die zomer…
Ja, het was nodig dat ik opgenomen werd. Ja, enige afstand met mijn familie was wel even goed. Maar geen 10 weken! Ja, ik moest vechten voor m’n leven om weer beter te worden, maar mijn familie was de vijand niet. Dat was mijn ziekte en alle dingen die het in stand hielden. Helaas waren de inzichten toen nog niet zo ver als nu…

Terug naar het heden. Ik voelde me al veel beter. Die quarantaine was vervelend, maar kort. De regels waren vervelend, maar niet zo erg als tijdens mijn ziekenhuisopname. Ik kon lekker uitslapen, hobby’s doen, lezen, lekker eten, even wandelen of tv kijken. Het was eigenlijk best gezellig! En ik hoefde het niet alleen te doen. Mijn familie was om me heen, en ik kon bellen en appen wie ik maar wilde. Zelfs als de volgende van ons positief getest zou worden, en we nog langer in quarantaine moeten, zou ik niet alleen zijn. Een hemelsbreed verschil met vroeger!

90-plus en nog wat

Verrassend snel na het verzenden van het document – zie https://bllnstrk.wordpress.com/2022/01/31/90-plus/ – kreeg ik een telefoontje. Ik was aan het wandelen en verstond de naam niet goed. Maar al gauw bleek waar het om ging: het personenalarm voor mijn vader. Ik verwachtte eigenlijk dat we het document nog niet goed ingevuld hadden, of dat ze toch nog een toestemmingsverklaring nodig hadden van de huisarts. Maar nee, daar gingen zij niet over. Ze wilden een afspraak maken om de boel te installeren en wel over 4 dagen. Dan al? Daar had ik helemaal niet op gerekend!
Ik keek thuis in m’n agenda, overlegde met m’n broer en samen besloten we dat een week later ook best kon. Dan kon ik een nachtje bij m’n vader slapen en had ik er rustig de tijd voor.

De monteur zou die bewuste dag tussen 9 en 12 komen. Mijn vader en ik waren er klaar voor. Trring… ging de bel om 10 voor half 10. Daar was hij al. Ik deed de voordeur open en liet de man binnen. Mijn vader bleef op de achtergrond staan en zei niet zo veel. Zodoende liep de communicatie vooral via mij. ‘Nee hoor, ik hoef geen koffie. Waar staat het modem? Achter de bank? Tjees wat een oud geval, zeker al jaren niet meer vervangen. Bij welke provider zit u, meneer?’
Mijn vader had geen idee. ‘Volgens mij bij de KPN, dat staat er toch op?’ zei ik. ‘En dat modem is nog niet zo oud hoor, er is hier glasvezel aangelegd een aantal jaar geleden.’
De monteur zat een poosje te prutsen, terwijl mijn vader nog steeds de kat uit de boom keek. De monteur trok zich er niets van aan. Hij hield wel van een kletspraatje. Als kind had hij hier in de buurt vaak gekampeerd, vertelde hij. Bij een boerderij aan de Kagerplassen. ‘Echt waar?’ zei ik. ‘Ja’, zei hij, daar was een kleine camping en het was heel erg leuk. Zo heb ik geleerd op een trekker te rijden.’
Mijn vader liet zich nog niet uit de tent lokken. Ondertussen babbelde de monteur maar door. ‘Ja joh, dat waren nog eens mooie tijden. Lekker kamperen daar en zwemmen en natuurlijk vissen. We vingen daar zoveel, niet normaal!’

Nu had hij mijn vaders nieuwsgierigheid gewekt, want hij keek op.
‘Vissen?’ zei ik, ‘Daar hield jij vroeger toch ook van, pap?’ ‘O ja’, zei mijn vader, ‘Nou ja als klein jochie dan hè’.
De monteur vertelde enthousiast hoeveel vis hij wel binnenhaalde door een speciale techniek. Iets met een tros wormen en peuren. Ik wist niet waar hij het over had, maar mijn vader wel. ‘Wij hadden vroeger alleen maar een simpel hengeltje. We waren jaloers op die lui die konden peuren! Alleen vingen wij dan niks meer…’ Hij leek nog verontwaardigd, ook al was dit toch zeker 80 jaar geleden.

Ondertussen ging het aansluiten van het alarm niet zonder slag of stoot. Er werd gemompeld en gescholden toen het niet lukte. ‘Waar zit het hoofdkastje?’ vroeg de monteur.
Volgens hem was de boel echt verouderd. ‘Kijk hier zit nog een koperdraadje, weet je zeker dat het internet wel goed is aangesloten?’ vroeg hij nog eens. Ik begon nu ook te twijfelen.
Gelukkig gaf de monteur de moed niet op en knutselde verder. Ondertussen gaf hij mijn vader een polsbandje met een dikke knop erop. ‘Kijk meneer, doe die maar om. En nu houdt u hem ook voorlopig om. Ken u altijd iemand bellen als er wat mis is. Hier is de gebruiksaanwijzing, het is heel simpel’. Hij gaf mij een papier met instructies, en inderdaad zag het er niet moeilijk uit.
‘Druk is effe op dat alarm meneer, dan kunnen we testen of tie het doet,’ zei de monteur. Onzeker keek mijn vader naar het polsbandje. ‘Wat moet ik doen?’
‘Druk maar op die knop, ja ietsje harder nog,’ zei de monteur.
Er klonk een geluid door de kamer alsof er een oude telegraaf aan het ratelen was. ‘Wat gebeurt er nou toch allemaal?’ vroeg mijn vader ongerust.
‘Dit is niet goed’, mompelde de monteur voor zichzelf. Hij rommelde weer wat aan de draadjes en liet mijn vader nog een paar keer bellen. Net zolang tot er een vrouwenstem door de kamer klonk: ‘Met Sylvia, waarmee kan ik u helpen?’ ‘Hai Syl, met mij’, zei de monteur. ‘Alles goed? Ik ben bij mijn eerste cliënt vandaag. Nou, werk ze!’
Mijn vader moest daarna nog een keer naar Sylvia bellen, en ja hoor, het lukte! Al haperde het internet teveel naar de zin van de monteur, de operatie leek geslaagd.
Hij legde mijn vader voor de derde keer uit dat hij vanaf nu dat bandje 24 uur om moest houden. ‘Ik kom vanavond langs om te zien of u hem om heeft hoor!’ dreigde hij. Met nog als laatste instructie dat mijn vader vooral niet achter de bank moest gaan stofzuigen, vertrok hij.

‘Waarvoor heb ik dit bandje om?’ vroeg mijn vader mij zodra de monteur weg was. ‘En wat staat daar voor een kastje in de vensterbank?!’

Ik denk dat ik het die dag wel vijf keer uit heb moeten leggen, en nog snapte hij het allemaal niet precies. Ach ja, neem het hem maar eens kwalijk. Maar in elk geval, als er op een kwade dag iets met hem gebeurt, dan kan hij alarm slaan via de knop. Voor ons als kinderen toch een hele geruststelling.

Een week later vroeg ik hoe het ging met het alarm. ‘Oh best’, zei mijn vader, ‘Maar hij is nog niet één keer afgegaan!’ ‘Nee pap,’ zei ik weer geduldig, ‘dat ding gaat ook niet af. Jij moet op die knop drukken als je gevallen bent, of als je je ineens niet lekker voelt’.
Het blijft een vreemd geval voor mijn vader. Overdag is hij er nu aan gewend, maar ’s nachts doet hij zijn polsband af. ‘Ach, dan ligt ie gewoon op het nachtkastje,’ zegt hij. ‘Er gebeurt toch niks’. Laten we het hopen. En anders is daar nog altijd de buren tam-tam, gelukkig zijn er meer mensen die onze pa daar in de gaten houden! Techniek is tenslotte ook niet alles…

90-plus

Afgelopen zomer heeft mijn vader de respectabele leeftijd van 90 bereikt. Inmiddels is hij dus 90-plus! Toen zijn tweede vrouw een paar jaar geleden overleed, waren we bang dat hij geen zin meer in het leven zou hebben. Dat had hij namelijk zelf een paar keer verkondigd. Maar nee, ondanks het gemis krabbelde hij weer op. Hij kreeg er weer plezier in om zijn eigen gangetje te gaan en begon zelfs weer in de tuin te rommelen. Dat was een goed teken! Die tuin was altijd zijn lust en zijn leven, maar tijdens de ziekte van zijn vrouw kwam hij nergens meer aan toe.

Wat zijn leeftijd betreft, is mijn vader geen uitzondering in de familie. Zijn moeder werd 92, diverse tantes 93, en zijn eigen opa 97! Ik heb die opa nog meegemaakt; stokoud vond ik hem en een beetje eng. Hij praatte behoorlijk Zeeuws, dus ik verstond hem niet goed. Hij mij ook niet, omdat hij flink doof was. Maar ik was er wel trots op dat ik een overgrootvader had van bijna 100!

Mijn vader is niet doof. Hij woont op zichzelf en is nog redelijk fit, althans… voor een man van zijn leeftijd. Helaas zien we hem best achteruit gaan de laatste tijd. Alsof er een kentering is gekomen: de mijlpaal van 90 is bereikt en nu wordt het allemaal minder. Helemaal niet vreemd, maar toch wel even slikken.

Telefoongesprekken met m’n vader gaan vaak over dezelfde dingen. Over het weer en of hij al buiten is geweest. Een afspraak maken om op bezoek te komen is op zich niet moeilijk. Maar hij vergeet steeds wat je net gezegd hebt. ‘Wat zei je, wanneer kom je langs? En met wie? Ik geloof dat ik die dag niks heb, maar wanneer kom je dan precies?’
Intussen hebben we ontdekt dat het helpt, als hij zo’n afspraak meteen in de agenda zet. Maar daar moet je hem wel eerst op wijzen. ‘Pak de agenda maar even pap, dan weet je het straks ook nog’. Die agenda ligt meestal wel in het zicht – met dank aan mijn broer – maar pennen niet. ‘Even wachten hoor, eerst een pen zoeken’. Tegen de tijd dat hij die pen gevonden heeft, beginnen de vragen weer opnieuw. ‘Dus je wilde langskomen hè? Wanneer kom je dan? Alleen of met de anderen…?’

Ergens in het najaar is hij gevallen met de fiets. Hij wilde een kaartje in de bus stoppen van een bekende die jarig was. Zonde om daar een postzegel voor te gebruiken, vond hij.
‘Ons Zeeuwen bin zunig ee!’ Die zuinigheid leverde hem een valpartij op bij het afstappen. Broek gescheurd, knie kapot, en niemand die hem zag liggen…
‘Nou, toen ben ik zelf maar weer overeind gekrabbeld, ‘ vertelde hij later een beetje sneu. Sindsdien durft hij niet meer op zijn eigen fiets. Alleen nog op een oude damesfiets waar je makkelijk op en af kunt stappen.

Hij vergeet geregeld om iets te drinken tussendoor en denkt er ook niet altijd aan om kleren te wassen. Zodoende maakten mijn broers, zus en ik ons ongerust. Niemand van ons woont dichtbij en dat is best lastig. Zelf doe ik er ruim 5 kwartier over als ik in de auto stap, of twee-en een half uur met het OV. Mijn ene broer woont relatief dichtbij (half uurtje rijden), maar mijn andere broer woont in Duitsland en mijn zus in de Verenigde Staten. Tijd dus voor een alarmknop. Ik nam het op me om dat te regelen.

Het was een heel gedoe; bepaald geen klusje van even tussendoor. Ik moest eerst diverse instanties bellen voor ik bij de goede was. Daarna volgde een tijd van gegevens verzamelen, zoals het BSN van mijn vader (‘Wat is dat? Oh, ik geloof dat ik dat ergens op een briefje heb geschreven, maar waar die dan weer ligt?’, wat het emailadres van zijn huisarts was of welke medicijnen hij gebruikt (‘Medicijnen? Nou dat weet ik niet hoor’). Mijn altijd zo super-georganiseerde vader bleek toch heel wat minder overzicht te hebben dan ik dacht… Na die middag dacht ik het online verder thuis wel te kunnen regelen. Dat was ook zo, maar het online invulformulier was een draak van een document. Je kon tussendoor opslaan, maar dan was je toch steeds een deel van de gegevens kwijt. Erg onhandig! Na diverse invulpogingen, appjes over en weer naar mijn broer en een hoop gemopper, ben ik na een week nog maar een keer naar mijn pa gereden. We hebben het uiteindelijk samen in kunnen vullen. Het moeilijkste was op het eind nog een handtekening zetten met een muis. ‘Zet maar gewoon je eerste letters of zo’, zei ik. Maar nee, mijn vader probeerde geduldig zijn eigen handtekening precies na te maken. Dat viel dus niet mee met een muis. Na 4 pogingen werd ik ongeduldig. ‘Zal ik het eens proberen?’, maar ook die poging mislukte. Tenslotte slaagde mijn vader er zelf in om een soort paraaf te tekenen. Ik drukte op de knop van verzenden en klaar was Kees!

Nieuwsgierig hoe het verder liep? Even geduld nog.

– Wordt vervolgd –

Kerstverlichting in januari

Wat is het toch donker buiten. De kortste dag van het jaar is alweer een maand geleden, maar ik merk er weinig van dat de dagen langer worden. Ik wil eigenlijk niet zeuren, maar als rasechte Nederlander kan ik het niet laten. Wat een suffe winter! Al die grijze mistige dagen, geen gezellig pak sneeuw of vrieskou in de lucht…En dat terwijl we misschien wel een witte kerst zouden krijgen, aldus de weermannen. In november werd ik door mijn eigen zoon al lekker gemaakt met een strenge winter. De hoge- en lage drukgebieden lagen precies zo als in de winter van 1963, aldus andere weermannen. Dat beloofde wat! Maar nee hoor, de temperatuur is volgens mij nog geen 24 uur onder nul geweest.

Behoorlijk vroeg dit jaar zagen we hier in de buurt al kerstverlichting hangen. Een enkeling begon er in oktober al mee, maar de meesten in november. In elk geval ver voordat Sinterklaas gevierd was. Dat was vroeger ook wel anders! Toen ik klein was, deden we nog aan advent. Mijn vader hing een adventsster op voor het raam, en mijn moeder zorgde voor een adventskandelaar met 4 kaarsen. Elke week mocht er een kaarsje meer aan, en als ze alle vier brandden, dan was het bijna kerst. Pas dan kwam er een kerstboom bij ons in huis, die verder in de kerstvakantie mocht blijven staan. Het laatste weekend van de vakantie werd de kerstboom afgetuigd, en alle versiersels gingen netjes in dozen naar zolder. Mijn ouders hielden erg van regels en routine. Maar mijn moeder klaagde wel vaak dat januari zo’n vervelende maand was. Zo saai, helemaal geen gezelligheid en feesten meer. En koud natuurlijk! Ze hield niet van schaatsen of van ons op de slee trekken, dus wat haar betreft mocht het meteen lente worden.
Mijn moeder leeft allang niet meer. Wat zou ze haar ogen uitkijken naar al die versierde huizen tegenwoordig! Kerstversieringen langs de dakgoot en pergola’s, kerstbomen binnen en buiten, hertjes in de tuin. Ik denk dat ze haar hoofd zou schudden om zoveel poespas. Of zou ze het eigenlijk wel leuk vinden?

Corona maakt het leven er niet leuker op, dus wij deden er dit jaar alles aan om het in huis gezellig te maken. Eén adventsster vóór en eentje achter, daar begon het mee. Twee kleine kerstboompjes in de huiskamer in plaats van één grote. Veel gekleurde ballen en ook heel veel lampjes. Niet ik, maar Gerard spande de kroon met overal kerstverlichting ophangen. Een snoer in het trappenhuis en een snoer van de keuken naar de huiskamer. Leuk hoor, al dat extra licht! We hadden bij wijze van spreken geen lampen meer nodig. Maarten kreeg ook nog een lichtsnoer met ledlampjes van Sinterklaas. Janine was daar erg jaloers op, want zij had dat ook op haar verlanglijst staan. ‘Ik wil er ook een!’ klaagde ze. Eerst leek me dat geen goed idee, vanuit pedagogisch oogpunt. Maar op de dag dat er een lockdown aangekondigd werd, zijn we maar snel naar een winkel gegaan. We kochten er twee doosjes met lichtsnoeren en nog meer spul. Thuis snapte ik niet waarom ik twee doosjes kerstverlichting had gekocht, maar Gerard wist er wel raad mee. Eentje in de kamer van Janine en eentje in de tuin! Die in de tuin was nog bijzonder ook. Blauwe, groene en rode lampjes wisselden elkaar af, in wisselende tempo’s. Ik geneerde me er bijna om, het leek wel een kermisding. Wat zou mijn moeder daarvan gezegd hebben?! Maar Gerard vond dat het moest kunnen en de kinderen klaagden er ook niet over. Tot afgelopen weekend.

‘Wat hebben jullie nou in de tuin hangen?’ merkte onze dochter Willemijn op. Ze logeerde het weekend gezellig bij ons. ‘Wat een ding zeg, net iets voor Tokkies! Dat is toch niks voor jullie?’
Ik was het helemaal met haar eens, maar Gerard haalde zijn schouders op. ‘Gezellig toch?’ zei hij. ‘Wat is erop tegen om de tuin te versieren!’ Niets op zich in de kersttijd, maar het was toch al lang januari. ‘Maandag is het Blue Monday, een mooie dag om de kerstverlichting weg te halen’, vond ik. ‘Vooruit’, zwichtte Gerard.

Om precies te zijn hangt het snoer er nu nog steeds, maar het kan niet meer branden. De batterijtjes zijn eruit. Ik zie Gerard er wel voor aan om dat ding het hele jaar door aan te doen. Met verjaardagen of zo, of op warme zomeravonden. Nou ja. Vandaag was ik even bij een vriendin, en daar hing de adventsster nog! Voor de gezelligheid, maar ook als teken van licht in de duisternis. Eerst wilde ze haar kerstboom langer laten staan, maar die begon teveel naalden te verliezen. Ik vond het leuk staan, die ster. Als het dan toch steeds donker is en niet sneeuwt, dan maar kerstverlichting in januari…

Goede voornemens

De eerste week van januari is alweer voorbij. De kop is eraf, zogezegd. En die kop ging snel! Het was kerstvakantie, en die vakantie hebben we goed benut met bijslapen, rommelen in huis, wandelen en onze ouders opzoeken. Voor de gezelligheid lieten we onze kleine kerstboompjes lang staan, en de adventssterren hingen er tot en met Driekoningen. Daarna was ik de kerstspullen wel helemaal zat.
Ik had me op Nieuwjaarsdag voorgenomen om geen goede voornemens te doen. Ik had toch geen idee wat. Toch betrapte ik mezelf er een paar keer op dat ik dingen dacht als: “Dit ga ik niet meer doen dit jaar”, of: “Dat ga ik nóg beter doen”. Een nieuw jaartal nodigt toch blijkbaar uit om dingen te willen veranderen. Vaak zijn het van die dingen als: meer op m’n gezondheid letten, meer sporten, minder op m’n telefoon etc.

Dat laatste heb ik één dag serieus geprobeerd. Niet met het idee van het hele jaar, maar gewoon voor het idee. Nou, het was een bijzondere ervaring. ’s Ochtends ging het prima, ik miste het helemaal niet. Wat een vrijheid ineens! Niet steeds bezig met appjes beantwoorden of toch even snel op Facebook kijken. ’s Middags werd het al moeilijker, vooral toen ik moe werd. Blijkbaar pak ik m’n mobiel dus vaak als ik niets anders te doen heb. Dan lees ik meteen even de hoofdpunten van de NOS, maar het was best relaxed om dat niet te doen. ’s Avonds na half 9 vond ik dat ik toch echt even op whattsapp MOEST kijken wat ik zoal gemist had, en ook het nieuws kon niet wachten tot morgen. De dag was toch bijna voorbij, dus het experiment ook. Mijn conclusie was: ik had weinig gemist, en ik hield behoorlijk veel tijd over. Toch heb ik er geen gewoonte van gemaakt om de dagen daarna radicaal anders om te gaan met mijn mobieltje. Tja, de macht der gewoonte. Blijkbaar wil ik toch liever gestoord worden, of verveel ik me geregeld.

Ik hoefde me ook niet voor te nemen om minder te gaan roken. Ik heb nooit gerookt. Dat ik zelfs nooit een sigaret heb geprobeerd, had vooral te maken met mijn opa’s. Die rookten allebei; de ene rolde shag en de ander rookte sigaren. Ergens vond ik het wel lekker ruiken, maar allebei de opa’s hoestten zo verschrikkelijk! Eén van hen kreeg zelfs longkanker, en dat maakte zoveel indruk op mij dat ik nooit aan roken durfde te beginnen. Daarbij kregen wij van onze ouders 100 gulden op onze 16e verjaardag als we dan nog niet gerookt hadden. Geen probleem voor mij. Elk jaar dat je volhield kwam er weer 100 gulden op je spaarbankboekje, dus pa en ma betaalden zich arm aan hun 4 niet-rokende kinderen (waarvan er sommigen toch weleens stiekem aan een sigaret zaten). Toen ik 21 werd, zette mijn vader er een punt achter.

Gezonder gaan leven dan en meer sporten, jaaa!!! Dat wilde ik wel. Ik had dat het afgelopen jaar al in gang gezet door naast jazzdance (één keer per week), bij een hardloopgroepje te gaan (twee keer per week). Mijn conditie is er zeker op vooruit gegaan. Totdat bij de zoveelste lockdown de deuren van de sporthal dicht moesten. Geen jazzdance meer dus… Hardlopen mocht nog wel, maar later werd dat ook gedoe. Alleen in tweetallen toegestaan, ja hallo zeg! Zo onhandig als je normaal met een groep van 12 of 15 bent. Binnen de kortste tijd had ik alweer hoofdpijn en last van m’n rug. Kun je nagaan wat sporten met je doet. Ik hoop van harte dat de nieuwe regering die conclusie ook heel snel trekt!

Er is één gewoonte die ik nog niet genoemd heb, waar ik echt wat mee wil doen. En dat is: niet zo streng zijn voor mezelf. Ik vind mezelf geen perfectionist, en in theorie weet ik dat de lat te hoog leggen, niet slim is. Toch doe ik het steeds weer. Dan vind ik mezelf dom, erger ik me aan die onzekerheid die steeds weer de kop op steekt, en twijfel ik aan mijn kunnen. Stiekem hoop ik de beste te zijn met hardlopen of de vlotste in contacten leggen. Wil ik een leuke vrijwilligster zijn die niet zo snel uit het veld geslagen is en ga zo maar door. En als ik dan faal in eigen ogen, leg ik mezelf iets op. Dan moet ik een heel eind lopen bijvoorbeeld, of ga ik heel hard de keuken boenen. Net alsof dat helpt!

In alle jaren is me inmiddels duidelijk geworden dat niemand perfect is en dat ik altijd fouten zal maken. Boos worden op mezelf als iets niet lukt, heeft dus weinig zin. Goed, ik neem me voor om mezelf meer te gunnen in 2022! En wie dit herkent, laat het me horen. En wie denkt: waar gaat dit over? Die moet maar even wachten op een volgende blog.

Alle goeds in het nieuwe jaar!

Tussen kerst en oud en nieuw

It’s the most wonderful time of the year! Dat hoor je op de radio en je ziet het op TV. Lekker eten met je familie, gezellig samen spelletjes doen, kerstboom versierd en kerstverlichting aan… genieten maar! Voor een heleboel mensen is dat ook zo, voor een heleboel anderen echter niet. Veel mensen zijn alleen. Of ze hebben wel familie, maar ze voelen zich nog steeds alleen, omdat het niet zo botert onderling. Veel mensen zijn stiekem blij als de kerstdagen achter de rug zijn. Nog even Oud- en Nieuw door zien te komen, en dan weer weg met al die kerstbomen en prullen!

In huize van Eijk zijn de kinderen erg blij met hun lange kerstvakantie. Even geen verplichtingen, even geen gezeur van huiswerkbegeleiding of vervelende docenten. De één loopt hier nog langer in pyama rond dan de ander. Soms zelfs letterlijk de hele dag. Ze eten wanneer het hun uitkomt en doen waar ze zin in hebben. Gerard en ik missen het gestress ’s ochtends helemaal niet. Als het even kan slapen we zelf ook lang uit, het is toch donker buiten. Als het aan Gerard zou liggen, zou de ontbijttafel er om 3 uur ’s middags nog net zo bij staan als om 9 uur ’s ochtends. Je pakt gewoon wat wanneer je er behoefte aan hebt is, zijn motto. Daar zit wat in, maar toch ruim ik de boel op een gegeven moment maar op.

De kerstdagen waren weer net een soort marathon. Om te beginnen was onze Hanna jarig op 24 december. Een lastige dag om jarig te zijn, al klinkt het leuk dat je ooit de eerste kerstbaby van het jaar bent geweest. Nu is het lastig vanwege de corona-maatregelen. Toch ging ik erheen, en samen met haar zussen en zwager hebben we lekker taart gegeten. Het stroomde van de regen en het was druk onderweg, maar alle moeite waard.

Eerste Kerstdag brachten we met een deel van de kinderen bij mijn vader door. In tegensteling tot de dag ervoor was het ijzig koud. Leuk, dacht ik, gaat de winter nu eindelijk echt beginnen? Maar nee. Op Tweede Kerstdag werd code oranje afgegeven vanwege ijzel of sneeuw… althans die dreiging was er. We gingen we toch maar op pad, onder andere voor het kerstdiner bij Irene en Simon. We hebben daar unieke foto’s gemaakt, gewandeld, spelletjes gedaan en op de bank gehangen, terwijl de Top 2000 door de kamer schalde. Anderhalve meter afstand? Het lukte niet helemaal om aan die regel te houden, maar iedereen bleef na afloop gezond. Iedereen kwam ook veilig thuis, geen ijzel bij ons in de omgeving gelukkig.

Wat was ik moe de dagen erna, ik moest even flink bijslapen. Die luxe permitteer ik mezelf tegenwoordig maar. En nu is het alweer Oudjaarsdag. Het jaar 2021 is bijna voorbij! Nog een paar uren om terug te kijken op het oude jaar. Wat een vreemd jaar is het geweest, door alle dingen met corona. Maar daar ga ik het niet over hebben. Ik ben ook best dankbaar voor het afgelopen jaar, er zijn zoveel mooie dingen gebeurd! Zal ik eens wat noemen?

Mijn vader is 90 geworden. Inmiddels zelfs al 90 en een half, en hij is nog steeds gezond. Okay, zijn geheugen begint gaten te vertonen en dat is best schrikken, maar wat wil je op die leeftijd?
Mijn schoonmoeder van 81 is er nu beter aan toe dan een jaar geleden. Ze heeft haar draai gevonden in het verpleeghuis en ze wordt daar goed verzorgd.
Irene en Simon hebben een huis gekocht en zelf prachtig opgeknapt. Een prestatie om u tegen te zeggen!
Hanna werd verliefd op haar bovenbuurman en de bovenbuurman op haar… wat een mooi stel! Zij gaat als eerste van ons gezin aan de slag als ZZP-er.
Johan is gezond en sterk en heeft als hovenier altijd genoeg werk. Nog een mooi punt: hij laat de sigaretten in de schappen liggen en sport wat af!
Willemijn heeft haar bachelor gehaald, cum laude nog wel, en studeert nu ijverig door voor haar master. Ze is altijd lekker druk bezig.
Maarten is over van 2 naar 3 Mavo en doet het daar goed. Hij had de ene groeispurt na de andere en is nu al de langste van onze kinderen.
En Janine groeit ook hard, zit op tweetalig onderwijs in de brugklas en is na een paar zware maanden nu aardig gewend.

Persoonlijk maakte ik ook mooie dingen mee.
In februari heb ik heerlijk een dagje geschaatst op de uiterwaarden, met Johan. Zo leuk om zoiets te doen met je oudste zoon. Ik hoop dat het weer flink gaat vriezen in 2022.
Ik ben bij een heel leuk hardloopgroepje gegaan, waardoor mijn conditie vooruit springt, en waar ik leuke contacten kado krijg.
De eetstoornis plus depressiviteit die me jarenlang last bezorgden, zijn op hun retour. Goodbye my love (eetstoornis), ik heb je niet meer nodig! Sinds kort probeer ik mijn ervaringsdeskundigheid in te zetten in een inloophuis. Erg leerzaam, niet in de laatste plaats voor mijzelf… Soms erg confronterend, maar bijzonder werk. Ik ben blij dat ik deze kans krijg. – Last but nog least waren Gerard en ik dit jaar 30 jaar getrouwd en nog steeds happy together! Al verschillen we soms als dag en nacht, we houden van elkaar en we houden elkaar vast. Een groot feest zat er niet in, maar als er meer mag, gaan we gauw eens wat plannen.

Misschien kun je zelf ook mooie dingen bedenken over het afgelopen jaar. Misschien ook niet, ieder leven is weer anders en soms is er gewoon niks aan. Evengoed wens ik jou als lezer een bijzonder mooi, gezond en gezegend nieuwjaar toe. Dank voor het lezen van mijn blogs en voor alle leuke reacties. See you in 2022!!!

Wanneer wordt het weer normaal?

Het was een mistige dag in december. Zo’n dag waarop je denkt dat het nooit meer licht wordt… en dat werd het ook niet. Normaal wil mist nog weleens optrekken na een poosje, maar deze dag bleef het maar somber en nevelig. Zelfs in mijn hoofd voelde het mistig, alsof ik nog niet echt wakker was. Maar dat was ik wel, want we hadden ontbeten en de kinderen waren al naar school. Ze hadden er geen zin in en dat lieten ze ons ook duidelijk merken.
Ik plofte op de bank en dacht na over wat ik zou gaan doen vandaag. Ik had nog erg weinig inspiratie. Gelukkig hadden we twee kleine kerstboompjes in huis en een heleboel lichtjes, dat maakte de kamer tenminste nog gezellig.

De dagen ervoor waren weer eens druk geweest en gecompliceerd. Ten eerste omdat het alsmaar donker en miezerig was. Ten tweede omdat er onduidelijke afspraken op school waren bij ons ene kind, met als gevolg een heel boze dochter thuis. En die boosheid richt zich voornamelijk op mij…Verder had ons andere kind buikpijn en kon hij niet naar school. Hij was ook nog een boek kwijt en daar was hij streng op aangesproken. ‘Zou je daar buikpijn van kunnen hebben?’, vroeg ik. Hij wist zeker van niet. Ik wist het ook niet. In elk geval deed een dagje thuis hem goed en natuurlijk vond ik zijn boek terug: het lag in de kamer van zijn zus. (Niet om op te scheppen, maar ik vind bijna alles terug wat de anderen kwijt zijn! Kwestie van stug doorzoeken en op vreemde plekken kijken ;-).
Verder had onze auto ineens een lekke voorband, en lukte het niet om de reserveband erop te krijgen. Beter gezegd, het lukte niet eens om de lekke band los te schroeven! Dus daar moest over gebeld worden, en het duurde lang voor er hulp kwam en vervolgens was de garage al dicht. Geen wereldramp, maar je zit er ook niet op te wachten. En dan hadden we natuurlijk de persconferentie. Niet dat we er live naar keken, het meeste was toch al uitgelekt. Maar het was duidelijk dat de avondlockdown voorlopig nog niet voorbij was!

Nog even doorbijten allemaal en dan wordt het Kerstmis. Maar wat voor een Kerst? Vroeger waren we de weken ervoor altijd druk met voorbereidingen. Ik hielp mee met het versieren van de school, en we hadden een kerstviering (ook van school). Vertederd keken we naar al die kinderen, die er snoezig uitzagen in hun mooie kerstkleren. De ene klas zong een mooi liedje, de andere speelde muziek, en we zongen ‘Komt allen tezamen’, en ‘Stille nacht’. Na afloop dronken we met z’n allen wat warms in een propvolle ruimte, waar diezelfde engeltjes van kinderen baldadig liepen te schreeuwen en overal doorheen renden. Maar nu? Geen kind meer op de basisschool, geen schattige toneelstukjes of ergernis over lawaai. Zelfs geen kerstnachtdienst in het vooruitzicht! Corona, corona, corona….Wanneer wordt het nou weer eens normaal???

Ik zal vast niet de enige zijn die zich dit afvraagt. Er komt maar geen einde aan het corona-tijdperk, lijkt het. Vorig jaar hadden we nog wel het idee dat we eruit zouden komen als er eenmaal vaccinaties zouden zijn, of goede medicijnen. En als je daar niks in zag, was het geen probleem want het zou allemaal wel over gaan. Je hoorde toch ook niets meer over corona-besmettingen in China?
Helaas is het zo anders gelopen. We zitten er nog tot over onze oren in, en niet alleen wij in Nederland. En hoewel elk land het anders aanpakt, het lijkt wel of niemand de corona-crisis op kan lossen.

Ooit ben ik lang bedlegerig geweest. Ik kreeg toen van iemand het advies om na te denken over mensen die het nóg slechter hadden. Dat vond ik toen geen leuk advies, maar ik heb het wel onthouden. Tegenwoordig pas ik het weleens toe, dan denk bijvoorbeeld aan mensen in de Tweede Wereldoorlog. Aan mensen zoals jij en ik die regels opgelegd kregen, bang werden gemaakt, nauwelijks informatie ter beschikking hadden. Die honger leden en niet meer wisten of de buurman nog te vertrouwen was. Stel je voor dat je man of zoon naar het leger moest, of dat ze onder moesten duiken! Hoe hielden de mensen dat toen vol? Als ik het daarmee vergelijk, vind ik de coronaregels nog wel meevallen. Het deprimerende is echter dat je niet weet hoe lang het duurt en wanneer het weer normaal wordt. En wat is normaal? Ons normale leven is al heel anders dan dat van een vluchteling, om maar wat te noemen.

Tenslotte. Ik heb eens een boek gelezen met de titel: Eat, pray, and love (Eten, bidden en beminnen). Ik zou nog iets aan het rijtje toe willen voegen : luister naar muziek of zing een mooi lied! Kerstliedjes genoeg in deze tijd van het jaar. Want als al die adventsvieringen en kerstavonden niet doorgaan, dan moeten we er zelf maar wat van maken. Ik werd heel blij van onderstaand lied Stop the Cavalry. Luister er maar eens naar, en ondanks alles een prettige kersttijd gewenst!